<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?><?xml-stylesheet href="http://www.blogger.com/styles/atom.css" type="text/css"?><feed xmlns='http://www.w3.org/2005/Atom' xmlns:openSearch='http://a9.com/-/spec/opensearchrss/1.0/' xmlns:georss='http://www.georss.org/georss' xmlns:gd='http://schemas.google.com/g/2005' xmlns:thr='http://purl.org/syndication/thread/1.0'><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788</id><updated>2012-02-12T09:00:25.212+01:00</updated><category term='Peru'/><category term='vervoer'/><category term='vrijwilligerswerk'/><category term='Rusland'/><category term='Bolivia'/><category term='Afrika'/><category term='Chili'/><category term='Brazilië'/><category term='verkiezingen'/><category term='Mozambique'/><category term='Swaziland'/><category term='Ecuador'/><category term='Uruguay'/><category term='USA'/><category term='werk'/><category term='Cuba'/><category term='Argentinië'/><category term='Europa'/><category term='Latijns-Amerika'/><category term='corruptie'/><category term='Egypte'/><category term='food'/><category term='Zuid-Afrika'/><category term='Suriname'/><category term='dansen'/><category term='Spanje'/><category term='voetbal'/><category term='Midden-Oosten'/><category term='Ghana'/><category term='Tanzania'/><category term='Colombia'/><title type='text'>Anne was here</title><subtitle type='html'>Deze weblog geeft een overzicht van de reisverhalen die ik schrijf. Soms onderweg, soms thuis en soms een beetje daar tussenin. Ze zijn niet professioneel of journalistiek, maar ik hoop dat ze wat laten zien van mijn liefde voor reizen en de dingen die mijn hart sneller doen kloppen (of niet) in de landen die ik bezoek.</subtitle><link rel='http://schemas.google.com/g/2005#feed' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/posts/default'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default?max-results=100'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/'/><link rel='hub' href='http://pubsubhubbub.appspot.com/'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><generator version='7.00' uri='http://www.blogger.com'>Blogger</generator><openSearch:totalResults>44</openSearch:totalResults><openSearch:startIndex>1</openSearch:startIndex><openSearch:itemsPerPage>100</openSearch:itemsPerPage><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-945395285868404151</id><published>2009-03-24T20:24:00.006+01:00</published><updated>2009-03-24T21:06:54.444+01:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Afrika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Ghana'/><title type='text'>Heet</title><content type='html'>&lt;a href="https://www.cia.gov/library/publications/the-world-factbook/flags/gh-lgflag.gif"&gt;&lt;img style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; WIDTH: 276px; CURSOR: hand; HEIGHT: 177px" alt="" src="https://www.cia.gov/library/publications/the-world-factbook/flags/gh-lgflag.gif" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Tamale is vandaag zo heet dat niet alleen de blonde vrijwilligsters waar het stadje zo vol mee is klagen. Ook de Ghanezen vinden het veel te warm. In de gezamenlijke taxi's plakken mensen tegen elkaar aan en de gebruikelijke grappen en gossip hebben plaatsgemaakt voor berustend druppen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik zit op de markt op een plastic stoel en voel de straaltjes zweet langs mijn rug naar beneden lopen. Ik wacht op een man die ik gevraagd heb om een koeienvel, voor op de vloer van mijn nieuwe huis. In plaats van met een koeienvel, kwam hij terug met deze plastic stoel en vertrok hij naar... (tja, waarheen?) op een rammelend chinees fietsje, op zoek naar het koeienvel. Ik weet inmiddels dat het weinig zin heeft om te vragen wanneer hij terug komt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Naast me op een stoel zit Jennifer op schoot bij haar moeder. Ze is één jaar, heeft twee oorbelletjes en kan nog niet zo goed lopen. Toen ze mij met grote ogen aankeek viel ze net pardoes op de stenen grond en dat gaf grote tranen. Haar moeder viste haar zonder pardon aan één been van de grond, zoals ik nog nooit een Nederlandse moeder had zien doen, flipte geroutineerd een borst naar buiten en zo is Jennifer nu weer even stil. Haar moeder zucht en veegt het zweet van haar voorhoofd met een stoffig zakdoekje.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Even verderop lijken de djembé spelers ook door de hitte bevangen. Hun trommelspel duurt nu al tijden en heeft een bijna hypnotiserend langzaam ritme gekregen waarop alles als in slow motion meebeweegt: de kaartende mannen onder de boom, de kippen die hun buiken ingraven in het zand om koel te blijven, de rondscharrelende vale hond, het mooie meisje met een paarse jurk en een bak sinaasappels op haar hoofd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'s Avonds is het nog steeds te warm om echt te bewegen. Ik loop langzaam van mijn hotel naar de weg maar het blijkt niet alleen te warm, maar ook te donker om alleen te lopen. Patrick, één van de bewakers van het hotel, wil me wel even brengen op zijn fiets. Hij peddelt moeizaam en ik voel me een verwende tut. Maar hij blijft vriendelijk, praat over de hitte en verbaast zich over het feit dat het in Nederland nul graden kan worden. Opeens zien we een gigantische bliksenschicht aan de hemel. Patrick kijkt me lachend aan en tegelijk strekken we onze armen wijd uit naar de lucht: "Regen, lekker!"&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-945395285868404151?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/945395285868404151/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=945395285868404151' title='34 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/945395285868404151'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/945395285868404151'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2009/03/heet.html' title='Heet'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>34</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-7431821324028580201</id><published>2008-03-07T12:28:00.000+01:00</published><updated>2008-03-07T12:31:16.277+01:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Afrika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Tanzania'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='werk'/><title type='text'>A day on the road in Tanzania</title><content type='html'>&lt;a href="http://4.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/R9EnbMKMHBI/AAAAAAAAACo/pT1HyNLFUQg/s1600-h/tanzania_flag.jpg"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5174960794899323922" style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; CURSOR: hand" alt="" src="http://4.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/R9EnbMKMHBI/AAAAAAAAACo/pT1HyNLFUQg/s200/tanzania_flag.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;span style="font-family:arial;font-size:85%;"&gt;Getting to Magu was a slight challenge. Part of the reason was the visit of “the esteemed president of the United States” to Tanzania. Days before the visit, from all road corners in Dar es Salaam, his silly grin would look at you from billboards with backdrops of the Kilimanjaro or the Tanzanian flag, thanking him for “his help in the fight against malaria”. Right.&lt;br /&gt;His visit turned into a practical problem when he finally arrived and three out of probably five major roads in the city closed down, which made it hard to get around, and more specifically, to get to the airport. A day before my flight to Mwanza (in the Northwest of Tanzania, about 1,5 hour drive from Magu) we received word that the flight was moved two hours back because of this. Add to this: five more delayed and two cancelled flights at the airport, no luggage allowed on the plane because of fuel problems, boarding and then having to go back because of engine troubles (it felt good to blame Bush for this as well!), 300 waiting Tanzanians, 35 degrees centigrade, sticky airport food, incomprehensible messages over the airport intercom, wailing children, and 20 people hanging out of the airport bus taking pictures of Air force One. We waited for 5 hours, but – to my surprise- in the end the plane did leave. My biggest challenge was not to show my slight frustration, as the Tanzanians surrounding me remained their happy self, thanking God for finding the engine trouble before we left.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;The following morning we left early for Magu. Together with Dr. Ngaiza, one of the Tanzanian partners for Monitoring and Evaluation, I was there for an end user Focus Group. Our intention was to reflect with a group of end users from Cromabu, a price information project for farmers, on the data that that the project collected over 2007. From the data we already knew that there were very little complaints from their side: the information that Cromabu disseminates was highly valued, both for its quality and for the service given in the information centre and the different farmer groups felt very much connected to all aspects of the centre. Apart from farmers, there are other people using the services of the centre. A local representative of the Salvation Army explained how he uses the internet service the centre offers to stay in contact with his organisation’s headquarters in Dar es Salaam.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Several groups of farmers had prepared a role play, explaining the daily process of getting the price information together, and disseminating it to the various communities in the Magu area. Impersonations of Cromabu’s manager and the mime of how bicycles are used to visit the communities were received with laughter and loud applause by the other participants. As was a poem on IICDs assistance to the centre.&lt;br /&gt;Afterwards, we asked them to discuss some additional aspects found in the data analysis. Why did some people for instance not –or no longer- visit the centre and what could be done to remedy this?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;The meeting started, ended and was paused with a great number of speeches: we were welcomed, thanked for being there and for our assistance and many farmers took the opportunity to tell in detail about the impact the project had had on their life. One of the things I learned working for IICD (apart from, for instance, eating a complete guinea fowl with just my right hand) is to come up with opening and closing speeches on the spot, a skill that came in handy during this visit. &lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;span style="font-family:arial;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;As usual, I did feel somewhat uncomfortable with the speeches of gratitude. I feel I have a wonderful job working together with dedicated and professional local partners. Not something that I should particularly receive praise for, the way I see it. That said, it was amazing to hear first hand all those stories that we confirm by means of formal questionnaires on a yearly basis: the impact Cromabu has on the daily lives of the farmers. In the open answers in the questionnaires collected by Cromabu and during the meeting users described that with the extra income they’ve earned from the information received, they send their children to school, buy cows, repair their roof or buy a bed. Statements that make it very clear that information for development is far from a luxury! &lt;/div&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;Looking back on the day, one of the participants indicated that he was happy and proud that no issues were left out of the discussion. According to him, this showed that it was both possible and necessary to have farmers be part of a process like this. In my opinion a great compliment for our process and for the involvement of Cromabu with their user group. And very much worth coming to Magu for, despite all roadblocks and delays! &lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-7431821324028580201?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/7431821324028580201/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=7431821324028580201' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/7431821324028580201'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/7431821324028580201'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2008/03/day-on-road-in-tanzania.html' title='A day on the road in Tanzania'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/R9EnbMKMHBI/AAAAAAAAACo/pT1HyNLFUQg/s72-c/tanzania_flag.jpg' height='72' width='72'/><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-5305478182481539177</id><published>2007-11-12T11:03:00.000+01:00</published><updated>2007-11-12T11:29:25.400+01:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Ecuador'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='werk'/><title type='text'>Ecuador: a day on the road</title><content type='html'>&lt;div&gt;&lt;a href="http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rzgl5-_4hVI/AAAAAAAAACY/3NPCSYIv4e0/s1600-h/ecuador.jpg"&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5131893453482394962" style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; CURSOR: hand" alt="" src="http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rzgl5-_4hVI/AAAAAAAAACY/3NPCSYIv4e0/s200/ecuador.jpg" border="0" /&gt;&lt;/span&gt;&lt;/a&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt; &lt;/span&gt;&lt;em&gt;&lt;span style="font-family:verdana;"&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;Weer een werkverhaaltje... Aangezien deze eerder op de pagina van mijn organisatie heeft gestaan, is-sie voor de verandering in Engels...&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;As I am usually mostly working from the hotel or inner-city project headquarters when in Ecuador, paying a visit to a local site of one of our project partners is both interesting and a pleasure… even if it means that you’d have to get up at 4:15 in the morning to be picked op by one of the partners.&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;The original plan was a two-day up-country visit to two communities that the project partner is active in. Unfortunately, one of the sites turned out not to have any connection, as they apparently forgot to pay for their electricity and had to go and fix this on the day of our visit. At least it was good to hear that connectivity problems are not only related to thunderstorms, bad equipment or political turmoil…&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;The adjusted plan therefore included one site about 4,5 hours from Quito. One of the persons &lt;a href="http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rzgm7-_4hWI/AAAAAAAAACg/wH5JgDlF7GY/s1600-h/Ecuador+2007-2+013.jpg"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5131894587353761122" style="FLOAT: left; MARGIN: 0px 10px 10px 0px; CURSOR: hand" alt="" src="http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rzgm7-_4hWI/AAAAAAAAACg/wH5JgDlF7GY/s320/Ecuador+2007-2+013.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;responsible for the project and I talked about pets, favourite music and sports and of course the project itself in order to keep awake. In the meantime, scenes familiar from many Ecuador coffee table books unfolded: a sunrise over huge snow-capped volcanoes, indigenous women dressed in bright purple ponchos and black skirts and lazily grazing alpacas on the side of the road.&lt;br /&gt;We passed a village with a large statue covered in different colours of bathroom tiles. “Do you know what that is?”, the partner asked. As I did not want to insult anyone, I did not dare say that the thing looked like a huge popsicle to me. “It’s a popsicle!” he said, “people here really love their ice cream.”&lt;/div&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;We arrived at the partner organisation’s office in the late morning (the project partner we work with again works with local partners in different communities). This local partner is responsible for getting certain amounts of produce, all carefully planned out on large hand-written boards, from the communities’ farmers and handicraft (wo)men to the selling point in Quito. Additionally, the information centre gives information on prices for the local produce. All tested ways to increase income of local producers and improve their decision-making on where, when and what to sell.&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;This was the theory. Walking around the community and talking to users of the projects I not only found out that the theory seemed to work (also proved by the encouraging evaluation data that had been coming in from the projects’ users for the last two years now), but that there was much more to it. In the first place: I probably had never before seen such an industrious village in my life! In a 2,5 hour walk I met cheese makers, sausage makers, mushroom dryers, furniture builders, football producers, nougat makers, chocolate makers, workers from the thread-factory and a group of women that knit sweaters from the thread produced in the factory. All of these micro businesses use the same communications network originally installed for the info centre for a nominal fee, which in turn helps coving a part of the info centre’s cost. The cheese factory communicates with surrounding communities that produce part of the cheese that they distribute all over the country. The chocolate factory sends e-mails back and forth about orders and packaging with Italian buyers.&lt;br /&gt;The sheer existence of the info centre has over time sparked many of these initiatives. They are currently preparing to set up a VOIP-telephone, to compete with commercial (expensive and low quality) telephone provider Porta. And a Virtual Aula has been set up to provide all community members with internet access in an internet café setting. Contrary to international trends, the activity and communication possibilities have actually resulted in people moving into the community, rather than out of it, towards the city.&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;Talking to one of the “community economy”-founders, an Italian priest who has been in the village for over 35 years, it became clear that the effect of the network goes much further even. When asked about the most substantial changes for the community, he became really enthusiastic. Instead of elaborating on economic success or export, he talked about how the project opened up surrounding communities, till recent almost completely shut from the outside world. How young people there were seeing new possibilities, talking online with their friends in other communities. That, claimed the priest, was what was amazing about the new technology.&lt;/div&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;Every day, behind my desk in The Hague, I’m busy with the impact of our programmes: the statistics, the percentages, the lessons learned. The real life impact as seen in the community will probably always be impossible to capture….&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-5305478182481539177?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/5305478182481539177/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=5305478182481539177' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/5305478182481539177'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/5305478182481539177'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2007/11/ecuador-day-on-road.html' title='Ecuador: a day on the road'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rzgl5-_4hVI/AAAAAAAAACY/3NPCSYIv4e0/s72-c/ecuador.jpg' height='72' width='72'/><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-7782035202162647045</id><published>2007-09-25T09:24:00.000+02:00</published><updated>2008-08-25T09:38:59.625+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Colombia'/><title type='text'>Colombia</title><content type='html'>&lt;a href="http://4.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/SLJf2Q_G4BI/AAAAAAAAACw/oI05Ag7BNBI/s1600-h/Flag_of_Colombia.png"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5238354702462541842" style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; CURSOR: hand" alt="" src="http://4.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/SLJf2Q_G4BI/AAAAAAAAACw/oI05Ag7BNBI/s200/Flag_of_Colombia.png" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Colombia stond al lang op het lijstje. In 2002, tijdens "mijn grote Zuid-Amerika trip" waren er al veel goede verhalen van mensen die ik onderweg tegenkwam. Maar helaas was er ook nog veel onveiligheid, een overvol reisschema en ouders die toch al niet onverdeeld enthousiast waren; laat staan over een land dat vooral in het nieuws komt wanneer er weer eens een stel buitenlanders wordt ontvoerd, een politicus wordt vermoord of een grote drugslord wordt gearresteerd.&lt;br /&gt;Sinds 2002 is er veel veranderd. Hoewel veel media nog steeds worden beheerst door bovenstaande berichten is er met de komst van president Uribe (wat je verder dan ook van hem vinden mag) veel verbeterd op het gebied van veiligheid. In tien jaar is het moordpercentage in Bogotá, vroeger een van de gevaarlijkste hoofdsteden ter wereld, met 71% afgenomen. Tegenwoordig worden er minder mensen vermoord dan in Washington. Dat, gecombineerd met prachtige foto’s en verhalen van twee vrienden, de wens om weer eens lekker vakantie te vieren in Latijns Amerika, de taal te kunnen spreken, te kunnen dansen en duiken en beloftes over een schitterend land, leuke mensen en een totaal gebrek aan toeristen was genoeg om ons twee tickets Bogotá te doen aanschaffen.&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Bogotá&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Bogotá was een overweldigende en innemende stad. Haar 7,5 miljoen inwoners wonen op dik 2600 meter hoogte, op een enorm natuurlijk platform midden in de Andes. Vanaf ieder punt van de stad leek je de pieken aan het einde van de straat te zien liggen. Een taxichauffeur die ons van het centrum van de stad naar het noorden reed (bijna een uur rijden) noemde de stad een octopus, die in de loop der jaren met haar lange tentakels allemaal kleine dorpjes heeft opgeslokt. Als je er doorheen rijdt is het bijzonder om te zien dat, hoewel dorpen wijken zijn geworden, ze nog steeds hun eigen, bijna kneuterige karakter hebben behouden; pleintjes, groenteboertjes, kerkjes… &lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;Het centrum van Bogotá is enerzijds het sfeervolle La Candelaria; een wijk van gekleurde huisjes, kinderkopjes en rode dakpannen. Anderzijds zijn het de hoge kantoorgebouwen van het moderne centrum. En beide stadsdelen zijn verbonden door lange wegen vol winkels en de welbekende Latijnsamerikaanse mix van marktjes, illegale Cd-verkopers en (speciaal hier) saffierenverkopers.&lt;br /&gt;Behalve groot en chaotisch is Bogotá ook een heel culturele en intellectuele stad. Er zijn agenda’s vol live muziek, arthouse films en lezingen en in de bruine kroegjes van La Candelaria zitten altijd wel groepjes mensen te debatteren of plannen te maken voor een volgende actie, project of politieke manifestatie. &lt;/div&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;Als je behoefte hebt aan een heel ánder soort cultuur dan kan het ook: de laatste dag in Bogotá bezochten we de voetbalwedstrijd Santa Fe- Real Cartagana. Niet echt het neusje van de zalm op voetbalgebied; beide teams bungelen wat hulpeloos onderaan de ranglijst van de Colombiaanse eredivisie. Genieten was het wel van het massale gezang op de fantribune, en enthousiasme van de drie ingevlogen Cartagena-fans, de net-niet danspasjes van de Santa Fe-cheerleaders en de hartverwarmende kreten van de vaders op de familietribune (waar wij zaten): "&lt;em&gt;Hijo de Putaaa!&lt;/em&gt;" [klootzàààk!] &lt;/div&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;Nog een bijzonder punt, zeker voor Nederlanders, is dat deze enorme stad vol verkeer ook de stad is met één van de grootste netwerken van fietspaden ter wereld heeft. Hoewel er gewoonlijk in het centrum geen grote hoeveelheden fietsers te vinden zijn is het iedere zondag Cyclovia, waarbij een heel stel grote wegen is gesloten voor verkeer en wanneer heel Bogota zich fietsend, rolschaatsend en joggend dwars door de stad begeeft.&lt;br /&gt;Cerro Monserate, naar boven met een kabelbaan, gaf een geweldig uitzicht over de hele stad: het oude centrum, de hoge kantoorflats, de drukke wegen, het voetbalstadion in de verte, de octopusarmen die zich naar alle kanten uitstrekken en de Andespieken die het allemaal insluiten. Niet alleen een geweldig uitzicht, maar ook bizar om vanuit dit perfectief de stad te hóren. &lt;/div&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Rumba Colombiana&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Van Bogota ging de reis naar Medellín. De stad die voor veel Nederlanders klinkt naar drugs en Pablo Escobar staat tegenwoordig vooral bekend om de meer legale handel: Medillin is het commerciële centrum van Colombia. Na een dagje Medellín hadden we het idee dat de handel zich vooral concentreert op schoenen: het leek wel of iedere tweede winkel in Medellín (in Colombia, eigelijk!) een schoenenwinkel was. &lt;/div&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;Paísas&lt;/em&gt;, de inwoners van Medellín en de omliggende provincie, staan behalve hun commerciële vaardigheden bekend om hun enorme gastvrijheid. Toen we na een dag slenteren door de stad (Botero-beelden!) besloten om het nachtleven te verkennen kwamen we terecht in Parque Lleras, het uitgaansplein van Medellín, vol terrassen, barretjes en restaurants. De eerste bar was een studentenkroeg, die bij bekende nummers en masse uitbarstte in gezang. Erg grappig als je zelf de betreffende nummers nog nooit eerder hebt gehoord, maar ook leuk omdat we na die avond (na zeker 3 keer op volle sterkte over de speakers) gelijk het themalied van onze vakantie hadden gevonden ("&lt;em&gt;Aya-ya-ya-yaaay…Que bonita es esta vidaaaa&lt;/em&gt;"). We hadden nog nauwelijks een stap naar binnen gezet in het tweede barretje, of we werden al met luid geroep en gezwaai verwelkomd aan een tafel vol Colombianen. De grijze, zeer beschonken heren deden vooral hun best ons zo snel mogelijk vol te stoppen met aguardiente, bier, rum, anijsdrank en, als je niet oppaste, mixen van het bovenstaande. Er werd veel –onsamenhangend- gespeecht en gevloekt, gedanst en gelachen. Toen de dronkenschap van de grijze duiven iedereen te veel werd namen de dames ons mee naar een ondergrondse salsakelder, waar veel jonge mensen, op een soort gymzaalvloer de benen uit hun lijf dansten. &lt;em&gt;La Rumba Colombiana&lt;/em&gt; (de Colombiaanse manier van feestvieren) beviel! &lt;/div&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;In Cali, nog warmer en warmbloediger dan Medellín, focuste het feest zich op &lt;em&gt;el Sexto&lt;/em&gt;, een 4-baansweg met aan twee kanten disco’s en eettentjes. Óver Sexto reden de hele avond feest-chiva’s, omgebouwde plattelandsbussen met harde muziek en vooral heel veel drank en mensen. De disco’s hadden, op salsa, biertorens en palmen na, een hoog jaren-60 gehalte met discoballen en met pluche bekleedde bankjes in donkere hoekjes met daarop keurige stelletjes. Maar ook de beroemde Caleñas, de mooiste vrouwen van Colombia, dankzij een mix van donker, Spaans en inheems en niet zelden ook een beetje dankzij werkelijk opzienbarende hoeveelheden siliconen. &lt;/div&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;In Cartagena nam de avond, dankzij het (beperkte) toerisme daar, een geheel andere wending. Een vreemdsoortig stelletje op een terras (hij: eind veertig, roodgebakken, prototype Amerikaanse redneck. Zij: jong, mooi en Colombiaans) riep mijn hulp in vanwege een spraak verwarring: zij sprak geen Engels, hij geen Spaans en hij wilde graag aan uitleggen dat, hoewel ze eerder hadden afgesproken dat hij haar geld zou geven, zijn credit card op het moment niet werkte en dat dus helaas niet door kon gaan. Ik begon me met de minuut ongemakkelijker te voelen bij het gesprek, maar het werd er niet beter op toen de Colombiaanse, met veel gevoel voor theater haar gezicht op een combinatie van onweer en pruillip zette, haar vinger in de lucht stak en brieste: "Zeg maar tegen die klóótzak, dat ik héus wel weet, dat hij hier vanmiddag met een paar andere wíjven, uitgebreid heeft zitten zuipen…". Na mijn stuntelige vertaling ("&lt;em&gt;Please don’t kill the messenger&lt;/em&gt;") leek de Amerikaan niet goed te weten of hij moest blozen of stoer om zich geen moest kijken. Ik hield de vertaaljob verder voor gezien. Toen we het terras verlieten en ik de Colombiaanse een "&lt;em&gt;cuídate&lt;/em&gt;" (pas op jezelf) toefluisterde, kreeg ik een vette knipoog. Tot zover sextoerisme in Colombia… &lt;/div&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;Het traditionele feest vonden we in Santa Fe de Antioqua, een paar uur van Medellín, waar een wedstrijd folkoredans in volle gang was: groepjes pubers die zich doodzenuwachtig, maar altijd elegant stortten op de plaatselijke dansen… en op ons! Geheel puberstijl werd er door de meiden gegiecheld om het feit dat Dirk "mijn vriend" was, haar en nagels werden vergeleken en er werd door de teams onderling geflirt. Toen was het alweer tijd voor "ons" team om op te gaan; natuurlijk hebben we hard gejuicht! Overigens denk ik dat, als onze klompendans er net zo verleidelijk en spannend uitzag als de Colombiaanse dansen, er aanzienlijk meer pubers geïnteresseerd zouden zijn! &lt;/div&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Tayrona&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Natuurlijk was er meer Colombia dan steden, feesten, voetbal en fietsen. Het land is onvoorstelbaar mooi. De bussen waren prima, dus een paar uur door bergen, jungle, kleine dorpjes of velden scheuren (want dat doen ze dan weer wel), was eigenlijk nooit een straf. Zelfs op een hobbelweg naar Popayán, hoog door de Andes, waren de plaatjes zo mooi dat je bijna (!) de kou vergat.&lt;br /&gt;We bezochten Parque Tayrona, een nationaal park waar je alleen maar komt door een combinatie van verschillende bussen, een jeep en een hike door de kletsnatte jungle. De beloning lag aan het eind van het pad: verlaten stranden met palmbomen, ingeklemd tussen rotsen en stomende bomen, een cabaña met uitzicht op zee, hangmatten en wandelen van inham naar inham, om midden in de jungle een vrouwtje tegen te komen dat daar een frituurtje had gemaakt, vanwaar ze arepa con huevo verkocht. &lt;/div&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;El conflicto&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Natuurlijk was er één onderwerp dat maar bleef terugkomen, zowel voor vertrek uit Nederland ("Is dat niet gevaarlijk dan, Colombia?") als in Colombia zelf ("Wat dénken mensen in Europa nou over Colombia?"): "het conflict". &lt;/div&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;Eigenlijk is het bizar hoe ontzettend weinig je in een korte reis merkt van het gewapende conflict tussen leger, paramilitairen en guerilla en al die groepen ook nog eens zover gefragmenteerd dat niemand, inclusief de Colombianen zelf de echte laatste stand van zaken lijken te weten. Sowieso lijkt het niet iets waarover door de meeste mensen graag wordt gesproken: leef, feest, vergeet, geniet, het leven is al zo kort lijkt voor veel mensen het motto. Plus dat ze er niet bepaald op zitten te wachten om het internationale imago van hun land nog verder naar beneden te halen tegenover toeristen. Onderweg zie je borden van het leger, veel groen en blauw op straat, er zijn wat demonstraties voor de vrijlating van ontvoerden en in het lokale politiemuseum van Bogota hangt een lange lijst met gevallen agenten. En tijdens ons bezoek natuurlijk de eindeloze grappen over onze landgenote Tanja (die als "&lt;em&gt;la guerrillera Holandesa&lt;/em&gt;" ook uitgebreid de Colombiaanse pers haalde). De rest is onderhuids en komt pas naar boven in langere, vertrouwelijke gesprekken, zoals met via-via-vriend Decio, in Inzá bij Popayán, een gebied dat tot voor kort nog onbegaanbaar was. Decio nam de tijd om ons te vertellen hoe het tot voor kort nog was en hoe het nog steeds is in zoveel ándere gebieden: kogelbrieven, granaataanvallen en iedere keer bij een korte pauze in de vijandelijkheden de aguardiente open en de muziek aan. Tijdens ons bezoek leek de grootste opwinding in Inzá veroorzaakt door een paar ontsnapte stieren, die onder het terras van het enige café in Inzá doorrenden, gevolgd door hun eigenaars en aangemoedigd door het flink aangeschoten publiek. &lt;/div&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;Helaas hebben we de Colombiaanse vraag over het beeld van Europeanen over hun land nog te vaak negatief moeten beantwoorden. Waarna er eigenlijk altijd werd gevraagd om bij thuiskomst toch vooral het échte verhaal te vertellen: Ja, een land wat politiek gezien veel te moeilijk te doorgronden is in een vakantie van drie weken. Een land met veel armoede en op bepaalde plaatsen een gruwelijk conflict waar veel onschuldige mensen nog steeds in gevangen zitten. Maar ook een land met een gigantische toeristische en economische potentie, waar het prima reizen is als je een beetje Spaans kent en bereid bent je een beetje te verdiepen in wat er gaande is. Een land met kippenveluitzichten, mooie stranden, geweldig eten en muziek. En een land met prachtige mensen, vol humor, lawaai en zin in het leven.&lt;br /&gt;Het echte verhaal? Bij deze dan….&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-7782035202162647045?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/7782035202162647045/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=7782035202162647045' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/7782035202162647045'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/7782035202162647045'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2007/09/colombia.html' title='Colombia'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/SLJf2Q_G4BI/AAAAAAAAACw/oI05Ag7BNBI/s72-c/Flag_of_Colombia.png' height='72' width='72'/><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-6121676091090115016</id><published>2007-04-18T17:55:00.000+02:00</published><updated>2007-11-12T11:10:06.271+01:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Afrika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Tanzania'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='voetbal'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='werk'/><title type='text'>Karibu Tanzania (Moshi)</title><content type='html'>&lt;a href="http://3.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/RiZEbn80HnI/AAAAAAAAAB0/IaD9zoCMwFo/s1600-h/flag.gif"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5054802873141173874" style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; CURSOR: hand" alt="" src="http://3.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/RiZEbn80HnI/AAAAAAAAAB0/IaD9zoCMwFo/s200/flag.gif" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Uitgebreide verhalen schrijven over de werkreizen is er vaak niet bij. Toch gebeuren er vaak zoveel leuke dingen, dat ik het niet kan laten af en toe wat op te schrijven. Misschien niet zoveel samenhang, maar wie weet geeft het toch een beeld. &lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/div&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5054800828736740930" style="DISPLAY: block; MARGIN: 0px auto 10px; CURSOR: hand; TEXT-ALIGN: center" alt="" src="http://3.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/RiZCkn80HkI/AAAAAAAAABc/f_XVDse7hRE/s320/moshi+small.jpg" border="0" /&gt;&lt;br /&gt;Het is leuk weer terug te zijn in Tanzania. Opgehaald worden van het Kilimanjaro-vliegveld in een rammelende taxi met de lucht vol van aanstaande regen, vuurvliegjes en die zware geur die je volgens mij alleen ’s avonds in Afrika ruikt: een combinatie van aarde, zweet en mimosa. Ofzo. In het hotel word ik herkend door de taxichauffeur die mij 6 maanden geleden ophaalde van het vliegveld. Hij weet mijn naam nog en het bekende begroetingsritueel volgt: &lt;em&gt;“How are you, how’s your family, how’s Holland, how are the rains, how’s business?”.&lt;br /&gt;&lt;/em&gt;Alles goed, behalve de regens, die zijn nog niet gekomen en als we twee dagen later een stuk rijden liggen de maïsplanten er maar sneu bij. Op de derde dag begint het te regenen. Hard. Anders zo kalme Tanzanianen vliegen als een gek voorbij op teenslippers en Chinese fietsjes. Zelf ben ik maar net op tijd binnen, net als een enorme colonne mieren trouwens, die ineens een droog heenkomen heeft gevonden in mijn badkamer.&lt;br /&gt;De hotelkamer is nog steeds even sfeerloos: tl-licht, gebloemde deken, witte tegels en een tv met één kanaal, dat afwisselend Al Jazeera, CNN en het lokale ITV laat zien. Op ITV presenteert een jonge, droevig ogende Tanzaniaan een (lijkt mij) vrij serieuze talkshow. Ik moet een paar keer kijken maar het is echt waar: hij draagt een Southpark-stropdas.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op kantoor wordt iedere ochtend gezamenlijk thee gedronken met &lt;em&gt;“bites”:&lt;/em&gt; samosas en zeer vette, gefrituurde deegballetjes. De samenstelling van het personeel hier is me nog steeds een raadsel; om de haverklap duiken weer nieuwe mensen op die ook iets blijken te doen. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze veel vragen over Nederland. Eén man wil weten of ik van origine Hollands ben, of een immigrant. &lt;em&gt;“The reason I’m asking…” zegt hij, mij langzaam opnemend “… is that most Dutch women are veeeeery tall.”&lt;/em&gt; Tja, daar sta je dan met je 1 meter 67.&lt;br /&gt;Het is verbazingwekkend hoeveel er, zelfs in deze kantoorsetting, wordt gesproken over de regen, de boeren en de verpieterende oogst. Veel medewerkers op kantoor hebben naast deze baan een klein stukje land, of anders hebben ze wel familieleden die dat hebben. Velen zijn, een stuk beter dan ik, op de hoogte van de situatie van het Nederlandse boerenbedrijf en de grote verschillen met de Tanzaniaanse boeren. Eén probleem is zowel in Tanzania als in Nederland zeer aanwezig: de enorme vlucht naar de steden en het gebrek aan jongeren die in een boerenbedrijf willen werken. En zo sta je dan, op een zaterdagmiddag in Moshi, ineens te praten oven “Boer zoekt vrouw”…&lt;br /&gt;En natuurlijk wordt er ook over voetbal gepraat. Met de African Cup of Nations in het vooruitzicht en op iets langere termijn de World Cup in Zuid-Afrika is zelfs een relatief voetballoos land als Tanzania gegrepen. Met name Tanzania’s president is een groot voetballiefhebber en de nieuw aangetreden Braziliaanse coach staat dan ook op zijn begroting, net als het nieuwe stadion in Dar es Salaam. “Belachelijk!”,snuift een van de meisjes op kantoor, “we hebben niet eens fatsoenlijke scholen!”. Geholpen heeft het nog niet: voorlopig verloor Tanzania met 4-0 van Senegal in de laatste kwalificatiewedstrijd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a href="http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/RiZDhX80HlI/AAAAAAAAABk/0m9a7fTSr6k/s1600-h/Masai+small.jpg"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5054801872413793874" style="FLOAT: left; MARGIN: 0px 10px 10px 0px; CURSOR: hand" alt="" src="http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/RiZDhX80HlI/AAAAAAAAABk/0m9a7fTSr6k/s320/Masai+small.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;Op zondag is Moshi niet de meest spannende stad op aarde. Waarschijnlijk zit de ene helft van de stad in de kerk en is de andere helft zich zó aan het vervelen dat ze achterelkaar trachten de enige &lt;em&gt;mzungu&lt;/em&gt; (“bleekneus”) die tijdens de regentijd in Moshi lijkt te zitten, te bewegen tot een safari. Ik besluit een stuk te gaan lopen net buiten het kleine centrum, waar het een beetje waden door de modder is. Als ik alweer richting het hotel loop kom ik ineens een groep Masai tegen. In Moshi en Arusha zie je ze wel vaker over straat lopen; altijd even out-of-place en altijd met zo’n aan arrogantie grenzende zelfverzekerdheid dat je bijna niet naar ze durft te kijken. Deze groep bestaat uit zeker 30 jonge mannen. Ze staan in een kring onder een boom en ze zoemen. Een vreemd, laag zoemgeluid, afgewisseld met neuriën en kleine gilletjes waarbij de twee jongens in het midden van de kring hoog in de lucht springen. Het is een fascinerend gezicht. Eén van de jongens, met een gezicht vol initiatiesneden loopt naar me toe en beveelt, met uitgestoken hand: &lt;em&gt;“Mzungu, come!”.&lt;/em&gt; Ik voeg me wat verlegen bij de groep (over out-of-place gesproken!) en de conversatie slaat ook al negens op, want met mijn drie woorden KiSwahili kom ik niet zo v&lt;a href="http://3.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/RiZEEn80HmI/AAAAAAAAABs/P_x-PFhtfB0/s1600-h/masai2+small.jpg"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5054802478004182626" style="FLOAT: left; MARGIN: 0px 10px 10px 0px; CURSOR: hand" alt="" src="http://3.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/RiZEEn80HmI/AAAAAAAAABs/P_x-PFhtfB0/s200/masai2+small.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;er. Tot de jongens mijn camera ontdekken. &lt;em&gt;“Photo, mzungu!”.&lt;/em&gt; Ik vraag drie keer of ze het zeker weten en neem dan een foto van de twee jongens die zich afzijdig houden van het springen en zoemen. Omdat ik zowaar de digitale camera van kantoor mee heb kan het resultaat direct worden gekeurd: &lt;em&gt;“Good”.&lt;/em&gt; De jongen neemt mijn camera over en na wat rudimentaire uitleg over de afdrukknop knipt hij vrolijk in het rond, tot grote hilariteit van de groep, die steeds dichter om ons heen komt staan. Het resultaat: een heleboel bewogen foto’s van halve hoofden en ruggelings geschoten springende jongens. En een giechelende mzungu, uitgezwaaid door 30 Masai: &lt;em&gt;“Byyyyyye!”&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;/div&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-6121676091090115016?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/6121676091090115016/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=6121676091090115016' title='3 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/6121676091090115016'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/6121676091090115016'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2007/04/karibu-tanzania-moshi.html' title='Karibu Tanzania (Moshi)'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://3.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/RiZEbn80HnI/AAAAAAAAAB0/IaD9zoCMwFo/s72-c/flag.gif' height='72' width='72'/><thr:total>3</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-1128621765097283769</id><published>2007-03-20T10:59:00.001+01:00</published><updated>2008-09-03T13:14:20.702+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='corruptie'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Europa'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Rusland'/><title type='text'>Sneeuw en wodka in Moskou en St. Petersburg</title><content type='html'>&lt;div&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;a href="http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-xHqpSmBI/AAAAAAAAAAM/koDEMdFs964/s1600-h/russia_flag.gif"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5043944852942919698" style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; CURSOR: hand" alt="" src="http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-xHqpSmBI/AAAAAAAAAAM/koDEMdFs964/s200/russia_flag.gif" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;span style="font-family:verdana;"&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;Moskou en St. Petersburg horen bij die plaatsen “waar je gewoon een keer geweest moet zijn”. Het zal dat beeld wel zijn, van Peter d'Hamecourt met zijn microfoon voor die geschifte torentjes van de Vasili-kathedraal en beelden van dikke mensen in bloemetjesbadpakken die in de winter willen zwemmen bij veel te veel graden onder nul.&lt;br /&gt;Volgens een artikel dat ik las moet je, als je de Russische ziel wilt doorgronden, ook persé in de winter gaan. En ondanks dat dat doorgronden van de ziel in zeven dagen een onbegonnen taak is, leek het een mooi begin.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor je aankomt in Moskou vlieg je zeker een uur boven een onafzienbare vlakte vol sneeuw, niet zichtbaar onderbroken door bewoning. Het geeft een heel klein idee van hoe verschrikkelijk groot dit land moet zijn. Dat, en het feit dat er in de hotellobby vijf klokken hingen om verschillende tijdzones aan te geven… die allemaal binnen Rusland bleken te vallen. De aankomst in Moskou werd gevierd met Russisch bier, een Georgische maaltijd en de constatering dat min twintig graden echt (ondanks mallots, 3 truien en 2 paar skisokken), écht koud is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;&lt;em&gt;Gevallen mannen&lt;br /&gt;&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;De eerste echte dag bleek “Mannendag”, een dag die, zo hadden we begrepen, iets van doen had met het leger en bij nader inzien ook erg veel met demonstraties en afgezette straten. Dat daar toevallig ook alle straten bij zaten die naar het Rode Plein voerden was vooral voor ons jammer. De demonstranten droegen allemaal oude sovjetvlaggen bij zich en waren in aantal erg klein vergeleken met de hoeveelheid opgetrommelde agenten. Russische democratie, blijkbaar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wij gaven het Rode Plein voorlopig op en begaven ons naar Gorky park, ook al zo’n naam die voor iedereen bekend klinkt (“I folow the Moskva, Down to Gorky Park, Listening to the wind of chaaaange”). Gorky Park is (tegenwoordig?) een soort kermispark met allemaal enigszins aftandse achtbanen en zweefmolens. In de winter doen deze niet zo veel en daarom was het park voor de gelegenheid omgetoverd tot één grote ijsbaan. Alle wandelpaden waren nu schaatsbanen en als je er op je Uggs overheen schuifelt, moet je oppassen niet omver geschaatst te worden door een fanatieke hockeyer, of een moeder met een peuter op krabbelaartjes. Zet dan hier en daar een tentje neer voor de broodnodige chocolademelk (ok, of wodka) en je hebt een prachtig plaatje.&lt;br /&gt;Ten noorden van Gorky park ligt Sculpture park, of zoals het ook wel wordt genoemd “The Park of Fallen Heroes”. Hier heeft men na 1990 alle beelden gedumpt die ineens wat minder gepast leken: veel Lenins, Stalins, Bresnjevs en een stel overenthousiaste boeren en zeer gelukkige arbeiders met veel hamers en sikkels. Het ziet er nogal bizar uit, vooral ook omdat de gevallen helden van boven worden overzien door wat wel het lelijkste beeld ter wereld moet zijn: een tientallen meters hoge afbeelding van een euforische Peter de Grote op een enorm schip. Het beeld is hoger dan het Amerikaanse vrijheidsbeeld en wordt zo afzichtelijk gevonden dat Moskovieten al eens stiekem hebben geprobeerd het monster op te blazen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een ander hoogte (of diepte)-punt van Moskou is de metro. De drukste ter wereld, die dagelijks negen miljoen mensen vervoert, meer dan de metro’s van London en New York bij elkaar. En dat zó efficiënt –minimaal iedere twee minuten een trein- dat er geen noodzaak is tot duwen en trekken en tot flauwvallen volgepropte treinstellen. Naast een geweldig vervoermiddel is de metro een bezienswaardigheid op zichzelf, met zulke prachtige stations in art-deco stijl, met kroonluchters, mozaïeken en –andermaal- afbeeldingen van blije boeren dat het bijna jammer is dat de volgende trein zo snel komt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;&lt;em&gt;“Things are better back home”?&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Bij de volgende poging om het Rode Plein te bezoeken werden we aangehouden door twee agenten die naar onze documenten vroegen. Vanuit Nederland had het behoorlijk wat energie (en geld!) gekost om aan de Russische bureaucratische verlangens te voldoen, en het feit dat ik reisde met een televisiejournalist (voor de Russische ambassade: “onderhoudsmonteur”) maakte dit niet makkelijker. Na al dit geregel hadden we gerekend op een moeiteloze doorgang, maar niets bleek minder waar. Er werd gezucht en met het hoofd geschud, met zeer verwarrend vertaalde Engelse wetteksten gewapperd en tenslotte glashard beweerd dat we mee moesten naar het politiebureau omdat we een zeer essentieel onderdeel van de stapel papierwerk zouden missen. Toen we duidelijk maakten niet zo’n vreselijke behoefte te hebben een volledige dag van onze luttele dagen in Moskou te gaan uitzitten op een bureau kwam er tenslotte een agent bij staan die niet al te subtiel suggereerde “dat we het ook best op een andere manier konden regelen”. Waarschijnlijk vonden ze op het laatste moment toch dat ze er iets te publiekelijk bijstonden, of zagen we er van dichtbij toch niet financieel draagkrachtig genoeg uit, want na de belofte dat we onmiddellijk terug zouden gaan naar het hotel om het zo benodigde papiertje te regelen, en zónder iets te betalen, mochten we alsnog gaan. Na nogmaals 45 minuten metro-en en terugwandelen naar ons hotel, dat bepaald niet in het centrum lag, konden we ons verhaal kwijt bij Caroline, onze receptioniste. Caronline had een dikke bril met scheve poten, een minstens zo scheef gebit en zag waarschijnlijk vijftien jaar ouder uit dan ze was. Ze sprak Engels met een zwaar Russisch accent en zonder enig gebruik van lidwoorden. Onze papieren waren prima in orde, maar ons verhaal kwam haar niet onbekend voor; zo gingen die dingen. Toen ze mijn verslagen blik zag moest ze lachen: “Oh well, whole point of trip is see that things are better back home!”.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor wie het leven misschien ook wel beter was “back home”, was Roberto, de pianist van het Cubaanse bandje dat we op zaterdag zagen optreden. De Karma bar was strak aangekleed en had veel gereserveerde tafeltjes. De avond begon met lekkere salsa, gevolgd door het Cubaanse bandje, latin en dance. Een vrij reguliere zaterdagavond uit, zou je denken, ware het niet dat er halverwege de avond ineens twee, op een glitterstringetje na, naakte dames op de bar sprongen.&lt;br /&gt;Ik had een gesprekje aangeknoopt met de pianist (die ik, in tegenstelling tot de meeste andere bezoekers wél kon verstaan). Bovendien hadden we ons al eerder afgevraagd hoe het leven in Moskou zou zijn voor die paar gekleurde voetballers en muzikanten die de stad rijk is. Zelden ben ik in zo’n enorme stad geweest waar zó weinig kleur in de bevolking zat. Het viel zelfs zodanig op, dat we aan de paar uitzonderingen na enkele dagen weinig politiek correct refereerden als “Kijk, een eenzame neger”. En het viel ook niet weinig op dat iedereen die maar een beetje meer kleur had als de standaard-Rus, heel wat meer en langere documentencontroles moest ondergaan dan wij.&lt;br /&gt;Hoe het ook zij, Roberto vond Moskou “best ok”. Was het beter dan Cuba? Een schampere lach: “Economisch gezien wél!”. En wat viel er dan het meest tegen? Na even nadenken kwam er een diplomatiek antwoord uit: “Hmmm… het weer”&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Natuurlijk kwam het bezoek aan het Rode Plein er uiteindelijk toch van en kregen we de kans om de binnenkant te&lt;a href="http://3.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/RgzncwIlC7I/AAAAAAAAABE/C6Cfb_mO96A/s1600-h/Rusland+008.jpg"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5047663763518720946" style="FLOAT: left; MARGIN: 0px 10px 10px 0px; CURSOR: hand" alt="" src="http://3.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/RgzncwIlC7I/AAAAAAAAABE/C6Cfb_mO96A/s200/Rusland+008.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt; zien van de Vasili-kathedraal, schaatsers te begluren op de Rode Plein-schaatsbaan en op afstand te kijken naar de Tombe van Lenin, vlak naast hét voorbeeld van wat er gebeurt als communisme overgaat in het meest rucksichlose kapitalisme wat er bestaat: warenhuis GUM, een aaneenschakeling van Prada, Gucci, nepborsten en mobiele beltonen.&lt;br /&gt;Natuurlijk moesten er foto’s gemaakt van de muren van het Kremlin en de tientallen gouden koepeltjes daarin. En stonden we, net voor vertrek naar St. Petersburg met een dikke laag kippenvel op onze armen te luisteren naar een prachtig zangkoor in één van de Orthodoxe kerken in het Kremlin.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;&lt;em&gt;Nevsky en de Hermitage&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Een treinrit van vijfenhalf uur door niet bijster interessant landschap (voornamelijk buitenhuisjes en industrie) verbindt Moskou met tweede stad en eeuwige concurrent St. Petersburg. Een nieuwe stad, wat schoner en Europeser; een nieuw hotel, een Bed&amp;Breakfast deze keer, wat eigenlijk een soort hostel-voor-30+ers bleek te zijn. In St. Petersburg logeerden we óp Nevsky Prospekt, de Kalverstraat van St. Petersburg en zo’n driehonderd meter van de beroemde Hermitage. Het kon slechter. Nevsky bleek een interessante straat vol winkels, koffiebarretjes, sushitenten en zakkenrollers. Dat gecombineerd met de door Peter de Grote ontworpen “grachten” gaf hier en daar een bijna Amsterdams gevoel, alleen dan met verlengde Hummers in plaats van fietsen en stevige wodkakegels om tien uur ’s ochtends in plaats van de welbekende weeïge jointgeur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het verplichte nummer in St.Petersburg was natuurlijk de Hermitage. In de Lonely Planet aangeprezen met: “There are galleries, there are museums, there are the grand museums of the world and then there’s the Hermitage”. Gelukkig hadden we niet de ambitie om alle zalen te bekijken, want schijnbaar kun je, zonder heen-en-weer te lopen, een volledige marathon kwijt in het voormalige Winterpaleis en de andere gebouwen die de Hermitage vormen. Onvoo&lt;a href="http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/RgznzgIlC8I/AAAAAAAAABM/y2XzQS4CENs/s1600-h/Rusland+028.jpg"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5047664154360744898" style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; CURSOR: hand" alt="" src="http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/RgznzgIlC8I/AAAAAAAAABM/y2XzQS4CENs/s200/Rusland+028.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;rstelbaar.&lt;br /&gt;Wij vergaapten ons eerst enige tijd aan de overweldigende rijkdom in het Winterpaleis. De nieuwe rijken van Rusland hebben in elk geval met hun koninklijke voorgangers gemeen dat ze zich niet generen hun geld vrij openbaar te laten rollen.&lt;br /&gt;En dan natuurlijk de collectie: meer Rembrandts dan het Rembrandthuis en het Rijksmuseum, Metsu, van Dijck en (wij maakten even een sprongetje naar iets recenter werk) Gaugin, Matisse, van Gogh, Picasso en Malevich. Malevich’ schilderij “zwart vierkant”, wat door toenmalige kunstcritici met afschuw “het einde van de schilderkunst” werd genoemd was (ik vermoed door een conservator met humor) als allerlaatste schilderij opgehangen.&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;span style="font-family:verdana;"&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;&lt;em&gt;&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;span style="font-family:verdana;"&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;&lt;em&gt;&lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;a href="http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rgzm_gIlC6I/AAAAAAAAAA8/5y0eaS4UXR4/s1600-h/Rusland+038.jpg"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5047663261007547298" style="FLOAT: left; MARGIN: 0px 10px 10px 0px; CURSOR: hand" alt="" src="http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rgzm_gIlC6I/AAAAAAAAAA8/5y0eaS4UXR4/s200/Rusland+038.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;span style="font-family:verdana;"&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;&lt;em&gt;Nattigheid &lt;/em&gt;&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;In St.Petersburg werd het langzaamaan warmer, wat uiteindelijk neerkwam op zo’n drie graden onder nul. Dat lijkt een stuk prettiger dan min twintig, maar het nadeel is wel dat je dan gelijk tot aan je enkels in natte, smerige sneeuw loopt.&lt;br /&gt;Gelukkig was dat nog niet in de hele stad zo. Vlakbij het fort van Peter de Grote, was men voor de verandering eens niet aan het ijsduiken (misschien vond men het al te warm?), maar waren hele families doodkalme wandelingetjes aan het maken over de rivier de Neva. Even voor alle duidelijkheid: de Neva is zo’n 500 meter breed en was inderdaad vrijwel geheel dichtgevroren. Een prachtig gezicht met een knalblauwe lucht, laagstaande zon en alle koepels van St.Petersburg op de achtergrond.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De laatste avond in St. Petersburg belandden we in de Cynic Bar, een soort kraakpand-meets-scoutingclubhuis met goedkoop bier, waterpijpen, een bar van kippengaas en als huisspecialiteit gebakken bruinbrood met knoflook. Niet erg subtiel, maar wel leuk.&lt;br /&gt;Binnen enkele minuten werden we al uitgenodigd aan de tafel van een luidruchtige groep studenten die wodka lieten aanrukken in theepotjes en die roerende toespraken hielden over de gedeelde ziel van Rusland en Nederland. Iedere keer als er een wodka achterovergeslagen werd moest iedereen opstaan en werd er van ons verwacht dat we heel hard iets onverstaanbaars riepen in het Russisch. Het betekende zoiets als “Fuck off!” maar, zo werd ons verzekerd, dat was slechts positief bedoeld.&lt;br /&gt;Het behoeft geen uitleg dat het de meest hilarische en beste manier was om ons bezoek aan Rusland af te sluiten. En ook de meest pijnlijke trouwens, de volgende ochtend.&lt;br /&gt;Nazdarovje! &lt;/span&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;/div&gt;&lt;/div&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-1128621765097283769?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/1128621765097283769/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=1128621765097283769' title='22 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/1128621765097283769'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/1128621765097283769'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2007/03/sneeuw-en-wodka-in-zeven-dagen.html' title='Sneeuw en wodka in Moskou en St. Petersburg'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-xHqpSmBI/AAAAAAAAAAM/koDEMdFs964/s72-c/russia_flag.gif' height='72' width='72'/><thr:total>22</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-601864040897429960</id><published>2006-09-30T13:37:00.000+02:00</published><updated>2007-03-30T14:05:00.578+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='dansen'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='corruptie'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Mozambique'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='vervoer'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Afrika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Zuid-Afrika'/><title type='text'>Langs de EN1 in Mozambique</title><content type='html'>&lt;a href="http://1.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rgz24QIlC9I/AAAAAAAAABU/9yzYUN7ihnc/s1600-h/250px-Flag_of_Mozambique_svg.png"&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5047680728639540178" style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; CURSOR: hand" alt="" src="http://1.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rgz24QIlC9I/AAAAAAAAABU/9yzYUN7ihnc/s200/250px-Flag_of_Mozambique_svg.png" border="0" /&gt;&lt;/span&gt;&lt;/a&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Bem vindo&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Wat weten de meeste mensen over Mozambique? Niet zo vreselijk veel, bleek de afgelopen maanden in korte gesprekjes na bekendmaking van onze geplande bestemming. Dat het in Afrika is, zo ver kwamen de meesten nog. En afhankelijk van eerder bereisde bestemmingen wist een aantal ook nog te melden dat het onder Tanzania, respectievelijk boven Zuid-Afrika ligt. Een paar wisten nog te melden dat er Portugees wordt gesproken. En burgeroorlog. En hongersnood. Ja, dat kwam ook vaak op.&lt;br /&gt;Eén collega die veel in Zambia komt waarschuwde me dat Zambianen weliswaar de overtreffende trap van re-lax-ed zijn, maar dat diezelfde Zambianen claimen dat Mózambikanen onmogelijk, want veel te traag zijn. In ieder geval een land om tot rust te komen dus…&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De goedkoopste manier om in Mozambique te komen is door het vliegtuig te nemen naar Johannesburg. Van daar is het nog slechts 8 uur in een luxe bus naar Maputo, de hoofdstad van Mozambique. Johannesburg was een bekend plaatje: ommuurde huizen, een imposante skyline van gigantische wolkenkrabbers en een buitengewoon racistische Afrikaander taxi-chauffeur die ons van het vliegveld naar de Bed&amp;Breakfast bracht. Nog geen écht welkom in Afrika. Dat kwam de volgende dag, toen we op een chaotische grenspost, die nog meer was afgegrendeld dan de huizen in Johannesburg, onder het bord &lt;em&gt;“Bem vindo ao Moçambique”&lt;/em&gt; doorreden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In feite loopt er slechts één serieuze weg door Mozambique. De EN1 begint in Maputo en is de eerste paar honderd kilometer in zeer redelijke staat, met name dankzij investeringen vanuit Zuid-Afrika. Naarmate de aantallen Zuid-Afrikaanse toeristen afnemen – hoe verder noordelijk je langs de kust rijdt – neemt ook de kwaliteit van het wegdek navenant af. Naast de noord-zuid verbinding die de EN1 langs de kust maakt, zijn er op een aantal punten zogenaamde corridors – van west naar oost – die Mozambiques buurlanden toegang verschaft naar havens, verse vis en kustresorts. Wij kozen voor de EN1, te beginnen in Maputo.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Maputo&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;De meeste grote steden in Afrika hebben te veel rotzooi, smog, sloppenwijken en oninspirerende betonbouw om ze uit de grond van je hart mooi te noemen. Ook Maputo leed onder gruwelijke gaten in de stoep – als er al een stoep was -, straten waar krijsende mensen en gedeukte minibusjes samenkwamen bovenop iets dat verdacht veel leek op een stinkende vuilnisbelt en Portugeesfascistische architectuurdieptepunten die resulteerden in bijna de lelijkste kathedraal aller tijden – wellicht direct na de moderne kathedraal van Managua in Nicaragua, die beangstigend veel lijkt op een kerncentrale.&lt;br /&gt;Maar ondanks alle problemen van een grote stad had Maputo een bijzondere kleinstedelijke sfeer: Wijken met prachtige bomen en groen en tussen de betonblokken stonden prachtige koloniale Portugese huisjes. Erg ongewoon in andere delen van Afrika, vond je er leuke terrasjes op een soort veranda’s langs de kant van de weg. Een weg waar, waarschijnlijk door de dramatische armoede, te weinig auto’s reden om voor een echte verkeerschaos te zorgen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mooi in Maputo was de &lt;em&gt;Mercado Municipal&lt;/em&gt;, de oude markthal waarin vrouwen in gekleurde &lt;em&gt;khangas&lt;/em&gt; en mannen met baarden in &lt;em&gt;jeballahs&lt;/em&gt; hun vis, kruiden, teenslippers en houdsnijwerk verkochten. ’s Avonds kon je terecht op de drankmarkt, waar een paar gammele hutten bij kaarslicht bier en Johnny Walker verkochten, of je kon naar een keurige jazzclub die in het chique oude treinstation is gevestigd.&lt;br /&gt;Ook vond je er &lt;em&gt;Nucleo de Arte&lt;/em&gt;, een kustgezelschap dat jaren geleden wereldfaam verwierf toen ze wapens uit de burgeroorlog omsmeedden tot sculpturen. Het gezelschap heeft een kleine galerie in de stad, waar je in vissende oude mannetjes en vreemde fantasievogels pas na een tweede blik kogelmagazijnen en geweerlopen herkende. Prachtig om te zien dat zo iets gruwelijks werd hergebruikt tot zo iets positiefs!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Transporte&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Vanuit Maputo wilden we naar Inhambane, ongeveer 8 uur naar het noorden. Het was onze eerste kennismaking met het Mozambikaanse openbaar vervoer. De reis begon op een nogal smerig, duister en vooral erg koud busstation net buiten de stad, waar we om vijf uur ’s ochtends bijna twee uur kleumend wachtten tot alle tassen waren in- en opgeladen, iedereen bonensoep had gegeten en een plekje had gevonden. De bankjes waren piepklein en de zittingen gleden bij iedere beweging van de bus van hun pootjes, maar we waren blij onderweg te zijn. Bij iedere stop werd de bus omringd door grote groepen verkoopsters met plastic bakken met bananen, mango’s en chocoladekoekjes op het hoofd. En plassen moest in een grote, gammele ruimte waarin tegen de muren vier toiletten stonden. Aangezien er geen zijmuren of deuren waren bleven mijn medereizigsters gezellig even hangen om te kijken hoe dat nou gaat, een blanke plassende mevrouw.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende etappe was vooral lastig omdat we eerst nog een bus moesten vínden. Vanuit het dorp zelf bleek de bus niet te gaan wegens gebrek aan passagiers. Dus lieten we ons afzetten op de kruising met de EN1 en wachtten daar ruim vier uur in de schaduw van een palmboom op een langskomende bus. Het kruispunt was een prachtige plek om verkopers gade te slaan, die vanuit kleine hutten langs de kant van de weg kookten voor de vrachtwagens die er stopten en die iedere keer vol enthousiasme kwamen aanstormen als er iemand stopte. De vrachtwagens zelf waren ook de moeite waard: vaak overvol geladen met zakken, bananen of autobanden en daar bovenop dan nog eens een familie, niet zelden met hun complete huisraad. Eén keer zagen we zelfs bovenop de stapel zakken van zeker twee meter hoog een kudde van ongeveer twintig geiten onverstoorbaar staan, terwijl de vrachtwagen met zeker 80 kilometer per uur voorbij denderde.&lt;br /&gt;De bus die uiteindelijk kwam zat bomvol, maar na wat geklauter over zakken en tassen vond Dirk een plekje naast een vrouw van zeker 200 kilo, die de hele reis zeer goedkoop uitziende whisky uit een plastic fles beker met glittertjes dronk. Ikzelf zat ingeklemd tussen twee jonge jongens die het maar wát gezellig vonden. Toen ik vrolijk aangaf dat “&lt;em&gt;O esposo&lt;/em&gt;” [mijn man] heel vlakbij zat, gierde de jongste jongen, met een “ja tuurlijk meisje”-knipoog en een handgebaar naar de dikke dronken vrouw dat zíjn ega nog net iets dichterbij zat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Naast de bussen, maakten we tijdens de reis veel gebruik van &lt;em&gt;chapas&lt;/em&gt;, het soort korte-afstand vervoer dat in Oost-Afrika dallah-dallah heet en dat staat voor ongeveer alles met wielen dat kleiner dan een bus is: een minibusje, een wagen met een open bak, of een wagen waar (meer of minder professioneel) een dak óp de open bak is geklust. De enige overeenkomst bij al deze vormen van vervoer is dat je het deelt met ongeveer twee maal zoveel mensen, kinderen, bagage en –regelmatig- levende have dan is toegestaan en ongeveer vijf maal zoveel als voor West Europese begrippen comfortabel is. Maar Mozambikanen klagen niet…&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De &lt;em&gt;chapas &lt;/em&gt;in het noorden van het land waren een nog wat grotere uitdaging. Eén chapa begaf het onderweg tot drie maal toe: met grote rookwolken kondigde de motor zijn bijna-overlijden aan. Terwijl de chauffeur, onder grote hilariteit van de passagiers in de open laadbak, met flessen water de motor probeert af te koelen maken wij grapjes met de toegesnelde verkopers, die naar eigen zeggen “kip in drie stadia” verkochten: Een levende, hevig protesterende kip; een prima uitziend bord gebraden kip; en een arme-mensen-versie van datzelfde bord met gefrituurde poten, kop en andere losse onderdelen.&lt;br /&gt;Een andere &lt;em&gt;chapa&lt;/em&gt; zat zó vol dat ik drie uur lang half uit het raam hing, zodat mijn medepassagiers nog een klein beetje konden ademhalen. Het nadeel hiervan was dat ik aan het eind van de dag één knalrode arm had. Het voordeel was dat ik live getuige was van het niet al te subtiel omkopen van de agent die ons stopte vanwege de zelfs voor Mozambikaanse begrippen wel érg volle bus. De bus “hosselaar” (verantwoordelijk voor het regelen van passagiers en het op het dak vastbinden van de bagage) liep naar buiten, zette zijn meest charmante gezicht op en riep “chef” naar de streng kijkende politieagent. De agent werd op zijn schouder geslagen en hij kreeg een hand. Bij het loslaten, sloot de hand van de agent zich, om daarna richting broekzak te gaan. En we mochten verder. Welkom in Afrika!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;A costa&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Je kunt, en wilt, er niet omheen: Mozambique heeft een kustlijn van meer dan 2500 kilometer en aangezien ook onze EN1 er langs schuurt zou je wel erg je best moeten doen hem te vermijden.&lt;br /&gt;In Inhambane, een plaatsje met prachtige slaperige koloniale gebouwen, kregen we onze eerste échte blik op de zee. We gingen een dagje zwemmen bij Barra, waar het strand niet alleen breed is, maar ook verlaten, vol palmbomen en mooie schelpen en liggend aan een bijna pijnlijk blauwe zee. Vanuit Inhambane zelf namen we een paar dagen later een &lt;em&gt;dhow&lt;/em&gt;, een heel elegante Afrikaanse zeilboot, met een zeil dat zo vaak was versteld dat het wel een quilt leek en dat stil bleef hangen, omdat het zo windstil was dat de bootsmannen maar gingen roeien.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nergens ter wereld groeit het toerisme op dit moment zo hard als in Mozambique. En waarschijnlijk groeit nergens in Mozambique het toerisme zo hard als in onze volgende stop, het nietszeggende plaatsje Vilankulos. Nu moet je je van dat toerisme nog niet héél veel voorstellen. Het gaat dan vooral om een heel stel lodges langs de kust en op de aanliggende eilanden, waar kleine vliegtuigjes vol Zuid-Afrikanen rechtstreeks naartoe worden gevlogen om daar voor minimaal 300 euro per nacht een vakantie door te brengen. Wij kozen voor de iéts goedkopere optie, maar dat betekent natuurlijk niet dat je niet kunt genieten van alles dat Vilankulos te bieden heeft.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We gingen een dag snorkelen en duiken bij de Bazaruto-eilanden, een groepje zandduinen vol palmen en koraalriffen die aan ieder cliché van tropische eilanden voldeed. Normaal ademhalen door een snorkel lukt mij nog steeds niet, maar ook met alléén een duikbril en een stel flippers zag je de meest bizarre en gekleurde vissen, soms in prachtige identiek bewegende scholen, die geen enkele schrikbeweging maken als je tussen ze door zwom. Ik kan alleen maar raden hoe fantastisch duiken hier moet zijn!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘s Avonds gingen we naar de lokale disco, waar de jeugd en de niet-meer-zo jeugd zich had verzameld om veel dingen te doen die je in iedere discotheek op de wereld ziet: dansen drinken, kletsen, lachen en flirten. Er waren ook een aantal dingen die je misschien niet overal ziet: (te) jonge meiden die met baby-in-khanga-op-de-rug vrolijk meedansten en de baby af en toe een slokje cola mee gaven. Of meiden die mij kwamen uitdagen een stukje mee te dansen. En jongens die een sigaretje of een biertje kwamen bietsen. Of die even kwamen uitleggen in welke bosjes ze tijdens de burgeroorlog hun geweer hadden leeggeschoten op de vijand: &lt;em&gt;“Ta-ta-ta-ta-ta!”&lt;br /&gt;&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;En als je dan nóg twijfelde over wat Vilankulos te bieden had, dan was er altijd nog het eten: vis, vis, vis, gigantische garnalen en schelpen. Met Belgische frieten, dankzij het Belgische gezin dat ons hotel runde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nog een busrit verder lag Beira. Beira is de tweede stad van Mozambique en was voor de burgeroorlog één van de grootste havensteden van Afrika. Aangezien het aan het einde ligt van de Beira-corridor, een tijdens de oorlog zwaarbevochten stuk van het land, is er van die status weinig meer over. De stad die eens bekend stond als een soort Sodom en Gomorra voor zeelieden, een stad vol gigantische schepen, kroegen en hoeren, is nu een stadje vol vergane glorie, een lege markt en een vervuild strand. Maar ook een wijk vol schitterende huizen met veranda’s, overwoekerd door paarse bloemen en met uitzicht op zee.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Should I stay or should I go?&lt;br /&gt;&lt;/strong&gt;Lieve was de Belgische eigenaresse van ons hotel in Vilankulos. Een zachtaardige vrouw die al meer dan twee decennia in Mozambique een goedkoop familiehotel aan de doorgaande weg had dat weinig weghad van de dure resorts aan het water. Zonder opscheppen én zonder cynisme vertelde ze over het land, de mensen in het dorp, hoe er naar hen wordt gekeken, over corruptie van de politie, vrienden met aids, stelende personeelsleden, voetseldroppings tijdens de overstromingen en hoe haar Zuid-Afrikaanse wc door een Mozambikaanse loodgieter werd aangesloten op de warme kraan. Ondanks alle moeilijkheden zal Lieve nooit meer terugkeren naar België. En niet alleen omdat haar beide kinderen inmiddels zijn getrouwd met Mozambiquanen. België pást niet meer: het is te druk, te gestresst en mensen maken zich druk om rare dingen zoals de files. En volgens mij houdt ze stiekem toch wel heel veel van haar nieuwe vaderland&lt;br /&gt;Dat laatste zagen we overigens niet alleen bij Lieve. Een Nederlandse ontwikkelingswerkster in Nampula, een Duitse jongen van onze leeftijd op Ilha. En al die andere mensen die ooit min of meer per ongeluk naar Mozambique kwamen en er zijn blijven hangen: “Er ís iets met dit land… “&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Ilha&lt;br /&gt;&lt;/strong&gt;Ilha is een klein eiland voor de kust van Noord-Mozambique. Omdat we de bussen inmiddels hadden opgegeven – we wisten dat het van Beira naar boven alleen maar rotter zou worden – namen we het vliegtuig naar Nampula. Daarvandaan was het nog een paar uur proppen in chapa door prachtig landschap en over een lange brug naar Ilha do Moçambique, kortweg Ilha.&lt;br /&gt;Het was de perfecte afsluiting. Een koloniaal hotel met hoge plafonds, houten vloeren, hemelbedden, loungebanken en een Franse kok die met Mozambikaanse ingrediënten wonderen verrichte.&lt;br /&gt;Eindeloos slenteren over het noorden van het eiland vol met pastelkleurige oude gebouwen (de oudste Europese op het Afrikaanse continent) vaak in verregaande staat van ontbinding. Ilha is een UNESCO-monument en wordt langzaam opgeknapt, maar het is voorlopig nog bewoond, wat de sfeer allen maar ten goede komt. Het is stoffig en afgetakeld en rustig; het is als rondlopen in Havana centrum 30 jaar geleden: voor de restauraties, de winkels en de toeristen kwamen en de reguliere bevolking vertrok omdat het wonen niet meer mocht of onbetaalbaar werd.&lt;br /&gt;Er is een prachtig fort dat uitkijkt over de oceaan, wat kleine bootjes en de knaloranje ondergaande zon. Als de zon lager staat worden de kleuren warmer, de schaduwen langer en zijn de doorkijkjes door het hele stadje adembenemend. En het eiland lééft: op de trappen van oude gebouwen hangt de was van hele families te drogen, er is een druk gebruikt voetbalveldje vol rood zand en overal, echt overal zijn kinderen. Omdat het eiland zo klein en vol is moeten de bewoners op korte termijn van het eiland af exploderen, maar de kinderen maken zich daar niet druk om. Die zijn veel te druk met het nieuwsgierig achtervolgen van toeristen, het vragen om pennen (en gieren van het lachen als ik – uiteindelijk – maar pennen aan hèn ga vragen) en het stoer poseren voor foto’s. Om vervolgens heel teleurgesteld te kijken als ze op de achterkant van mijn analoge camera het resultaat niet konden zien. Sommige kinderen bleven wat langer plakken. Eentje kreeg op zijn kop van zijn oudere broertje omdat hij, in plaats van met toeristen te kletsen, op school moest zitten (ik schaamde me meer dan het spijbelende mannetje). Twee anderen onthielden mijn naam en bleven vervolgens tot aan de laatste dag zwaaien en &lt;em&gt;Anne-anne-anne&lt;/em&gt; roepen.&lt;br /&gt;Het zuiden van het eiland staat stampvol rieten hutten waar het dorpsleven in stadse samengeperste vorm doorgaat. Waterpompen, loslopende kippen en geiten, vrouwen met traditionele witte klei op het gezicht en oude en jonge vrouwen die samen mancala, een Afrikaans bordspel, spelen. “Wie wint er?”, vroeg ik nog. “Ik natuurlijk”, zei de oudste tandeloze vrouw in een &lt;em&gt;khanga &lt;/em&gt;zelfverzekerd zonder ook maar een moment op te kijken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mozambique. Bijna Braziliaans uitziende vrouwen met hoge hakken, blote topjes en heftig gesticuleer. Khangas en Jeballahs. Zouk-muziek. Oorlogsverhalen. Kerken en moskeeën. Stof, water en zon. Onmiskenbaar Afrikaans. Met een Latijns sausje.&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-601864040897429960?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/601864040897429960/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=601864040897429960' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/601864040897429960'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/601864040897429960'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2006/09/langs-de-en1-in-mozambique.html' title='Langs de EN1 in Mozambique'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rgz24QIlC9I/AAAAAAAAABU/9yzYUN7ihnc/s72-c/250px-Flag_of_Mozambique_svg.png' height='72' width='72'/><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113939555506850879</id><published>2005-10-17T11:40:00.000+02:00</published><updated>2007-04-19T16:26:32.718+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='dansen'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Suriname'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='food'/><title type='text'>Wandelen in Suriname</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/1/1e/Suriname_flag_large.png"&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;img style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; WIDTH: 200px; CURSOR: hand" alt="" src="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/1/1e/Suriname_flag_large.png" border="0" /&gt;&lt;/span&gt;&lt;/a&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Twee weken Suriname... "Waarom Suriname?", vroegen veel mensen.&lt;br /&gt;Natuurlijk zijn er de foto's van eindeloos regenwoud, er is roti en een zomercarnaval vol vrolijke, dansbare muziek. Maar meer dan dat alles was ik na verschillende jaren Latijns-Amerika wel eens benieuwd naar dat kleine stukje Hollands-Amerika. Hoe Latino zijn Surinamers? Of hoe Hollands?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Goud en grote auto's&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;De start was in Paramaribo, stad vol idioot Hollands aandoende gebouwen (van hout); winkels waar potten zuurkool en zakken zoute drop staan (naast flessen hot sauce en blikjes gifgroene "soft"); waar je Marco Borsato op de radio hoort (naast Surinaamse kaseko) en waar je namen tegenkomt als "Klein maar Fijn" (café) of "Blauwgrond"(wijk). Meer nog dan door zijn Hollandse tintjes valt Paramaribo op door de fantastische mix van culturen. In Nederland zijn Surinamers voor mij "gewoon" Surinamers, hier zijn het Hindostanen, Creolen, Javanen, Chinezen, Indianen, Bosnegers of een mengsel van één of meer van de voorgaande groepen, en iedere Surinamer lijkt ook te weten welk percentage bloed van het één of ander hij of zij door de aderen heeft lopen. Ranu, receptioniste in mijn eerste guesthouse in Paramaribo wist het in ieder geval precies: 75% Hindostaans, 25% Indiaans. Toen ik haar vroeg hoe dat nou in de praktijk mixt had ze een pragmatisch antwoord: best hoor, maar zelf trouwen met een creool is geen optie: Van een Hindostaanse jongen verwacht ze dezelfde spaarzaamheid en op de toekomst gerichte blik als zij van huis uit heeft meegekregen. En Creoolse jongens houden volgens haar vooral van "veel goud en grote auto's".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Het wedstrijdvogeltje&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Waar in ieder geval iedere Surinaamse man lijkt te houden zijn vogeltjes. Iedere zondagochtend verzamelen de mannen zich vroeg op het Onafhankelijkheidsplein. Het is geen gezicht die grote auto's met even grote speakers te zien staan, daar enorme kerels uit te zien komen met in hun handen minikooitjes met piepkleine vogeltjes. Met de vogeltjes worden wedstrijden gehouden. Het vogeltje dat in een bepaalde tijd het meeste geluid produceert wint voor zijn baas een behoorlijke som geld. Robby was de bootsman die mij in zijn boot overzette van het centrum van Paramaribo naar de voormalige plantage Meerzorg. Ook hij had een kooitje met vogeltje op zijn boot staan. Hij legde me uit dat je zo'n beestje eerst jarenlang moet trainen door middel van voorfluiten. Is het vogeltje getraind dan kun je er wel 1500 euro voor vragen, of er in wedstrijden veel geld mee verdienen. Robby was gepikeerd over het feit dat een verandering in de regelgeving ervoor zorgt dat hij zijn getrainde vogel tegenwoordig niet meer mee kan nemen in het vliegtuig naar Nederland (is dat handbagage?). Zijn vogeltje hing bij het oorverdovende geluid van de motor ondertussen nogal paniekerig ondersteboven in zijn kooitje. Hij zag er niet uit of hij graag naar Nederland wilde....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Wandelen, op de fiets&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Na enkele dagen Paramaribo was het tijd om de omgeving eens op een heel andere manier te verkennen: ik huurde een fiets en na de overtocht met Robby en zijn vogeltje stond ik, gewapend met drie bandenwippers, een slot en een pompje, klaar om de plantages te gaan verkennen. Vanuit de lucht had de omgeving van Paramaribo er bijna Hollands uit gezien: de oude plantages zijn aangelegd door Zeeuwse boeren, die blijkbaar hun meetlinten uit Nederland hadden meegenomen: naast de kronkelende Surinamerivier liggen nauwgezet rechthoekige lappen grond, met namen als "Dordtrecht" en "Rust en werk". Van de oude plantages is, afgezien van wat sluisjes en oude gebouwen, weinig meer over. Het uitzicht is er niet minder om: Kleine huisjes met veranda's tussen wuivend gras, mensen die gezamenlijk bouwen aan zuurstokkleurige moskeeën, bidvlaggetjes naast en Bollywoodmuziek uit de -klaarblijkelijk- Hindostaanse huizen en overal Chinese supermarktjes beschilderd met oer-Hollandse merken als Zwitsal en Douwe Egberts. De kinderen zwaaien, de volwassenen zijn openlijk verbaasd dat ik daar alleen fiets: "Waar is de rest?". Maar zij zijn niet de enigen die in verwarring zijn. Verschillende keren probeer ik mensen uit te leggen dat ik niet aan het wándelen ben: "Nee meneer, ik ben op de fiéts!". "Ja, ja....aan het wandelen, op de fiets", wordt er glimlachend volgehouden tot ik uiteindelijk mijn fout moet bekennen: in Suriname fiéts je niet, je wandelt; op de fiets!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Indianen en stokbrood&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Galibi ligt aan de oostgrens van Suriname, gescheiden van Frans-Guyana door de Marowijne-rivier. Het bestaat uit een aantal kleine woonkernen, bevolkt door indianen, slechts bereikbaar per boot. Ik vertrok 's ochtends vroeg uit Paramaribo en kwam na een hobbelende rit van drie uur, gekleurd door prachtige uitzichten vanaf de Surinamebrug over Paramaribo, mijn medereizigers die om 10 uur 's ochtends aan de nasi begonnen en hulpeloze flarden muziek vanuit een kapotte taperecorder, aan in het plaatsje Albina. Onmiddellijk wrongen zich tientallen Frans-roepende mannen het busje binnen die mij met de boot wilden overzetten naar St. Laurent du Maronie, een klein plaatsje aan de Frans-Guyanese kant van de Marowijne. Gelukkig ontfermde de enorme chauffeur van het busje zich even over me: hij dirigeerde iedereen met veel misbaar het busje uit en reed me een stukje verder langs de waterkant, op zoek naar een boot die me naar Galibi kon brengen. In plaats van een boot vonden we 3 mannen die in de schaduw van een oude bus (waarin nu een Chinese supermarkt was gevestigd) een djogo (literfles) Parbo-bier soldaat zaten te maken. Omdat mijn chauffeur er echt vandoor moest ging ik er maar bij zitten, ondanks hun weinig bemoedigende schouderophalen toen ik naar de boot vroeg. Op het moment dat ik het hele Galibi-avontuur begon te heroverwegen en ik bedacht misschien toch maar de boot te nemen naar St. Laurent, verschenen er ineens twee kortgebroekte, zeer witte dames van middelbare leeftijd: Bakra's! (Nederlanders!); een georganiseerde reis, die diezelfde middag nog per geregelde boot zou vertrekken naar Galibi. Na een beetje kletsen met de Surinaamse gids mocht ik mee, en na een boottochtje vol joelende 60ers werd ik afgezet in Christianskondre, één van Galibi's woonkernen. Gids Terence stelde me voor aan zijn oom, Meneer Vincent, een dikbuikige Indiaan die de godganse dag in zijn onderbroek door het dorp slenterde. Meneer Vincent had een guesthouse (een houten hut tussen de bomen, met uitzicht op de rivier) en mijn aankomst veroorzaakte een aanval van grote schoonmaakwoede bij hem: mijn hut werd geveegd, de badkamer geschrobt en de gigantische koelkast moest verplaatst, om vervolgens gedurende mijn gehele verblijf in Galibi hopeloos klem te staan voor de ingang van mijn hut. Het maakte allemaal niet uit: er was een beeldschoon strand met palmen en visserbootjes, warm water in de rivier en naarmate de dag vorderde steeds hogere golven om heerlijk in te zwemmen. Overdag wandelde ik door het dorpje en kletste ik met Suzy, een 10-jarig Surinaams meisje op familiebezoek. 's Avonds las ik mijn boek of praatte ik onder het geraas van de generator met meneer Vincent over het dorp en zijn stichting die er een community-radio had opgezet. De laatste dag nam hij me mee om het project te bekijken: een ruimte van nauwelijks 8 vierkante meter, waar muziek-, culturele en voorlichtingsprogramma's worden gemaakt in de lokale taal, voor zo'n 2000 indianen uit de omgeving. Voor ik terugging naar Paramaribo maakte ik nog een kleine uitstap naar Frans-Guyana, waar de straten de naam dragen van president de Gaulle, waar keurig opgepoetste kinderen met gloednieuwe rugzakken onderweg zijn naar school en waar ik natuurlijk een "asiette de fromages" met stokbrood moest eten in een bistro met authentiek-arrogante Franse bediening.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Eten, natuurlijk&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Als er één terrein is waarop ik heb kunnen genieten van de Surinaamse mix is het wel het eten. Misschien afgezien van Argentijnse biefstukken, Braziliaanse moqueque en kreeft in Nicaragua heb ik zelden zo genoten van eten in Latijns-Amerika als juist in Suriname. Iedere etnische groep heeft zo z'n eigen gerechten en het totaal is goed voor een enorme variatie aan heerlijkheden. Aan de waterkant, een groepje kleine eettentjes aan de (het woord zegt het al) waterkant kun je heerlijke garnalen- of rundersaté eten, met een overvloedige hoeveelheid kousenband en een knalroze kokosdrankje. De atmosfeer van groepjes oude mannetjes die elkaar sterke verhalen vertellen krijg je er gratis bij. Javaans eten kun je ook fantastisch in Blauwgrond, waar grote villa's en piepkleine warungs elkaar afwisselen. Dan is er natuurlijk de creools-Surinaamse keuken, met pom, cassave en bakkeljauw. En de Hindostanen die hun bijdrage leveren met roti, die je natuurlijk eet bij Roopram. De zaak doet qua interieur aan als een McDonalds, als je even niet let op de grote handenwasbak achterin. Want roti, dat eet je nu eenmaal met je handen!En voor de groepen Nederlanders die het allemaal niet meer aankunnen, de exotische vruchten en de hete nasi, kun je in het uitgaansdeel van Paramaribo (bevolkt door Nederlandse expats en stagiaires) ook terecht voor een Hollands karbonaadje of de obligate bitterbal. Omdat mijn eerste guesthouse vol was bij terugkomst in Paramaribo, vond ik een ander waar ik een kamer had direct naast de keuken van het bijbehorende eethuisje. Het zorgde voor veel gezelligheid met het personeel. Na het eten zat ik 's avonds vaak uren te praten met het Javaanse echtpaar dat de tent runde. Zij hadden 25 jaar in Rotterdam gewoond en waren pas sinds 1,5 jaar weer terug in Suriname, waardoor ze een unieke en humoristische kijk hadden op hun land. Ondertussen kon ik genieten van de grappen in de keuken en de op hol geslagen hormonen van de bedienende jongens als er weer eens een groepje Nederlandse stagiaires plaatsnam in het restaurant. En na ieder uitstapje was het weer leuk terugkomen, omdat iedereen wilde weten hoe het was en wat ik nu weer had meegemaakt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Adoptie, bolletjes en olie&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;De familie van Ranu, mijn receptioniste uit Paramaribo, komt uit Nieuw-Nickerie, een plaatsje dat mij door verschillende mensen was beschreven als het saaiste plaatsje van Suriname, met vooral veel muggen. Mij maakte het niet zoveel uit. Zoals zo vaak op reis vond ik het wel leuk om een soort adoptiefamilie te vinden. Ranu regelde dat ik kon logeren in het huis van haar oma, een prachtig houten huis met een enorme veranda, waar de hele dag kinderen en kleinkinderen binnenvielen die rond het middaguur collectief op matrasjes en in hangmatten de hitte wegsliepen. Hoewel Ranu haar familie telefonisch had ingelicht dat ik een meisje ben "dat best makkelijk zelf dingen onderneemt" nam Kishan, haar oom, me overal mee naar toe. Op zaterdag gingen we naar de Zeedijk van Nickerie, een Hollands aandoende dijk (niet zo vreemd, want gemaakt door Hollandse ingenieurs) die on-Hollands zicht biedt op Guyana, rijstvelden, palmbomen en een grote Hindoestaanse tempel met overal bidvlaggen. Er was een feest dat zo'n tweeëneenhalf uur te laat begon, tot grote ergernis van Kishan. Ik vermaakte me wel, met het kijken naar de mensen. Zelden zag ik zoveel goud, glittertopjes en synthetische overhemden bijeen! Toen de band eindelijk begon kon ik me verbazen om iets dat Surinamers in ieder geval meer Nederlands dan Latino maakt: Er werd niét gedanst! Mensen bleven eerbiedig 20 meter van het podium staan, stokstijf, zonder ook maar één heup te bewegen. Pas toen een paar kinderen het voorbeeld gaven (en in alle eerlijkheid: dat zag er verre van Nederlands uit!) en de band in opperste wanhoop CD's begon te beloven aan mensen die een dansje zouden wagen kwam er wat volk los. De volgende dag belde Kishan me op: de hele familie ging naar de dierentuin en hij wilde weten of ik ook mee wilde. Enkele uren later zaten we daarom in de auto met Kishan, zijn vrouw, twee van zijn kinderen, een neefje, een nichtje, oma en ik. De dierentuin was piepklein, vol met lokale dieren en verder niet heel bijzonder, maar met kinderen naar de dierentuin is leuk in álle landen. Rijdend door Nickerie en omgeving wees Kishan me op een aantal prachtige villa's in aanbouw. "Bolletjes", merkte hij droogjes op. Ergens had ik gelezen dat op iedere dagelijkse vlucht van Paramaribo naar Amsterdam een geschatte hoeveelheid van 25-30 slikkers zitten. Kishan beweerde dat het er meer waren, sommigen bekend bij hem. De pakkans is groot (om van het risico op een geknapt bolletje maar niet te spreken), maar áls je het redt wacht thuis in Suriname een leven dat een stuk beter is dan toen je er wegging. Voor mensen waarvoor iedere dag een gevecht is om te overleven is het dilemma duidelijk. In ieder geval wordt er voldoende gedaan om potentiële slikkers te ontmoedigen en iedereen die het tóch in zijn hoofd haalt de stuipen op het lijf te jagen. De check-in op Zanderij voor de terugkeer naar Nederland begint drie uur van tevoren en behelst een gesprek met een chagrijnige douanier, een uitgebreide fouillering (in een kamertje dat dreigend "visitatie" heet), het compleet uitpakken van je handbagage (wat een klus op zich is met Surinaamse dames die vertrekken met voor de hele vakantie genoeg tupperware gevuld met maaltijden van thuis), het fotokopiëren van je paspoort en het scannen van alles dat los en vast zit. Aankomst op Schiphol is zo mogelijk nog intimiderender, omdat bij het verlaten van het vliegtuig de honden al in de slurf staan te wachten. Mijn verbazing (en verontwaardiging) groeide met de "persoonlijke gesprekken" met de douane, die bij mij gingen over mijn vakantie in Cuba (hij zag het stempel in mijn pas) terwijl mijn bejaarde (Surinaamse) buurvrouw werd ondervraagd over het salaris en de baan van haar dochter, die haar ticket had betaald. Ik snap dat de douane ook maar haar werk doet.... maar iéts klopt hier niet.&lt;br /&gt;Naast de bolletjes was er ander groot nieuws tijdens mijn verblijf in Suriname. Nauwelijks een week voor mijn aankomst waren de prijzen van de olie zodanig verhoogd dat de kranten, taxi- en buschauffeurs het over vrijwel niets anders hadden. Minder auto's op de weg, duurder brood en hogere prijzen voor toeristen waren de eerste opvallende dingen. In eerste instantie had ik niet erg door wat er aan de hand was tot ik in de bus naar Nickerie het prijsverschil tussen vóór en na zag: een ritje dat de week ervoor nog 8,75 Surinaamse dollar kostte, was nu 13,10! En als je dat niet voor je lol, maar voor werk of familie moet betalen is dat een enorm verschil. De krant verhaalde over compensaties ("maar van welk geld?", vroegen mensen zich openlijk af), stakende leraren en rijstboeren en de grote vraag of na de zomervakantie (eind september) de scholen wel weer zouden kunnen beginnen. Nog afgezien van stakende leraren hebben deze namelijk te maken met leerlingen uit grote gezinnen, die soms van ver moeten komen..... en hoe moet dat betaald worden?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Naar het bos&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Als ik ooit één understatement heb gehoord is het wel de aanduiding die Surinamers gebruiken voor de onmetelijke, ondoordringbare groene jungle die hun achtertuin vormt: "Het bos".... "Ben je al naar het bos geweest?"Natuurlijk ging ik! Jaw Jaw is een dorp van boscreolen (afstammelingen van de ontsnapte slaven), zo'n 4,5 uur rijden over een oncomfortabele weg en een dik uur varen vanaf Paramaribo. Naast het feit dat de weg ongeplaveid was, bestond de grond uit een knalrood-oranje stoflaag die de omgeving een aanzien gaf van oude foto's en mij en mijn medereizigers nog dagenlang rode oor- en neusgaten bezorgde. Het dorp maakte echter alles goed: het lag op een hoge heuvel, die uitzicht bood oven een prachtige stroomversnelling en we verbleven in kleine hutjes met bedden, klamboe en 's avonds licht tot de generator werd uitgezet. 's Ochtends stond ik vroeg op om te kijken naar het gemeenschapsleven in de stroomversnelling: de vrouwen die er hun was deden, de mannen die hun boot aan de praat probeerden te krijgen en de jonge jongetjes die er zwommen en die met hun gespierde, natte, donkere lijfjes en hun trots-stoere houding beeldschoon fotomateriaal waren (ware het niet dat de gemeenschap in het algemeen niét op de foto wilde). We zwommen in de stroomversnelling, met de jungle op de achtergrond en voeren met de korjaal (smalle, ondiepe boot) over de rivier naar andere dorpjes in de omgeving. En we wonnen langzaamaan het vertrouwen van de kinderen, die stiekem achter hun hutje tóch wel op de foto wilden. De laatste avond werd er muziek gemaakt door een groep jongens uit het dorp en dansten we tot we erbij neervielen; met blote voeten in het zand, onder duizenden sterren met tussen het getrommel door het geluid van bronstige brulkikkers. Een prachtig besluit van de reis....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En zijn het nou Latino's? Nee. Zijn het Hollanders? Al helemaal niet. Misschien is het eerder India. Of Indonesië. Of wellicht toch Afrika? Ik ben er nog niet uit....&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113939555506850879?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113939555506850879/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113939555506850879' title='1 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113939555506850879'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113939555506850879'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2005/10/wandelen-in-suriname.html' title='Wandelen in Suriname'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>1</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113941658623816007</id><published>2005-05-28T17:29:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:13:15.379+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='dansen'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Cuba'/><title type='text'>No es fácil (3) - Cuba</title><content type='html'>&lt;a href="http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-z6qpSmCI/AAAAAAAAAAU/b6Nusqe1dJw/s1600-h/fl_cuba.gif"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5043947928139503650" style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; CURSOR: hand" alt="" src="http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-z6qpSmCI/AAAAAAAAAAU/b6Nusqe1dJw/s200/fl_cuba.gif" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/6/6f/Cuba_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Het gaat allemaal veel te snel! Nog drie dagen en dan sta ik alweer op Schiphol en er valt nog zoveel te zien, te ontdekken en te schrijven. Dat schrijven zal ik jullie niet allemaal in één keer aandoen, waarschijnlijk laat ik nog wel weer een keer van me horen als ik weer terug ben en alles een beetje is bezonken. Voor nu: eerst een verhaaltje over Oriente, het Oostelijk deel van Cuba, waar het nog warmer is, de mannen nog warmbloediger (in elk geval laten ze nog meer van zich horen op straat) en waar de mensen nog onverstaanbaarder praten. En bovenal het deel van het land waar zich Cuba's tweede stad bevindt: Santiago de Cuba!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Mi Gran Hermano&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Laat ik het maar gelijk zeggen: ik ben veliefd op Santiago! Op de heuvels, op de doorkijkjes door smalle steegjes, op de stijle trappen, op de zee en de bergen erachter, maar vooral op de Rumba's (feesten a lo Cubano) die de hele nacht kunnen duren. Het is veel minder een stadse stad dan je zou verwachten. Zoals in zoveel kleinere plaatsen in Cuba kent iedereen elkaar of blijkt iedereen op de één of andere manier familie van elkaar. Ook ik blijk in Santiago familie te hebben. Altijd gedacht dat ik enig kind was?! Niet dus! Mijn Cubaanse broer heet Alexis, runt een Casa in Santiago (waar ik verbleef dus) en is een enorme neger (zowel in de lengte als in de rondte) die veel grote gouden kettingen en hawaihemden draagt en die om de kleinste dingen in een onbedaarlijk aanstekelijk gegiebel uitbarst. In Santiago regelde hij CDs en sigaren, riep mannen met foute bedoelingen tot de orde (die niet wisten hoe snel ze hun excuses moesten aanbieden als ze mijn enorme lijfwacht zagen!) en belde me iedere dag in de plaats van mijn volgend bezoek, Baracoa, om even te weten hoe het was. Hij nam me een dag mee naar búiten de stad "a lo Cubano" (op z'n Cubaans: in stikvolle bussen en open vrachtwagens) om de basiliek van El Cobre te zien, waar de Virgen de la Claridad huist, door Johannes Paulus II zelf ingezegend als de beschermheilige van Cuba. Overal lagen briefjes en bedankjes in de vorm van babykleertjes, schooldiploma's, Olympische medailles en zelfs iets dat leek op een vlot (waarschijlijk is Florida bereikt!). Daarna aten we vis op Cayo Granma, een allercaraïbist eilandje, met veranda's en spelende kinderen in schooluniform en praatten we over politiek en de toekomst. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;El Coro Madrigalista&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Ook in Santiago, in het Carnavalsmuseum (Santiago heeft na Brazilië het beroemdste en volgens mensen hier natuurlijk het beste carnaval ter wereld) ontmoette ik Roberto. Roberto zingt en danst bij de groep die optreedt in het museum, maar hij mocht die dag niet meedoen. Hij had straf, omdat hij een dag naar het strand was geweest in plaats van op te treden. Hij nodigde me uit (of in eerste instantie was het misschien eerder: hij dáágde me uit) om een avond te gaan dansen in "El Coro Madrigalista" (ja, dat moest ik ook even opschrijven!). Dit gebeurde natuurlijk niet voordat Alexis Roberto op voorhand uitgebeid had gewaarschuwd, maar toen kon er toch echt gedanst worden.El Coro bleek een fantastische tent met Cubanen tussen de 16 en 96 die voor vijf peso entree (ik betaalde een dollar) op rijen stoeltjes zaten en een geweldige band van bejaarden, waarvan er één met gigantische jampotglazen. Iedereen danste met iedereen. Ik met Roberto, Roberto met zijn zus en ik met een een hoogbejaarde man die compleet uit zijn dak ging en die mij, toen een nummer onverhoopt niet werd afgemaakt, stevig om mijn middel vast hield in afwachting van een romantische bolero, tot Roberto me gekscherend kwam ontzetten. Op de dansvloer hadden Roberto en ik wel een "klik" en dat viel meer mensen op! Al na de eerste avond maakten verschillende mensen op straat wilde dansgebaren en opgestoken duimen als ze me zagen en na een aantal lessen in de woonkamer van Roberto's nicht viel een Nederlands reisgezelschap bijna om van verbazing toen ik ze na afloop van een dans in El Coro aansprak..."je bent Néderlands?!"... Toch leuk! Maar meer nog dan het dansen op zichzelf was het het hele sfeertje dat me deed genieten: een tandeloze, broodmagere dame een een verhaal begint over hoezeer ze haar kersverse geliefde mist; de bijna blinde "spreekstalmeester" (presentator) in El Coro die me komt vragen waar ik vandaan kom, zodat hij tussen twee nummers door officieel in de microfoon kan aankondigen dat er die dag "een vriendin uit Nederland in ons midden is"; een hele zaal vol mensen die spontaan in gezang uitbarst als er een bekend en geliefd nummer voorbij komt en als de tent sluit gaan we met Roberto's zus Leidis, diens man Tony (die ook de ober in El Coro is) en een onduidelijke tante eten in een peso-restaurant, om daarna gezamelijk op het centrale plein onder veel gezang, onderling geplaag en grappen, de laatste rum soldaat te maken. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Anne el jinetero&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Dat gezelschap van Nederlanders in El Coro sprak ik overigens niet zomaar aan: ik had een missie! In vrijwel iedere grote stad in Cuba, maar Santiago net ietsje meer dan de rest, wordt je op straat aangesproken door Jineteros: jongens die je ergens mee kunnen helpen, iets kunnen regelen, of ergens nog wel een vriendje hebben dat... Soms gaat het zo subtiel dat je het nauwelijks doorhebt, maar je kunt er vanuit gaan dat de rekening van je Casa, of de prijs van de sigaren die je kocht, aanmerkelijk omhoog is gegaan, zodat degene die jouw deze "service" heeft verleent ook een graantje meepikt. Nu is mijn banksaldo deze reis nou ook weer niet zodanig afgenomen dat ik me ook in deze business moet begeven, maar tussen een groep van 20 Nederlanders moet je toch een klant kunnen regelen voor de danslessen van Roberto en Leidis? Niet dus, ik kan er niets van... Ondanks mijn subtiel (en iets minder subtiel) gepraat en gehint vertrokken de Nederlanders de volgende dag naar het zuiden, zónder danslessen. Jineteros zijn de mannen, maar er zijn ook jineteras. Meisjes die zich, voor een paar drankjes, toegang tot een disco, wat kleren of de andere fijne dingen van het leven (waar je zonder dollars in Cuba maar lastig aankomt) aan de arm van een buitenlander begeven. Cuba is geen Thailand, maar je merkt dat veel mannen speciaal voor deze speciale vorm van toerisme deze kant op komen. In Santiago zag ik twee afgrijselijke Duitsers op leeftijd, met ieder een bloedmooie Cubaanse aan de arm die hun dochter had kunnen zijn. Ze gedroegen zich lomp tegen de meisjes en de serveerster en ik kreeg zin om een glas limonade in hun uitpuilende shirt te mikken. Natuurlijk is niet iedereen zo: elders ontmoette ik een Italiaans-Cubaans stelletje waar ook meer dan dertig jaar leeftijdsverschil tussen zat. Hij behandelde haar als een prinsesje en wilde haar het liefst gelijk meenemen naar Turijn. Maar toch vraag je je af (ook al heb je dat recht niet) waar liefde ophoudt en "icky" begint. Volgens Fidel bestaat er geen prostitutie in Cuba. De Cubanen zelf zijn over dit onderwerp nog minder geneigd te praten dan over andere sociale onderwerpen. La Rumba de la calleOp één van mijn laatste dagen in Santiago nam Roberto me meer naar een Rumba de la calle: een Afro-Cubaans percussiespectakel, dat georganiseerd begint en dan spontaan en tot in de kleine uurtjes uit de hand loopt. De Rumba vond plaats in een redelijke achterafbuurt van Santiago, waar mensen van wijken verweg en dichtbij naartoe kwamen. Toen we aankwamen gebeurde er nog niet veel en stond er slechts een man (de "baas" van de Rumba) op een nogal gevaarlijke manier grote gloeilampen en geluidsapperatuur vast te knopen aan iets dat leek op loshangende electriciteitsdraden. Aan een huis hing alleen een bordje met "Sociaal Project - wijknummer zoveel "Rumba de la calle". Het geheel begon vrij bescheiden met een paar jongens die allerlei percussieinstrumenten bespeelden, maar het werd drukker en drukker, mensen zaten op de stoep, in portieken, op dakterrassen en in de dakgoot, verkochten zelfgemaakte koude pasta (erg vies) en de flessen rum gingen van hand tot hand (had ik al gezegd dat Cubanen ont-zet-tend veel drinken?). Roberto kende de mensen die in het huis tegenover de Rumba woonden en die bleven maar rum aanbieden (en in een huis zonder stromend water is daar makkelijker aan te komen dan aan water!). Ook ik kocht een paar flessen (á -weinig-) om uit te delen, vooral ook omdat het meisje van het huis waar we verbleven jarig bleek. We kregen enorme stukken vet varkensvlees om zo te eten en ik danste met de mooiste man tot nu toe: een jongetje met enorme ogen van een jaar of 4. Roberto zong en speelde met de band, die elkaar afwisselden op de verschillende instrumenten en die uit het hoofd nummers inproviseerden. Eén ervan werd opgedragen aan mij, wat me een enorm rood hoofd bezorgde, omdat door het karakter van een Rumba (voorzang en nazang) dan ineens een hele straat jouw naam staat te zingen! In het huis van de vrienden kwamen steeds meer mensen binnen. We hebben zelfs nog gedanst in de piepkleine woonkamer (oma met kleinzoon op schoot, opa met enorme buik zonder shirt en de dansleraar van de dansleraar van Roberto (van mijn dansleraar dus, kan je nagaan hoe oud die man was!) die zich aan me kwam voorstellen. Op het hoogtepunt van de Rumba stond iedereen buiten en ging er een heel stel mensen dansen in een speelse wedstrijd van tegen elkaar opbieden van dans en percussie. Ongelooflijk hoe deze mensen hun lichaam beheersen!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Binnen, midden in een salsanummer, viel ineens de stroom uit. Het was bepaald niet de eerste (noch de laatste) keer: aangekondigde of onaangekondigde "apagos" zijn een deel van de relatiteit in Cuba. Maar in zo'n buitenwijk is het dan ineens wel STIKKEdonker! Geluid en licht van de Rumba was ook weg natuurlijk, maar het trommelen en drinken ging vrolijk door bij het licht van een geparkeerde maquina (taxi). Natuurlijk hoorde je door de hele wijk mensen hard roepen en fluiten, vooral toen na een half uurtje alles weer terugkwam. Voor mij was het tijd om naar huis te gaan...&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;La despedida&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De laatste dag in Santiago stond in het teken van afscheidnemen van de mensen daar. Ik at in het huis van Roberto, met Tony, Leidis, hun drie zussen en hun neefje in een wijk die kilometers uit het centrum van Santiago ligt. De huizen zijn duidelijk minder dan in het centrum, maar geen vergelijk met sloppenwijken in andere delen van Latijns Amerika. Bovendien betalen mensen hier maandelijks een huur van 9 pesos (30 dollarcent) per maand. Toch bleek eens te meer hoezeer deze mensen moeten "uitvinden" om het hoofd boven water te houden en er steeds weer presentabel uit te zien. Toen we het huis verlieten stond de hele familie op het balkon om me uit te zwaaien. Roberto en ik gingen terug naar het centrum om met Alexis de hele nacht op diens dakterras te zitten, in het gezelfschap van een grote fles rum en Yomayra, de vrouw van Alexis. We hielden niet op met praten tot beide heren op hun stoel in slaap waren gevallen en Yomayra en ik grappen maakten over "Het sterke geslacht". Wat een heerlijke mensen en wat zal ik ze missen!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Op het moment zit ik in Holguín, vanwaar ik morgen de nachttrein neem naar La Habana. Inmiddels heb ik ook een stop gemaakt voor een beetje natuur, in Baracoa, waar ik weer fantastische mensen heb ontmoet... maar daarover in de volgende mail [is er helaas noout meer van gekomen!]...Tot in Nederland!&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113941658623816007?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113941658623816007/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113941658623816007' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113941658623816007'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113941658623816007'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2005/05/no-es-fcil-3-cuba.html' title='No es fácil (3) - Cuba'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://2.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-z6qpSmCI/AAAAAAAAAAU/b6Nusqe1dJw/s72-c/fl_cuba.gif' height='72' width='72'/><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113941617743653736</id><published>2005-05-16T17:23:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:22:23.999+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='dansen'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Cuba'/><title type='text'>No es fácil (2) - Cuba</title><content type='html'>&lt;a href="http://3.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-0L6pSmDI/AAAAAAAAAAc/QtzfC7gZ5kg/s1600-h/fl_cuba.gif"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5043948224492247090" style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; CURSOR: hand" alt="" src="http://3.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-0L6pSmDI/AAAAAAAAAAc/QtzfC7gZ5kg/s200/fl_cuba.gif" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/6/6f/Cuba_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Het heeft even geduurd, maar ik ben er weer. Deze keer vanuit Santiago de Cuba, helemaal aan de oostkust van Cuba. Ik heb zoveel te vertellen dat dit vast weer een hele lange mail wordt, dus ga er maar goed voor zitten... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;La serenata de Maximo&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De laatste keer was ik gebleven in Trinidad, een beeldschoon stadje met een UNESCO-erfgoed-centrum. En het was HEET. Ik weet dat ik daar niet over mag klagen, ik heb jullie weerbericht gezien (hahaha...sorry!), maar het was geen weer om rond te lopen. De Casa particular waar we logeerden was geweldig: een enorm koloniaal huis dat -met meubels en al- na de revolutie ongetwijfeld is geconfisceerd en gegeven aan een familie die je, laten we het zo maar zeggen, normaal gesproken niet ziet in zo'n soort huis. Onze kamer was te mooi om waar te zijn: knalgele glimmende spreien, overal roze kunstbloemen, een tegelvloer met bloemen, roze vertilatoren, behang met chinese geishas en een wandkast vol roze flamego's. Het deed pijn aan je ogen. Daarnaast was de boel enigsinds in verval geraakt, wat onder meer betekende dat je, als je de wc doortrok, geen water meer in de douche had. Maar daar ging het natuurlijk allemaal niet om. Als er een reden is om naar Cuba te komen (naast het geschifte politieke systeem natuurlijk) is het de muziek. En in Trinidad vind je muziek op iedere straathoek. Dat mag je letterlijk nemen. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Op een bankje in het park kwamen Floortje en ik Maximo tegen, een muzikant op leeftijd die direct begon ons verhalen uit zijn jeugd te vertellen. Hij had een fotoboekje met foto's met toeristen van over de hele wereld en zijn zoon op twee-jarige leeftijd met een gitaar en voor we het wisten speelde hij een nummer voor ons over de stad Trinidad, op zijn gitaar uit de jaren 40. (Een stel toeristen hebben hem een nieuwe gitaar cadeau gedaan, maar die wordt alleen in het weekend bespeeld; hij is tezeer gehecht aan deze, die kale plekken op de klankkast heeft van het vele "drummen"). 's Avonds gingen we naar de Trova, om hem weer te zien. De Trova is zo'n plek die jarenlange tradities van Cubaanse "toubadours" mixt met bussenvol mensen uit all-inclusive hotels. Maximo vertelde over zijn eigen quintet, waarvan hij alleen nog rest, aangezien er reeds drie zijn overleden en de vierde "te triest" is om nog te spelen. We dronken mojitos en hij nam ons mee naar de gang waar foto's hangen van generaties Cubaanse muzikanten: vrienden van hem, nog in leven, overleden of vertrokken naar het buitenland (voor de muziek en/of de liefde) en daar hing hij zelf, met groep en een volle bos haar. Alle namen en data zaten nog gegraveerd in zijn hoofd. Hij begon zinnen met "Op 29 september 1963..." terwijl ik soms mijn best moet doen om te bedenken wat ik vorige week ook alweer deed....Na een klein uurtje nam hij ons mee naar buiten (Je zag de jonge mannen bij de ingang van de Trova denken: Twee Europese meiden, hoe doet die ouwe dat?!) om ons in te wijden in de traditie van de serenade. Gezeten op de stoep van de staatsslager (die volgens Maximo zijn overige tijd vult met het verkopen en nuttigen van drank) kregen Floortje en ik onze eerste (en gezien de Hollandse mannen waarschijnlijk de laatste) serenade. Het hele gebeuren was onwerkelijk mooi: die man met zijn oude gitaar en een stem waarin generatie na generatie Cubaanse traditie weerklinkt; die je na al zijn verhalen over de alfabetiseringscampagne, plattelandsfeesten en zijn grootvader, ineens weer ziet als een jongeman, puur doordat hij staat te spelen; op de achtergrond de gekleurde huizen van Trinidad, met daarboven een enorme sterrenhemel en zo nu en dan passerende mensen die een bekende strofe meezongen... Ongelooflijk!Bij terugkeer in de Trova signeerde Maximo zijn CD voor ons, met de langzame halen van iemand die pas op latere leeftijd heeft leren schrijven. Daarna was het weer tijd om van de muziek van zijn jongere collega's te genieten. En te dansen! Want toen ik hem eenmaal had gevraagd was hij niet meer te houden: vrijwel ieder nummer werd ik weer de dansvloer op getrokken, met als hoogtepunt een snel nummer waarbij hij een kreetje van plezier slaakte, opsprong en mij alle kanten van de lege dansvloer liet zien, gefotografeerd door twee toerbussen vol mensen met oranje hotelbandjes. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Op zondagochtend vertrok Floortje terug naar Havana (en El Salvador). Die laatste avond ben ik nog even naar de Trova gegaan om afscheid te nemen van Maximo. Erg leuk, want nu kreeg ik ook de kans zijn zoon te ontmoeten, die tweede stem zingt op de CD en die hevig gegeneerd ging doen, toen ik enthousiast riep dat ik hem met zijn twee jaar op de foto had gezien. Aan het eind van de avond liep Maximo, zoals iedere avond naar huis: een silouet om niet te vergeten: beetje krom, gitaar in tas op zijn rug, strooien hoedje en een met plastic tassen bekleed strooien mandje met zijn sambaballen, CDs en fotoboekje. Wat een man....&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Los campesinos&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De laatste dag in Trinidad ben ik gaan paardrijden door de Valle de los Ingenios. Een prachtig gebied dat Trinidad omringt, vol bananen, guave, tabak en mango's. Ik werd begeleid door Liuw, een echte jongen van het land, die bij de eerste de beste mangoboom ongeveer drie kilo mango's voor me uit de boom knikkerde en die nogal teleurgesteld keek toen ik die niet allemaal ging opeten. We stopten in een rivier om de paarden te laten drinken, iets dat waarschijnlijk het meest relaxte gevoel is dat je kunt hebben: totale stilte, overal vogels in het water en dat paard onder je dat staat uit te rusten. En tenslotte brachten we een bezoek aan een stel vrienden van Liuw, die in een klein huis met een veranda op een groot stuk land woorden. Door en rond het huis renden 3 honden, een kat en een stel kippen en er was ook een paard dat de hele tijd wegliep omdat niemand de moeite nam om het hek dicht te doen. De rum ging open (van die goedkope peso-rum die al je ingewanden wegbrandt), de kaarttrucks kwamen boven tafel en de muziek ging aan op een prehistorische cassetterecorder die nogal onvast klonk, maar waarbij je nog best kon dansen. De oude man op de veranda (gelooide kop en strooien hoed) werd steeds meer beschonken en hield maar niet op me te vertellen dat mijn handen veel te fijn waren om werk te verrichten, tot hij tenslotte ronkend op zijn stoel in slaap viel. Voor Liuw en mij was het tijd om terug te rijden naar de stad, maar niet voor ik had beloofd de volgende keer in Cuba toch vooral bij hen te logeren. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Vanaf Trinidad was het mijn bedoeling naar Ciego de Avila te gaan, een stadje waar werkelijk niets gebeurt (volgens de Lonely Planet dan). Leek me wel leuk, voor de afwisseling. Helaas bleek de bus stuk en na 5 uur lang koekjes eten en grapjes maken met de jongen van het busstation bleek deze helemaal niet meer te komen. Uiteindelijk daarom terecht gekomen in een ander stadje waar niets gebeurt: Santi Spiritus: een plein vol oude mannen met krantjes, een brug en een stoffig museum, meer was het eigenlijk niet. Ik had er ook de grootste kamer tot nu toe: een enorme slaapkamer, een eigen eetkamer, badkamer en zitkamer en drie balkons. Het geheel was 4x zo groot als mijn huis thuis. Na Santi Spiritus heb ik een paar dagen doorgebracht in Camaguay, een leuk koloniaal stadje waar ik continu de weg kwijt was omdat ze hier een uitzondering maakten op de voor mij zo makkelijke bouwstijl: normaal lukt het mij met de overzichtelijke stadsblokken nog wel om mijn weg te vinden, maar Camaguay bleek een verwarrende combinatie van kromme straatjes, slingerende wegen en heel veel leuke pleintjes. Ik ontmoette er Graciela, een journaliste met weinig werk (als je niet wilt schrijven wat de staat wil...) die me uitnodigde voor het eten en waar ik een kleine blik kreeg in het leven van iemand die rond moet komen van een peso-inkomen. Veel Cubanen hebben inmiddels op de een op andere manier wel toegang tot CUCs (het geld waarmee toeristen moeten betalen), maar voor hen die dat niet hebben valt het niet mee rond te komen. Gelukkig was er zeep en tandpasta uit Nederland en kreeg ik als dank een doosje bonen mee "zodat je moeder nog een Cubaanse maaltijd voor je kan koken" (Daar ga je, mam!). &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Del Estado&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;De vorige keer vertelde ik al het een en ander over de staatswinkels. Het blijft iets om me over te verbazen. In de eerste plaats is het met de service natuurlijk niet best gesteld. Nog afgezien van 5 uur wachten op een bus die niet komt is het loskrijgen van informatie van iemand achter een loket hier een hele uitdaging: gemiddeld ontmoet je een verveelde blik, iemand die "het even moet navragen" (die eigenlijk ALLES moet navragen, blijkt eigenlijk), een duidelijke "Nee", of een zucht van berusting. De staatswinkels met hun bizarre assortiment (wat er voor zorgt dat ik tot nu toe in iedere casa exact dezelfde placemats en kunstbloemen heb gezien!), waar een chagerijnige juffrouw met 1 vinger eindeloos boven de toetsen staat terwijl haar collega doelloos door de winkel zwerft en een andere verveeld op een stapel mandjes haar nagels bestudeerd. Of de staatsrestaurants waar obers in rook opgaan als je ze een vraag stelt, waar de helft van de kaart er sowieso niet is en waar op de rekening geregeld mysterieuze niet-gekregen gerechten opduiken. In een restaurant in Trinidad vond ik een nietje (!) in mijn garnalen. Het leek me wel een leuk experiment om te kijken hoe de ober hier mee om zou gaan. De reactie: "Gevaarlijk he?" Om toch een beetje service te krijgen helpt maar een ding: flirten met de bediening! Je krijgt nog steeds eerder een vette knipoog dan je wijn, maar die houd je dan toch in ieder geval warm tot de eerste gang komt.... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Het systeem waar ik nog steeds geen chocola van kan maken is het openbaar vervoer. Een grote verscheidenheid aan vormen van transport waar je als toerist wel, of juist geen gebruik van kan maken. Zo zijn er Camellos (voormalige vrachtwagens omgebouwd tot bus, met twee bulten): heel groot, heel vol, heel goedkoop en toegankelijk voor toeristen maar in het bezit van een volslagen onduidelijk reisschema. Er zijn Macinas, de jaren 50-wagens die officieel geen toeristen vervoeren, maar stiekem toch wel, omdat dat CUCs oplevert (en zo nu en dan een boete kost). Er zijn bicitaxi's (fietstaxi's) die ook geen toeristen mee mogen nemen, maar dat ook doen, wat af en toe een hoop gerace door achterafstraatjes oplevert onder het roepen van "Staat er politie verderop?" naar willekeurige voorbijgangers. En er zijn de Nederlandse bussen, die bij ons blijkbaar zijn afgeschreven, maar die hier door de Cubanen die ik sprak zeer luxe worden gevonden. Het enige dat vervelend is is een kapotte Nederlandse bus, omdat deze (met die kleine raampjes) net een oven worden. Voor mij blijft het hilarisch om midden door Havana een bus te zien rijden met bestemming "Arnhem, via Hoenderlo". &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Dit is denk ik wel weer even genoeg voor nu. Er komt zo snel mogelijk weer iets jullie kant op!&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113941617743653736?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113941617743653736/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113941617743653736' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113941617743653736'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113941617743653736'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2005/05/no-es-fcil-2-cuba.html' title='No es fácil (2) - Cuba'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://3.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-0L6pSmDI/AAAAAAAAAAc/QtzfC7gZ5kg/s72-c/fl_cuba.gif' height='72' width='72'/><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113941566841879906</id><published>2005-05-03T17:11:00.002+02:00</published><updated>2008-09-03T13:26:41.489+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Cuba'/><title type='text'>No es fácil (1) - Cuba</title><content type='html'>&lt;a href="http://4.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-0ZKpSmEI/AAAAAAAAAAk/jLNTA2i42XY/s1600-h/fl_cuba.gif"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5043948452125513794" style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; CURSOR: hand" alt="" src="http://4.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-0ZKpSmEI/AAAAAAAAAAk/jLNTA2i42XY/s200/fl_cuba.gif" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/6/6f/Cuba_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Mijn inschatting van het Cubaanse internet bleek aan de optimistische kant. Aangezien de gemiddelde Cubaan niet zomaar het internet op kan, blijken de internetcafés bepaald niet massaal aanwezig. Mocht je in een echt toeristenplaatsje zitten, zoals ik gisteren, dan kan het bovendien zomaar gebeuren dat de Cubaanse overheid om volslagen onduidelijke redenen de stekker (letterlijk?) uit een stel computers komt trekken. Maar ik loop op de zaken vooruit...&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Vorige week woensdag landde ik in La Habana. Wat papierwerk bij de douane en een taxirit later stond ik in het huis van Carlos en Vivian, een gezellig Cubaans echtpaar, die me gedurende 6 dagen hebben voorzien van alles wat een mens nodig heeft, plus een paar gezellige avonden met een glas rum in de woonkamer. Twee dagen later arriveerde Floortje, een vriendin uit Nederland, die op het moment een paar maandjes onderzoek doet in El Salvador, en die me een weekje vergezeld. Tegen die tijd had ik hier en daar al uitgevonden dat mijn Latijnsamerikaanse referentiekader, de bril waarmee ik toch veel zaken hier bekijk, in veel gevallen absoluut niet toerijkend is. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Hay cosas y cosas&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De eerste grote verschillen zijn op straat te vinden. Op beter gezegd: je vindt ze niét op straat! Waar je in andere delen van Latijns Amerika te maken krijgt met bedelaars, straatverkopers en op straat slapende kinderen, zie je hier niets van dat al. Een billboard langs de Cubaanse snelweg kopt trots: "&lt;em&gt;Iedere dag slapen er in de hele wereld miljoenen kinderen op straat. Geen enkele daarvan is Cubaans&lt;/em&gt;.". En over die billboads gesproken: het totale gebrek aan reclame is ook nieuw: geen uithangborden, geen neon en geen geverfde huizen die bier, frisdrank of een bepaalde politieke partij aanprijzen. Bijna de enige verlichte borden zijn die van een bepaald ministerie of "H STA A V CO RIA S EMPRE" bovenop een enorm hoog (en redelijk afgetakeld) gebouw. Enorme markten waar je alles kunt kopen van kip tot haarclips, maken hier ruimte voor piepkleine agropecuarios waar mensen op beperkte schaal hun groenten en fruit kunnen verkopen en Dollarwinkels die bijna grappig zijn in hun assortiment. Tegenover mijn Casa Particular (plek waar je bij mensen thuis kunt overnachten, alternatief voor een (staats-)hotel) in Havana bevond zich La Epoca, een soort Cubaanse Bijenkorf. Gezien de lange rij voor de deur moest het hier gebeuren. Bij binnenkomst blijken er van de drie verdiepingen twee gesloten, omdat er simpelweg niets te verkopen valt. Op de begane grond zijn enkele delen te vinden waar specifieke zaken worden verkocht. Er is een redelijk grote ruimte waarin één kledingrek staat, met nogal uiteenlopende kledingstukken en enkle paren schoenen. Achterin een andere ruimte wordt zelfs iets verkocht dat lijkt op Fila-schoenen, maar waar de meeste Cubanen alleen naar komen kijken. De supermarkt in de kelder heeft ook een apart inkoopbeleid: Véél drank (rum, water, frisdrank), rijen en rijen vol ham in blik, tomatenpuree en olijven, een vrieskist met een paar ondefinieerbare stukken vlees en een koelkast met een paar pakken houdbare melk. Dat wordt een interessante maaltijd....Dat nog wel meer dingen niet helemaal hetzelfde waren als ik was gewend, ondervond ik de dagen erna...&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Viva Fidel&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Havana is prachtig, met al zijn opgeknapte en vervallen gebouwen (en eigenlijk dat laatste soms iets meer dan het eerste), opgeknapte en vervallen autos en vooral de Cubanen zelf. Vooral daarom draaide het bezoek om Havana loor mij eigenlijk bijna alleen om één ding: 1 mei, "Día de los Trabajadores" (Dag van de Arbeid). De dag van Fidels beroemde urenlange speeches en de dag dat alles in Havana dat zich enigszinds kan voortbewegen, geacht wordt aanwezig te zijn op de Plaza de la Revolución. Al tijden van tevoren werd men via kranten en borden op staat opgeroepen "solidair" te zijn en toch vooral te komen. Er zouden "historische" uitspraken worden gedaan, die natuurlijk ook te maken hadden met de recentelijk aangezwengelde liefdesrelatie met Venezuela. Enkele uren na mijn aankomst in Havana landde namelijk één van de weinige mensen ter wereld die het recht heeft Fidel aan te spreken met &lt;em&gt;tú&lt;/em&gt;: Hugo Chavez, de Venezolaanse president waar de VS óók niet zo blij mee is. Waar de VS vooral druk is met het landen binnenhalen voor haar ALCA (een vrijhandelszone voor geheel Amerika, zónder Cuba natuurlijk) hebben Hugo en Fidel vorige week een eigen accoord opgesteld: De ALBA, het "Bolivariaans alternatief" voor de vrijhandelszone (en die ene letter verschil is natuurlijk geen toeval). Enkele dagen voor 1 mei had Carlos mijn interesse al gespot en vroeg me of ik zin had naar Fidels speech over de ALBA en Venezuela op televisie te kijken. Ik werd met ventilator en een rumcola geïnstalleerd op de kamer van oma (de moeder van Carlos), waar de enige televisie stond. Hoe je ook over Fidel moge denken: de man kán speechen! Het verhaal is natuurlijk veel te lang, maar wordt slim gelardeerd met anekdotes en stukken uitleg (en, toegegeven, met begrippen als &lt;em&gt;imperialisme, terrorisme &lt;/em&gt;en&lt;em&gt; solidariteit&lt;/em&gt;) die het hele verhaal zeker niet droog maken. Als hij het heeft over de meubels die Venezuela Cuba zal brengen wijdt hij uit over een geweldig Venezolaans matras dat Chavez hem liet zien, dat er zó aanlokkelijk uitzag dat &lt;em&gt;el presidente&lt;/em&gt; en hij er toch echt even op moesten gaan zitten (camera op Chavez). Je ziét ze zitten met z'n twee! Ondertussen kwam Carlos informeren of ik een kussen nodig had: "...want dit duurt nog wel even!".Op de vroege ochtend van 1 mei trokken zo'n 1,3 miljoen mensen vanuit alle hoeken en gaten van Havana (en ver daarbuiten) naar de Plaza de la Revolución. Die enorme stoet te zien, met kinderen in schooluniformen, studenten in rode shirts en bergen Cubaanse vlaggetjes was geweldig. Naarmate de stoet dichterbij de Plaza werd versterkt door honderden bussen en open trucks vol mensen uit de provincie werd het regelrecht kippenvel: wát een mensenmassa! Rond half zeven s ochtends vonden Floortje en ik een plekje naast een moeder en dochter, die zich onmiddellijk over onze tassen ontfermden en met wie we chips en mango's deelden. De eerste 2,5 uur bestonden uit wachten, waarbij het steeds warmer en drukker werd. Erg comfortabel was het niet, maar het mensen kijken was geweldig. Overal zag je shirts met leuzen, mensen op elkaars nek in een poging wat van het podium te zien en kinderen die van de stokjes van de massaal uitgedeelde vlaggetjes met engelengeduld stapels maakten om op te staan. Voor de hoofdact moesten we ons heenworstelen door een Salvadoriaans politicus, die niet de verbale kwaliteiten van Fidel had. De verveling sloeg toe, maar toen er een rapband ging optreden werd iedereen weer erg enthousiast. Het werd even duidelijk dat de prioriteit voor veel mensen eerder bij muziek, dan bij de socialistische solidariteit lag! Maar toen werd Fidel aangekondigd: groot applaus natuurlijk, veel gezwaai met vlaggen en een opgewonden "daar issie, daar issie!". Zelfs schoolkinderen klommen op elkaars nek om een glimp te kunnen opvangen, iets dat ik onze eigen Jan Peter nog niet voor elkaar zie krijgen. De speech hebben we niet tot het einde uitgezeten, maar de hele ochtend was zeer de moeite waard. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Orejas por todos lados&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De eerste stop na Havana was Viñales, een klein dorpje in de provincie Pinar del Rio, in het westen. Het dorpje is zo schattig klein dat iedereen elkaar kent, we hadden er een prachtig Casa Particular met een eigen veranda, waar we het halve dorp aan ons voorbij konden zien trekken en we hebben een dag fietsend doorgebracht door het prachtige landschap dat gekenmerkt wordt door Mogotes, vreemdgevormde bergen en veel palmbomen, kleine boerderijtjes en boeren die hun akker ploegen. Wat een rust, zo na Havana! Bovendien kregen we in Viñales een kijkje in de keuken van het ándere Cuba. Wanneer je de taal niet spreekt, niet bijster politiek geïnteresseerd bent en vooral in hotels en restaurants verblijft moet het niet moeilijk zijn Cuba voor het paradijs aan te zien. Natuurlijk is het duidelijk dat het gaat om een solialistische staat, maar de huizen worden opgeknapt en met een glas rum en altijd zon, ziet een rij mensen die uren wachten voor een winkel er lang niet zo rot uit als in de grauwe regen van, pak 'm beet, Polen in de jaren 70... Het eerste signaal was het enorme papierwerk dat samenhangt met het hebben van een Casa Particular. Onmiddelijk bij binnenkomst moeten we steeds ons paspoort geven voor een ontzettende papierwinkel. Het feit dat Flootje enkele dagen later in dezelfde casa kwam logeren, zorgde voor hoofdbrekers bij Carlos en Vivian en toen we een Australische jongen uitnodigde voor een drankje op onze veranda in Viñales, moest hij al zijn gegevens opschrijven voor het geval er een controle kwam. De volgende dag hadden we een gesprek met een tweetal vrachtwagenchauffeurs, op een terras net buiten Viñales. De mannen hadden ons een drankje aangeboden en vroegen naar onze reis. Ze vonden dat we erg fortuinlijk waren uit Europa te komen, waar je zomaar reizen kunt als je daar zin in hebt "Want wij kunnen dat niet". De man weidde nog even uit over dit onderwerp, maar toen de ober aan de tafel naast ons ging zitten hield hij na een snelle blik op met praten. Er werd meegeluisterd! Hoezeer er werd meegeluisterd bleek toen Floortje niet op een bepaald woord kon komen en de ober aan de tafel naast ons haar droogjes aanvulde. We keken elkaar stomverbaasd aan. Toen we even later een opmerking maakten over de mevrouw van ons huis, die die avond kreeft voor ons zou koken werden we met een handgebaar het zwijgen opgelegd: Particulieren, zoals Casas Particulares, mogen slechts kip en varkensvlees koken voor hun gasten. Kreeft, vis en andere luxe zaken zijn voorbehouden aan staatsrestaurants. Onze huisbazin had een enorm risico gelopen en op de zwarte markt voor ons een kreeft gekocht. Bij ontdekking was ze niet alleen haar vergunning kwijtgeraakt, maar had ze een boete van enkele duizenden dollars moeten betalen. Tijdens het eten van de kreeft ging de deur van ons huis dan ook dicht... er zou eens iemand argeloos binnenlopen... Ondanks ons schuldgevoel smaakte de kreeft fantastisch! Kleine zaken kosten soms onnoemelijk veel moeite hier. Een taxi die ons naar Trinidad zou brengen vertrok uiteindelijk 2,5 uur later, omdat álle taxis uit het dorp de avond ervoor plotseling werden opgeroepen voor een controle door de politie. Geen veiligheidscontrole, maar een controle van het papier en de stempels. Maar tot noch toe wegen de Cubanen en het prachtige land er zéker tegenop (maar wij wonen hier niet...). &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;We hebben twee heerlijk avonden gedanst in Viñales, met de beste dansers die ik ooit heb gezien en we hebben een volle dag doorgebracht op Cayo Jutía een wit-wit strand met de blauwste blauwe zee, waar we de hele dag konden liggen, lezen en zwemmen terwijl we in 6 uur misschien 5 mensen voorbij zagen komen. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Nu zijn we in Trinidad, wat Floortjes laatste stop is en waarna ik weer verder naar het oosten ga. Mocht ik daar weer een internetcafé treffen dan laat ik zeker meer van me horen!&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113941566841879906?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113941566841879906/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113941566841879906' title='1 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113941566841879906'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113941566841879906'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2005/05/no-es-fcil-1-cuba.html' title='No es fácil (1) - Cuba'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://4.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-0ZKpSmEI/AAAAAAAAAAk/jLNTA2i42XY/s72-c/fl_cuba.gif' height='72' width='72'/><thr:total>1</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113939600970826480</id><published>2005-02-05T11:47:00.001+01:00</published><updated>2008-09-03T13:18:32.346+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Midden-Oosten'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Afrika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Egypte'/><title type='text'>Walk with an Egyptian - Caïro in 8 dagen</title><content type='html'>&lt;a href="http://1.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-1mapSmFI/AAAAAAAAAAs/I5w6mKRiddg/s1600-h/flag+eg.gif"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5043949779270408274" style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; CURSOR: hand" alt="" src="http://1.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-1mapSmFI/AAAAAAAAAAs/I5w6mKRiddg/s200/flag+eg.gif" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/8/87/Egypt_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Cairo wordt ook wel de &lt;em&gt;Moeder van het Midden Oosten&lt;/em&gt; genoemd. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Hoewel ik te weinig van het Midden Oosten ken om daarover iets te kunnen zeggen, lijkt het wel of de hele wereld er samen komt. De verschillende wijken zijn al een wereldreis op zichzelf. Downtown, waar mijn geweldige hotel (met de griezeligste horrorlift aller tijden) zich bevond is een aaneenschakeling van schoenenwinkels (veel glitter dit jaar), kebab- en baklavatentjes en posters van Egyptische filmhelden. Het is er druk vanaf 's ochtends zeer vroeg en 's avonds vind je er massa's mensen die langs de verkopers van koranteksten, sokken en tissues flaneren, terwijl de lokale jeugd hand in hand en soms in niqaab, rondjes loopt door het winkelcentrum van 6 verdiepingen. En dan is er het verkeer, dat nergens zo chaotisch is, zo toetert, zo stinkt en zo levensgevaarlijk is als juist hier. Het principe van drie-is-stiekem-zesbaans kende ik al, en ezelkarren in op de rondweg van een stad met 16 miljoen mensen verbaast me ook niet meer, maar de ware doodsverachting waarmee Cairese voetgangers de weg oversteken is verbluffend. Nadat hotelgenoot Ron (Schots) en ik reeds een kwartier op de vluchtheuvel van een gigantische weg vlakvoor het Egyptisch museum stonden, omdat we simpelweg geen enkel gat zagen in de stroom taxi's en bussen, diende de oplossing zich aan: Egyptians! Het principe is simpel: ga stroomafwaarts staan van één (liefst meerdere) lokale voetgangers en ren als zij rennen! Succes gegarandeerd, &lt;em&gt;Walk with Egyptians&lt;/em&gt;.... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;"US, bááád!"&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;In mondain Zamalek hebben vrouwen mobieltjes in plaats van hoofddoeken. Je vindt er rijen ambassades, dure winkels en koffiebarretjes naar Amerikaans model. Het lijkt een werelddeel weg van de islamitische wijk, die al bij het overvliegen bij aankomst voor redelijke stress van mijn kant zorgde: één grote kluwen bruinige gebouwen, met overal stof en kronkelende miniweggetjes. Mijn talent voor verdwalen kennende, vreesde ik hier nooit meer uit te komen. Dat verdwalen bleek inderdaad geen probleem! Al binnen 5 minuten had ik geen benul meer waar ik was, en de weg vragen blijkt een groot probleem als de meeste passerende vrouwen geen woord engels spreken en de meeste mannen je net iets te graag zélf begeleiden. Gelukkig zijn er altijd nog taxi's....Desondanks bleek de islamitische wijk bijzonder de moeite waard. De bruine stofzooi bleek van dichtbij massa's prachtig vervallen moskeeën en andere gebouwen te verbergen en een geweldige straatmarkt met loslopende kippen, mobiele sapverkopers, slagers die -al rokend- op straat enorme koeien slachtten, fietsende jongens met grote broodmanden op hun hoofd en op iedere straathoek sheeshah (waterpijp)-rokende mannen. Ook mooi was de enorme Al-Azhar-moskee, waar ik (na drie keer bevestigt te hebben dat ik niet, nee echt niet uit Amerika kwam "US, bááád!") een rondleiding kreeg van de conciërge. De man was zelf zó enthousiast over zijn eigen moskee dat ik verplicht een heel rolletje foto's nam, om hem er van te overtuigen dat ik het allemaal net zo prachtig vond als hij. Omdat Al-Azhar ook een bekende universiteit herbergt zie je overal, in kleine zaaltjes, maar ook gewoon midden in de moskee, mensen studeren en in groepjes discussiëren, wat het geheel een mooie sfeer geeft. Bij mijn vertrek kreeg ik van mijn gids een boekje over de tolerantie van de Islam. Hoe actueel! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;"Are you feeling watched?"&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;In de islamitische wijk ligt ook de citadel, waar een prachtige moskee staat en vanwaar je een geweldig uitzicht hebt over de stad. Niet dat ik een kans kreeg daar rustig van te genieten overigens....Ook naar de citadel was ik samen met Ron gegaan. Gezellig, en het scheelt een hoop tijd wanneer je met iemand bent die nog enig gevoel voor richting heeft. We hadden slechts één ding verkeerd gedaan: de citadel op vrijdag (voor moslims zoiets als onze zondag) blijkt een geliefd uitje voor scholen.... véél scholen! Na bij de ingang al zo'n beetje doof geschreeuwd te zijn door schoolklassen vol "What's your name?" krijsende kinderen, bleek dit eenmaal binnen nog maar het begin: Drommen kinderen, letterlijk tientallen, die zich om ons heen verzamelden, om erachter te komen hoe we heetten, waar we vandaan kwamen en hoe oud we waren (waarna het engels meestal was uitgeput), schoolmeesters en kinderen die met mij op de foto wilden, ouders die me hun baby's in de armen drukten voor een foto en schooljuffen die wanhopig probeerden hun klassen in het gareel te houden. Het leek wel of ze nog nooit een toerist hadden gezien en Ron en ik grapten dat dit waarschijnlijk was zoals Madonna moet voelen. Gezeten op een muurtje boven de ingang zagen we honderden kinderen binnenkomen die naar ons zwaaiden en joelden, ondertussen vanaf de andere kant aangestaard door een groep kinderen die inmiddels door hun voorraad engelse zinnen heen was: "Are you feeling watched in any way?" "No, why?"&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Of lazy camels and sexy underwear&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;En natuurlijk was er een absoluut verplicht bezoek. Bij aankomst had de piloot al een prachtig ererondje gedraaid boven de piramides van Giza en op de derde dag besloot ik ze ook eens vanaf de grond te bekijken. Aangezien de piramides vrijwel ín de stad liggen was dat een kwestie van een taxi, hoewel ik de piramidefoto op de kaft van de Lonely Planet nodig had om de chauffeur duidelijk te maken dat ik niet naar "Hotel The Piramids" moest ("No, these piramids!"). Naast de oudste toeristische attractie ter wereld ligt een vrij omvangrijke arme wijk, vol mensen die op de één of andere manier hun levensonderhoud verdienen met de piramides. Je vindt er papyrusboekenleggerverkopers, plasticpiramideverkopers en echtegyptischeparfumverkopers en jongens als Mohammed (natuurlijk!) die toeristen begeleiden op paarden en kamelen. Ik begon de ochtend vroeg op de rug van een paard, keihard galopperend door de woestijn, wat op zichzelf al een adembenemende ervaring was (letterlijk en figuurlijk). Het was vrij heiig, wat de woestijn een volslagen uitgestorven aanblik gaf (hoewel het dat vast niet was). Hierdoor, en door de gesprekken met Mohammed zag ik de eerste piramide pas toen we er al bijna tegenaan reden. Met een waterig zonnetje en een paar mistwolkjes eromheen lag hij daar enorm en oud te zijn. Een onverstoorbaar voorbij golvende kameel maakte het perfecte plaatje af. Het was tijd het paard in te ruilen voor een kameel, om de nog vrij onbezochte piramides van Abu Sir, meer naar het zuiden, te bezoeken. De kameel had liever rustig thuisgebleven en liet dit regelmatig middels luid gebrul weten. Onderweg werd er met kameel en al midden in Giza-wijk gestopt voor wat inkopen. Brood, kaas en sigaretten werden aan de voet van de piramides in een kleine hut gedeeld met twee "bewakers" die hun ogen uitkeken naar onze vreemde delegatie. Omdat je Abu Sir nog kunt beklimmen biedt het een prachtig rustig uitzicht over de woestijn en de rand van de stad, met een vreemde abrupte overgang tussen het groen en het woestijnzand. Ongelooflijk dat dit alles bijna bovenop die enorme mierenhoop van 16 miljoen ligt! Op de terugweg waren wij de kameel net zo zat als hij ons. Mohammed stuurde het heftig protesterende beest zonder pardon de wijk in, om te stoppen voor een klein winkeltje. De kinderen in de straat wisten niet wat ze spannender vonden: Wie durft het dichtst bij de kameel? Of wie durft het eerst wat de zeggen tegen de blonde toeriste? De kameel werd weggebracht door de jongen van de winkel, terwijl ik met Mohammed thee ging drinken bij zijn broer, die met zijn vrouw en zoontje boven de winkel woonde. Enkele kopjes mierzoete thee later werd ik door schoonzus meegetroond naar haar slaapkamer. Engels blijkt niet nodig voor een beetje girl-bonding: binnen de kortste keren had ze mij gehesen in een lang gewaad en hoofddoek en was ze haar hele kledingkast aan het uitpakken om alles te laten zien. Waar ik vooral om moest lachen was de massa ontzettende sexy onderjurkjes in rood en zwart kant die zich onder de bedekkende dameskleding blijken te bevinden! Hoe het ook zij: de gastvrijheid was ongekend. De familie had me het liefst direct uit het hotel gesleurd en bij hen ondergebracht, maar dat vond ik toch wat te ver gaan. "De volgende keer dan maar?"&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;"Look, Shoes from Sudan!"&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Als ik de drukte van de stad even helemaal had gezien, was er altijd de mogelijkheid een tripje naar buiten de stad te ondernemen. Het hotel regelde een betrouwbare chauffeur/gids voor me en gáán....Een prachtige trip was die naar de oase van Al-Fayoum, zo'n 70 kilometer ten zuiden van de stad. Een groter contrast met de stad was nauwelijks denkbaar: nadat je de militaire checkpoints bent gepasseerd (Egyptenaren zijn als de dood voor een nieuwe aanslag op toeristen, die hun meest waardevolle inkomstenbron behoorlijk de das om zal doen) opent zich de eindeloze, lege woestijn. Met Marco Borsato op de achtergrond, want natuurlijk had Sameh, mijn gids, een Nederlandse vriendin. De oase was prachtig: geweldige uitzichten van mensen op het land aan het werk, sinaasappels plukkend, op de rug van een ezel of een os opjuttend die rondjes liep om een maalsteen. Ook mooi: de felle kleurencombinaties van gele zandduinen, groene velden en een helblauw meer. Een absoluut hoogtepunt voor mij was mijn bezoek aan de kamelenmarkt van Birqash, net buiten Cairo. Hier worden kamelen verkocht na lange reizen vanuit Aswan of soms zelf helemaal uit Sudan. Omdat we veel te vroeg en in het stikdonker arriveerden gaf mijn chauffeur me een kussentje en de opdracht om nog even een poosje te slapen. Maar als je overal om je heen het geschuifel van kamelen hoort en ze af en toe ziet afsteken tegen de opkomende zon valt dat niet mee! Blijkbaar was het toch even gelukt, want toen ik me na anderhalf uur meldde bij de toegangspoort was er grote hilariteit onder de enorme woestijnmannen: "You!", prikte er één lachend in mijn borst, "you sléép!". Gelach! Ja, ja, bekende ik schuchter, "me, sleep!". Het bleek een geweldige introductie. De diervriendelijkheidsprijs zullen ze niet krijgen in Birqash: de kamelen worden zonder veel gedoe in pick-ups geramd en tijdens onderhandelingen niet bepaald zachtzinnig heen en weer gepord. Ik wist het van tevoren en had me voorgenomen me er niet door te laten weerhouden. Geen andere toeristen en niets om me te verkopen ("Maybe small camel?") bleek het recept voor veel vrolijke gesprekjes en fotomomenten met de verkopers. Verkoper Mohammed (weer een andere) nodigde me uit op de thee, die we dronken terwijl hij me uitlegde hoe je een goede kameel onderscheidt van een slechte en (op mijn verzoek) vertelde over Sudan. "Het is er prachtig. Wil je mee?" Na mijn beleefd bedanken wees hij op zijn schoenen: "Look! Shoes from Sudan!" Ik wees hem op mijn Puma's: "Look! Shoes from the US!" Moppentappen met woestijnmannen.....&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;"In sh'allah!"&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Van andere reizigers naar Arabische landen had ik al gehoord van de Arabische variant op "Mañana". "In sh'allah" betekent zoveel als "Als Allah het wil" en is het bijna magische antwoord op bijna alles. "Dus we gaan om zeven uur weg?" "In sh'allah!" "Is er morgen nog een kamer vrij? "In sh'allah!". Dat er ook vóórdelen zitten aan deze toverspreuk bleek toen mijn pinpas onverhoopt uit iedere mogelijke pinautomaat werd gespuugd en ik twee dagen lang mijn hotel niet kon betalen. Mustafa, de schele receptiejongen deed er niet moeilijk over: "Geef het morgen maar als het dan is gelukt, In sh'allah!".In Egypte zegt men dat je ooit terug zal komen in het land wanneer je eenmaal water hebt gedronken uit de Nijl. Volgens Sameh, met wie ik samen met Ron mijn laatste avond vierde, was water uit de kraan ook goed. Uiteindelijk komt dat ook uit de Nijl tenslotte.... We hebben er met veel enthousiasme op geproost. Met of zonder Nijlwater is er genoeg om voor terug naar Egypte te gaan: om de door Sameh beloofde zonsopgang in de Sinaï te zien, om nog een keer thee te drinken bij de familie van Mohammed, om nog eens zo'n hele tafel overheerlijke mezze te verorberen, voor nog meer uitzichten vanaf eeuwenoude bouwwerken, over eindeloos woestijnzand en vooral om nog meer mee te maken van niet alleen het drukbezochte Egypte van meer dan 4000 jaar oud, maar juist ook dat ándere, minstens zo boeiende Egypte van nú. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Ik zal zeker terugkomen, In sh'allah! &lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113939600970826480?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113939600970826480/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113939600970826480' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113939600970826480'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113939600970826480'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2005/02/walk-with-egyptian-caro-in-8-dagen.html' title='Walk with an Egyptian - Caïro in 8 dagen'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://1.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-1mapSmFI/AAAAAAAAAAs/I5w6mKRiddg/s72-c/flag+eg.gif' height='72' width='72'/><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113941465357446377</id><published>2004-08-13T16:53:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:22:55.917+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Afrika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Swaziland'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Zuid-Afrika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='food'/><title type='text'>"Shoot me" in the Rainbow Nation (Zuid Afrika/Swaziland)</title><content type='html'>&lt;a href="http://3.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-2j6pSmGI/AAAAAAAAAA0/bAMUKGty_Mw/s1600-h/south_africa_flag.jpg"&gt;&lt;img id="BLOGGER_PHOTO_ID_5043950835832363106" style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; CURSOR: hand" alt="" src="http://3.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-2j6pSmGI/AAAAAAAAAA0/bAMUKGty_Mw/s200/south_africa_flag.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;div&gt;&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/a/a5/South_africa_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Zuid-Afrika wordt geregeld beschreven als "The world in one nation", en met recht. In een veel te korte reis kregen we een fantastische caleidoscoop van indrukken, ontmoetten we geweldige mensen en leerden we dat "Shoot me!" niet altijd negatief is... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Die bobbejane nie voer nie&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Voor veel mensen zijn de nationale parken dé reden om Zuid-Afrika te bezoeken. Eén van de eerste dingen die je opvallen, is niet zozeer het enorme aantal verschillende dieren, als wel het gebrek aan angst waarmee ze zich aan je presenteren. Blijkbaar doet de strenge bescherming zijn werk! Bij Cape of Good Hope waaiden we bijna weg bij het bordje "The most South-Western point of the African continent". Dat vind ik eigenlijk net zoiets als een plaats claimen die zich "bijna in het midden van Nederland" bevindt. Toch heeft die plek zo'n magisch verleden van scheepswrakken en dappere zeelieden dat iedereen er even op de foto moet. En toegegeven: met de hoog opspattende golven op de achtergrond vormt het ook een mooi plaatje! Direct erna werden we bijna onder de voet gelopen door een stel bavianen (bobbejane), die verbazingwekkend groot en onaangedaan door de groepen toeristen blijken. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;In Hermanus zochten we tevergeefs de oceaan af naar walvissen en vonden in plaats daarvan een groep dassies (soort uit de kluiten gewassen cavia's) die zich tussen de mensen mengden als waren het labradors. En natuurlijk genoten we op Boulders beach van de komische pinguïns en het (bijna even komische) bordje op de parkeerplaats:"Before driving away: Please look under your vehicle for pinguins!" Maar hierna begon het échte werk! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Addo's Elephant Park is een klein Nationaal Park, waar ze heel wat meer hebben dan alleen olifanten. Bij het naar binnen rijden (nadat men eerst vriendelijk informeert of "you are carrying any fire arms?") is het moeilijk voor te stellen dat er zich tussen dat lage struikgewas werkelijk zoveel dieren bevinden. Maar opeens sta je dan toch midden tussen de zebra's, wrattenzwijnen, impala's en andere hertachtigen waarvan ik de naam alleen maar ken omdat ik ze in een gidsje opzocht. Bij het bespieden van een groep zebra's zag ik door de verrekijker, in de stuiken een vorm die weliswaar heel ver weg, maar toch onmiskenbaar een olifant was. Wat een vreemd hoera-gevoel krijg je dan! Nog een beetje later kreeg ik uitgebreid de kans om van dichtbij kennis te maken: een grote olifant stak op zijn gemak de weg over en liet zich uitgebreid bekijken. Totaal gebiologeerd door de grootte, de ouderdom en de rust duurde het even voor ik uit de struiken aan de andere kant de rest van de familie zag komen. Olifant na olifant. Groot, klein, rustig of baldadig spelend met een leeftijdsgenoot. De volwassenen beschermend om de kleine dieren heen. Achttien stuks. Ongelooflijk. De slagroom op de taart was een kleine heuvel waarvandaan we een tiental meters verder een leeuwin zagen die ons lui aankeek om vervolgens héél arrogant weg te wandelen.Hierna konden we niet meer stoppen met elkaar dieren in de struiken aanwijzen. Kilometers buiten het park waren we nog steeds zo hyper dat we elkaar aanstootten voor bewegende zaken die altijd koeien bleken. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Krugerpark, in het noorden van Zuid-Afrika, is een park met de oppervlakte van -ruwweg- Israël. Een groot nadeel van het park is de bekendheid, waardoor het ontzettend veel bezoekers trekt. Door de combinatie van de grootte van het park en het feit dat wij er in de winter waren reden we soms echter uren op weggetjes waar we niemand zagen. Het park zelf is prachtig en waarschijnlijk vind je nergens zoveel verschillende dieren als hier. We zagen olifanten, buffels, neushoorns, zebra's, giraffes, impala's, kudu's, nijlpaarden, steen- en springbokken, zijdeaapjes....Voor de doorgewinterde safari-ganger waarschijnlijk geen nieuws, maar dat ben ik dan ook niet! Wat het nou zoveel meer bijzonder maakt dan een heel grote dierentuin weet ik nog steeds niet. Waarschijnlijk heeft het iets te maken met het feit dat je nu op hún terrein bent in plaats van andersom. De rust, de ruimte en het feit dat de dieren zich veel vrijer voelen. Nooit eerder zag ik nijlpaarden die vrolijk van elkaars rug doken, impala's in volle vaart springend of giraffen die rare sprongen maken om parasiterende vogeltjes kwijt te raken. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;My black president&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Meer nog dan dieren en de natuur was de verbazingwekkende recente geschiedenis van Zuid-Afrika voor mij een reden om naar het land te gaan. Voorafgaand aan de reis al was ik begonnen "The Long Road to Freedom" van Nelson Mandela te lezen. Een boek dat verhaalt van zijn jeugd als klein Xsosa-jongetje in de Transkei, via zijn donkere jaren in de gevangenis, tot zijn inauguratie tot president. Het is niet alleen erg goed geschreven, maar is ook een prachtige reis door de recente geschiedenis van het land. En bij iedere stap die we zetten zet leken we delen van het boek tegen het lijf te lopen.Natuurlijk bezochten we Robben eiland, waar Mandela 18 van zijn in totaal 27 jaar gevangen zat. Onze gids daar was een man die zélf 8 jaar vast had gezeten in deze beruchte gevangenis en die op een manier over het regime en de misdragingen van bewakers kon vertellen waar je het koud van kreeg. Ik vroeg hem hoe zijn verhalen in hemelsnaam te rijmen waren met de "Reconciliation-policy" (het beleid dat er vanuit gaat dat de daders vrijuit gaan wanneer zij ten overstaan van de "Peace and Reconciliation-committee", voorgezeten door Aartsbisschop Tutu, schuld bekennen) die het ANC na afschaffing van de apartheid voorstond. De gids legde geduldig uit dat ze al ín de gevangenis tot de conclusie waren gekomen dat, wil je niet verzanden in een eindeloze strijd waarin de ene bevolkingsgroep de andere overtreft in wreedheid (lees; geheel centraal Afrika), er geen andere weg ís. Hoewel het antwoord hem applaus en instemmende "Amen"s opleverde van de aanwezige afro-Amerikanen bleef ik met het gevoel achter dat het geen echt antwoord was op mijn vraag. Want hoewel hij gelijk heeft dat vergeving rationeel gezien als nationale politieke strategie waarschijnlijk de enige weg is: Hoe ga je er als individu mee om dat die mensen, die je zoveel jaren hebben gekleineerd, onderdrukt en soms zelfs mishandeld, gewoon vrij rondlopen? &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;In Umtata, niet ver van het dorpje waar Mandela geboren werd staat een museum dat aan hem is opgedragen. Het museum heeft twee vleugels met de cadeaus en prijzen die Mandela in de loop der jaren heeft ontvangen en waar zijn Nobelprijs en portretten van staatshoofden, broederlijk te vinden zijn naast kindertekeningen uit Johannesburg en een geborduurd bedankje van een oudere dame uit Durban. In de grote hal van het museum bevindt zich een audiovisuele tentoonstelling over zijn leven, gebaseerd op "The Long Road to Freedom" Bijzonder is het om opnamen te zien van interviews met zijn familie en met hemzelf tijdens zijn jaren op Robben eiland. Maar het prachtigst is een enorme, wandvullende foto van de eindeloze rijen wachtenden tijdens de eerste democratische verkiezingen en een video die Mandela's inauguratie toont: duizenden uitzinnig blije mensen en Mandela zelf die, met zijn 76 jaar een dansje neerzet op (Zuid-Afrika's township Madonna) Brenda Fassies "Black President": &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:Verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;[.....]&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;Now in 1990&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;The people's president&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;Came out from jail&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;Raised up his hand and said&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;"Viva, viva my people!"&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;He walked that long road&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;Back to freedom&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;Back to freedom&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;Freedom!&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;For my black president&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;I rejoice for my president&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;I sing for my president&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;I pray for our president&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;Let us sing, let us dance&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;For Madiba, Madiba's freedom&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;We thank you Lord&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;For listening to our prayers&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;My president!&lt;/em&gt; &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;[....]&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Speaking in 11 tongues&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Eén van de meest bizarre bewijzen van de rijke variatie in Zuid-Afrika is het feit dat het land maar liefst elf (11!) officiële talen kent. De meest gesproken talen zijn Zulu en Xsosa, beide met klikgeluidjes die voor een buitenstaander erg grappig klinken (tot het enige te ontvangen radiokanaal tijdens een autorit van 4 uur in Xsosa blijkt). Sesamstraatfiguren en soapkarakters wisselen moeiteloos tussen Engels en Zulu, straten zijn soms onmogelijk te vinden omdat ze twee namen hebben, er zijn twee volksliederen in drie talen en langs de weg staan soms borden in vijf talen (godzijdank niet in elf!).&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Voor een Nederlandse blijft het Afrikaans een klein en komisch wonder: aan de andere kant van de wereld zijn en het nieuws woordelijk kunnen volgen heeft iets ongelooflijks. En het feit dat mensen je (vooral in het binnenland) continu in het Afrikaans aanspreken, omdat je er nu eenmaal net als zij uitziet is ook erg vreemd. Verder blijft het vooral lastig uit te leggen aan een Spaanse reisgenoot wat er precies zo grappig is, als je plaatsen voorbij ziet schieten met namen als Welkom, Vrede, Breipaal, Woestalleen en Minnaar (die laatste twee liggen vreemd genoeg vlak naast elkaar!) en aan het bordje naast de robot (het stoplicht) met: "Druk op knoppie. Wag tot verkeer stilsta. Loop vinnig door."&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;In-clack-clack&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt; &lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/f/f0/Swaziland_flag_large.png"&gt;&lt;img style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; WIDTH: 200px; CURSOR: hand" alt="" src="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/f/f0/Swaziland_flag_large.png" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Midden in onze reis hadden we een klein buitenlands uitstapje. Swaziland is een piepklein monarchietje ingeklemd tussen Mozambique en Zuid-Afrika. Het is niet alleen de kortste weg tussen Durban en het Krugerpark, maar ook een meer compleet andere blik op Afrika dan je van zo'n klein-buurland-van-zo'n-grote-broer zou verwachten. Het is verre van een semi-provincie van Zuid-Afrika, maar een land dat nooit daadwerkelijk werd gekoloniseerd met een homogene bevolking die sterk hecht aan haar koning en haar tradities. Je vindt er weinig grote steden (de hoofdstad Mbane heeft slechts 50.000 inwoners), weinig blanken, weinig townships, weinig villa's en een totaal gebrek aan apartheidtrauma. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Onze eerste kennismaking met het land waren de kinderen die overal naast de weg opdoken om naar ons te zwaaien. Het voelde eerst nogal koloniaal, maar langzaamaan kreeg ik plezier in het enthousiasme waarmee ze, soms in groepjes, vanuit dorpjes en hutjes naar de weg kwamen rennen. Het feest was helemaal compleet toen er ook twee enthousiast zwaaiende volwassen mannen stonden. Ze bleken niet uit op een lift maar wezen ons druk springend op een gigantische giraffe die vlak naast de weg stond! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;We brachten de nacht door in het hostel van Myxo, waar we onze schoenen uit moesten trekken voor we het huis ingingen en waar we 's avonds met twee Duitse meisjes onze eerste les Siswazi kregen. Met engelengeduld verdroeg onze lerares ons gegiebel om de onuitspreekbare klikjes waarmee Siswazi gepaard gaat en ons onbegrip om de verschillen tussen gedag zeggen tegen één persoon of tegen een groep. De volgende ochtend konden we het geleerde gelijk in de praktijk brengen bij ons "incwancwa", een traditioneel Swazi-ontbijt dat bestaat uit pap en brood en dat je dient uit te spreken met maar liefst twéé opeenvolgende klikjes [in-clack-clack]. Met S'bani, een vriend van Myxo reden we ongeveer 60 kilometer naar het zuiden, naar het dorpje Khapungá, waar S'bani zelf vandaan kwam. Het dorp bestaat uit een grote hoeveelheid "homesteads", groepen hutjes die één familie herbergen. We kregen een uitgebreide uitleg over het familieleven van de Swazis, waarbij openhartig werd gepraat over kennismaking tussen jongens en meisjes, de bruidsschat van 9 koeien, problemen in het huwelijk en de zaken die je wel of juist niet tegen je ouders verteld. Omdat het zondag was werden we afgeleverd bij de kerk. Dat de dienst al een dik uur bezig was leek niemand te deren, zo lang we onze schoenen maar uittrokken. Ik zat, natuurlijk aan de vrouwenkant, naast Rachel, een vrolijk meisje van mijn leeftijd die haar zoontje op de arm had. De dienst was een Zionistische, wat in beginsel Christelijk is, maar wel op een geheel eigen wijze, met mensen in lange blauw-witte gewaden, mannen met stokken, veel dans, geklap, gezang en instemmend gemompel, en mensen die rondjes draaien tot ze ervan in trance raken. Ik genoot vooral van het kijken naar de mensen: kinderen die overal tussendoor kropen, die zich verveelden en stiekem gekke gezichten naar mij trokken, baby's die werden doorgegeven en door andere vrouwen aan de borst werden gelegd, een zingende oudere man en een geknielde vrouw met een slapend kind in een draagdoek op haar rug. Verschillende mensen stonden op om gepassioneerde (en voor ons onverstaanbare) verhalen te houden en aan het gelach en geklap te horen deed de kerkdienst alternatief dienst als dorpsvergadering. Na anderhalf uur ademloos toekijken en luisteren haalde S'bani ons weer naar buiten: die kerkdienst zou nog wel even voortduren!In een ander deel van het dorp maakten we kennis met een grote groep kinderen. S'bani had ons al uitgelegd dat ze allemaal dolgraag op de foto wilden, in de hoop dat je ze later op zou sturen. "Shoot me!" kreeg ineens een heel andere betekenis! Dus fotografeerden we kinderen in groepjes, alleen, met voetbal, met broer, zusje of vriendinnetje, met rok met portret van de koning, met onszelf. Maar ook handjes geven, spelletjes en korte gesprekjes over familie en land van herkomst bleken erg in trek. Onze paar zinnetjes Siswazi bleken reuze handig in het constante ritueel van "Sawubona" (Hello!) "Yebo" (Yeah!) dat zich voltrok, steeds met de drie-voudige handdruk: "Love, peace and happyness". Ik genoot en moest mezelf af en toe even knijpen van ongeloof dat zulke plaatsen echt nog bestaan!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;S'bani kwam terug om ons te melden dat we toestemming hadden gekregen een traditionele bruiloft bij te wonen. Swazi's vieren hun bruiloften in drie periodes van elk drie dagen en wij hadden het geluk precies op de derde dag van de derde periode in Khapungá te zijn. Even verderop, op een open plek tussen de hutjes was een grote kring mensen: de opa's en oma's in de schaduw, volwassenen dansend en overal kinderen. In het midden stonden twee dansers zich in het zweet te werken. Na een poosje kwam de bruid, gekleed in struisvogelveren en impalahuiden, meedoen. Natuurlijk wilde ook zij op de foto. Ik wenste haar veel geluk met haar huwelijk, wat me een enorme glimlach opleverde. Het geheel was onbeschrijfelijk: het gezag, de trommels, de kleuren, het stof en overal lachende, dansende mensen. Na een paar uur zijn we teruggegaan. We sloten de dag af met een bezoek aan een rustige homestead, een wandeling naar de top van een berg voor een fantastische zonsondergang en thee van het vuur. Oef. Ik had nooit gedacht dat antropologiecolleges zo dichtbij konden komen. Dat je geen 8 maanden in de jungle hoeft te vertoeven voor zoveel puurheid en om met mensen eerlijke gesprekken te hebben over hun dilemma tussen traditie en modernisering. Veel Swazi's lijken voorlopig volmondig voor het eerste te kiezen, maar de eerste barstjes zijn zichtbaar. De koning van Swaziland, die alles vertegenwoordigd wat traditioneel is, regeert alleen en zonder legale oppositie. Hij doet dat tot tevredenheid van velen, want ze vinden hem "a good king" en het is altijd zo geweest. Maar Swaziland is geen eiland en toerisme en de (door armoede) gedwongen trek naar de steden brengen nieuwe ideeën. Op bushokjes zie je de eerste kreten voor meer democratie. Kinderen in Khapungá bewonderen mijn Puma's en een jongen in Manzini klaagt over Mozambiquaanse vluchtelingen die "niet integreren en alles stelen wat los en vast zit". De wereld lijkt Swaziland links en rechts in te halen. Ik hoop dat ze in staat zijn om de eenheid en de delicate balans te bewaren!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Op de noordgrens met Zuid-Afrika was het een hilarische puinzooi: kapotte stoelen, onduidelijke groepen mensen, overal losse ordners en papier en een vergeelde foto van de koning, die het allemaal tevreden lijkt gade te slaan. Een jong meisje wilde me een aantal vragen stellen toen ik mijn exit-card inleverde. Het bleek het soort enquête dat je normaal gesproken krijgt als je iets koopt bij (bijvoorbeeld) de Bijenkorf. "Wat hebt u gekocht?" "Hoe hoorde u van ons?" "Wat hebt u besteed?" "Zou u ons aanraden aan vrienden of familie?" En de uitsmijter: "Wat kunnen we nog verbeteren aan ons land?" Behalve de wegen niet te veel graag! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Citylife&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Waar Swaziland vooral landelijk was hebben we in Zuid-Afrika een heel stel steden kunnen verkennen. En net als de rest van het land leek iedere stad zo zijn eigen karakter te hebben. Zo was er Grahamstown, een wonderlijke combinatie van een provinciaal dorp, waar overdag de geiten en de kippen op straat lopen en 's nachts een stel ezels de vuilnisbakken leegroven. Een traditionele, stiff-upperlip Engelse universiteitsstad, waar mooie blanke mensen op mooie terrassen de minder blanke verkopers trachtten te negeren (dat iedereen nu overal mag komen, wil duidelijk nog niet zeggen dat iedereen ook overal kan komen!). En een binnenstad die de vorm had van één grote, ongeorganiseerde markt, waar de gekleurde bevolking alles aan de man bracht van bananen tot plastic emmers en bezems. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Durban, een chaotische, warme, maar prachtig oriëntaalse stad, waar je moskeeën, curry's en tempels vindt, omdat een groot deel van de bevolking bestaat uit nazaten van de in de 19e eeuw door de Engelsen uit India en Pakistan gevoerde werkkrachten. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Johannesburg, waar ik maar niet kon wennen aan de metershoge hekken en de bordjes "armed response" in de rijke buitenwijk waar we verbleven. Waar de binnenstad bestaat uit kale kantoorblokken. Maar waar de overheid dappere pogingen doet de ménsen terug naar het centrum te lokken: Newtown, een omvangrijk project dat in een tweetal blokken heeft gezorgd voor een museum, een stel winkeltjes, een heleboel werkplaatsen voor kunstenaars en een prachtig restaurant. Hoewel grote hoeveelheden bezoekers wegblijven (waarschijnlijk vanwege de griezelverhalen over downtown Jo'burg), ben ik er meer van gecharmeerd dan van de kunstmatige, Amerikaansige (en ongetwijfeld zwaarder beveiligde) Waterfronts (verzameling restaurants en winkels met de charme van een McDonalds) waar iedere Zuid-Afrikaanse stad haar eigen versie van heeft. Al met al heeft Jo'burg een combinatie van stadse lelijkheid, spanning en vitaliteit die ik graag nog wat langer van dichtbij had gezien....&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Het grote, lege binnenland van Zuid-Afrika heet de Karoo. Eindeloze vlakten met laag struikgewas, hier en daar een eenzame windmolen die schijnbaar geheel nutteloos water staat op te pompen en na uren en uren rijden plaatsen als Bloemfontein en Beaufort-West. De knooppunten waar alles samenkomt, maar die nog steeds niets voorstellen. Bloemfontein is één van de drie (!) hoofdsteden van Zuid-Afrika, maar is nog steeds niet veel meer dan een doorgaande weg met een groot aantal angstwekkend Hollands aandoende kerken ernaast en een zweem van trots op het Afrikaans pioniersverleden. Onze hotelkamer had een bijbel in Afrikaans, Agro-channel en een jongen achter de receptie met hetzelfde hoofd, hetzelfde haar en (als je niet al te goed luistert) hetzelfde taaltje als mijn oude klasgenoten in de Alblasserwaard. We verkenden er het nachtleven met twee Afrikaner medicijnenstudenten, waarmee ik discussieerde over de ontwikkeling van Afrika, rugby, gameparks en het eeuwige stigma van Afrikaners: "Ik wil niet overal, altijd over apartheid praten!". &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Cape Town is de stad waar iedere buitenlander én Zuid-Afrikaan verliefd op is: Zon, stranden en geweldige huizen met uitzicht over zee, lekker eten, designwinkels en hippe uitgaanstenten waar vrolijke homo's dansen op 3 dikke dames die Aretha Franklin zingen.... The good life! Je zou bijna vergeten dat zich aan de andere kant van de snelweg Kayelitsha bevindt.&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Townshit&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Manuel had het in het begin abusievelijk, maar niet weinig toepasselijk over "townshit". Iedere stad en zelfs ieder dorp lijkt er één te hebben: een township. Waren het tijdens de apartheidjaren buitenwijken met goedkope, kleine en slechte woningen en "all male"-hostels, handig voor het dichtbij-genoeg, maar niet-te-dichtbij stallen van zwarte en gekleurde werkkrachten. Tegenwoordig zijn de wijken naar twee uitersten van het spectrum uitgebreid. Enerzijds vind je er de straten (door de bewoners van de township gekscherend "Beverly Hills" genoemd, waar de well-to-do (zoals de eigenaar van de locale voetbalclub) wonen. Vaak mensen die het binnen de township hebben gemaakt, maar die er door het speciale karakter niet weg willen. Anderzijds vind je er de eufemistisch gelabelde "informal settlements", een chaotische kluwen van piepkleine huisjes van golfplaat, plastic en karton. Voor mensen die uit rurale gebieden naar de stad zijn getrokken in de hoop op wat beters en die nu, in afwachting van een goedkope woning van de regering, één waterkraan en vijf toiletten delen met het gehele blok. Niemand weet hoeveel mensen er wonen, omdat ze de neiging hebben om uit te dijen. Maar als je Cape Town uit rijdt strekt Kayelitsha zich onafzienbaar voor je uit. Kayelitsha is één van de townships die we bezochten tijdens deze reis, naast Langa (ook bij Cape Town) en Soweto (niet ver van Jo'burg). Soweto was bijzonder door de indrukwekkende historische rol die deze township van maar liefst vier miljoen mensen heeft gespeeld in de strijd tegen de apartheid. In '76 begonnen hier de demonstraties tegen het gebruik van Afrikaans als voertaal op scholen. Demonstraties die uitliepen op een drama, doordat de politie geweld gebruikte en Hector Pieterson, een 13-jarige jongen neerschoot. Juist dit geweld luidde het einde van de apartheid in, door vele, vele vervolgdemonstraties en massale internationale protesten en boycots. In Soweto bezochten we een museum gewijd aan de Soweto-uprising, een lokale markt waar alarmklokjes gezellig naast kleding, bloederige koeienkoppen en traditionele medicijnen lagen en het huis van een oudere dame die met haar zes kleinkinderen in een scheef huisje van golfplaten al ruim acht jaar wachtte op een huisje van de regering. Hier hadden de blijdschap en hooggespannen verwachtingen van '94 allang plaatsgemaakt voor berusting. Het geeft een ongemakkelijk gevoel dat er voor deze mensen weliswaar meer vrijheid is gekomen, maar verder zo verschrikkelijk weinig is veranderd. Gelukkig was er niet alleen sprake van diepe ellende. Wat me altijd verrast en hoopvol stemt is dat er geen situatie zo ellendig is, of er staan weer mensen op die de situatie naar hun hand gaan zetten, die inventief zijn of anderen weten te helpen op een manier die ongekend is. In Langa maakten we kennis met bezochten Maureen Jacobs. Eén van die onwaarschijnlijke rotsen van vrouwen die constateerde dat er teveel kinderen van het platteland (ondanks de sinds '94 ingevoerde algemene leerplicht) niet op school terecht konden door gebrek aan kennis van de engelse taal, gebrek aan geboortebewijs of gewoon angst voor de grote stad. Maureen richtte de Chris Hani Independant School op, waar op dit moment 200 kinderen, verdeeld over 4 klassen klaargestoomd worden voor het reguliere onderwijs. Tegen de tijd dat de kinderen klaar zijn voor de echte school, willen ze vaak niet eens meer weg bij Maureen! De school staat midden tussen de golfplaten huisjes en de kinderen kunnen er dus lopend heen. De klas met de jongste kinderen, in een lokaal zonder tafels en met weinig stoelen, was druk bezig een lied te zingen over getallen. Toen ze ons zagen werd het ineens een stuk enthousiaster en vooral harder! De kleine jongetjes waar ik tussenzat vielen over elkaar heen in pogingen mij hun huiswerk te laten zien en me kushandjes te geven. En natuurlijk ook hier: "Shoot me, miss!"&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De klas met de oudste kinderen was piepklein en ik vond ons zo groot en wit in het midden staan dat ik op mijn hurken naast de tafel van Dumisa ging zitten. Dumisa is een meisje van een jaar of 12, dat onmiddellijk op fluistertoon wilde weten waar ik vandaan kwam en hoeveel zusjes ik had. Ze wees me haar huis, net om de hoek van de school en moest daarna aantreden voor het schoolkoor, dat onder leiding van Maureen een aantal nummers ten gehore bracht, variërend van een kinderlied over de vogels en de bloemen, tot een lofzang op Nelson Mandela en Chris Hani. Dankzij een Duitse Lionsclub heeft het schoolkoor een cd-tje kunnen maken dat wordt verkocht aan bezoekers zoals wij. Dat, gecombineerd met een stel leerkrachten die al zo'n tien jaar geen normaal salaris krijgen, maar tóch maar gewoon doorgaan houdt de boel nét draaiende. En dat is maar goed ook....&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Kayelitsha is Cape Town's grootste township met meer dan een miljoen bewoners. Rosie, een jonge vrouw, begon er 15 jaar geleden een soepkeuken. Dagelijks voedt ze 200 volwassenen en kinderen, die voor een volledige maaltijd 10 cent (1,5 eurocent) betalen. Toen ze in een eerder stadium had geprobeerd het eten gratis weg te geven, kwamen mensen niet opdagen. Betalen blijkt beter dan bedelen, maar voor mensen die zelfs de 10 cent niet kunnen betalen zijn er bonnen van de kerkelijke organisatie die het project sinds enige jaren ondersteund en die het op vijf andere plaatsen heeft gekopieerd. Rosies blanke tandarts uit Cape Town voorziet de keuken van kippen, zodat er nu ook één maal per week vlees op het menu staat. Rosie zelf wisselde kortgeleden haar golfplaten om voor een echt huis. Afscheid nemen van haar krotje viel even zwaar, maar na zeven maanden bivakkeren bij de buren (die gelukkig ook al zo ruim woonden!) staat er nu een piepklein stenen huis, dat ze deelt met haar dochter en zoon. De Delftsblauwe klompjes die ik had meegenomen werden met een dikke knuffel als housewarming-cadeau geaccepteerd. Rosies smetteloze banken blijven in plastic verpakt, want regelmatig is de soepkeuken vol en eten mensen bij haar binnen. Bovendien is de woonkamer iedere zaterdag het terrein van een groep pubers die voorlichting over AIDS en gratis condooms ontvangen. Dat Rosie daar als devoot katholiek hoog oplopende ruzie over had met haar priester lijkt haar niet veel meer te deren; wat moet gebeuren, moet gebeuren. Boven de geplastificeerde bank hangt een plaat van een regenboog met de tekst "Everything is possible with God". En met Rosie. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Food and rainbows&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Ook het eten in Zuid-Afrika (en Swaziland) maakte de term regenboog meer dan op zijn plaats. We aten mielie (maïspap) voor onze Incwancwa in Swaziland, wilde en gekweekte oesters in Kysna, braai (barbecue)-vlees in Bloemfontein, Eland in Kaapstad, geweldige Indiase curry's in Durban en Xsosa hotpot in Grahamstown. We kochten en verorberden kilo's biltong (gedroogd vlees), de nationale snack/delicatesse in de varianten struisvogel, springbok, chili en koe, we kochten live-gemixte curry-poeder op de markt in Durban en geitenkaas en pastrami om vele middagen te picknicken op de plaatsen met het allermooiste uitzicht (op soms gewoon langs de N2). Onze laatste avond aten we in het Africa Café, een prachtig restaurant in het centrum van Cape Town. Een betere afsluiting van de reis hadden we ons niet kunnen wensen: een prachtig decor, leuke bediening en allemaal hapjes vanuit heel Afrika. En een tintje zwarte humor op het toilet, waar een bordje hing met "&lt;em&gt;The Africa Café, because there are millions of starving Europeans&lt;/em&gt;". Onze serveerster informeerde naar onze reis en we vertelden haar dat we het gevoel hadden dat we (hoe kort ook) werkelijk "the rainbow nation" hadden gezien: de sterke vrouwen in de townships, het studentenleven van Bloemfontein, de Afrikaners van de Karoo, het zonnige leven aan de zuidkust, de oriëntaalse sfeer van Durban, de kleine dorpjes in Kwazulu-Natal, het leven achter de hekken in Jo'burg en kosmopolitisch Cape Town.... &lt;/span&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De serveerster antwoordde met een brede glimlach en een serieuze ondertoon dat daar lang voor was gestreden en nog steeds aan wordt gewerkt: "We're not there yet, but we're getting there, we're getting there!"&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113941465357446377?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113941465357446377/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113941465357446377' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113941465357446377'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113941465357446377'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2004/08/shoot-me-in-rainbow-nation-zuid.html' title='&quot;Shoot me&quot; in the Rainbow Nation (Zuid Afrika/Swaziland)'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><media:thumbnail xmlns:media='http://search.yahoo.com/mrss/' url='http://3.bp.blogspot.com/_boBn_zB1fZU/Rf-2j6pSmGI/AAAAAAAAAA0/bAMUKGty_Mw/s72-c/south_africa_flag.jpg' height='72' width='72'/><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113957157220140332</id><published>2004-04-14T12:33:00.000+02:00</published><updated>2007-03-30T11:30:27.201+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Spanje'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Europa'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='food'/><title type='text'>Semana Santa en Andalucía (Spanje)</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/7/7d/Spain_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De afgelopen 10 dagen heb ik doorgebracht op min of meer bekend terrein. Als kind kwam ik al veel met mijn ouders in Andalucië, om het voorjaar door te brengen aan de kust van Marbella. Maar het èchte Andalucië, waar je behalve Duitsers ook Spánjaarden tegenkomt, kende ik nog niet. Het werden tien dagen van rituelen, waarbij ik maar gelijk aftrap met mijn favoriete onderwerp.... eten!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Las Tapas&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Andalucië kent weinig "buitenlandse" restaurants. Je vindt, vooral in het kustgebied, enkele Middenoosterse tentjes die zich voor namelijk specialiseren in kebab en thee in al haar vormen. Je vindt wat pizzeria's en een enkele verdwaalde Mexicaan of Chinees. Maar de explosie aan exotische restaurants (Afrikaans, Japans, Thais) die we hier in het Noorden kennen is daar onbekend. Maar wie wil exotisch als je tapas hebt? Tapas, van oorsprong de "dekseltjes" die men in de bodega óp je drankje zette zijn afkomstig uit Andalucië. Het is niet eenvoudigweg een maaltijd, het is een ritueel, een manier van leven die je niet één-twee-drie onder de knie hebt. Zo krijg je in barretjes in Granada gratis kleine broodjes als je maar voldoende wijn of bier bestelt en bestel je in een restaurant als rechtgeaarde Spanjaard beslist meer dan je opkunt: de tafel moet vol staan, al je vrienden en toevallige voorbijgangers (zoals Hollandse toeristes) moeten ook een tapa-tje mee kunnen pikken. De kleine porties zorgen ervoor dat je van al die verschillende hapjes een complete maaltijd bijeen kunt mixen en prikken. En over mixen gesproken: bij het bereiden van tapas is het geheel toegestaan lastige ingrediënten te combineren: vis met vlees, vis met kaas, of vlees, met vis met zoet.... het kan allemaal! Ik heb er al snel een gewoonte van gemaakt iedere keer minstens één of twee volslagen onbekende zaken te bestellen. Nee, niet opzoeken in het woordenboek, of voor de veiligheid even navragen... gewoon bestellen! Dat betekent dat je soms verrast kunt worden met ultiem droge vis in een soort motorolie, maar ook door op je tong smeltende inktvis met een honingdressing of dunne plakjes varkensvlees in een jus van whisky en gecaramelliseerde knoflook. Een gewoonte van míj waaraan Spaanse obers hebben moeten wennen is mijn neiging de tapas volledig uit te pluizen: Wat zit erin? Hoe maak ik dit zelf? De komende tijd valt het resultaat wellicht te bewonderen in een keuken bij u in de buurt! En, om al die tapas te geleiden is er natuurlijk wijn. Of, zo dacht ik nog heel naïef: "vino tinto" (Rioja dus) of sherry. Fout! Men spreke van Oloroso, Fino, Manzanilla, Vino Dulce, Rioja Crianza, Riveiro de Duero en Pedro Ximenez. Dessertwijnen, sherry's en varianten daarop, fris smakend, of smakend naar aarde en hout, heerlijk pittig bij de Manchego-kaas, heerlijk fris bij de gamba's, heerlijk zoet bij de chocola. Allemaal heb ik ze uitputtend kunnen proberen ze hebben uiteindelijk voor een bijna-overgewicht van mijn bagage gezorgd. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;Los Edificios&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Goed, maar wat heb ik nog meer gedaan, behalve eten? Vanzelfsprekend de "verplichte nummers": de Moorse gebouwen waarmee Andalucië zo bekend is geworden. Toen de Moren in de 8e eeuw na Christus het zuiden van Spanje binnenvielen zijn ze gelijk enthousiast aan het bouwen geslagen. Moskeeën, natuurlijk, maar ook forten, paleizen en parken. Ze lijken tot op de dag van vandaag goed te hebben geweten waar ze mee bezig waren: smalle straten met veel schaduw en overal bomen, fonteinen en patio's om de nodige lucht en koelte te verschaffen in steden waar de temperatuur in de zomer kan oplopen tot boven de 40 graden. Die smalle straten vormen nu een nachtmerrie voor de Andaluciërs die er tijdens de spits door naar hun werk moeten, maar vormen voor de lopende medemens (en niet in het minst voor de toeristen) een verademing door de enorme hoeveelheid (min of meer) autovrije en pittoreske winkelstraatjes en -pleinen. Bovendien biedt iedere bocht weer een nieuwe verrassing: een betegeld bankje, een kalm druppelend fonteintje, een gesmeed balkonnetje....Maar terug naar de grote trekpleisters (natuurlijk niet voor niets). Zelf na verschillende gebouwen te hebben gezien (La Mesquita, een voormalige Moskee in Córdoba, het Alcazár, een fort in Sevilla en natuurlijk het Alhambra, een paleis in Granada) blijven ze adembenemend. Het moet de combinatie zijn van eenvoud (de prachtige rood-witte, eindeloze bogen van de Mesquita!), detail en de herhaling van geometrische patronen, tegeltjes en kalligrafie. Het belangrijkste was echter de manier waarop alle zintuigen worden geprikkeld: de ogen natuurlijk, maar de ook de neus, door de geuren van bloemen uit de vele tuinen en patio's, en de oren met het geluid van water dat door fonteintjes en kanaaltjes overal aanwezig is. Toen de Moren in 1492 Spanje werden uitgegooid (Voor de oplettende lezer: gelijk met de aankomst van Colón/Columbus in "de nieuwe wereld";. Columbus die, hoe kan het ook anders, begraven ligt in de kathedraal van Sevilla) waren de Christelijke koningen er als de kippen bij de toonbeelden van Moslimoverheersing te "verbeteren"; naar moderne inzichten. In het geval van de Mesquita heeft dat een schokkerend (en in mijn ogen wanstaltig) barokke kerk in het mídden van de Moorse eenvoud opgeleverd. Maar soms ging het beter. Dan werkten christelijke opdrachtgevers samen met Islamitische ontwerpers en Joodse ambachtslieden, om de mooiste nieuwe onderdelen aan bestaande complexen toe te voegen.... Misschien in de hedendaagse situatie weer een leuk samenwerkingsproject!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;La Semana Santa&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;En natuurlijk was het Semana Santa, de aanloop naar Pasen die vooral in het Zuiden van Spanje uitbundig wordt "gevierd" met enorme processies. Iedere dag, van Domingo de Ramos (Palmzondag) tot Día de la Resurrección (Paaszondag) trekken iedere ochtend, middag en avond een aantal hermandades (broederschappen) van ieder honderden vrouwen en (vooral) mannen door de straten. Ze lopen van hun eigen kerk, door de stad naar de lokale kathedraal en terug naar hun eigen kerk, waarbij ze gekleed gaan in lange gewaden met (heel oneerbiedig) puntmutsen die nog het meest aan de Klu Klux Klan doen denken. Iedere hermandad draagt een paso met zich mee, een loodzware draagbaar met daarop het pronkstuk van de betreffende kerk: een beeld van de gekruisigde Jezus meestal, of van Maria. Ook hier worden alle zintuigen betrokken: de kleuren van de kostuums, beelden en meegevoerde bloemen, het geluid van drums, trompetten en soms een enkele klaagzanger, de geur van kaarsen en wierook.... Kippenvel, zelfs voor een niet-erg-religieus aangelegd persoon als ik! Toch blijft het voor mij een sport de menselijke kant van zo'n ritueel te zien: kinderen in de processie (ook in lang kostuum, maar vaak zonder kap), die de religieuze impact niet op waarde kunnen schatten en een wedstrijd doen wie de grootste bal kaarsvet kan sparen, of die niet weten waar ze met hun zakdoek heen moeten en die en publique hun kostuum omhoog trekken(want ergens onder al die lagen zat toch een broekzak?). De moderne tijden doen onvermijdelijk hun intrede met volledig gekostumeerde, SMS-ende hermanos en met een foto in de twintig (!) pagina's tellende dagelijkse bijlage over Semana Santa in de krant van Sevilla, met als ondertitel "dura penitentia" (zware straf/bezinning): een jongen en een meisje, de op de achtergrond voorbijtrekkende processie negerend, verwikkeld in een huigdiepe kus. Het voor mij meest hilarische moment van Semana Santa vond plaats in Sevilla, waar ik met twee Spaanse mannen (type bouwvakker) een wijntje dronk, terwijl de processie van die avond ("El Silencio", zo genaamd omdat deze specifieke paso voorbijkomt in volledige, indrukwekkende stilte) voorbijtrok. Hoewel niet alle Andaluciërs diepe religieuze gevoelens koesteren bij de processies, heeft vrijwel iedereen een groot respect voor het ritueel. Toen de processie dan ook naderde werd alom om stilte gesist en doofde de bodega waar we stonden haar lichten. De paso, verlicht met tientallen kaarsen, naderde. Een potentieel kippenvelmoment, zou je denken.... Ware het niet dat Antonio, één van mijn Spaanse vrienden, zich al een kwartier eerder naar binnen had begeven om zich daar, volslagen onbewust van zijn omgeving, te verdiepen in de jackpotmachine. In de doodse stilte klonken de elektronische piepjes en knallen als een aardbeving. Ondanks (of misschien wel dankzij) de grote, afkeurende de ogen van de omstanders heb ik héél hard op mijn lip moeten bijten om niet in schaterlachen uit te barsten! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;strong&gt;La gente&lt;/strong&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;En dan natuurlijk de mensen. Vinden de mensen hier het gek dat ik (als meisje) alleen reis? Altijd! Vooral als ik dan ook nog eens op pleinen of in barretjes gelukzalig om me heen zit te turen, min of meer stomme vragen stel (in aanvaardbaar Spaans, maar met een vreemd Nederlands-Nica-Argentijns-Peruaans accent), mijn eten met veel plezier zit te ontleden, mensen tot politieke discussies verleidt (waarna ze geregeld onderling ruzie krijgen!) en ook nog eens onophoudelijk zit te schrijven op servetjes. Maar wat vind ik van de mensen? Misschien ben ik niet objectief, natuurlijk heb ik ook vervelende mensen ontmoet (Moge de trut die na meer dan een half uur wachten in de stromende regen mijn taxi stal tot in lengte van dagen klapbanden krijgen!). Maar mensen die mij vanaf de eerste avond trakteren op wijn en chocoladetaart, die me iedere hoek en patio van hun stad laten zien en daar ook nog eens de meest futiele details over weten te vertellen en die niet ophouden te vertellen hoe gewèldig mijn Spaans is (uch) hebben natuurlijk een streepje voor. Wat me het meest bij zal blijven aan deze veel te korte vakantie is het feit dat Andaluciërs altijd op straat lijken te zijn. Met hun wijn en hun tapas, hun vrienden en hun kinderen. Goed, het klimaat zit ze mee. Maar met regen bevolken ze de bodega's voor hetzelfde ritueel. Ze discussiëren, maar nemen het niet te serieus. Ze praten over 11-M (de aanslag in Madrid van enkele weken geleden), maar zonder enige stress of paniek. Ze werken hard maar hebben geen werkersmentaliteit. Ze zijn trots op hun land en geschiedenis en ieder op hun eigen stad, die toch net iets beter is dan Málaga (in Sevilla) of Sevilla (in Málaga). Trots op het feit dat zoveel buitenlanders nooit meer weggaan uit Andalucië, omdat ze, zo zeggen ze zelf "Qualidad de vida" hebben, kwaliteit van leven. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Ik ga het niet betwisten....&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113957157220140332?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113957157220140332/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113957157220140332' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113957157220140332'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113957157220140332'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2004/04/semana-santa-en-andaluca-spanje.html' title='Semana Santa en Andalucía (Spanje)'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113957002535520617</id><published>2003-06-01T12:06:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:12:10.875+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Ecuador'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='verkiezingen'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Peru'/><title type='text'>Terug in Latinoland 3: Vivir en el volcán, Estado de Emergencia y Radio Star 98.3 FM</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/0/0a/Ecuador_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Ik had jullie nog een verhaaltje beloofd over Baños...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Baños is een prachtig gelegen stadje in het centrum van Ecuador, tussen schitterende groene heuvels, met laaghangende bewolking, aan de voet van de Tungurahua, een wel zeer actieve vulkaan. In '99 gaf de president van Ecuador bevel Baños te ontruimen. De vulkaan stond op "rood alarm", wat wil zeggen dat onderzoekers beweerden dat hij ieder moment kon uitbarsten. 20.000 bewoners werden gedwongen hun huizen, restaurants en hotels achter te laten. Toen er na enkele maanden echter nog steeds geen uitbarsting was geweest, brak de bevolking van Baños massaal door de politieafzettingen heen en nam zij weer bezit van haar stad. En dat is tot op de dag van vandaag de status quo: De mensen leven en werken, het toerisme bloeit, de vulkaan rookt en spuuwt...&lt;br /&gt;Behalve om haar vulkaan is Baños beroemd om haar heilzame bronnen. Ik had gehoord van een mooi gelegen hete bron waarin je kon zwemmen aan de voet van een waterval. Nu moet je weten dat ik als sinds "Cocktail" (een film met Tom Cruise, met een wel zeer romantische scene in een Jamaicaanse waterval) op zoek ben naar zo'n soort plek. Ik zag het dus helemaal zitten! Helaas bleek deze bron iets te vol met mensen (lees: bommetjes makende kinderen) voor de juiste romantische sfeer. Daarnaast was het bad van geelgeverfd beton, hetgeen het water een hinderlijke fluoriserende kleur gaf. En toch, als je daar dan zit met uitzicht over die inmens groene bergen, met hier en daar een boerderijtje en een ruisende waterval op de achtergrond, dan is het leven helemaal niet verkeerd! Daarbij was het water van zo'n heerlijk lamslaande relaxerende temperatuur en kwaliteit, dat ik waarschijnlijk niet eens was opgestaan als de Tungurahua daadwerkelijk tot uitbarsting was gekomen... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;(Overigens heb ik later ergens gelezen dat ze die beroemde scene in Cocktail binnen no-time hebben moeten opnemen, omdat die waterval tjokvol bloedzuigers zat... Zo!)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tot mijn verbazing zag ik wel degelijk verschil tussen Ecuador en Perú, meer dan ik had verwacht in ieder geval (en voor zover je dat kunt zeggen na een bezoek van een week!). Zodra de bus de grens met Ecuador nadert begint het landschap al te veranderen: warmer, minder bewolkt en de droogte van de Peruaanse kust maakt plaats voor eerst eindeloze rijstvelden en daarna enorme groene bergen. Hier zijn Fujimori's irrigatieprojecten duidelijk niet meer nodig!&lt;br /&gt;In 2000 schakelde Ecuador over van de oude munt de Sucre, naar de Amerikaanse dollar. Vele protesten, prijsstijgingen en (uiteindelijk) ook salarisstijgingen later lijkt het nu (relatief) goed te gaan met Ecuador. De mensen die we spreken zijn trots en tevreden dat zij (eens de arme buren van Perú) nu daar op vakantie kunnen. Bij Freddy werken de Ecuadoriaanse dollarmuntjes op de lachspieren: "Ecuador, la luz de America" ("Het licht van Amerika") melden deze. Ach heden ja, waar zouden we zijn zonder Ecuador!? &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Hoe het ook zij, de steden die we bezoeken hebben niet te klagen over toerisme, hebben dure, moderne winkels en zijn verbazingwekkend schoon... Al is dit misschien alleen het oppervlakkige beeld dat je overhoudt als je niet verder kijkt dan de toeristensteden en vooral je ogen dichthoudt in overstap- en grensplaatsen zoals het dubbelstadje Huaquillas/Aguas Verdes op de Peruaans/Ecuadoriaanse grens. Huaquillas is een typisch voorbeeld van lélijke armoede. Niet de "romantische" armoede van de afgelegen hutjes die je ziet als je in de groene bergen je hoofd uit het raam steekt, waar mensen misschien bijna geen geld hebben, maar dit ook vrijwel niet nodig hebben, omdat ze leven van wat het land te bieden heeft. Huaquillas vertegenwoordigd de armoede die stinkt naar urine en afval, de armoede van dronken mensen in de goot, van schurftige honden, van mensen die je wanhopig iets onbruikbaars proberen aan te smeren, opdringerige geldwisselaars, verminkte bedelaars en vuile kinderen. Er is nog een lange weg te gaan....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Terug in de bus naar Peru moet ik lachen om drie kleine meisjes die met hun neusjes tegen het raam "Wat zie ik allemaal?" spelen. "Arbol-Arbol-Arbol-Vaca-Basura-Basura-Basura- Arbol-Basura" ("Boom-Boom-Boom-Koe-Vuilnis-Vuilnis-Vuilnis-Boom-Vuilnis").&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar Perú heeft op het ogenblik grotere problemen dan afval in de berm. Mocht ik nog een willen klagen over de 40ste sollicitatiebrief: van Freddys uitgebreide vriendenkring (allen gezonde jongens, met opleidingen van vrachtwagenchauffeur tot universitair geschoold) hebben er misschien 2 werk. En vaak gaat het dan nog om het soort werk dat wij e&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/7/74/Peru_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;erder zouden aanmerken als "klusje" (Als het muurtje is afgeschilderd mag je gaan, dat soort werk...). Iedereen zwerft her en der door het land (of als het even kan in Chili of Ecuador) op zoek naar werk.&lt;br /&gt;En de mensen die wél werk hebben zijn ook ontevreden. Al sinds ik twee weken geleden aankwam zijn de docenten in staking. Docenten op staatsscholen verdienen op het ogenblik zo weinig, dat ze genoodzaakt zijn er een tweede baan bij te nemen, iets dat het onderwijs niet te goede komt, want hoe kun je een les voorbereiden als je met je andere baan bezig bent?&lt;br /&gt;SUTEP, de organisatie van docenten heeft inmiddels aansluitinggezocht bij ontevreden agrarieres, die overheidscompensatie eisen voor veel te dure mest en bestrijdingsmiddelen. Samen houden ze het niet bij protesteren, maar blokkeren ze ook wegen, iets dat (hoewel veel mensen begrip hebben voor hun situatie) veel verontwaardiging oproept. Mensen kunnen niet meer naar hun werk en de wegen komen vol te staan met vrachtwagens vol verse producten, hetgeen "de ontwikkeling van Perú in de weg staat".&lt;br /&gt;Deze week heeft president Toledo de noodtoestand uitgeroepen, in een poging de wegen vrij te maken en de scholen weer open te stellen. Dat laatste lijkt me nog een hele uitdaging, want het is één ding om wegen schoon te vegen, maar iemand dwingen les te geven lijkt me erg moeilijk (ook al zijn er volgens Freddy massa's docenten zonder werk). Bovendien maak ik me, meer dan veel Peruanen zo lijkt het, druk om de implicaties: In een land met (lees: continent) met zo'n bewogen geschiedenis, zoveel corruptie en voormalige (bijna-)dictators de macht aan het leger geven... ik vind het nogal wat!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoewel de volgende verkiezingen pas in 2006 zijn, speculeren veel Peruanen over de gevolgen. Al voor de noodtoestand had Toledo een schokkend laag vertrouwen van de bevolking (14% tegenover ongeveer 70 toen hij in 2001 begon) en velen gokken dat dit Alan Garcia (zijn grote opponent, voormalig presiodent en corruptie-kampioen) aan veel stemmen zal helpen.&lt;br /&gt;Hier in Trujillo merken we gelukkig niet veel van de hele toestand. Scholen zijn (nog steeds) gesloten, de grote protesten van Puno en Arequipa protesten blijven hier uit, slechts de Plaza de Armas staat vol verveeld kijkende ME.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tenslotte kan ik jullie nog melden dat ik sinds gisteren behoor tot de klasse van bekende Trujillianen (of ik nog niet genoeg bekijks had... ). Toen we vrijdagavond naar de bioscoop gingen, om eindelijk de nieuwe Matrix te zien, werd ik aangesproken door een jonge vrouw. Ze vond dat ik mooie ogen had en mooi haar: "Net een poppetje!". Ze stelde me voor aan haar man, die een journalist voor de plaatselijke radio bleek. Señor Rafael heeft een dagelijks politiek uurtje op de lokale radio, waarin hij flink afgeeft op gaten in de weg, docenten in staking en met fout geld gebouwde winkelcentra. Daarnaast heeft hij geregeld gasten in de studio en het leek hem prachtig als ik nu eens wat kwam vertellen over Nederland. Hoewel me dit best grappig leek, ken ik de mentaliteit hier inmiddels goed genoeg om niet direct uit mijn vel te springen van enthousiasme: eerst zien dan geloven! Dus toog ik vanmorgen, na slechts vier uurtjes slaap (we waren om 5 uur 's ochtends opgestaan om verse schaal- en schelpdieren te kopen om ceviche te maken voor Freddy's familie), naar het radiostation. Een druk in- en uitlopen van mensen, veel telefoon, maar géén Rafael. Die kwam pas om klokslag 12 uur binnenkomen, na de nodige vragende blikken mijn kant op wat ik in jezusnaam kwam doen... Maar de aankondiging maakte dan weer veel goed: "Vanmiddag hebben wij als gast in onze studio, onze vriendin uit Nederland, een zeer sympatiek en knap meisje, een echte schoonheidskoningin (Ok, ik geef toe, toen kreeg ik even een lachstuip), Annie!" Jawel, daar ging mijn radiocarriére! Het beantwoorden van de vragen ging vrij soepel, al moet ik zeggen dat de vragen nog sneller werden afgevuurd dan ik ze kon beantwoorden en dat ik ook wat confuus raakte van de rinkelende telefoon en de in -en uitlopende mensen. Vijftien minuten vragen over het Nederlands salaris, melk, bejaarden, dagbesteding en de grootte van Nederland later mocht ik nog even de groeten doen aan de vrouw van Rafael en werd mij een zeer goede reis gewenst. Bij Freddy thuis werd ik ingehaald of ik zojuist de troonrede had uitgesproken. Om het allemaal nog eens na te luisteren heeft Freddy's zusje alles opgenomen op casette. Kunnen jullie ook nog meegenieten...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat was het weer, waarschijnlijk weer het laatste verhaaltje ook. Tot snel allemaal! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113957002535520617?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113957002535520617/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113957002535520617' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113957002535520617'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113957002535520617'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2003/06/terug-in-latinoland-3-vivir-en-el.html' title='Terug in Latinoland 3: Vivir en el volcán, Estado de Emergencia y Radio Star 98.3 FM'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113957053866456903</id><published>2003-05-27T12:18:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:12:41.728+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='corruptie'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Ecuador'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Peru'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='food'/><title type='text'>Terug in Latinoland 2: Sobornar, Shopear y La receta secreta</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/0/0a/Ecuador_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Naast familiebezoek hebben Freddy en ik ook nog wat tijd genomen om er samen op uit te gaan. En als je al bijna 5 maanden zonder elkaar hebt gezeten, wat is dan je erste stop? "Isla del Amor" (het eiland van de liefde) natuurlijk! Een piepklein onbewoond zandbultje voor de kust van Tumbes, in het uiterste noorden &lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/7/74/Peru_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;van Peru, met een 3 stoelen tellend restaurant, met heerlijke schaal-en schelpdieren, een bejaarde man die de bijbehordende schelpen verkoopt en verder niets dan zand, golven en teveel zon voor mijn huid. Vanhier was het verder richting de grens met Ecuador. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Zo'n twee jaar geleden volgde ik aan de universiteit van Utrecht een vak in Latijns-Amerikaanse cultuur. Bij het onderwerp "corruptie" liet men ons een video zien over de "Mordida" in Mexico, de ge-insitutionaliseerde corruptiepraktijken van de politie aldaar. Je zag een agent die rolijk naast een bordje "Verboden te parkeren" parkeergeld stond op te halen terwijl op zijn radio de ene bankroof na de andere voorbij kwam. Voor je echt boos kon worden over zoveel brutaliteit werd er dan wel even bijgezegd dat het salaris van agenten in de Mexicaanse hoofdstad zo laag is, dat dit soort praktijken de enige manier zijn om je familie in leven te houden. Vaak betalen ze voor hun wijk: hoe meer er te halen valt, hoe minder gevaar, hoe duurder de wijk. Latino's klagen aan één stuk door over corrupte politici, maar als het even zo uitkomt, doen ze zelf vrolijk mee aan het systeem. Mijn Argentijnse huisgenoot wist vol trots te vertellen dat hij nog nooit een snelheidsovertreding had hoeven betalen, gewoon een kwestie van de dienstdoende agent wat toestoppen! En hoewel ik dus terdege wist dat het op grote schaal gebeurd hier, had ik nog nooit een "Soborno" in werking gezien. Tot afgelopen week...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In Peru is stemmen verplicht. Iedereen heeft een identiteitskaart, waarop wordt bijgehouden of je hebt gestemd, en zo niet, dan moet je iedere keer als je het land verlaat een stevige boete betalen. Tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen zat Freddy echter bij mij in Argentinië. Pogingen om op een Argentijns consulaat te stemmen liepen op niets uit. Nu Freddy en ik onderweg waren naar Ecuador was een boete van 120 soles (zo'n 30 euro, een smak geld als je weet dat Freddy met een nacht werken 25 soles verdient) onontkoombaar... Of toch niet?Op de grens stopte Freddy een briefje van 10 soles tussen zijn paspoort "Gewoon proberen". De man die onze paspoorten controleerde zat alleen op zijn kantoortje. Toen hij het paspoort op de bladzijde met het bankbiljet opende kwam er een grote frons op zijn gezicht: "Dat hoort men niet te doen he?", zei hij. "Tja", mekte Freddy droogjes op, "nu heb ik het al gedaan, toch?". Ik kon mijn ogen niet geloven doen het bankbiljet in één gebaar werd gevouwen en in een achterzak verdween. Een stempel, en buiten stonden we weer. Het ging allemaal zo snel dat ik het nog even bij Freddy na moest vragen: "Mogen we nu gewoon door?". Ja dus! In de bus die ons de grens met Ecuador overbracht zat ook een Peruaans stelletje. Ze waren helemaal uit Lima gekomen met 25 kratten eieren, om deze in Ecuador te verkopen. Daar is niets mis mee, maar officieel hoor je daar naturlijk wel belastingen en rechten over te betalen, die dan weer zo hoog zijn dat het verkopen weer niet de moeite waard is. Toen de Ecuadoriaanse politie door de bus begon te lopen en op het dak klom verbleekte het meisje hevig: "Shit, zie je wel, we hadden ze toch iets moeten geven!". Het leek me wel vrij sneu om dik 20 uur te reizen vanaf Lima, met al die eieren, en dan in het zicht van de finish te worden aangehouden. Maar ze hadden geluk: de beambtes verdwenen weer zonder problemen. Pfiew!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Shopear" is een afgrijselijk barbarisme van het Engelse "to shop". Hier in Perú en Ecuador zul je het niet vaak tegenkomen, het komt van de upperclass-eigenaresse van het huis waar ik in Buenos Aires woonde. Type "Absolutely Fabulous, darling". Type dat nooit een supermarkt van binnen heeft gezien, want daar was een meisje voor. In al zijn afschuwelijkheid geeft "shopear" het verschil in winkel(tje)s voor de dagelijkse boodschappen goed weer. In het Europees georienteerde Buenos Aires was inkopen doen vergelijkbaar met de Holandse AH of C1000. In de gepolariseerde samenlevingen (grote verschillen tussen arm en rijk) van Perú en Ecuador zijn de mogelijkheden uitgebreider. Iedere buurt hier heeft zijn "Pulperia", een winkeltje van maximaal 4 vierkante meter waar, vaak vanachtereen metalen afrastering, alles wordt verkocht van bananen tot WC-rollen. Daarnaast is de pulperia het punt waar de buurt zich verzamelt om het laatste nieuws uit te wisselen. Supermarkten zijn er ook, hoewel beperkt in aantal en vaak alleen gevestigd in beschermde, rijke wijken. Aangezien de supermarkt vaak vrij duur is en afgeladen is met (dure) Amerikaanse merken, doen alleen de rijkeren, toeristen en exparts hun shopear bij de supermarkt. De rest van de mensen is aangewezen op de Mercado, één van de centrale gebouwen (naast kerk en gemeentehuis) in iedere stad, ieder gehucht en alles daartussenin. De markt bestaat vrijwel altijd uit een keel voor kleding en huishoudelijke spullen (plastic bakken en de hier inmens populaire geruite mega-tas), een deel waar je een maaltijd kunt krijgen en een deel etenswaren (weer verdeeld in fruit, vlees, vis, aardappelen en geneesmiddelen bijvoorbeeld). De herrie, de hoeveelheid mensen, vreemde vruchten en geuren zijn onbeschrijfelijk en om deze reden voor mij ook vaak één van de hoogtepunten van iedere stad. Geen betere plaats om mensen te kijken! Wegens rondhangende koeiedarmen, ogen van onbekende dieren (hopelijk) en kippenpoten is een stevige maag aanbevolen. En met dames die kippen dragen of het bananen zijn (in een tros) en cavias (lokale lekkernij) in een zak verslepen, is weekhartigheid ook niet aanbevolen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Cuenca, een beeldschoon stadje in het zuiden van Ecuador, was onze eerste stop. In omringende dorpjes wordt op zondag een grote markt gehouden, die ik natuurlijk moest zien. Een kakefonie van geluiden, kleuren, kippen, manden, schildpadden, cavias, mais en suikerriet. En natuurlijk konden we niet weg zonder de lokale specialiteit geproeft te hebben: Chancho (vaken) aan het spit! De aankleding had wat sfeervoller gekund (met blote handen werd een vrolijk uitziend varken aan het spit uitgegraven, waarna je een bord ontving met gekookte mais en een berg... uhm..vaken), maar de smaak én het kijkplezier was desde beter.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dan toch ook maar een eetverhaaltje: De eerste week van mijn verblijf hebben Freddy en ik afwisselend bij hem thuis en in de stad gegeten. Zijn moeder is een prima kok, maar schept op voor een weeshuis en is dan bezorgd als ik bij 25 graden tussen de middag maar een kwart opkan. Wat apart blijft (en dat geldt volgens mij voor dit hele continent) is de voorliefde voor koolhydraten. De schijf van vijf blijft hier als een kapotte plaat wel érg lang hangen op het vakje "Graanproducten en peulvruchten". Al vanaf mijn tijd in Nicaragua kan ik een glimlach niet onderdrukken als ik weer zo'n bord krijg met rijst, een flinke portie friet, wat cassave en/of (zoete) aardappelen erbij, een paar stukken brood of tortilla ernaast en liefst nog even aanvullen met bonen. En dan verbaasd zijn dat alle 16-jarige vrouwen hier bloedmooi zijn, maar op hun 30ste 2 buszittingen nodig hebben! Gelukkig zijn er ook lichtere maaltijden (al moet je even zoeken). Zoals waarschijnlijk welbekend is mijn Peruaanse favoriet Ceviche, een mix van rauwe vis en mariscos (garnalen, inkvis, schelpdieren) met limoensap, uien en pepers. In het noorden van Peru hebben ze het ceviche maken tot een kunst verheven, met als lokale favoriet de Ceviche de conchas negras. Conchas negras (zwarte schelpen) zorgen ervoor dat de ceviche een zwrtbruine kleur krijgt, maar de smaak is ongelooflijk. Dat het onder je neus uit het water wordt gehaald helpt natuurlijk ook mee...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zo nu en dan loop je ook nog tegen heel speciale dingen aan. Zo nam Freddy me mee naar een soort vrachtwagenchaufferscafé, waar ze iedere dag afgeladen vol zitten. Het lokaal bestaat uit aangestampte grond, plastic krukjes en Inca Kola-reclames, maar iedereen komt maar voor één ding: de lokaal wereldberoemde "guisada" (visstoofpot). Die bleek zo lekker dat ik eigenlijk best het recept wilde , maar in verband met concurrentie was dat nou net geheim. Na een beetje overleg met de jonger serveerster Rosa, die er de lol wel van inzag, werd ik meegesleept naar de keuken, waarin haar oma, een dame met veel gouden tanden die geld aan het tellen was en (opmerkelijk lang voor een Peruaan) de kok. "Mil dolares!" (duizend dollar) bulderde deze nog, maar met de belofte dat het mee naar Nederland zou gaan, kreeg ik het recept mee. Nu nog even duimen dat alle ingredienten ook in Nederland te krijgen zijn!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een paar dagen terug zijn we aangekomen in Baños, wat verder naar het noorden in Ecuador. Anagezien het nu wel weer even genoeg is geweest, daarover de volgende keer...&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113957053866456903?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113957053866456903/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113957053866456903' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113957053866456903'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113957053866456903'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2003/05/terug-in-latinoland-2-sobornar-shopear.html' title='Terug in Latinoland 2: Sobornar, Shopear y La receta secreta'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113956867332139778</id><published>2003-05-22T11:31:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:16:27.936+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Peru'/><title type='text'>Terug in Latinoland 1: Tradiciones Peruanos y Cuentas en tres idiomas</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/7/74/Peru_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Terug in Perú, terug in Trujillo. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;De busrit van Lima naar Trujillo was een avontuur. Ik sliep al niet al te best in de hevig vertraagde, rammelende bus. De buschauffeur bleek echter vastbesloten met het barrel de verloren tijd in te halen. Of dat de reden was, of dat hij wellicht echt in slaap was gevallen zoals later een aantal mensen beweerden weet ik niet, maar feit is dat ik góed wakker werd toen de bus met veel kabaal van de weg raakte en iedereen luidkeels begon te schreeuwen en protesteren. De bus was snel genoeg weer op de weg, maar een aantal mensen bleven roepen om een andere chauffeur. Hoewel ik erg veel zin kreeg om uit te stappen leek me dat in het midden van niets geen geweldig idee. Maar gelukkig blijken er mensen te bestaan met een stuk meer vertrouwen. Van achterin de bus riep een oudere heer dat wel allen vertrouwen moesten hebben in el señor (die meneer, de buschauffeur). Toen hij echter doorzaagde over het besturen van de handen van de chauffeur, besefte ik dat het ging over vertrouwen in El Señor (De Heer)! Welkom in Perú!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vorig jaar vertelde ik al in één van mijn verhalen over (het gebrek aan) trots in de zuidamerikaanse landen: over mensen die liever Amerikaanse producten kopen dan Peruaanse, over massa's goedopgeleide mensen die uit hun land vertrekken omdat he er geen brood meer inzien, over het eeuwige geklaag op de politici en op de sociale en economische gevolgen die dat heeft of kan hebben op een land als Perú. Enkele dagen geleden hoorde ik op de radio een reclamespotje met mensen die vrolijk zongen dat ze zo trots waren uit Perú te komen. Het deed wat grappig aan, en hopeloos ook, daar het door acteurs laten zingen van Perú joepie, joepie en wat zijn we heden blij een soort omgekeerde self fulfilling prophecy is (zo dat bestaat): Hoe harder je het blijkbaar moet zingen, hoe minder het het beoogde gevoel zal veroorzaken. Je moeder die roept dat je broek heus wel hip is, zeg maar.&lt;br /&gt;Over de trots op het land heb ik ook discussies met Freddy en zijn vader. En hoewel we het over veel dingen eens zijn, delen zij (natuurlijk, zou ik bijna zeggen) mijn optimisme en vertrouwen in een maakbare/veranderbare samenleving niet: Zolang het politieke systeem niet verandert, zal het land niet veranderen, houden zij vol. Mijn (bescheiden) mening is dat politici niet uit het niets komen, politici komen uit datzelfde land, uit diezelfde samenleving, en als je die kunt veranderen geldt dat dus ook voor het politieke systeem. Ik heb eens iemand horen beweren dat ieder volk de politici krijgt die zij verdient. Om dat hier te verkondigen zou echter wel erg bot zijn. Bovendien hoop ik zelf eigenlijk ook, na Nederland het afgelopen jaar, dat die stelling niet klopt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eén van de zaken waar Peruanen volgens het spotje trots op zouden moeten zijn zijn hun tradities. Hier in Trujillo betekent dat: Marinera! Op vrijdagavond blijkt de band van het politiekorps een uitvoering te geven op de centrale Plaza. Vanaf de eerste noot schieten uit alle hoeken en gaten kinderen en jongeren die Marinera gaan dansen. In Nederland heb ik nog nooit iemand onder de 85 een flokloristische dans zien doen, dus wellicht dat mijn beeld van onze klompendans niet correct. De Marinera blijkt in ieder geval geensinds een stijve dans voor bejaarden, maar een sierlijke, uitdagende dans, waarin volop wordt geflirt tussen de danspartners. Het mooist om te zien was een meisje van een jaar of acht, in een geweldige wijde rok, die danste en lonkte of haar leven ervanaf hing. Dat wordt nog wat!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Natuurlijk heb ik, voor ik hierheen kwam, een aantal typisch Hollandse cadeautjes aangeschaft voor Freddy en familie. De pot pindakaas is inmiddels alweer leeg en ook de stroopwafels vallen goed in de smaak. Ik vond zowaar een leuk boek over Nederland in het Spaans, met mooie foto's van de Deltawerken, Delft, klompen, Flevoland en het Openluchtmuseum. Het blijkt wel wat gedetailleerd: zo nu en dan word ik nu overvallen door vragen over de 100-jarige oorlog, het stadhuis van Gouda en het Zuiderzeemuseum. Sowieso zijn de vragen over Nederland en onze gewoontes af en toe nogal diepgaand, zodat ik me een beetje begin af te vragen hoe goed ik mijn eigen land eigenlijk ken. Want wat kost een stuk grond in Nederland (ik weet dat er in ieder geval wel verschil zal zijn tussen de Kalverstraat en de bush-bush van Drente) en hoeveel verdient een leraar (en dan moet je uit gaan leggen dat wij Nederlanders niet praten over ons salaris behalve dan als je net bent afgestudeerd-) bij ons?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Naast vertellen over Nederland breng ik nogal wat tijd door met het geven ven Engelse les. Vorige keer had ik op de Plaza in Lima al hele interviews met overijverige studenten Engels, deze keer heeft Freddys halve familie zich vol enthousiasme op het engels gestort. Voor Freddy valt het niet mee, vooral de uitspraakt blijft een hele uitdaging. Want hoe leer je iemand een H als deze in het Spaans niet wordt uitgesproken? We hebben een manier gevonden! Maar bij deze een waarschuwing: Als jullie over een paar maanden een donkere jongen treffen die het op een wel zéér erotische wijze over Hhhhhholland heeft, dat weet je met wie je te maken hebt! Mijn Spaans heeft zich de afgelopen maanden aardig goedgehouden, zo blijkt. Het vloeiend spreken brengt juist voor mij uitdagingen met zich mee, daar ik weiger me te behelpen met basis-spaans ik ik me dus steeds vaker in onmogelijke bochten moet wringen om vreemde, abstracte begrippen (Aandelenhandel met voorkennis, anyone?!) uit te leggen. Geen idee of jullie het televisieprogramma Dinges wel eens hebben gekeken (waarin 6-jarigen bepaalde woorden moeten uitleggen)? Freddy zou inmiddels een volmaakt pannellid maken!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Van het nieuwtjesfront kan ik nog melden dat ik de afgelopen week een beetje tobte met een oogontsteking. Dokterbezoek in dit deel van de wereld blijft verrassend, vooral voor de dokter in kwestie, die niet gewend is aan een patient die wil weten wat dat middel dan wel doet en die graag uitgelegd wil krijgen wat een mild dieet te maken heeft met een oogontsteking....Mijn ogen zijn inmiddels weer ok!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een ander ding dat me na die paar maanden were opvalt is de overweligende natuur, zelfs in het kurkdroge Peruaanse kustgebied, zelfs in de winter, zelfs in een grote stad als Trujillo: Overal enorme bloemen, zwaar-bebladerde bomen met vlinders en kolibries. Ik blijf dat wonderlijke beesten vinden, maar voor Freddy is het net zoiets als onze saaie tuin-mus. Van een iets minder lievige noot was de overweldigende stank toen we gisteren op het strand schelpen en zeeegels zochten. Getverdemme, meende Freddy, dat hoort de gemeente toch op te ruimen?! Dát, bleek een enorme, erg overleden zeeleeuw, zomaar midden op het strand!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het weer is, vergeleken met Nederland prima. De winter is op komst, dus is het wel een stukje kouder dan de mensen gewend zijn. Maar 21 graden overdag, met wat afkoeling 's avonds is naar Nederlandse standaarden nog altijd niet gek. De Trujillilianos kleden hun kinderen echter of er een sneeuwstorm op komst is: Jassen, truien, mutsen, ik heb zelfs wanten voorbij zien komen! Erg grappig...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat was wel weer even genoeg voor nu. Hopelijk gaat het in Nederland ook ok. Ik heb mijn rug nog niet gekeerd of ze hebben (zo heb ik begrepen), net als vorig jaar, een nieuwe regering bijeengesprokkeld... Houd me op de hoogte!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113956867332139778?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113956867332139778/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113956867332139778' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956867332139778'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956867332139778'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2003/05/terug-in-latinoland-1-tradiciones.html' title='Terug in Latinoland 1: Tradiciones Peruanos y Cuentas en tres idiomas'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113956732585920407</id><published>2002-12-20T11:26:00.000+01:00</published><updated>2007-03-30T11:25:54.786+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Peru'/><title type='text'>Latinoland 26: Feliz Navidad</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/7/74/Peru_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/7/74/Peru_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Ik had zelf nog gehoopt een laatste lang verhaal vanuit Peru te schrijven. Maar afscheid nemen kost meer tijd dan je denkt....Morgennacht vertrek ik vanuit Lima en na een dagje Atlanta sta ik dan op de 22e , "Si Dios Quiere", om kwart over acht 's ochtends op een (zo heb ik begrepen) steenkoud Schiphol. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;De eerste week zal ik misschien nog wat vreemde trekjes vertonen. Zo zal ik mijn eurobiljetten continu op echtheid controleren, van junks verwachten dat ze mijn schoenen willen poetsen en overal een rol toiletpapier mee naartoe slepen (sterker nog, als er op jouw toilet een hangt, dan neem ik die waarschijnlijk mee). Het komt wel weer goed....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik beloof jullie nog een verhaal over de laatste week, over Lima en Trujillo, maar dat zal ongetwijfeld pas na de kerst worden verzonden. Daarom nu maar vast van hieruit voor jullie allemaal een hele Feliz Navidad....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maak er wat moois van en tot heel snel!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113956732585920407?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113956732585920407/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113956732585920407' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956732585920407'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956732585920407'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/12/latinoland-26-feliz-navidad.html' title='Latinoland 26: Feliz Navidad'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113956715658540817</id><published>2002-12-12T11:22:00.001+01:00</published><updated>2008-09-03T13:11:40.861+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Chili'/><title type='text'>Latinoland 25: Cobre, Mercosur y El Desierto Rojo</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/0/0e/Chile_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De reis naar het noorden gaat verder....&lt;br /&gt;Calama was wellicht wel het saaiste stadje van de hele trip, er was werkelijk geen bal te beleven. Het is opmerkelijk hoe ik ook sociaal gezien steeds dichter bij Perú leek te komen: Brakkere bussen die te laat rijden en rochelende mannen op het toilet van het hotel. Joepie. Toch ben ik een dag gebleven Vanuit Calama kun je namelijk een bezoek brengen aan de grootste kopermijn ter wereld. En aangezien ik in Bolivia al langs was geweest bij het zilver, wilde ik wel eens zien hoe het hier was. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;De rondleiding in Chuquicatama wordt georganiseerd door de PR afdeling van Codelco, het staatsbedrijf dat veramntwoordlijk is voor de mijn. Dat is dus wel even andere koek dan de slaventoestanden in Potosi! Er is een bedrijfsvideo, een Franse dame die zeer vloeiend spaans en iets minder engels spreekt, en een veiligheidskitje voor alle bezoekers, met daarin een helm, een jas, een bril, veiligheidsschoenen en een gasmasker (!).&lt;br /&gt;De mijn is indrukwekkend. Alles lijkt groot te zijn: de mijn zelf, met afmetingen van 3 bij 4 kilometer en een diepte van dik 800 meter, de 15.000 mensen die er werken en vooral de vrachtwagens die af en aan rijden met het kopererts en waarvan alleen al de banden (!) 4 meter hoog zijn.&lt;br /&gt;We mogen rondlopen in de werkplaats waar de vrachtwagens worden gerepareerd (en waar een vitrine staat met de voetbalbekers van het werkplaats-voetbalteam), zien de overmaat aan waarschuwingsborden voor de veiligheid van de medewerkers, en, mét gasmasker, de smeltplaats, waar het gloeiende koper met veel spectakel in platen wordt gegoten.&lt;br /&gt;We mogen alles vragen laat de PR-dame weten Europeanen willen altijd vooral weten hoe het zit met het milieu. Dat kon natuurlijk niet uitblijven. Want Chuqui is (in tegenstelling tot de mijn in Potosí) een open mijn. Fijn voor de medewerkers en hun gezondheid, maar het opgeboorde gruis en stof wordt op deze manier, zeker door de droge omstandigheden, alle kanten opgeblazen. Dat het bedrijf veel doet om dit te voorkomen is wel duidelijk. Codelcos website, de gids, de bedrijfvideo, allen laten ongeveer iedere derde zin het woord milieu vallen en jaarlijks worden vele tientallen miljoenen geinvesteerd in het milieu, in het reinigen van het gebruikte water en in het hergebruiken van oude ertsen. Dat het nog niet helemaal lukt is ook duidelijk. In de loop van dit jaar moet de gehele bevolking van Chuqui onvrijwillig verkassen naar Calama, omdat het té vervuild is en het bedrijf wil gaan voldoen aan ISO-eisen.&lt;br /&gt;En andermaal vraag ik me af hoe gerechtvaardigd het is om als westerling binnen te komen met je opgeheven vingertje en je preek over het milieu als je weet dat Codelco aan de ander kant verantwoordelijk is voor 18% van Chili's export en 8% van het totale inkomen van de Chileense regering. Geld waarmee scholen en ziekenhuizen gebouwd worden. En de reden waarom de tours vooral vol zitten met Chileense ouders die hun kinderen vol trots laten zien waar dat geld allemaal vandaan komt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Meer economie. Kersvers gekozen president Lula da Silva van Brazilië brengt een bezoek aan buren Argentinië en Chili. Een bezoek dat niet onopgemerkt blijft in de zuid-amerikaanse pers, vooral door Lula's plannen met Mercosur. Mercosur staat voor de Mercado Común del Sur (Gezamelijke Zuidelijke Markt), een in 1991 opgerichte samenwerking tussen Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay. In 1994 kwamen Bolivia en Chili als bijzitters bij, met de intentie in de toekomst deel uit te maken van een vrijhandelszone binnen Zuid-Amerika. Naar model van onze eigen Europese Unie wordt er gesproken over één munt en zelfs een parlement voor de Mercosur-landen.&lt;br /&gt;Lula is een groot voorstander van Mercosur. Hij windt er geen doekjes om dat hij de ontwikkeling van Mercosur belangrijker vindt dan die ándere vrijhandelszone: de door de Amerikanen geïnitieerde FTAA (de Free Trade Area of the Americas). Hij maakte dit vooral duidelijk door in eerste instantie Chili en Argentinië te bezoeken en pas daarná naar Washington af te reizen.&lt;br /&gt;Dat laatste bezoek zal zeker interessant worden, al is het alleen al omdat Lula eerder in de pers Bush openlijk dom noemde. Een Amerikaanse mevrouw met een erg Republikeins hoofd en een fobie die duidelijk nog uit de Reagan-jaren stamt, laat mij via een Zuid-Amerikaanse krant weten dat de Verenigde Staten niet blij zijn met Lula. Wij zijn bang voor een blok Chavez-Lula-Castro dat mogelijk banden kan vormen met China. En binnen enkele zinnen sta je weer tot je knieën in de resten van de koude oorlog.&lt;br /&gt;Ook binnen Zuid-Amerika zelf weet men het nog niet altijd. Perú, vanzelfsprekend ook omdat ze nog niet zijn opgenomen in het blok, heeft het in de krant over het dansen op de muziek van Lula da Silva. Bolivia en Chili gezellig samen aan één tafel lijkt na de gasprotesten van de afgelopen maanden ook enigzinds toekomstmuziek en sowieso is de rijkdom en het ontwikkelingsniveau tussen de verschillende landen nog enórm.&lt;br /&gt;Aan de andere kant: de Nación Latinoamericana (Latijnsamerikaanse natie) vormt met 500 miljoen mensen (en een enorme jaarlijkse groei) een geduchte markt. En wellicht is het wel eens goed voor de Latinos om het zélf te doen. Niét weer in te springen in een project van de VS, dat de regio tóch al zo domineert. Het kleinste lid, Uruguay, ziet de toekomst van Mercosur in ieder geval zonnig in. In twee dagen daar kwam ik 2 restaurants, een hotel en een pompsation tegen met de naam Mercosur.&lt;br /&gt;Vlakbij Calama ligt San Pedro de Atacama. Om in San Pedro te komen rijd je eerst ongeveer 2 uur door een landschap van stenen en zand: De Atacama-woestijn, één van de droogste woestijnen ter wereld. Opeens doemt dan een groene vlek op: het dorpje San Pedro, nog geen 1000 echte inwoners en bijna net zoveel toeristen. Toch is het opmerkelijk hoezeer het dorpje nog karakter en sfeer heeft weten te behouden...een combinatie van adobe-(soort van modder)huisjes en een overmaat aan sfeervolle restaurantjes met Pisco-sour (lokale coctail) happy hour.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Door de droogte en wind lijkt San Pedro gevangen in een permanente stofwolk. Tafels in restaurantjes, meubels in de hotelkamer en de mensen, alles heeft een lichtbruine waas. Van de twee bejaarde dametjes die mijn hotel runnen is er één zo oud, verschrompeld en klein dat ze gemakkelijk door zou kunnen gaan voor één van de mummies in het lokale museum, die door de droogte in de woestijn honderden jaren perfect zijn geconserveerd.&lt;br /&gt;De Atacama-woestijn heb ik verkend op de fiets. Iets dat me de gelegenheid gaf tot veel stoppen en fotograferen van rare, door wind en zand gevormde formaties, maar vooral van het enige geluid: Het fluiten van de wind. De woestijn is rood, met rotsen met zoutaanhechtsels, gecraqueleerde grond en (gelukkig voor mijn huid) een vrij bewolkte lucht. Aan het einde van de dag belim ik een enorme zandheuvel om van daaraf te genieten van een wel erg spectaculaire zonsondergang: De lucht wordt oranje, rood en verderop onbeschrijflijk bizar door de laaghangende wolken: Ben ik nog wel op aarde? Het lijkt meer op Mars! Niet voor niets heet dit deel van de woestijn Valle de la Luna (Maanvallei).&lt;br /&gt;De volgende dag vroeg op voor een ander natuurverschijnsel in de buurt van San Pedro: De El Tatio Geisers. Op een hoogte van 4300 meter bevinden zich een grote hoeveelheid kleine en grote hete bronnen. Van pruttelende gaatjes tot enorme spuitende en stoom blazende torens. Het geluid van het kokende water onder de grond is een bizarre ervaring en maakt weer even duidelijk dat wij in Nederland, vergeleken met deze landen, wel een erg kalm vloertje hebben: Deze vloer lééft!&lt;br /&gt;Als de zon rond een uur of half zeven opkomt vormen de helblauwe hemel en de stoompluimen een schitterende combinatie. Bovendien is het dan tijd voor een eitje gekookt in één van de kleine geisergaten en een bad in een door een geiser gevulde lagune. Een zwembad op 4300 meter, waar je bij minus 5 graden heerlijk warm in kunt badderen. Nee, dat vind je ook niet in Nederland!&lt;br /&gt;Op de terugweg dan speciaal voor mij nog een laatste blik op de Altiplano (het hoge Andesgebied gedeeld door Peru, Bolivia en Chili): Vicuñas, Vizcachas, Llamas, Flamingos, een dorpje waar drie families wonen en een herdersvrouw in felgekleurde kleding die op de voet wordt gevolgd door haar 2 honden, kat en huis-llama.... God, wat is dit mooi!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Inmiddels ben ik, na een kleine overdosis aan nachtbussen, weer aangekomen in Lima, Perú (ja, jullie letten even niet op...). Heel Lima hangt vol met hysterich knipperende en zingende kerstlampjes.... Van hier reis ik vanavond door richting Trujillo, in het noorden, een stukje Peru dat ik nog niet ken....nog tien dagen....&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113956715658540817?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113956715658540817/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113956715658540817' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956715658540817'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956715658540817'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/12/latinoland-25-cobre-mercosur-y-el.html' title='Latinoland 25: Cobre, Mercosur y El Desierto Rojo'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113956694289141634</id><published>2002-12-03T11:15:00.001+01:00</published><updated>2008-09-03T13:16:03.718+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Chili'/><title type='text'>Latinoland 24: Don Pablo, Teleton y Estrellas</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/0/0e/Chile_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Ik hoor de laatste weken meer en meer verhalen over kou en bijna bevroren grachten...Onvoorstelbaar! Ik lag gisteren, voor het eerst in mijn leven in december, in mijn bikini op het strand. Onder een groot spandoek met "Leve de zomer!" &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Eerst maar eens verder over Valparaíso, ik schreef het al, een droomstadje, zoeen die kunstenaars inspireert.... Het kan dan ook niet anders of Pablo Neruda had hier zijn huis (één van de drie overigens).&lt;br /&gt;Pablo Neruda? Wie was dat ook al weer? Een Chileense dichter (1904-1973) die in 1971 de Nobelprijs voor de literatuur won en daarnaast een bewogen leven leidde vol politiek (overtuigd communist), reizen (hij was consul over de hele wereld) en dames. In Valparaíso kun je zijn huis bezoeken, dat in een van de meest kleurrijke wijken van de stad staat en een prachtig uitzicht heeft over de heuvels en haven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik vind het iets raars hebben, het bezoeken van de intieme plekken in het huis van iemand anders en het bekijken van zijn persoonlijke spullen: De slaapkamer van meneer Neruda, het bidet van meneer Neduda.... Toch zegt het veel, iemands huis, in dit geval vol spullen die hij van over de hele wereld verzamelde, glas-in-lood-raampjes uit oude huizen en wanden vol oude landkaarten. De anekdotes die de Stichting Neruda hier en daar heeft opgehangen maken het helemaal af. Al door zijn gedichten (toegegeven, ik heb nooit zijn zwaardere gedichten gelezen) was ik tot de conclusie gekomen dat het een vrolijke man vol humor geweest moet zijn. Om dat te bevestigen hangt in zijn woonkamer het statige portret van een onbekende koningin met kraag, tegenover dat van een ernstige heer, ook met kraag. Volgens de overlevering hing Neruda het schilderij daar op "zodat de koningin niet zo alleen zou zijn".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;En als je dan nog niet overtuigd bent, een vertaling van zijn "Oda a la Cebolla (Ode aan de ui) zegt ook genoeg:&lt;br /&gt;Onion,luminous flask,&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;your beauty formedpetal by petal,&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;crystal scales expanded you&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;and in the secrecy of the dark earth&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;your belly grew round with dew.&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;Under the earth&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;the miraclehappened&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;and when your clumsy&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;green stem appeared,&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;and your leaves were born&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;like swords&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;in the garden,&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;the earth heaped up her powers&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;howing your naked transparency,&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;and as the remote sea&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;in lifting the breasts of Aphrodite&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;duplicating the magnolia,&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;so did the earth&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;make you,onion&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;clear as a planet&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;and destined&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;to shine,&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;constant constellation,&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;round rose of water,&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;uponthe table&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;of the poor.&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;You make us cry without hurting us.&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;I have praised everything that exists,&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;but to me, onion, &lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;you aremore beautiful than a bird&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;of dazzling feathers,&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;heavenly globe, &lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;platinum goblet,&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;unmoving dance&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;of the snowy anemone&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;and the fragrance of the earth lives&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;in your crystalline nature.&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In een verloren hoekje in het huis bevind zich de bar, waar alleen Neruda achter mocht om vandaar zijn beroemde cocktails te bereiden. Boven de bar hangt een bordje met Don Pablo esta aqui (Meneer Pablo is hier)...en inderdaad, hij zou ieder moment binnen kunnen lopen....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vanuit Valparaíso, na een korte strandstop in Viña del Mar (verlopen beach-resort) verder naar het noorden, naar La Serena, één van de oudste steden van Chili. Ik bleek precis op de juiste dag aangekomen, want op 30 november was het in heel Chili tijd voor de al weken op televisie en billboards aangekondigde Teleton. De Teleton is de Chileense variant op Ons Dorp: binnen een dag proberen de Chilenen zoveel mogelijk geld te verzamelen voor gehandicapte kindertjes. Dit gaat vanzelfsprekend gepaard met een televisiemarathon op alle Chileense kanalen en een bijna-onhaalbare doelstelling in geld, die natúúrlijk toch wordt gehaald.&lt;br /&gt;In Santiago was het grote feest, dat we live via de televisie konden volgen, maar in La Serena was het fanatisme niets minder. De plaatselijke Mies Bouwman barstte bijna uit haar jurkje van enthousiasme bij het aankondigen van clowns, lokale zangers en jeugdige dansgroepjes (leuk altijd om te zien dat er in ieder dansensemble minimaal één kindje zit die totaal geen idee heeft wat-ie daar doet!). En natuurlijk werd iedereen aangespoord om toch vooral maar aan de sluiten in de rij voor de Banco de Chile, om ook die laatste muntjes te doneren. Voor al dat vermaak heb ook ik dankbaar mijn bijdrage neergelegd. In ruil daarvoor kreeg ik een grote sticker opgeplakt om te laten zien dat ik er helemaal bijhoorde....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de buurt van La Serena bevinden zich maar liefst drie belangrijke observatioria. De condities in de Elqui-vallei, waarin La Serena zich bevindt (geen grote steden en dus geen omgevingslicht en een vrijwel altijd wolkenloze hemel) zijn de reden dat astronomen van over de hele wereld juist hier sterren komen kijken.&lt;br /&gt;Mijn bezoek aan Observatiorio Mamalluca begon rond een uur of 8 's avonds toen het net begon te schemeren. Veel sterren waren er nog niet te zien, maar wel kreeg je vast een goede indruk van de afgelegenheid van het geheel. De rondleiding begon met een half uur durend, zeer interessant verhaal van een amateur-astronoom. Het was goed bedoeld, maar hij had zijn publiek een beetje verkeerd ingeschat. Scheikunde en natuurkunde op VWO-niveau, wat kennis van filosofie en de relativiteitstheorie waren wel een vereiste om het verhaal te kunnen volgen.... Een aantal Chileense gezinnen met videocamera's keken vooral vertwijfeld. En het kon natuurlijk ook niet anders, we zijn tenslotte nog steeds in zeer katholiek gebied: Na 20 minuten over het ontstaan van sterren, de zon en aarde belandde er iemand in een geloofscrisis: Ik geloof u allemaal wel meneer, maar waar komt God er dan aan te pas? Los dat maar eens op, als astronoom zijnde!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na dit enerverende praatje gingen we eerst naar buiten om de sterren met het blote oog gade te slaan. Op zich al indrukwekkend, want nog nooit in mijn leven heb ik zóveel sterren bij elkaar gezien! Onze gids legde wat uit over de verschillende sterrenstelsels. Ook boeiend, want ja: de sterrenhemel ziet er aan de onderkant van de wereld écht anders uit. Toen was het eindelijk tijd om door de telescoop te kijken. Een kleintje is het, vergeleken bij die van andere observatoria in de omgeving, maar toch nog steeds één die sterrenstelsels tot 140x uitvergroot. De telescoop en de koepel waarin deze staat wordt met behulp van een computer precies op het gewenste hemeldeel gericht...en dan is het: kijken maar! En wat zoeven nog een wazige vlek aan de hemel was, blijkt nu een cluster van duizenden sterren....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Inmiddels ben ik nog verder naar het noorden, nog verder richting Perú gereisd, naar het plaatsje Calama in de Atacama-woestijn. Daarover de volgende keer!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113956694289141634?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113956694289141634/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113956694289141634' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956694289141634'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956694289141634'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/12/latinoland-24-don-pablo-teleton-y.html' title='Latinoland 24: Don Pablo, Teleton y Estrellas'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113956647666919972</id><published>2002-11-27T11:10:00.001+01:00</published><updated>2008-09-03T13:24:08.029+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Argentinië'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Chili'/><title type='text'>Latinoland 23: Re-encuentras, Mochileros y Desaparecidos</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/0/0e/Chile_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Deze week was er een van re-encuentras (herontmoetingen). Allereerst met Mendoza, omdat dat nu eenmaal het meest gemakkelijke grensovergangspunt bleek. En dus weer terug naar het wijntentje waar ik al eerder was en haar eigenaar Martin, die bijna omviel van verbazing dat ik weer terug was. Het heeft wat schizofreens om 'weer terug' te zijn in een stad die nog niet helemaal de jouwe is, zoals eerder in Buenos Aires... Bekend maar toch niet.&lt;br /&gt;Ook weer terug: warm weer! Van 13 graden in Bariloche naar 33 in Mendoza. Het is even wennen. Vooral ook omdat ook hier in Zuid-Amerika de winkels steeds voller raken met kerstornamenten. 'Rudolph the Rednose Raindeer' bij 30 graden is in mijn ogen volslagen belachelijk, maar het zal wel wennen.&lt;br /&gt;En andere herontmoeting met Toby, een uit de kluiten gewassen Deen die ik drie maanden terug met een biertje in de hand naast een zwembad in Brazilie tegenkwam. Het biertje is er nog steeds! Toby is inmiddels 21 maanden onderweg, déze reis. Hij doet iets onduidelijks in de agrarische sector, wat er eigenlijk op neer komt dat ieder baantje sparen is voor de volgende reis. Het word wel moeilijker, geeft hij aan, nu de meerderheid van zijn vrienden aan huwlijken, kinderen en hypotheken begint.&lt;br /&gt;Maar de belangrijkste herontmoeting is met mijn Schots-Amerikaanse vriendin Fiona uit Buenos Aires, die inmiddels in Santiago verder werk aan haar boek. Leuk om weer bij te kunnen kletsen en fotos van Buenos Aires te kunnen vergelijken. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Want ja, na ruim 2,5 maand is het me eindelijk, in ieder geval lijfelijk, geluk me los te rukken van Argentinie. Na een doorwaakte nacht vol sneeuw, kou, douaniers en stempels, stond ik op dinsdagochtend eindelijk in Santiago de Chile. Het eerste metroritje belichtte direct al de belangrijkste stadsproblemen van Santiago: In het treinstel hing boven het bordje: "Wat te doen in het geval van een aardbeving", een lichtbord met actuele informatie over de klimaatstoestand (lees: hoeveelheid smog) in de stad. Tot nu toe lijkt ik geluk te hebben: Iedere dag is het smogvrij genoeg om achter de koloniale gebouwen en palmbomen van Santiago de besneeuwde Andespieken te zien.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na bijna een week kan ik zeggen dat ik Santiago een leuke stad vind. Het kostte me wat moeite me los te rukken van de beelden van "Mi Buenos Aires Querida " ("Mijn geliefde Buenos Aires" en gelijk de titel van een lied van Tango-koning Carlos Gardel). Maar Santiago is de perfecte overgang tussen het meer Europese van Buenos Aires en de complete chaos van Lima, waarnaar ik straks weer zal terugkeren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De rit van Mendoza naar Santiago is nog geen 7 uur, maar het verschil tussen Chili en Argentinië, vaak in één mond genoemd als de twee meest Europese landen van dit continent, is overduidelijk. De enorme hoeveelheden vlees op het menu hebben plaatsgemaakt voor vis, de mensen spreken weer een ander (nu nóg onverstaanbaarder) Spaans en de wisselmeneer op het station meld mij vol trots dat "Chili nu het duurste land van Zuid-Amerika is". Hoera.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gelukkig wordt hier minstens zoveel heerlijke wijn gedronken als in Argentinië. Een feit dat ik van de week, na een rondleiding in de beelschone wijngaarden van Concha &amp; Toro (ook in Nederland in de schappen) en een bijbehorende proefsessie zelf heb kunnen vaststellen. En hoewel ik tango prachtig vind is het heerlijk om na al die tijd weer veel en goed salsa te kunnen dansen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tijdens mijn hele reis heb ik geprobeerd een beetje afwisseling aan te brengen in mijn logeeradressen. Zo min mogelijk echte (anonieme) hotels (meestal toch te duur), veel kleine familiehotels en "Casas de familia" (soort Bed&amp;amp;Breakfast), ideale plekken om veel Spaans te praten en hier en daar wat lokaal familieleven mee te pakken. Zo nu en dan is het echter ook meer dan prima om even terug te schakelen naar Engels en een biertje te drinken met een paar andere reizigers. In Santiago ben ik terecht gekomen in "La Casa Roja", backpackershostel if there ever was one! Dertig man bewonen een beeldschoon Victoriaans pand, nog volop in de verbouwing. Er wordt gepingpongd, gebarbecued en videos gehuurd en er hangt een sfeertje (of misschien is het de geur van bedorven voedsel in de koelkast) die me herinnert aan mijn eerste studentenhuis in Delft. Als deze plek iéts duidelijk maakt is het de totaal verschillende manieren waarop mensen met reizen omgaan.&lt;br /&gt;Je in Zuid-Spanje vol laten lopen om de volgende dag op het strand uit te slapen is nooit mijn idee geweest van een welbestede vakantie, maar verre reizen zijn tegenwoordig zo gemakkelijk gemaakt dat je ook in de wat meer extreme uithoeken van de wereld mensen vindt die die dagbesteding aanhouden. En ja, zelfs als ik mensen tegenkom die al 7 maanden door Zuid-Amerika reizen en nog niet eens hun biertje in het spaans kunnen bestellen, of als ik iemand tegenkom die zijn 3 weken Argentinië in de tuin van het hostel doorbrengt, doe ik heel hard mijn best te denken "Dat iedereen nu eenmaal zijn eigen manier van reizen heeft". Dan zijn er de die-hard survivalers, die opwindende verhalen hebben over slangen in hun bed in Tibet en zelf-behandelde malaria in tijdens een tiendaagse boottocht over de Amazone. Er zijn mensen die na twee weken al doodgaan van eenzaamheid, omdat ze niets anders dan Japans spreken en er zijn mensen (zoals Toby) die al jaren onderweg zijn omdat het het enige is dat ze kunnen en willen in het leven. Het sfeertje in La Casa Roja is er niet minder om (in tegendeel). Ik geniet me suf als ik Gavin, een Australiër die net is aangekomen, vrolijk door hoor ratelen in het Engels tegen iemand die hier geen woord van verstaat. En dat hij dan vervolgens nog instemmend knikt bij het (voor hem onverstaaanbare) antwoord in het Spaans pleit nog meer voor hem.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Naast wijngaard bezoek was het lekker in Santiago door de stad te wandelen, schaakwedstrijden te volgen op de Plaza en vis te eten op de drukke markt. Eén totaal ander bezoek dat ik van de week bracht is aan de voormalige Villa Grimaldi. Een plaats die in de jaren 70 door Pinochets DINA (geheime politie) werd gebruikt voor de marteling en executie van politieke tegenstanders. Langzaamaan wordt de plek, in een buitenwijk van Santiago, omgebouwd tot een park ter herinnering aan de slachtoffers, waarvan in veel gevallen het lot nog steeds onbekend is: "Desaparecido", "Vermist".&lt;br /&gt;In "Parque por la Paz", zoals het heet ("Park voor de Vrede") heerst een drukkende stilte. Er zijn niet veel mensen, een paar spelende kinderen en 2 andere toeristen. Veel meer dan een indrukwekkende lijst met namen en data is er voorlopig niet te zien. Maar toch verbaast het gebrek aan mensen me. Sterker nog, veel mensen aan wie ik onderweg de weg vraag lijken niet eens te weten dat het park bestáát. Net als in Argentinië lijken de mensen de donkere jaren 70 het liefst maar zo snel mogelijk te willen vergeten. Van de grote hoeveelheid boeken over politiek en geschiedenis in de Argentijnse boekhandels vind ik er slechts 1 of 2 die over de dictatuur gaan. Het boek dat ik zelf heb gelezen over de Argentijnse geschiedenis stópt simpelweg na Perón. De (Argentijnse) schrijver claimt dat na deze periode de sentimenten en persoonlijke betrokkenheid zo sterk worden dat het onmogelijk is er objectief over te schrijven. Herinnering is een sterk wapen, dat hebben de Dwaze moeders op de Plaza de Mayo en de bouwers van Parque por la Paz heel goed begrepen. Maar veel mensen wíllen niet herinneren. Het prachtige imago van "de meest Europese landen van Zuid-Amerika" zou zeker ernstig geschaadt worden en voormalige verantwoordelijken hebben nog steeds téveel aanhangers met dikke portemonnees en belangrijke functies. Dus blijft Pinochet voorlopig nog rustig verschijnen op cocktailparties....&lt;br /&gt;Veel mensen vragen zich af waar die steun toch vandaankomt. Waarom wordt er gestemd op corrupte ex-presidenten en wie zijn die mensen die Pinochet nog steeds steunen? Want nee, het zijn zeker niet alleen die paar búlkend rijke mensen die Zuid-Amerika rijk is. Als Fujimori, ex-president van Peru, gevlucht naar Japan na eindeloze schandaal- en corruptieverhalen, de afgelopen verkiezingen inderdaad had meegedaan zoals hij graag had gewild, had de kans zeer wel aanwezig geweest dat hij weer president was geworden. Hoe kan dat toch?&lt;br /&gt;Dat de problemen in Zuid-Amerika niet te vergelijken zijn met ons file-probleem en de wachtlijsten moge duidelijk zijn. En "een sterke man" ligt dan meer voor de hand dan het Nederlandse poldermodel. Wat mensen zich vooral herinneren van Fujimori is hoe hij de terroristen van Het Lichtend Pad opbergde. En veel mensen zien Pinochet als de man die de Chileense economie heeft gemaakt tot wat hij nu is: één van de, zo niet dé, sterktste van Zuid-Amerika(waarschijnlijk terecht)... En als je niet te eten hebt, of dagelijks beschoten wordt zal het je waarschijnlijk mínder boeien dat dat allemaal op een wat minder lieve manier bereikt wordt. Daarom zal ook voormalig president Menem bij de Argentijnse verkiezingen in januari, wel weer gekozen worden. Een corruptie- en drugsverleden zijn minder belangrijk dan de overtuiging van veel Argentijnen dat hij de kracht en ervaring heeft om het land uit de crisis te leiden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Inmiddels ben ik aangekomen in Valparaíso, een havenplaats niet var van Santiago. De stad is een sprookje: De haven met knalblauwe zee, de stad die opkruipt tegen de heuvels, duizenden kleine gekleurde huisjes, flanerende marine-mannen in uniformen uit de hele wereld (ok dames, niet gelijk en masse afreizen ) en overal grappige rammelende liftjes die je de verschillende heuvels opbrengen. En veel, heel veel schaal- en schelpdieren natuurlijk.... Mjam. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113956647666919972?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113956647666919972/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113956647666919972' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956647666919972'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956647666919972'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/11/latinoland-23-re-encuentras-mochileros.html' title='Latinoland 23: Re-encuentras, Mochileros y Desaparecidos'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113956619062569675</id><published>2002-11-16T11:06:00.001+01:00</published><updated>2008-09-03T13:19:05.214+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Argentinië'/><title type='text'>Latinoland 22: Immigrantes y Hielo cayendo</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/2/26/Argentina_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Raar is het, ik heb nog 5 weken vor de boeg, een stuk langer dan een "gemiddelde" vakantie, maar ik heb toch het gevoel dat het einde zo alngzamerhand dichterbij komt. Kerstplannen worden gemaakt, cadeautjes gekocht en doordat ik steeds meer richting Peru ga (goed, er ligt nog een heel land tussen, daar niet van...) heb ik het gevoel dat ik een beetje "op de terugweg" ben... Eerst nog maar eens een verhaaltje dan... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Hoewel het grootste deel van Zuid-Amerika een grote mix van volken, kleuren en rassen is, vind je over het gehele continent kliekjes de niet zijn opgegaan in de massa. Oude kolonisten die stug vasthouden aan hun eigen gewoonten, kleding en taal. In het zuiden van Brazilië vind je bijvoorbeeld hele enclaves Duitsers. Er zijn dorpjes daar waar ieder jaar Bierfesten worden gehouden, compleet met worst en lederhosen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Argentinië is het immigratieland bij uitstek. Aan het einde van de vorige eeuw werd immigratie door de Argentijnse regering actief gepromoot. Er was een enorme hoeveelheid leeg land en de Argentijnse politici hadden een groot vertrouwen in de komst van Europese en met name Anglosaxische immigranten: Deze mensen zouden het land leren wat werklust, verantwoordelijkheid en respect voor gezag was! (Het spreekt voor zich dat dit soort uitspraken werden gedaan in een tijd dat er nog géén verkiezingen werden gehouden). Wat er in eerste instantie aankwam in Argentinië viel de politici een beetje tegen: Arme Ieren op de vlucht voor de hongersnood en religieuze vluchtelingen... Uiteindelijk kwamer echter ook de meer "sosphisticated" families waarop was gehoopt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Patagonië werd voor veel immigranten hun nieuwe thuisland. Op foto's in het Museo de Pioneros in Rio Gallegos (in het uiterste zuidpuntje van Patagonië) zie je mannen in donkere pakken met grote snorren en dames in enorme jurken met hoeden en corsetten. God, wat moeten die mensen geschrokken zijn toen ze in dit lege, "windswept" (in goed Nederlands...) land aankwamen. Hard geprobeerd natuurlijk, om aan de eigen tradities vast te houden, maar dat zal niet meegevallen zijn!&lt;br /&gt;In die tijd was Patagonië ook niet helemáál zo leeg als de mensen was verteld. Verschillende stammen Telhuelche-indianen zwierven rond, wat ook even schrikken moet zijn geweest. Vlakbij Puerto Madryn doet het volgende verhaal de ronde: Een groep van enkele Welsh families trok vanuit de kust een paar dagreizen (te voet!) het land in om een nieuwe vestigingsplaats te zoeken. Eén nacht zochten ze beschutting in de luwte van een heuvel. Bij het onwaken echter, zagen ze zich omringd door een enorme groep van zeker 80 Telhuelches. Eén van de Welsh-babys begon te huilen, waarop haar moeder haar in de armen legde van één van de Telhuelche-vrouwen. Deze suste het kind en gaf het terug aan de moeder. En de basis voor een wat ongewone vriendschap was gelegd.&lt;br /&gt;In veel gevallen hielpen de Telhuelche de nieuwe immigranten te wennen aan hun nieuwe land. En dat, samen met hard werken, hielp. Veel families hebben, ondanks de moeilijke start, uiteindelijk een leven opgebouwd dat véél beter is dan dat ze in hun geboorteland hadden kunnen krijgen. En "in the process" hielpen ze mee met de opbouw van Argentinië. Zo komt het dus dat je rond Puerto Madryn gemeentes tegenkomt waarin 30-50% van de bevolking claimt Welsh te zijn, waar mensen onderling die taal spreken en hight tea serveren, maar waar ze ondertussen óók trots zijn op hún land: Patagonië, Argentinië.&lt;br /&gt;In Gaiman, één van die typisch Welshe plaatsjes bezoek ik een theehuis. Ondanks de palmbomen die het gebouw omzomen is het een totaal Britse enclave: Bloemetjesbehang en -tapijt, scones, een theepot in een gebreid roze hoesje en een lelieblanke serveerster met erg jaren 80-Brits haar. En om het allemaal nog echter te maken hangt in de gang een grote foto van het bezoek dat Princess Di er een jaar of tien geleden bracht. Het plakkaat naast haar foto is gezwollen van trots. Dat zal me een event geweest zijn!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Argentijnen grappen vaak dat de Mexicanen van de Mayas stammen, de Peruanen van de Incas en Argentijnen van de boten (waarmee ze uit Europa kwamen). De crisis heeft de situatie nogal veranderd. Het immigratiebeleid heeft in veel gevallen plaatsgemaakt voor: "beschermen wat we hebben" (Waar ken ik dat toch van?!) en met name in Buenos Aires kon je veel mensen tegen met bepaald ongezonde denkbeelden over hun Boliviaanse en Peruaanse buren, die tot voor een aantal jaren terug (toen Argentinië het rijkste land in de omgeving was) in grote getale naar Argentinië kwamen om de baantjes aan te nemen waar de Argentijnen zelf geen zin in hadden: Fabriekswerkers, bedienend personeel, huishoudelijk personeel. Inmiddels gaan veel van deze mensen terug naar hun land, simpelweg omdat het geld dat ze verdienen niet meer de moeite waard is. En er is nog een ander gevolg van de crisis: Veel internationale bedrijven verplaatsen hun vestigingen naar andere landen met medeneming van hun -vaak hoogopgeleid- Argentijns personeel. Iets dat in de toekomst nog wel eens zuur kan uitpakken voor de Argentijns maatschappij. Of, zoals een verkoper met literaire ambitie bij Hecho schreef: We kwamen op de boten en nu vertrekken we met het vliegtuig....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vanuit het Noorden van Patagonië ben ik verder afgezakt naar het zuiden. Nog niet helemaal in het zuidelijkste puntje, maar toch wel zóver dat er lustig wordt rondgestrooid met de term "Het einde van de wereld": El Calafate. Het dorpje zelf is één groot toeristengat, maar het biedt toegang tot Argentiniës bekendste Nationaal Park: Parque Nacional Los Glaciares. De Perito Moreno Gletcher in dit park is een "Glacier Avanzando", een gletcher die nog steeds in grootte toeneemt (hoewel die groei met de temperaturen de laatste jaren schijnbaar een beetje tegenvalt).&lt;br /&gt;De gids in het park weet het mooi te brengen: Voor het busje een grote bocht omgaat die ons de eerste blik zal gunnen op de Glacier vraagt ze ons alle postkaarten en plaatjes die we hebben gezien in gedachten te nemen en die te vergelijken met wat we zo direct gaan zien: "Señores y señoras, Ladies and Gentlemen: Perito Moreno Glacier!".... En jawel: 8 man houden hun adem in: 4 km breed, 14 km diep en 60 meter hoog ijs, een schitterende blauwe glans, scherpe pieken, een turquoise meer en overal ijsschotsen. Een bootje brengt ons tot op 300 meter afstand. Dichterbij kun je niet komen, want continu vallen gigantische brokken ijs met veel spectakel in het "ijsbergkanaal". Het geluid van de ijsbergjes tegen de boot ontlokt aan één Gucci-bebrilde Argentijnse dame vol goud de kreet: "Titanic!".De rest van de middag bekijk ik de glacier vanaf de kant. Het meest indrukwekkende is toch wel het geluid van het constante werken van het ijs: gekreun, gepiep en af en toe een donderend geraas als er weer een deel instort. Het park is uitgeroepen tot "World Heratage Site", een plaats die bewaard moet worden voor onze kinderen en kinds-kinderen, om deze te herinneren aan de tijd dat deze ijsgiganten in grote getale over de wereld kropen.... Laten we hopen dat dat lukt!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vanuit El Calafate dus weer naar het noorden: Bariloche. En van Wales kom je dan ineens terecht in Zwitserland: Prachtige besneeuwde bergtoppen, naaldbomen en meren. In het stadje Bariloche veel Chalet-achtige gebouwtjes en keienstraatjes. Het centrale plein heeft een adembenemend uitzicht over het meer en de bergtoppen erachter en je kunt er op de foto met een St. Bernhard. Gisteren heb ik een stuk gewandeld in de heuvels in het dorpje Llao llao, hier vlakbij. Ook hier weer meren en naaldbomen en een schattig kerkje van houten bielsen. Ik krijg de behoefte rond te gaan rennen en heel hard "The hiiiiills are aliiiive!" te gaan zingen. Gelukkig herinnert een groot bamboebos en de siësta in het dorpje er me nog net op tijd aan dat ik wel degelijk nog steeds in Argentinië ben!&lt;br /&gt;Maar Argentinië zit er nu wel bijna op. Vanmiddag reis ik met de bus verder naar het noorden, naar Mendoza, om daar de grens over te steken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het volgende bericht zal dus vanuit Chili komen!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113956619062569675?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113956619062569675/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113956619062569675' title='1 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956619062569675'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956619062569675'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/11/latinoland-22-immigrantes-y-hielo.html' title='Latinoland 22: Immigrantes y Hielo cayendo'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>1</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113956599344117531</id><published>2002-11-06T11:03:00.001+01:00</published><updated>2008-09-03T13:17:59.466+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Argentinië'/><title type='text'>Latinoland 21: Un Quilombo, En la Carpa y Moca de Ballenas</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/2/26/Argentina_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Jullie hebben weer even moeten wachten op een nieuw verhaal. Vorige week nog een week (ja, nóg een week!) in Buenos Aires doorgebracht en niet veel opmerkelijke dingen gedaan of beleefd. Op wat kleine dingen na natuurlijk.... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Zo was er allereerst een bezoek aan het beroemde Café Tortoni. Mijn huisgenootje Fiona schrijft haar proefschrift over Latijns Amerikaanse schrijfsters en Café Tortoni is dé plek waar zich de intellectuelen, schrijvers en componisten ophielden en schijnbaar nog ophouden. Het café heeft een erg Parijse uitstraling, veel spiegels en glas-in-lood, sigarettenrook en met goud behangen dames van middelbare leeftijd. In een apart zaaltje wordt een tangoshow gegeven. We krijgen een prachtig plekje vooraan, en met een fles wijn en een bakje olijven genieten we van het enorm foute vermaak: Een zanger die op André Hazes lijkt, een te dik meisje dat een prachtige tango danst met een meneer in een hele blauwe broek en de eigenaar die als een grote glimmende aardappel rondloopt om iedereen tot meezingen te manen. Wat een kitch! Maar de muzikanten zijn fantastisch en het enthousiasme van publiek en performers is zeer aanstekelijk. Toch nog ergens een tango-CD op de kop tikken!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"¡Que quilombo!", één van de meest Argentijns-spaanse uitspraken die er bestaat. Officieel is een "quilombo" een bordeel, maar Argentijnen gebruiken het voor alles dat een puinhoop is. En dat is nogal wat, zeker de het afgelopen jaar: De banken, het verkeer, de regering: Un quilombo, un quilombo, un quilombo.... Wat zéker een quilombo was, was mijn huis de afgelopen week. Mijn twee Porteño-vrienden hadden besloten te verhuizen naar een meer centrale lokatie in Buenos Aires en het huis moest daarom stante pede worden opgeknapt voor nieuwe bewoners. De werklui die daarvoor waren ingehuurd brachten de dag door met het drinken van maté, het bellen van heel veel verschillende mensen en het werken op 5 verschillende plaatsen tegelijk. Daar was een hele plausibele verklaring voor, die ik ergens ben vergeten in de tijd tussen dat ik niet meer kon douchen (omdat ze het bad aan het verven waren) en dat ik probeerde te internetten in een kamer zonder meubels (terwijl naast mij iemand met een drilboor de muur aan het weghakken was). "¡Que quilombo!" Uit verhalen heb ik inmiddels begrepen dat veel werklui hier in veel gevallen erg hun best doen aan het Latino-stereotype te voldoen. Zo hoorde ik van een Nederlands gezin dat al een poosje in Sao Paulo woonde en waar een ruitje was geseuveld. Eén ruitje. Na een telefoontje naar de glaszetters kwamen er vijf werklui langs. Vijf. Voor één ruitje. Het duurde twee dagen voor het was vervangen. Want vijf werklui hebben heel wat bij te praten als ze elkaar al een poos niet hebben gezien! De Nederlandse man kon er inmiddels om lachen....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar uiteindelijk ben ik dan toch definitief (?) vertrokken uit Buenos Aires. Eerst maar een heel klein stukje, naar het piepkleine pampa-plaatsje San Antonio de Areco. Een busrit dwars door enorme velden vol koeien. Areco is zo'n plaatsje waar niemand zijn fiets op slot zet, de vleeswarenjongen in de "supermarkt" de volgende klant bij zijn voornaam aanspreekt en waar een aantal van die stoffige kleine kioskjes zijn, waar men werkelijk alles verkoopt (zodra men het heeft gevonden). Areco heeft een zekere faam opgebouwd als Gaucho-stad, met een museum geheel gewijd aan dit super-Argentijnse symbool. Veel zwepen, dolken, zadels en pistolen. Helemaal in het wilde westen. Het gastenboek, dat bijna geheel gevuld is met verhalen van Argentijnse bezoekers is vol trots. Zodra het heden een quilombo is gaan mensen hun verleden koesteren....In Areco verbleef ik voor het eerst sinds járen weer eens in een tent. Het landleven leek wel weer eens leuk na bijna twee maanden in de stad. Maar de afgelopen jaren, en zeker na ook nog eens twee maanden in een mode-bewuste stad als Buenos Aires, ben ik wel een ontzettende stadstrut geworden. Nog net geen hakken, maar met gelakte nagels en fancy zonnebril en al. En met de slappe lach opspringen als er tijdens het afwassen een dikke pad op je schoenen gaat zitten. Dat soort dingen. Waar ik dan wel weer helemaal trots op ben is mijn eerste geheel-eigenhandig bereide parilla. Want het zou geen Argentijnse camping zijn zonder minimaal twee dozijn barbecues op het terrein. En de "Bife de Lomo" die deze Hollandse daarop met de juiste portie geduld op heeft bereid, daar zou de gemiddelde Argentijnse asador (iemand die in een barbecue-restaurant werkt) nog een puntje aan kunnen zuigen. Zo.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Enkele dagen geleden dan eindelijk weer eens een échte busrit achter de rug. Na 20 uur bussen op zaterdag aangekomen in Puerto Madryn, Patagonië. Het landschap van Patagonië is ongelooflijk. Niet zozeer door schoonheid, als wel door de ongelooflijke leegte. Honderden kilometers lang niets anders dan gras en lage doornstruiken. Na 6 maanden Latijns Amerika kan ik me nog steeds verbazen om het ongebruikte land, de verlatenheid die je niet alleen hier, maar in álle landen die ik ben gepasseerd tegenkomt. In het noorden van Perú schijnen delen te zijn waar je gewoon naartoe kunt gaan met je naambordje en je rol prikkeldraad om een willekeurige lap grond te claimen. Zodra je het gaat bebouwen of beplanten is het van jou.... Onvoorstelbaar voor iemand opgegroeid in de Hollandse Randstad waar iedere vierkante centimeter is bezet!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar terug naar Patagonië. Puerto Madryn is, naast een haven, dé uitvalsbasis voor mensen die Peninsula Valdes willen bezoeken, een schiereiland en nationaal park dat beroemd is om zijn fauna. Toen ik me op maandagochtend meldde om met een tour mee te gaan, bleek de stress op het kantoortje van de travel agency een beetje toegeslagen. De enige engelstalige gids bleek ziek en nu zat de eigenaar met een spaanse gids en een half busje mensen die alleen engels spraken. Maar als ík nou even zou vertalen, kreeg ik de volgende dag een andere tour gratis... Niet gedacht dat mijn opgedane kennis van het spaans al zo snel iets op zou leveren!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Onze gids heette Monica, een enorme blonde Argentijnse, met een welluidende lach en een onuitputtelijke kenis van (onder meer) het sexleven van de complete fauna van het schiereiland: "De penis van een Ballena franca austral (walvis) is tussen de 1 meter en 1,80 meter lang." Scary!&lt;br /&gt;Onze eerste stop was Puerto Piramides, waar we inscheepten op een bootje om de walvissen te bekijken die in de baai van het schiereiland hun kinderen krijgen en bescherming zoeken tegen de orcas. De eerste walvismoeder met kind kwamen we al na een tiental minuten uit de kust tegen. Op een meter of tien van de boot verdwenen eerst een enorme staart en daarna een kleinere (maar toch nog steeds een erg grote) in het water. Die ochtend hebben we zeker 15 verschillende walvissen gezien. Van de vissen zelf (pardon, zoogdieren) zie je niet veel meer dan de bulten en staarten die zo nu en dan boven het water uitkomen. Maar de grootte en het geluid van de ademhaling is onbeschrijflijk. De naam "Ballena franca" wil ondermeer zeggen dat het franke, nieuwsgierige en bepaald geen teruggetrokken dieren zijn. Sommige taferelen waren dan ook onvergetelijk. Zeker de "kleintjes" leken af en toe echt met de boot te spelen. Ze kwamen op aanraakafstand, bliezen hun "moca" (snot) in je gezicht en doken dan met hun enorme lijven onder de boot door. Al die tijd wijkt moeder walvis niet van hun zij. En als ze dan definitief onderduiken om een ander speeltje te zoeken durft iedereen op de boot eindelijk weer adem te halen....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De tocht over het eiland gaat verder naar Caleta Valdes en Punta Norte. Onderweg veel guanacos (soort llamas), nandú (soort struisvogels) en amadrillos. Aan de kust huizen kolonies zeeolifanten. Wel eens een klomp vet van 4000 kilo met het geluid van een buitenboordmotor enthousiast over het strand zien schuiven? Dat is wat je ziet als je het "eerste mannetje" van een zeeolifantenkolonie bezig ziet. Het strand ligt vol vrouwtjes die lui in de zon liggen en af en toe hun best doen uit de weg te blijven van die dikzak, terwijl in een nabij ondiep poeltje zeker 20 kleine zwarte "pups" rondspartelen. Het is prachtig om een poos in de zon te zitten en de bewegingen van deze kleine gemeenschap te bekijken.&lt;br /&gt;En sommige mensen weidden daar hun hele leven aan. Op Punta Norte woont Roberto, een onderzoeker en natuurbeschermer, alleen met zijn paard. Hij zit daar al tien jaar, niet zozeer voor de olifanten als wel voor de orcas, die bij hoog tij komen om te langzame olifanten van het strand te pikken. Hij kent ze allemaal, de orcas, en zij kennen hem. Hij speelt mondharmonica voor ze en heeft de meest verbluffende fotos en verhalen. Orcas, zo beweert hij, zijn de meest intelligente dieren die er bestaan, omdat ze om hun doden treuren, net als wij mensen. En zo vertelt Roberto hoe de bewoners van Caleta een aantal maanden terug verbaasd toekeken toen een groep orcas in een lange stoet kwam aanzwemmen. Niet springend over de golven, zoals normaal gesproken, maar in een lange, statige rij. Pas toen ze dichterbij kwamen zagen de bewoners hoe de voorste orca, een vrouwtje, een kleine orca in haar bek droeg. En hoe de andere orcas haar begeleiden als de begrafenisstoet voor haar overleden jong.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De excursie van gisteren ging naar Punta Tombo, een grote pinguinkolonie zo'n 200 kilometer ten zuiden van Madryn. Waar iedereen op maandag vooral onder de indruk was en bezig was zijn adem in te houden, werd er gisteren vooral veel gelachen. Pinguins hebben zulke menselijk trekjes dat ze onvermijdelijk op je lachspieren werken. In Punta Tombo loop je er middenin, zeker nu de helft van de pinguins (mannetjes én vrouwtjes, ze delen het heel ge-emancipeerd!) op eieren ligt te broeden. Ik heb een paar uur lang genoten van hun oude-herengedrag als ze het water inliepen, het bijna arm-in-arm lopen van sommige pinguinstelletjes en vooral hoe ze gezellig terug gaan staren als je jou zien kijken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De komende dagen wordt de reis naar het zuiden verder voortgezet!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113956599344117531?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113956599344117531/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113956599344117531' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956599344117531'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956599344117531'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/11/latinoland-21-un-quilombo-en-la-carpa.html' title='Latinoland 21: Un Quilombo, En la Carpa y Moca de Ballenas'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113956564234473102</id><published>2002-10-22T10:56:00.002+02:00</published><updated>2008-09-03T13:28:37.528+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Argentinië'/><title type='text'>Latinoland 20: Vino, Argentinos en la Nieve y Theorias de Ignacio</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/2/26/Argentina_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Het heeft even geduurd...mijn vader heeft me bezig gehouden!&lt;br /&gt;Alweer twee weken geleden heb ik mijn vader 's ochtends vroeg kunnen ophalen van het vliegveld, om twee weken samen te gaan reizen. Hij kreeg gelijk een prachtige les in Latijnsamerikaanse organisatie: Twee douane-uitgangen die uit elkaars zicht liggen, zodat je toch in ieder geval 50% kans hebt dat je je wachtende familieleden treft. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Natuurlijk moest er veel bijgepraat worden, en voor Jan, ook veel kennisgemaakt. Met de stad, het Latijnsamerikaanse verkeer (taxichauffeurs die over de passagiersstoel liggende met één hand het raampje gaan dichtdraaien terwijl ze een truck inhalen), Argentijnse biefstukken, Argentijnse wijn, Porteños en hun begroetingsrituelen (Vandaag weer een gesprek, opgevangen tussen klant en winkelier: "Hoe gaat het ermee?" "Fantastisch!" "Daar ben ik blij om!"). Zaken die voor mij al gewoon zijn geworden, waren voor Jan nog helemaal nieuw, iets dat dan weer heel leuk en gezond was voor mij.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dan waren er een aantal kennismakingen die voor mij gelijk een afscheid inluiden. Allereest van mijn huisgenoten. Afscheid in de vorm van een verjaardagsfeest voor Martin, één van mijn porteño huisgenoten, met een ontstellende hoeveelheid drank en taart. En natuurlijk van Hecho, waar Jan uitgebreid werd gezoend door één van mijn vrolijke mannelijke straatvrienden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na drie dagen Buenos Aires hebben we de bus genomen naar Mendoza. Een busreis van 13 uur, maar zo confortabel dat Jan eigenlijk wel de hele tijd zo had willen reizen. Leren stoelen (ze moeten wat met dat biefstuk-restafval) waarbij de businessclass in een vliegtuis zou verbleken...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mendoza bleek een heel leuk stadje, met overal prachtig betegelde pleintjes en fontijntjes en een heerlijke kleinstadse atmosfeer. Het stadje ligt in het Cuyo-district, waar 80% van de Argentijnse wijn vandaan komt. De druiven zijn destijds meegenomen door de Europeanen en bleken het in het droge, maar geirrigeerde Mendoza prima te doen. Tot voor 20 jaar geleden verdween de volledige wijnoogst in de buiken en kelders van de Argentijnen, maar de laatste jaren wordt er meer en meer geexporteerd. En terecht! Zelfs voor de studentenprijzen die wij in het huis betalen (vanaf 1 (één!) euro) voor een fles, ben ik eigenlijk nog geen slechte wijnen tegen gekomen. Al met al kun je geen beter excuus verzinnen om minimaal één nieuw flesje per dag te proberen. De tweede dag in Mendoza hebben we helemaal in het teken gesteld van de wijn. Eerst een aantal bodegas bezocht, een rondleiding gekregen en al om half elf Žs ochtends aan het eerste proefglas, samen met een buslading Argentijnse bejaarden, die allemaal op ons gingen proosten toen ze hoorden dat we uit Nederland kwamen. De jongen die ons rondleidde moest natuurlijk nog wel even vermelden dat San Felipe ook naar Nederland wordt ge-exporteerd. Dus willen jullie proeven wat wij hebben geproeft: &lt;/span&gt;&lt;a href="http://www.bodegalarural.com.ar" target="_blank"&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;www.bodegalarural.com.ar&lt;/span&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De tweede bodega was piepklein, er werkten slechts 5 mensen. Prachtige wijnkelder waar 1 mevrouw met de hand alle etiketten aan het vastplakken was. En gewandeld tussen de olijfbomen en druivenplanten met uitzicht op besneeuwde bergtoppen. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Terug in Mendoza was het tijd voor een wijnbar. Genoten van een paar heerlijke glaasjes en een berg kaasjes, olijven en ham. De eigenaar, een jonge jongen die in ons onmiddellijk een stel connesseurs herkende (hum...?!) blééf nieuwe flessen aandragen en nodigede ons uit om die avond gezellig terug te komen, wat we natuurlijk hebben gedaan. De volgende dag was een weinig productieve....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vanuit Mendoza zijn we een dag de bergen ingeweest. De internationale weg naar Chili (Mendoza ligt zo'n 200 km van de grens) biedt spectaculaire uitzichten op de hoogste pieken van het continent. De tour waar we mee gingen was even schrikken. Niks geen kleine 4WD, maar een complete bus vol Argentijnse gezinnen en één verdwaalde Japanse jongen die geen Spaans en 3 woorden Engels sprak. De eerste stops stond ik vol verbijstering te kijken naar de enorme hoeveelheid mensen die zich voor nog grotere groepen mensen lieten vereeuwigen voor historische bruggen en vergezichten. Want met onze bus waren we terecht gekomen op een punt waar nóg 4 bussen van hetzelfde formaat stonden. Ik houd mezelf graag voor de gek met het idee dat ik als enige toerist de Andes door dartel en heb fotos van de brug dan ook verder maar laten zitten. Dankzij onze geweldige gids slaagden we er uiteindelijk in de andere bussen min of meer af te schudden en hebben we gelukkig uitgebreid kunnen genieten van de relatieve rust, de varieteit aan kleuren en de de waanzinnige indrukwekkende bergpieken. Er werd gestopt voor een stuwmeer en de Aconcagua (de hoogste berg van Latijns Amerika met meer dan 6900 meter). De Puenta del Inca, waar thermaal water door allemaal kleine gaatjes naar boven borrelt, dat een prachtige gele (van het sulfaat in het water) natuurlijke brug op heeft gelevert. Waar ze overigens ook weer hun best hebben gedaan op vreselijke souvenirs: Alle rotzooi die mensen ooit in het water hebben laten vallen (Blikjes, kinderschoentjes, mutsen) en die door de minelralen in het thermaal water zijn versteend kun je voor een habbekrats meenemen. Leuk. Een andere stop was Los Penitentes, een skioord in de wintermaanden, waar we werden losgelaten om een poosje in de sneeuw te spelen. Dat lieten de Argentijnen zich geen twee keer zeggen! Velen van hen hadden moonboots gehuurd en de combinatie witte benen-korte broek-moonboots was onvergetelijk! Ook mooi om te zien dat skihotels er blijkbaar over de gehele wereld hetzelfde uitzien! Dan was er nog de hoogste stop, vlak voor de grens met Chili, het plaatsje Las Cuevas. In hoogzomer kun je hier nog verder de berg op. Maar met zo'n 5 meter sneeuw op de weg was het bordje "Intransitable" (ontoegankelijk) misschien wat overbodig!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vanuit Mendoza wegens de korte tijd met het vliegtuig naar Salta, bijna tegen de grens met Bolivia. Het wordt eens te meer duidelijk dat er nauwelijks sprake is van één Argentinië (net zoals er niet één Peru of één Bolivia is), want ineens, na bijna 2 maanden Europa zit ik weer volop in de Andes-cultuur: dames met vlechten, vuile schoenpoetsjongetjes, markten met veel vreemde aardappelen, llamas en een plein waarop ik me zo terugwaan in Arequipa, Peru.&lt;br /&gt;Vanuit Salta hebben we een twee-daagse tocht ondernomen door de Quebrada de Humahuaca, een vallei vol piepkleine dorpjes, waar indigene gezinnen al generatie op generatie dezelfde oogst binnenhalen, naar de kerk gaan en op dezelfde wijze op de plaza met de buren praten. Na de volle bus van de vorige keer hadden we besloten tot een iets andere aanpak: een piepklein Ford-K-je met daarin onze privé-gids Ignacio.&lt;br /&gt;Weer twee dagen lang adembenemende berggezichten. De bergen in de Quebrada bevatten verschillende metalen, die zorgen voor een waar schilderspallet aan kleuren. In het plaatsje Pumamarca, waar we in een práchtig Trisha Guilt-style hotel de nacht doorbrachten, staat ligt zelfs de beroemde berg met de zeven kleuren. Meer nog dan de bergen, kleuren en cactussen was ik weg van de kleine dorpjes. Met kerken waarin iemand uitgebreid de tijd neemt je de schilderijen uit te leggen. Met kinderen die voetballen in de blubber. Met dames met schaapjes aan een lijntje. Met vaders met kinderen op de fiets. Met verlegen zusjes die bést op de foto willen.....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En of dat allemaal nog niet genoeg was bleek Ignacio op zichzelf al een attractie. Zijn leeftijd wilde hij niet onthullen (Je bent zo oud als je je voelt), maar afgezien van een onuitputtelijke kennis van het gebied had hij antropologie en archeologie gestudeerd, sprak hij Spaans, Portugees, Italiaans, Engels en twee indiaanse talen en had hij tussendoor nog tijd gezien 2 kinderen te krijgen, boeken te schrijven en een CD op te nemen met zijn eigen muziek. Gestudeerd bij de Jezuïeten, academisch opgeleid en nog steeds een verklaard katholiek was hij niet de meest voor de hand liggende persoon voor de discussies die we 's avonds hadden. Op de één of andere manier staan in Nederland hoog-opgeleid en/of gelovig en andersinds spiritueel op gespannen voet. Maar wie ooit wel eens een boek heeft gelezen van Isabel Allende of Gabriel Gracia de Marquez, weet dat dat in Latijns Amerika helemaal niet zo hoeft te zijn. Spiritualiteit zit door de nabijheid van de natuur en de indiaanse volkeren veel meer verweven met het dagelijks leven. Dus hadden we het 's avonds onder het genot van een wijn en een comida typica (streekgerecht) over Indiaanse mythen, Einsteins wiskundecijfers, levitatie, het verband tussen Stonehenge, de Inca-tempels en de pyramides in Egypte, kennis van een hogere macht, buitenaardse wezens en de overeenkomsten tussen wereldreligies.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Inmiddels ben ik ben weer terug in Buenos Aires en is mijn vader weer op huis aan. Hij schreef me dat hij nog wel even zal moeten bijkomen van alle indrukken!&lt;br /&gt;Ondertussen zijn er weer nieuwe mensen in mijn huis en wacht ik de komst van een aantal oude vrienden nog even af, terwijl ik mijn trip naar het zuiden van Argentinië plan.&lt;br /&gt;Hasta pronto!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113956564234473102?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113956564234473102/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113956564234473102' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956564234473102'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956564234473102'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/10/latinoland-20-vino-argentinos-en-la.html' title='Latinoland 20: Vino, Argentinos en la Nieve y Theorias de Ignacio'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113956533875197355</id><published>2002-10-07T10:51:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:20:17.132+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Argentinië'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='vrijwilligerswerk'/><title type='text'>Latinoland 19: Noticias, Polo y Decir NO</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/2/26/Argentina_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Mijn laatste weekje Hecho, mijn laaste dagen Buenos Aires. Morgen komt mijn vader langs om twee weken samen te reizen. Hoewel ik hier nog wel een aantal dagen zal doorbrengen heb ik de afgelopen week toch al een beetje afscheid genomen van de stad. En het valt me zwaar... Net nu ik de weg begin te kennen, nieuwe mensen in het huis wegwijs maak, zelfs Porteños de juiste busstop wijs en me bij Hecho echt nuttig begin te maken ga ik weg! Buenos Aires is een klein beetje mijn thuis geworden, waar ik als eerste stad ook qua kleurtje een beetje kan opgaan in de bevolking. Dus dan toch maar even een opsomming van die dingen die Buenos Aires Buenos Aires maken en die ik zo ga missen:&lt;br /&gt;* Groeten: het begroeten van nieuwe vrienden (lees: iedereen aan wie je je voorstelt of wordt voorgesteld) met één zoen. &lt;em&gt;Como estas?...&lt;/em&gt;en ze willen het antwoord nog horen ook! Maar ook het groeten van (ok, zónder zoen) de mensen in mijn buurtje die ik heb leren kennen: de beveilingingsman van de winkel op de hoek die altijd een beetje hoffelijk naar me buigt, de kassiére van de supermarkt die verliefd is op prins Philippe van Spanje, de jongen van de kiosk die muntjes spaart en de jongen op het treinstation die altijd zo moet lachen als ik weer eens bíjna mijn trein mis.&lt;br /&gt;* De blikken op de stad: Rijden met de bus over 9 de Julio, die achterlijke 16-baans autobaan; Plaza de Mayo in de zon, met palmbomen en duiven; De enorme vlag op Plaza San Martin.&lt;br /&gt;* De Porteños: &lt;em&gt;Hoe gaat het? Waar kom je vandaan? Kan ik je helpen? Ben je verdwaald? Ow, ik ben dól op Holland!&lt;/em&gt; En als er ook maar een sprankje zon is zoeken ze met zijn allen het dichtsbijzijnde stadspark op, om daar zo nakend mogelijk te gaan liggen, mét thermos en maté natuurlijk (en de hond, voetbal, kroost, oma, barbecue, stereo en picknickmand...)&lt;br /&gt;* De faciliteiten: Heerlijke restaurants, gezellige barretjes, mijn gym (zónder uitsloverige mannen!) prachtige kleding, enorme boekwinkels... (en met 3.7 peso voor een dollar zou je ze nog bijna leegkopen ook...)&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Mijn vader laat me over de mail weten dat hij het jammer vindt de aankomende twee weken de soap van de Nederlandse politiek te moeten missen. En hoewel LPF jullie behoorlijk bezig weet te houden, is de Argentijnse soap zeker ook de moeite waard! Vorige week heeft buurman Lula, de Braziliaanse presidentskandidaat waarover ik jullie al eerder vertelde het gewaagd Argentinië (on camera) een Republiekje en een slecht voorbeeld te noemen. De Argentijnse media raken er niet over uitgebriest. Nu staat Lula al niet bekend om zijn subtiele uitlatingen (in dezelfde speach moest andermaal de VS het ontgelden), maar er zijn betere manieren om je buurland aan je te binden! Ondertussen proberen Argentijnse politici driftig een accoord te bereiken met het IMF en de Wereldbank om toch maar niet de torenhoge schulden te hoeven betalen die in December afgelost zou moeten worden. En dan is er de nieuwe wet die men geaccepteerd probeert te krijgen. De wet moet ervoor zorgen dat alle 2.3 miljoen straatarme kinderen tot vijf jaar en zwangere vrouwen recht hebben op een bepaalde basisverzorging. Met name in de Chaco-provincie in het noorden van Argentinië is de nood op het moment hoog en de wet moet ervoor zorgen dat deze groep in ieder geval te eten heeft. Voor het accepteren van de wet zijn 400.000 handtekeningen (1,5% van het electoraat) nodig, en als je de rijen geduldig wachtende Porteños ziet voor de straatstandjes met handtekeningenformulieren, komen die er wel. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Alsof het contrast tussen de verkopers van Hecho en mijn eigen leven nog niet groot genoeg is heb ik vorige week, direct na thuiskomst van Hecho, een bezoek gebracht aan Argentiniës nr.1 sport. Verbazingwekkend genoeg is dat geen voetbal, maar polo! Twee jongens van onze gym namen Daniel en mij mee naar de belangrijkste countryclub van Buenos Aires. Hoewel ik toch inmiddels wel wat gewend ben keek ik mijn ogen uit bij de gigantische huizen op het terrein. De polo-wedstrijd zelf vond plaats op een enorm groot en gladgeschoren grasveld. Langs de kant veel Ralph Lauren, hoedjes, Gucci-brillen en baretten. Het spel begreep ik niet echt, af en toe waren de spelers zo ver weg dat ik de bal nauwelijks kon onderscheiden, maar het geluid van acht aanstormende paarden was indrukwekkend! En wat voor paarden! Volgens één van de staljongens die we spraken zijn polopaarden Argentiniës enige exportproduct dat, hoewel misschien wat niche, nog in de lift zit. Maar de mooiste paarden houden ze lekker zelf...En het is dan toch weer leuk om te zien dat het eigenlijke verschil tussen de mensen op het polo-veld en die in Hechos wankele kantoor, misschien maar denkbeeldig is. Die ochtend bij Hecho en die middag tussen de hoedjes beland ik in dezelfde discussie: Is het beste voetbalteam van Buenos Aires &lt;em&gt;Boca &lt;/em&gt;of &lt;em&gt;River&lt;/em&gt;?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De laatste week bij Hecho was geen gemakkelijke. Hoewel het werk zelf en het converseren met de verkopers me steeds makkelijker afgaat worden ook de scherpe kantjes duidelijk. Het lijkt wel of iedereen deze week zonder geld zit. Op één dag komen er zeker 15 man vragen om revistas fias (tijdschriften op de pof). De schulden die de verkopers bij Hecho hebben worden bijgehouden in een schrift en hoewel de regels hier en daar wat te buigen zijn worden er wel grenzen getrokken. Heeft iemand een aanzienlijke schuld (meer dan een peso of 5, om die op te lossen moeten er 6 tijdschrifeten worden verkocht en niets uitgegeven) zitten fias er niet zomaar in. Ze moeten dan eerst met Jorge praten en uitleggen hoe ze het denken af te lossen. Ik ben dus (gelukkig) niet degene die de uiteindelijke beslissing moet nemen, maar als er een oudere Malvinas-veteraan (die altijd erg mooi gedichten voor me declameert) voor mijn neus staat die dreigt zijn kamer kwijt te raken als hij niet heel snel met geld aankomt, kost nee-zeggen toch erg veel moeite....Gelukkig maakt dat me een echte Latino! Ik bevind me in een cultuur waar No als een onbeleefd woord wordt gezien, hetgeen mij met mijn Hollandse directheid en liefde voor duidelijkheid soms in de problemen brengt. Van Bolivianen die je de hele stad doorsturen omdat ze simpelweg niet wéten waar de gevraagde weg zich bevindt en die dus maar wat zeggen, tot de dueños van mijn huidige hotel die werkelijk iédere gast laten komen (Natuurlijk hebben we plaats!), zodat ze van de week een extra kamer hebben moeten maken in de garage... Het is even wennen...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar terug naar Hecho... Waar ik me van de week een breuk heb gelachen toen ik de enorme massa kleren uitzocht die Porteños hadden achtergelaten voor de verkopers. Veel mensen hadden duidelijk niet echt nagedacht bij het inpakken, want naast veel kapotte en vuile kleding (yuck!) zaten er ook veel sexy uitgaanstopjes, stropdassen en zelfs iets dat leek op een buidsmeisjesjurk tussen de berg....niet heel erg praktisch voor het leven op straat. Het stempelen van de tijdschrifen vergt speciale aandacht. De meeste verkopers zijn buitengewoon zuinig op hun handelswaar. Sommigen maken er een complete winkel van, met de tijdschrijften in plastic hoesjes en oudere uitgaven voor een speciaal prijsje ernaast. Prachtig om te zien. Een ander opvallend punt is het enorme gemeenschapsgevoel dat er heerst. Zelfs de meest platzakke verkoper deelt zijn (droge) brood en laatste sigaretten met de andere verkopers en zelfs met ons. Meebegrachte kinderen en de hond van Jorge worden platgeknuffeld. En toen ik van de week met Daniel en onze nieuwe huisgenote Fiona over het Plaza de Mayo liep werd ik geroepen door een groepje verkopers die gezellig met z'n allen in de zon zaten. We werden onmiddellijk uitgenodigd om erbij te komen zitten en mee te delen in wijn uit pak (25 eurocent in de supermarkt, zag ik later) en buitengewoon smerige likeur met cola. Gezellig was het wel. En en passant werd er nog een mede-zwerver gered die met zijn dronken hoofd was gevallen en overvloedig bloedde uit zijn neus. Waar alle passanten snel verder liepen gingen twee verkopers een ambulance bellen.... Gemeenschapsgevoel. Een gesprek met één van de verkopers bracht onder woorden waar ik al twee weken mee rondliep. Hij vroeg zich af waarom ik dit werk deed, werken met deze lage mensen (zijn woorden). "Maar het zijn goede mensen, toch?" bracht ik in. "Jazeker, goede mensen met slechte problemen", was zijn antwoord. Hoe kan het toch, dacht ik deze week steeds vaker, dat sommige mensen het leven zo zwaar valt? Dat je, zoals Ezie, 18 jaar bent, een prachtige jongen om te zien, gezond en slim, en dat je steeds vaker dronken en onder de blauwe plekken binnen komt zetten. Dat je 's nachts dus vecht om stomme dingen, zoals een paar centavos, of een oude krant. Hoe kan dat toch? Waar gaat het mis? En dat je aan de andere kant ook successtories ziet, zoals de twee broertjes die dagelijks om 9 uur magazines komen kopen en er gezamelijk op een dag minimaal 60 afzetten. Wat is het verschil? Ik ga ze missen. Ze hebben me enkele weken lang een blik gegund in een leven dat ik niet ken, hun verhalen gedeeld en me , voor zover ik dat nog niet was, compleet doordrongen van het nut van dit geweldige project.&lt;br /&gt;Willen jullie binnenkort allemaal een straatkrant kopen alsjeblieft? Gracias!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113956533875197355?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113956533875197355/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113956533875197355' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956533875197355'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956533875197355'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/10/latinoland-19-noticias-polo-y-decir-no.html' title='Latinoland 19: Noticias, Polo y Decir NO'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113956504801322208</id><published>2002-09-28T10:47:00.002+02:00</published><updated>2008-09-03T13:15:30.837+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Argentinië'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Uruguay'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='vrijwilligerswerk'/><title type='text'>Latinoland 18: Fin de semana, Lunfardo y Dolores del Pasado</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/2/26/Argentina_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De lente is begonnen! Nee, niet voor jullie, maar aan "mijn" kant van de wereld! In Nederland bedenk je je na drie weken regen in april dat het eigenlijk al lente zou moeten zijn, in Argentinië wenst men elkaar een "Feliz día de la Primavera" (Gelukkige lentedag) en lijkt het weer nog te gehoorzamen ook...misschien moeten wij dat ook maar gaan doen. In Buenos Aires waren er veel lentefeesten en -markten, maar eigelijk is dat niets bijzonders. Op een doordeweekse lunchpauze wordt al duidelijk dat porteños diep in hun hart hetzelfde zijn als alle Latinos: ze leven niet om te werken, maar om in het park in de zon te liggen. En in het weekend wordt er gebarbecuet, er worden markten bezocht, dagtripjes ondernomen en uitgegaan tot de volgende ochtend. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Str&lt;br /&gt;Ook ik heb afgelopen weekend erg "porteño" doorgebracht. Op vrijdag en zaterdag heb ik met mijn twee Amerikaanse huisgenoten een bezoekje gebracht aan een door porteños geliefde weekendbestemming: het plaatsje Colonia in Uruguay. Slechts 2,5 uur varen met de boot, maar het feit dat je weer helemaal in- en uitgestempeld moet worden en met ander geld moet betalen, maakt dat je je helemaal in het buitenland voelt. Colonia bleek een schattig plaatsje met huisjes die meer portugees dan spaans aandeden, een heerlijk strand en mooi weer en een spectaculaire zonsondergang. Verder bleek dat mensen uit Uruguay, meer nog dan hun Argentijnse buren verslaafd zijn aan maté, een thee-achtig kruid dat een groene smurrie vormt in je beker en door een soort rietje wordt gedronken. Een Urugauyaan (ehm...?!) gaat nergens heen zonder zijn thermosfles en zak maté onder de arm. Klaar om op ieder moment gedeeld te worden met buren, vrienden of willekeurige voorbijgangers. Nee, ik vind het niét lekker....Op zondag heb ik een bezoek gebracht aan één van de ontelbare Ferias die Buenos Aires rijk is. Bijna iedere wijk heeft zijn eigen weekendmarkt, vaak met kraampjes vol gevoetverfde schilderijtjes van tangokoppels en maté-rietjes, speciaal voor de drie toeristen die Buenos Aires rijk is. De Feria de Mataderos daarentegen is nog een zeer authentieke familie- en rommelmarkt. Veel taarten, illegale CDs, barbecues, clownsoptredens voor de kinderen en tweedehands kleding. Erg veel plezier gehad met hele families die op de foto wilden met hun barbecue, voetbalshirts of koopwaar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De afgelopen maanden heb ik (ja, zelfs in Brazilië) Castillano gesproken, de naam die Latinos geven aan hún Spaans, om het te onderscheiden van dat vreemde sissende Spaans dat in Spanje wordt gesproken. Lezen, verstaan en vooral spreken gaat vrij vloeiend, hoewel de grammatica nog steeds wat rammelt. Helaas spreken Argentijnen (en dan vooral porteños) geen begrijpelijk Castillano maar, zoals één van de Hecho-verkopers aangaf "un quilombo" (een puinhoop), een Castillano met idiote "zj"-klanken, een Italiaanse tongval (met dank aan de vele Italiaanse immigranten) en doorspekt met Lunfardo. Lunfardo is het Argentijns van de straat, zoals dat aan het begin van de eeuw werd gesproken door mensen van twijfelachtig allooi, maar wat inmiddels is geadopteerd door een groot deel van de bevolking. Mannen, vrouwen en kinderen worden aangesproken met "Che!" ("Hey"), een Boludo is een idioot van het mannelijk geslacht en iemand die no lo doy bola zegt zal het werkelijk aan zijn *** roesten. Bij Hecho is het dan natuurlijk helemaal feest. Zelfs de meest doorgewinterde Lunfardosprekende porteño weet zich af en toe geen raad met het (soms tandeloze) gemompel van sommige verkopers. Gelukkig worden niet altijd echte antwoorden van je verwacht en volstaat een nietszeggend terugmompelen meestal ook....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De week bij Hecho was weer een aaneenschaking van momenten voor een tv-show: Op maandag nam één van de verkopers bloemen mee voor mij en de twee andere meisjes die op dat moment achter de toonbank stonden. Lichtelijk uitgebloeid, maar niet minder lief natuurlijk. Verder moest Betiana (een van de medewerkers) een aantal nieuwe verkopers de regels en organisatie uitleggen. Hierbij werd ze lichtelijk tegengewerkt door een overbehulpzame bejaarde verkoper die er continu doorheen kwam met tips uit het veld en nogal onduidelijke anekdotes. Raoul kwam op dinsdagochtend om negen uur al licht beschonken binnenzetten. Hij bleef maar gewoon hangen, half slapend en iedereen begroetend met wel érg aanhankelijke knuffels want verkopen mogen de verkopers niet als ze hebben gedronken. Een andere verkoper moest geholpen worden met het schrijven van een brief: Als dít een envelop is, schrijf je híer de naam en het adres waar het heen moet en plak je dáár een postzegel.... Woensdag had ik mijn camera meegenomen voor wat foto's. De eerste fotos werden stijf geposeerd, maar toen ik ze ook zelf een paar fotos liet nemen werd het steeds grappiger en spontaner. Iedereen moest apart, met mij én met een groep op de foto. Natuurlijk willen ze allemaal een afdrukje, wat ik maar snel moet gaan regelen, want het uitwisselen van adressen met een dakloze is nu eenmaal niet eenvoudig. Op donderdag zou Perdro gaan vissen en kwam hij vragen of hij voor iemand wat kon meebrengen. Mij leek het wel wat, een lekkere verse vis, maar Jorge was wat minder enthousiast bij het idee dat iemand vis ging verhandelen vanuit het kantoor. Zit ook wel weer wat in. Een andere verkoper vroeg of ik graag las. Zeker! Hij had een erorm boek bij het afval gevonden en vroeg zich af of hij me daar een plezier mee kon doen. Ik heb maar uitgelegd dat het lezen van een duidend-paginas lang boek in het oud-Spaans mij waarschijnlijk ongeveer 100 jaar zal kosten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een wandeltocht door de stad levert nog steeds beelden van de crisis op. Ondergekladderde muren, gebaricardeerde banken (grote metalen schermen, gebutst door demonstranten die er tegenaan hebben geslagen) en iedere dag weer nieuwe manifestaties. Gisteren stond het plein voor een lokale bank vol met gemeentemedewerkers: stratemakers, doktoren en ambulancepersoneel uit het staatsziekenhuis en brandweermannen die allemaal al meer dan 3 maanden geen salaris hebben ontvangen. Maar naast alle huidige probelemen blijft er in dit land ook nog genoeg oud zeer...&lt;br /&gt;Op de Feria de Mataderos kom ik een Malvinas-veteraan tegen die met zijn hele handel van oude legerspullen op de foto wil. Ook bij Hecho hebben we er een aantal rondlopen. De Islas Malvinas zijn in Europa beter bekend als de Falkland-eilanden, horend bij Groot-Brittannië. Hier in Argentinië staan ze echter op iedere kaart als: Islas Malvinas (Arg.). De eilanden in een conversatie met Argentijnen aanduiden als Falklands getuigd van slechte smaak en kan je, afhankelijk van je gezelschap, te staan komen op zeer boze blikken. De Argentijnen claimden de Britse eilanden al 1,5 eeuw, toen de dictator van dat moment, naarsitig op zoek naar iets leuks om zijn imago op te veizelen, begin jaren 80 besloot ze dan nu eindelijk maar eens terug te winnen. Thatcher, die op dat moment in Engeland ook niet al te lekker lag greep onmiddelijk in. Het werd een flinke flap in het gezicht van de Argentijnse nationale trots en de Argentijns-Engelse diplomatieke relaties zijn sinds die tijd op zijn zachtst gezegd koeltjes te noemen. In het hart van Buenos Aires staat een groot monument voor de mannen die vielen in de Guerra de Malvinas en door de hele stad kun je buttons en vlaggetjes kopen met Malvinas Argentinas!. Voor de Argentijnen blijft het, zoals zo veel internationale incidenten waarbij Latijns-Amerkaanse landen betrokken zijn, een schrijnend iets om het álweer af te leggen tegen de westerse wereld. Gelukkig hebben ze het voetbal nog...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En dan natuurlijk dat ándere zeer waar, misschien nog wel meer dan tango, veel buitenlanders Argentinië mee associëren: De Dwaze moeders. Nog steeds maken ze iedere donderdag om half 4 hun rondjes over het Plaza de Mayo, vragend om informatie en gerechtigheid. Het verhaal is iedereen waarschijnlijk min of meer bekend: Onder het bewind van een reeks rechtse dictators in de jaren 70 werden politieke tegenstanders, of iedereen die daar op leek, van hun bed gelicht, gevangen genomen, vermoord of nooit meer teruggevonden. Kinderen van politieke tegenstanders die in gevangenschap werden geboren werden afgenomen en geadopteerd door echtparen die wél van de juiste politieke stroming waren. Toen de vuile oorlog (zo wordt deze periode genoemd) was afgelopen werden de schuldigen, door een opeenvolging van amnestiewetten, niet vervolgd, de reden waarom de nu hoogbejaarde moeders nog steeds vechten voor hun recht op infomatie en het straffen van de verantwoordelijken. Inmiddels worden ze bijgestaan door HIJOS, de organisatie van kínderen van die vuile oorlog. Ook zij zoeken gerechtigheid en willen weten wie hun échte ouders waren en hoe ze zijn gestorven. Na 25 jaar lopen is het moeilijk in te schatten hoe het ervoor staat met de Dwaze Moeders. Vanzelfsprekend is de passie er een beetje uit, de dames lopen bedaard pratend hun rondjes, gadegeslagen door een enkele medestander en een enkele toerist en er is zelfs een klein kraampje waar je buttons, shirts en kaarten kunt kopen. Uit het krantje dat ik van ze koop, blijkt de organisatie zich inmiddels ook niet alleen meer bezig te houden met hun verdwenen familieleden: er wordt gepleid voor de socialistische revolutie en de Verenigde Staten wordt flink aan de schandpaal genageld. En hoewel het objectief dus misschien een beetje is vertroebeld, is er toch iets wat me koude rillingen geeft: Daar lopen moeders met foto's om hun nek van hun kinderen, mensen van destijds míjn leeftijd die op een nacht zijn verdwenen en nooit meer zijn teruggekomen. Niet énkele mensen, maar 30.000 mensen. Deze moeders hebben nooit te horen gekregen wat er is gebeurt met hun kinderen en weten dat degenen die dat hebben verzonnen nog steeds vrij rondlopen. Je wílt het je niet eens voorstellen...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor mij nog een ruime week om te genieten van Buenos Aires en Hecho, daarna gaat het reizen weer beginnen! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113956504801322208?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113956504801322208/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113956504801322208' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956504801322208'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956504801322208'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/09/latinoland-18-fin-de-semana-lunfardo-y.html' title='Latinoland 18: Fin de semana, Lunfardo y Dolores del Pasado'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113956482918373160</id><published>2002-09-20T10:42:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:19:48.588+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Argentinië'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='vrijwilligerswerk'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='food'/><title type='text'>Latinoland 17: Comidas (2) y Hecho Bs. As.</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/2/26/Argentina_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Jullie vroegen je het je natuurlijk inmiddels al af: Waar blijven Anne's culinaire recenties? Want na het vertrek uit Peru heb ik weinig meer geschreven over de locale keukens. Over Bolivia was in ieder geval niet veel te melden, het land heeft weinig gerechten om echt trots op te zijn. Of je moet de Salteña, een overheerlijk pasteitje gevuld met kip, ei, olijven, vlees, groenten en wat men verder nog aan kliekjes over heeft, meetellen. Helaas komt de Salteña oorspronkelijk uit Salta, Argentinië, waarmee Bolivias laatste hoop op een culinaire traditie is vervlogen. De enige andere geneugden zijn veel, heel veel gefrituurde kip en Salsichas. Hoewel ik er van overtuigd ben dat je alles moet proberen, kan ik het niemand kwalijk nemen als ze dit gerecht aan zich voorbij laten gaan: niet-bepaald ovenverse frietjes (van het soort dat zich bij optillen vettig om je vinger heen vouwt) in een papieren zakje met daarop gefrituurde, in stukjes gehakte hotdog-worstjes. Een echte Boliviaan eet dit met flink veel mayonaise, ketjup, mosterd en aji (pikante saus). Eet smakelijk!&lt;br /&gt;Na de eerder beschreven Quilo-restaurants, heerlijke chocoladetoetjes en garnalen op het strand in Brazilië, kwam de echte culinaire actie dan toch in Bahia (Salvador). De Bahiaanse keuken is een prachtige mix van Afrikaans en Zuid-Amerikaans koken, met veel spices, koriander, kokosmelk, bonen, okra, garnalen en krab. Wat ik zeker om de andere dag heb gegeten toen ik daar was, is Moqueca, een combinatie van schaal- of schelpdieren, rijst, kokosmelk, pepertjes en de in Bahia beroemde Dende-olie (palmolie). En dan waren er natuurlijk de Acarajés, gefrituurde bolletjes van bonen, gevuld met gedroogde garnalen, die overal op straat door enorme donkere dames met hoofddoeken worden verkocht. Om eens goed uit te vinden welke Bahiaanse gerechten nu echt het bestellen waard waren heb ik één avond gegeten bij de kookschool van Salvador, met een buffet van ruim 40 lokale gerechten en minstens evenzoveel doodzenuwachtige jonge obers in veel te witte jasjes, gadegeslagen door een strenge maitre/docent. Het eten was zeker niet het beste dat ik in Bahia heb gehad, maar de vallende glazen, servetten en het continue aanschuiven van mijn stoel maakte veel goed. Wat ik echter het meest mis aan Brazilië (uhm...afgezien van 30 graden en zon) zijn de sappen. Waar die in Peru en Bolivia al heerlijk en overvloedig aanwezig waren, kun je in een Braziliaanse sappenbar alleen al een middag doorbrengen met het kiézen wat je gaat nemen: Wordt het Cacau (sap van de Cacao-boom, dat helemáál niet naar chocola smaakt), Cajú (van de Cashew-boom, bovenop het paprika-vormige vruchtje zit de cashew-noot geplakt) of één van de minimaal 50 andere smaken? Mijn favoriet is de Maracuya... passievrucht!&lt;br /&gt;En dan nu Argentinië. Grote lappen vlees, dat is wel duidelijk natuurlijk. Parillas (soort Barbecue restaurants) zijn werkelijk op iedere straathoek te vinden, soms met etalages vol dood beest. De steaks in alle vormen zijn geweldig van smaak, maar dat kan ook bijna niet anders als je die koeien hier op hun gemakje rond ziet huppelen. De Italiaanse immigranten die hier in vorige eeuw naartoe kwamen hebben behalve hun idiote accent bergen overheerlijke pasta en ijs achtergelaten. De Heladeria op de hoek hier heeft zeker 80 smaken. Maar goed dat ik zo vaak naar de gym ga! Waar ik maar moeilijk aan kan wennen zijn allereest de etenstijden. Ontbijt: Non-existent (dát kende ik al), Lunch: Rond een uur of 1 (prima), Avondmaaltijd: De Parilla aan de overkant loopt rond een uur of half 10 Žs avonds vol met bejaarden, maar het gemiddelde volk loopt pas zo tegen elven binnen. Hoe deze mensen de volgende ochtend nog aan het werk gaan is een raadsel... Het volgende dat even wennen is, na 3 maanden aji, is het feit dat Argentijnen niet van spicy houden! Zelfs in de supermarkt is het kopen van een Tabasco-achtig sausje onmogelijk, omdat de prijzen van buitenlandse producten door de crisis zó zijn gestegen (12 euro voor een potje Chutney, iemand?), dat niemand ze meer koopt en ze dus automatisch uit de supermarkt verdwijnen. Mijn smaakpapillen begonnen zich wel erg te vervelen, maar gelukkig heb ik van de week een supergoed Thais/Cambodjaans/Vietnamees restaurant gevonden waar ze gerechten hebben waar de ogen weer ouderwets gaan tranen en je neus van gaat lopen. He, lekker! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Sinds afgelopen maandag zit er weer min of meer een soort ritme in mijn dagen...het is even wennen! Om half 8 verlaat ik het huis, gewapend met krant, appel en walkman om de stampvolle forenzentrein naar het centrum te nemen. Een uurtje later kom ik dan aan bij Hecho Bs. As., het straatmagazine van Buenos Aires. Het distributiecenrum is niet meer dan een totaal vervallen pand in een achterafstraatje. Er is een van pallets gefabriekte toonbank, een ruimte waar de verkopers koffie kunnen drinken en een kantoor. Als het regent regent het binnen harder dan buiten.... Voor wie (en dat kan ik me bijna niet voorstellen) in Nederland nog nooit een straatmagazine (Rotterdam) of straatkrant (Den Haag en Delft) van dichtbij heeft gezien: Straatmagazines worden uitgegeven door non-profitorganisaties en worden op straat verkocht door daklozen of mensen die een marginaal bestaan leiden. De kranten zijn gevuld met interviews met (lokaal of nationaal) bekende mensen, uitgaansnieuws en berichten van de straat (bijvoorbeeld een gesprek met een verkoper). In Nederland ben ik altijd al behoorlijk onder de indruk geweest van het project, aangezien het deze mensen op een laagdrempelige en menswaardige manier niet alleen wat extra geld laat verdienen, maar ook een zeker dagritme en verantwoordelijkheid meegeeft. Een kijkje in de keuken, zeker nu hier tijdens de crisis, leek me dan ook geweldig interessant!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn werk is weinig ingewikkeld. Het bestaat uit het uitdelen van de magazines aan de verkopers (die ze aan de cashier hebben betaald), het zetten van een stempel hier en daar en zo nu en dan het maken van verkooppasjes. Aangezien er redelijk wat mensen werken (vrijwilligers (allemaal porteños) en mensen die zélf van de straat komen) lijkt dat niet veel werk. Maar de meeste tijd gaat zitten in praten, aangezien de verkopers niet alleen voor een stapel magazines komen, maar ook voor een kopje thee, maté en/of een sigaretje en een gezellig babbeltje met de andere verkopers of met ons.&lt;br /&gt;Hecho functioneert ook als een doorverwijslokaal voor mensen die een dokter, kinderopvang, een nieuwe bril of juridische hulp nodig hebben. Aangezien veel van de verkopers zelf niet erg assertief zijn als het op hulp zoeken aankomt nemen de Hecho-medewerkers veel eigen initiatief: Wat hebben we je lang niet gezien, is er iets mis? En dan blijkt dat de jonge verkopster geen kinderopvang kan betalen, maar ook moeilijk met haar drie-jarig hummel iedere dag de straat op kan (waardoor ze dus weer geen geld heeft voor kinderopvang, etcetera....). De zware gevallen gaan naar Jorge, de boomlange directeur van Hecho en de grote held van alle verkopers. Een cita (afspraak) met hem dóet wat voor je status!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn eerste dagen waren vooral gevuld met mijn ogen uitkijken en goedmoedig geplaagd en uitgeprobeerd worden door de verkopers. De variatie aan mensen is ongelooflijk. Er zijn meer dan 1200 verkopers, waarvan er ongeveer 500 actief verkopen. Sommige mensen komen maar 1 maal in de week een grote stapel halen, anderen zie je iedere dag en hangen meer bij Hecho rond dan dat ze kranten verkopen. De lijst van mensen die wachten op een verkoopplekje geeft een aardige beschrijving wat er zoal voorbij komt: 24 jaar - 69 jaar - 43 jaar - 17 jaar; in een transithuis - in een hotel - bij een vriend - op straat; 1 kind - gescheiden - 3 kinderen; 3 maanden zonder werk - 3 jaar zonder werk; gezond - artritis- maagzweer - slechtziend....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor het eerst realiseer ik me in volle proportie hóe bepalend het weer is voor deze mensen. Als het, zoals gisteren, een groot deel van de dag regent, heeft het weinig zin de straat op te gaan. Er zijn weinig kopers op straat en díe er zijn, gaan in de stromende regen echt niet stoppen om een krantje te kopen. Maar geen verkoop betekent geen geld om 's nachts ergens te slapen. Toen ik gisteren naar bed ging bastte er een groot onweer los, waarvan ik de volgende morgen het resultaat bij Hecho kon zien. Een aantal mensen hebben een vaste slaapplek en één jongen was zo slim geweest om de hele nacht héél langzaam zijn was te doen in de lavandería, maar een aantal waren er niet in geslaagd het noodweer te ontsnappen. Marcello, een nogal ruwe gast vol tatoos (die sinds twee dagen tegen andere verkopers roept dat ze aardig voor me moeten zijn want ik ben zijn amiga) loopt te vloeken dat één van de meisjes van Hecho nieuwe droge sokken voor hem moet zoeken. Raoul, een grote, heel zachtaardige jongen is drijfnat en tot op het bot verkleumd. Hij loopt trillend als een rietje rond terwijl ik thee en een nieuwe pas voor hem maak en de andere meiden op zoek gaan naar oude truien die nog ergens rond moeten slingeren....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Is het dan alleen maar kommer en kwel? Integendeel! Een groot deel van de dag lach ik me dood om of ben ik simpelweg ontroerd door de absurde dingen die er nu weer gebeuren: Een oudere zwerver die bij het grofvuil een paardekop (zoŽn skelet dat sommige mensen aan hun muur hebben hangen) heeft gevonden en hiermee óp zijn hoofd, door het pand struint. Of die man die mij trots een mapje met foto's laat zien van alle beroemdheden aan wie hij de krant heeft verkocht (en die ik natuurlijk niet ken omdat het allemaal Argentijnen zijn). Of die jongen die binnenkomt met een piepklein hondje in zijn krantentas. Opgepikt op straat en de rest van de ochtend doodgeknuffeld door de medewerkers en andere verkopers. Of twee verkopers die elkaar na een lange tijd weer eens zien en elkaar enthousiast zoenend begroeten. Of de verkopers die hun drie woorden engels op me oefenen. Of iemand die na een doorwaakte nacht in het raamkozijn in slaap valt. Of de fotograaf die langskomt en alle branie van de verkopers met één klink van de camera laat verdwijnen....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ondanks alles geniét ik, ik kan het niet helpen...De komende weken vast nog meer verhalen!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113956482918373160?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113956482918373160/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113956482918373160' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956482918373160'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956482918373160'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/09/latinoland-17-comidas-2-y-hecho-bs-as.html' title='Latinoland 17: Comidas (2) y Hecho Bs. As.'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113956448364559163</id><published>2002-09-12T10:35:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:26:13.380+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='dansen'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Argentinië'/><title type='text'>Latinoland 16: Crisis, Tango y Mi hogar</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/2/26/Argentina_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Het zal ook jullie niet ontgaan zijn dat Argentinië al sinds enige tijd in een ernstige economische crisis zit. De kranten staan er dagelijks vol mee: de inflatie stijgt, de aankopen dalen en inmiddels 19 miljoen Argentijnen leeft onder de armoedegrens. Dat is véél, maar wat merk je daar nu eigenlijk van? Ikzelf weinig, aangezien ik Argentinië tijdens de crisis niet vanuit eigen ervaring kan vergelijken met Argentinië vóór de crisis, maar slechts met de andere landen die ik in Latijns Amerika heb bezocht. En dan ziet het er allemaal nog niet zo dramatisch uit.... Maar ook voor veel hoge- en middenklasse porteños (bewoners van Buenos Aires) zijn de delen van dit gigantiche land waar kinderen doodgaan van de honger letterlijk en figuurlijk erg ver weg. Wat niét verweg is voor de porteños zijn de "bonnenboekjes" geld die de regering heeft uitgebracht om de geldstr&lt;a href="http://photos1.blogger.com/blogger/199/2242/1600/beeld.jpg"&gt;&lt;img style="FLOAT: left; MARGIN: 0px 10px 10px 0px; CURSOR: hand" alt="" src="http://photos1.blogger.com/blogger/199/2242/200/beeld.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;oom op gang te houden, de taxichauffeurs en ambulantes (straatverkopers) met universitaire opleiding en de massa's mensen die je 's avonds en 's nachts in het centrum door het vuilins ziet spitten. En ook mij doet dat laatste wat. Want hoe vreselijk het ook is om te zeggen, armoede komt ineens een stuk dichterbij als het niet een vuile zwerver in kapotte kleding is bij die vuilnisbak, maar een dame die je buurvrouw zou kunnen zijn....&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De afgelopen week hadden we tot twee maal toe een protest. Niet alleen tegen de regering en de crisis, maar ook tegen de daarmee gepaard gaande toename van diefstallen en berovingen in de stad. De porteños hebben jarenlang in één van de veiligste miljoenensteden ter wereld geleefd en worden nu voor het eerst geconfronteerd met echte grote-stads-problemen. Overigens nemen die protesten geensinds de vormen aan van de beelden die wij een half jaar geleden op CNN zagen... Op afgesproken tijden, gecommuniceerd via flyers, beginnen de auto's en bussen 10 minuten lang te toeteren, slaan ambulantes op potten en pannen, klappen passanten in hun handen en staat mijn huisgenoot Martin op het balkon met zijn diggereedoo. Golven geluid die je door de hele stad hoort gaan. Ben benieuwd of ze het horen in het Congreso!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Ondanks dit alles zijn de Argentijnen verre van moedeloos. Goed, van de politici moeten ze het niet hebben. Die zijn altijd al corrupt geweest en daarbovenop is de huidige president een min-of-meer bewezen drugdealer. Waarvan moeten ze het dan wel hebben? Volgens een onderzoekje van het ontbijtnieuws van Buenos Aires dat ik gisteren zag heeft nog ongeveer 3% van de Argentijnen vertrouwen in de politiek, 20% in de kerk en een schrikbarende 40% in het leger... Nu zijn deze onderzoekjes waarschijnlijk net zo valide als de steekproeven van het SBSnieuws in Nederland ("10% van de Nederlanders denkt dat homosexualtiteit een ziekte is, dus 90% vindt Pim Fortuyn een toffe peer", zoiets... ), maar het blijft opmerkelijk voor een land waar de militaire dictatuur toch nog heel vers in het geheugen moet liggen!Dus waarom komt het dan toch goed met de Argentijnen volgens de Argentijnen? Ze hebben een land stikvol resources, met een westerse infrastructuur en een bevolking die tot één van de hoogstopgeleide van het continent gerekend kan worden. En daarbij: Ze wonen in het mooiste land ter wereld! (Waar hoorde ik dat eerder?) &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;De afgelopen week heb ik mijn best gedaan deze enorme stad een beetje onder de knie te krijgen. Gelukkig, door de enorme variatie aan wijken en wijkjes heb je niet continu het idee dat je in een wereldstad bent. Grote winkelstraten rond Retiro; Het chique Recoletta met Gucci-winkels, professionele hondenuitlaters en het beroemde Cemetario waar (onder meer) Evita begraven ligt; La Boca, de meest toeristische wijk van Buenos Aires (ik heb er 2 andere toeristen gezien), met gekleurde metalen huisjes en overal vlaggen en grafitti's van "El Diego" (Maradonna) en San Telmo, een soort klein Parijs, vol kinderkopstraatjes, antiekwinkeltjes en...Tango op straat! De Argentijnen zijn er dol op, hun tango. Massa's mensen die kijken, klappen en "Bravo!" roepen als er een prachtig koppel (zij in strakke jurk op hoge hakken, hij in pantalon, vest en shawl) de verschillende stijlen showt op een plein in San Telmo. Het mooiste is nog hun oprechte plezier te zien. Hoewel tango een serieuze dans is kunnen ze het niet laten af en toe breed naar elkaar te glimlachen. En na een kwartiertje dansen gaat de caballero (mannelijke danser) moeiteloos over in een hartstochtelijk politiek betoog. Geweldig! Bijna nog mooier dan dit jonge koppel is een ouder echtpaar dat een paar straten verderop een voorstelling geeft en dat ik vanaf mijn terrasje gade kan slaan. Iets minder spectaculaire sprongen natuurlijk, maar in dezelfde dresscode. Tussen de cheek-to-cheeks met zijn danspartner door, plukt de heer op leeftijd jongedames uit het publiek om een paar pasjes mee te dansen. Hij doet dit met zo'n charme dat geen van de dames durft te weigeren...En het kon natuurlijk niet uitblijven: Ook ik heb inmiddels mijn weg gevonden naar een tango-school! Twee zeer goede docenten die mij, en mijn twee Amerikaanse huisgenoten, in een hoek van de dansvloer snel bijspijkeren, want de rest van de groep, voornamelijk oudere porteños, is al een stuk verder. Leuk! Ik heb gelijk maar hakken aangeschaft, want tango is geen dans voor gympies, dat lijkt me duidelijk!&lt;br /&gt;Na alweer een aantal jaartjes solita te hebben gewoond, is het alhier weer tijd voor Activiteiten-Met-Het-Huis. Ik woon, zoals eerder gezegd, in een buitenwijk in het huis van Javier en Martin, twee porteños, samen met Forest en Daniel, twee Amerikanen die ook beiden wat langer blijven. En dus eten we samen, gaan veel uit, hebben gezamelijk tango-les en gaan naar de gym (jawel!), huren videos en proberen veel flessen Argentijnse wijn uit (voor net één Euro heb je hier een prima fles!). Hoewel ik dus nog steeds geen vrijwilligerswerk heb (De Straatkrant van Buenos Aires heeft een beetje moeite met telefoon opnemen! Grrrr... ) voel ik me al bijna thuis...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik voel me al bijna porteña omdat:&lt;br /&gt;* Ik inmiddels een bus kan pakken, bíjna zonder mijn duimdikke busboekje te raadplegen;&lt;br /&gt;* Ik muntjes spaar voor de bus, omdat je anders geheid ruzie krijgt met de buschauffeur;&lt;br /&gt;* Ik op de weg terug van de supermarkt even langs de Heladeria ga voor een kwart-kilo ijs "para llevar" (om mee te nemen);&lt;br /&gt;* Ik er bijna aan gewend ben dat ik niet hoef af te wassen of mijn bed op te maken, daar hebben "we" Edith, de huishoudster, voor (dat ik überhaupt mijn bordje naar de keuken breng is al even schrikken voor haar);&lt;br /&gt;* Ik mensen die ik voor het eerst ontmoet onmiddelijk begin te zoenen;&lt;br /&gt;* Ik, zodra ik heb verteld uit Holland te komen, porteños er onmiddelijk van weet te overtuigen dat wij allemaal heel veel van Maxima houden;&lt;br /&gt;* Ik gesprekken heb met de kassajuffrouw in mijn supermarkt over Europese vorstenhuizen en Argentijnse politiek (ze is een beetje verliefd op Philippe van Spanje);&lt;br /&gt;* Ik al bijna gewend ben aan het feit dat voor 21 uur je avondmaaltijd nuttigen belachelijk is en na 22 uur acceptabel;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar over het eten dan maar weer een volgende keer!Voor nu kan ik jullie nog even mededelen dat mijn thuiskomst waarschijnlijk nog een maandje wordt opgeschoven.... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113956448364559163?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113956448364559163/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113956448364559163' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956448364559163'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956448364559163'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/09/latinoland-16-crisis-tango-y-mi-hogar.html' title='Latinoland 16: Crisis, Tango y Mi hogar'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113956395254459324</id><published>2002-09-05T10:25:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:20:45.692+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='dansen'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Brazilië'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='verkiezingen'/><title type='text'>Latinoland 15: A Battería, Bonfim e Cataratas do Iguaçu</title><content type='html'>&lt;a href="http://www.colorfotos.com.br/brasil/flag/bandeira300.jpg"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;a href="http://www.colorfotos.com.br/brasil/flag/bandeira300.jpg"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Een veel te vol notitieblokje met allemaal dingen over Brazilië die ik óók nog aan jullie kwijt wil... Ondanks dat ik inmiddels sinds enkele dagen in Argenitinië ben dus nog een hoofdstukje Brasileino! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Er zijn veel verschillende beroepen in de wereld: mooie en belangrijke, nederige en spannende. Brazilië heeft aan de lijst beroepen die ik ken weer een nieuwe toegevoegd: de bordenoppasser!&lt;br /&gt;Op iedere straathoek kom je borden tegen die je internet of een verzekering aanbieden of die je attent maken op de opening van een nieuwe winkel. En in Brazilië hoef je die niet vast te spijkeren of te plakken, hier huur je iemand die met een pot koffie op een klapstoeltje naast je bord gaat zitten.&lt;br /&gt;Nu aankomende oktober Brazilië naar de stembus gaat kom je er helemaal veel tegen. Of ze de zaak veel goed doen is de vraag, want ik heb zelden mensen zo ongeïnspireerd en verveeld zien kijken als de oppassers van verkiezingsborden.&lt;br /&gt;Van alle kanten grijnzen de kandidaten je aan. Een beetje verwarrend is het wel, met alle verschillende delen van het land die ik heb bezocht die ieder hun eigen vertegenwoordigers hebben komen alleen de gezichten van enkele landelijke kandidaten me vaag bekend voor. Omdat Brazilië via machines stemt (net als wij in Nederland) heeft iedere kandidaat een nummer dat met grote letters onder de hoofden staat. Dit systeem lijkt me niet geheel eerlijk, mij lijkt het duidelijk dat iemand met nummer 111 het zéker winnen zal van de kandidaat met 7168 (om van de kandidaat met 666 maar niet te spreken!).&lt;br /&gt;Afgezien van het systeem van stemmen lijkt Lula, van Arbeiderspartij PT de hoogste ogen te gaan gooien. De man doet voor de vierde (!) keer een gooi naar het presidentsschap...de aanhouder wint, moet hij gedacht hebben! Het lijkt een trend te worden: Ook Lula laat zich (net als Evo in Bolivia) niet al te zachtzinnig uit over de VS. Hij heeft bovendien aangekondigd dat de Braziliaanse schuld aan het IMF wat hem betreft voorlopig niet afgelost hoeft te worden. Het interessante hieraan (ik zou bíjna zeggen: "Het léuke hieraan...") is dat Brazilië net iets meer van de toren kan blazen vergeleken met andere landen hier. Als de VS dreigt zijn hulp aan Bolivia op te schorten (bij het kiezen van kandidaat X) heeft Bolivia een ernstig probleem. Aangezien de schuld van Brazilië echter énorm is en een groot deel van die schuld, direct of indirect, in de VS staat, heeft deze keer de VS een enorm probleem als dit potje blufpoker waarheid wordt. Het is op zijn minst curieus dat de VS nu eens in deze positie wordt gedwongen (wat ze er natuurlijk niet van weerhoudt Lula op alle mogelijke manieren in discrediet te brengen....).&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik blijf me verbazen over de buitengewone trots van de Brazilianen op hun land. De overmaat aan vlaggen die ik eerder beschreef zijn daar slechts één uiting van. Brazilianen vinden zonder uitzondering dat ze in het meest geweldige land ter wereld wonen ("Nu alleen de politiek nog!"), terwijl de meeste Bolivianen en Peruanen masse willen emigreren. En zo'n houding dóet natuurlijk iets met een land. Als mensen vinden dat hun land niets heeft om trots op te zijn (wellicht logisch als je dat eerst een paar honderd jaar wordt ingewreven door kolonisators en dat vervolgens nog een eeuw of twee wordt "bewezen" door je eigen politici!) is dat geen goede uitgangspositie om een land op te bouwen. En gelooft u niet in wazige begrippen als "trots op je land", bekijk dan eens het volgende: Op iedere plaats waar ik ben geweest in Brazilië is minimaal 80% van de aanwezige toeristen Braziliaans. Om het even in welke winkel je kijkt, welke producten je op tafel in een restaurant omdraait: "Made in Brasil"....eens kijken wat dát voor de economie van een land doet! En die cirkel valt natuurlijk gewoon rond te maken. Want al die mensen die hun prachtige land zien en omringd worden door fijne producten van eigen makelij worden alleen maar trotser op dat land.... Nu dat ándere cirkeltje in Bolivia en Peru (en Nicaragua...) nog even doorbreken!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het verblijf in Salvador stond natúúrlijk in het teken van dansen en muziek. In Pelourinho waar ik verbleef, is dinsdagavond dé grote avond voor de Batterías, percussiebands die door de smalle, be-kinderkopte straatjes met gekleurde huisjes lopen. Na een wervelend samba-optreden van een andere band op één van Salvadors pleintjes liep ik in een straatje klem op een battería. Gewoon meelopen dan maar...of meedánsen natuurlijk! Ik sloot me, samen met twee meisjes uit Sao Paulo, aan bij een groepje jongens die vlak achter de battería liepen te dansen. We verstonden elkaar voor geen meter, maar een lól! Het was net het zomercarnaval, maar dan zonder de pakjes...Hoewel, helemaal vooraan stond één prachtig uitgedoste dame in veren...die van dichtbij ineens een heer bleek. Het feest was helemaal compleet toen er een gigantische regenbui losbarstte, die de battería verjaagde naar de portieken maar de dansers alleen maar vrolijker maakte: lekker fris!! "Isso!"&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Via Claudio (mijn Braziliaanse dansleraar in Amsterdam) was ik in contact gekomen met Anibal, een vanwege het kalmere leven ("Loop eens rustig je bent in Bahia!") naar Salvador verhuisde Carioca. Hij nam me mee op lange wandeltochten langs de Barra, het strand van Salvador, lange gesprekken over politiek op terrasjes en een gezellige avond uit met vrienden in een superfancy discotheek. Nee, Brazilianen dansen niet alléén samba, maar ook op jaren 80 disco (en omdatwe toch wát moesten, hebben Anibal en ik daar wel gewoon Zouk op gedanst...) en mijn gód wat voelde ik me underdressed in mijn broek en gympies naast al die meiden in black-dresses. Tot ze aan het eind van de avond ineens komen toegeven dat jouw gympies er, naast hun stilettohakjes, toch best wel comfortabel uitzien.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Naast het meer "exotische" Candomblé van vorige week heb ik ook nog een "gewone" Katholieke kerk bezocht in Salvador, de Igreja do Senhor do Bonfim. Volgens vele volgelingen een kerk met een altaar dat wonderen verricht. Een vleugel van de kerk is daarom behangen met fotoŽs van mannen, vrouwen en kinderen (ik spotte zelfs een foto van een koe) die door O Senhor genezen zijn of daar nog op hopen. Het zou Zuid-Amerika niet zijn als er niet ook een paar foto's tussenhingen van bloederig afgerukte vingers en mensen die trots hun litteken van-kin-tot-kruis showen. Je kunt in de kerk plastic poppetjes, voeten, handen of benen kopen die je gebed kracht kunnen bijzetten op de gewenste plaats. En mocht je even vergeten zijn dat je in Brazilië bent: Een bewonderaar heeft een plastic been achtergelaten bij een brief en een foto van Ronaldo. Of O Senhor er toch vooral maar even voor wil zorgen dat Ronaldo weer met gezonde benen kan deelnemen aan de aankomende Copa del Mundo.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dan heb ik tenslotte de afgelopen dagen doorgebracht op de Braziliaans-Argentijns-Paraguayse grens (Ja, de vlucht is voorspoedig verlopen!) om daar Foz do Iguaçu te bezoeken. Eén van de grootste watervallen ter wereld en volgens de kenners (wat moet ik me voostellen bij een "kenner" van watervallen?!) zeker ook één van de mooiste.&lt;br /&gt;Met twee Engelse meisjes logeerde ik in een hotel met twee wel heel schattige eigenaressen: een oudere, zeer religieuze dame en haar dochter. Ze kwamen om de haverklap kruidenthee brengen, op de hielen gezeten door twee erg lelijke hondjes.&lt;br /&gt;Het bezichtigen van de watervallen (Argentijnse en Braziliaanse zijde) duurde zo'n 1,5 dag. En gaat dat dan niet vervelen? Nee, dat gaat niet vervelen!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het omliggende park heeft hier en daar helaas een wat hoog Disney-gehalte: Je wordt met busjes (uitleg in 3 talen) van het bezoekerscentrum naar de foodcourt gebracht. Maar als je dan, na een half uurtje lopen over prachtig aangelegde wandelpaden, met het steeds sterker wordende geluid van het water, de eerste blik werpt op de eerste watervallen is dat dan toch onvergetelijk. Het probleem met de watervallen is dat iedere bocht op het pad weer een andere hoek of een andere waterval voor je ogen ontvouwt, waardoor je fotorolletjes er nogal hard doorheengaan (voor iets dat waarschijnlijk tóch niet in foto's te vangen is!). Het hoogtepunt van de dag (al konden we ons na al dat moois nauwelijks meer voorstellen dat er nog zoiets kwam als e&lt;a href="http://photos1.blogger.com/blogger/199/2242/1600/ikenwaterval.jpg"&gt;&lt;img style="FLOAT: left; MARGIN: 0px 10px 10px 0px; CURSOR: hand" alt="" src="http://photos1.blogger.com/blogger/199/2242/320/ikenwaterval.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;en hoogtepunt) hadden we bewaard tot het laatst: El Garganta del Diablo (De keel van de duivel), een punt waar al het water van de wereld zich in één keer in een pijlloze diepte lijkt te storten en vervolgens door zijn eigen kracht, gelijk weer meters omhoog gestuwd wordt. Dit alles begeleid door donderend geraas, vlinders, vogels en meerdere regenbogen. Niet in woorden te vangen....&lt;br /&gt;Toen ik gisteren in de taxi naar de grens stapte kwam Evalina (de hoteleigenaresse) me nog luid roepend achterna: "Zenk you for staying, Holland people are so nice, Hope you are ghappy, God bless you!"&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Inmiddels zit ik weer in een heel ánder hotel. Vanmorgen ben ik aangekomen in Buenos Aires. Het hotel, of "guesthouse", zoals Javier en Martin, de twee piepjonge porteño eigenaren het noemen, is gevestigd in een buitenwijk van de stad. Ik was van plan een paar dagen te blijven en te kijken hoe het beviel, maar na de eerste kennismaking en het zien van het huis (want hotel kun je het inderdaad niet noemen) was de keuze snel gemaakt: Hier wordt het de komende maand goed toeven!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Volgende week meer over Buenos Aires en The Garden House!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;En dan had ik hier nog helemaal niet over verhaald:Eén van mijn dagen in Salvador heb ik een dagtripje gemaakt naar Praia do Forte, een piepklein dorpje zo´n anderhalf uur tennoorden van Salvador. Allereerst een prachtig strand, zoeen met wit zand palmbomen en kleine vissersbootjes...hmmm...Maar waar het mij allemaal om ging was een bezoek aan het TAMAR-project. TAMAR staat voor TArtugas MARinas, de Portugese naam voor zeeschildpadden. TAMAR bestrijkt de hele kust van Brazilië en poogt (zeer succesvol&lt;a href="http://photos1.blogger.com/blogger/199/2242/1600/schildpadjes.jpg"&gt;&lt;img style="FLOAT: left; MARGIN: 0px 10px 10px 0px; CURSOR: hand" alt="" src="http://photos1.blogger.com/blogger/199/2242/200/schildpadjes.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;) de vijf verschillende soorten zeeschildpadden die Brazilië rijk is te beschermen. Het succes van het projectzit hem erin dat de mensen uit de gemeenschappen bij de nestgebieden worden betrokken bij de bescherming. De vissers die eens de nesten leeghaalden om de eieren te kunnen verkopen, worden nu betaald om diezelfde nesten te beschermen. In totaal kunnen door het project zo´n 400 families in hun levensonderhoud voorzien, doordat er bij een aantal stations (in Praia do Forte bijvoorbeeld) een bezoekerscentrum is met een restaurantje en souvenirtjes(die allemaal gemaakt en verkocht moeten worden). Het project haalde Times, Newsweek en heeft (terecht) verschillende grote prijzen voor natuurbescherming gekregen. De schildpadden blijven me facineren: hun wijze koppen, hun grootte en de manier waarop ze eerder lijken te vliegen dan tezwemmen. En dan de mini-schildpadden die als een schoolklas vol kinderen in hun zwembadje rondspetteren... Meer over TAMAR: http://www.tamar.org.br/ingles/default.htm&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113956395254459324?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113956395254459324/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113956395254459324' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956395254459324'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113956395254459324'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/09/latinoland-15-battera-bonfim-e.html' title='Latinoland 15: A Battería, Bonfim e Cataratas do Iguaçu'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113949739129329182</id><published>2002-08-27T15:58:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:25:04.407+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Brazilië'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><title type='text'>Latinoland 14: Cristo, Chamar e Orgulho do África</title><content type='html'>&lt;a href="http://www.colorfotos.com.br/brasil/flag/bandeira300.jpg"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Na bijna 2 weken heb ik me eindelijk kunnen losrukken van Rio en ben ik na een record-bustijd van 26 uur beland in Salvador, in het Noorden van Brazilië. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;De laatste dagen in Rio waren vooral gevuld met strand, mensen kijken en door de stad zwalken. En oh ja, ook nog een bezoekje aan Rio's bekendste postkaart: de Cristo die met wijdgespreide armen uitkijkt over zijn stad. Het viel een beetje tegen moet ik zeggen, want hoewel Cristo alles kan zien vanaf zijn uitkijkpunt zo'n 700 meter boven de stad, is het beeld helemaal niet zo enorm dat jij het vanaf de stad kunt zien. Een beetje zoals de echte Cristo dus. Hoewel het uitzicht buitengewoon spectaculair is, deed het me al met al een beetje denken aan Manneke Pis in Brussel, waar je erg hard naar moet zoeken omdat het echte beeldje kleiner is dan de meeste souvenirs die ze van hem verkopen. Is dáár nou al die ophef over? In zo'n toeristisch deel van de stad blijkt Rio, naast hoofdstad van voetbal en carnaval, ook hoofdstad van tacy souvenirs: Veel Cristos van kristal, gevoetverfde Pão Açucars en lederen flessehouders met Copacabana-opdruk. Wow.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Lonely Planet had al aangegeven dat het bellen in Brazilië "een uitdaging" kon zijn...Daar ben ik gelukkig helemaal niet vies van, dus heb ik deze de week geprobeerd een vliegticket te reserveren van Salvador naar Foz do Iguaçu.&lt;br /&gt;1. De telefoon-cabines in Brazilië hebben in het algemeen de vorm van een grote, blauwe oorschelp en staan bijna óp de weg tussen de razende bussen. Das niet erg, want de meeste Brazilianen spreken vrij hard. Ik vind een nogal scheve telefoon op een relatief rustige Praça.2. Ik neem de hoorn op en draai het (gratis) nummer waarna veel geruis en vreemdsoortige klikjes en piepjes. Na drie keer proberen kan ik tussen het kabaal iemand van VASP ontwaren. Nu ben ik niet meer van plan los te laten, ook al wordt ik een beetje misselijk van een half-opgegeten broodje in de oorschelp (ik moet mijn hoofd flink naar binnen duwen om wat te kunnen horen). 3. Ik vraag naar iemand die "Fala Inglés/Castillano" (Engels/Spaans spreekt). Het meisje gaat op zoek. Na drie minuten niets wordt er opgehangen. De volgende poging loopt op hetzelfde uit. 4. Ik zoek een andere telefoon en vind er drie bijeen, waarvan één op kniehoogte (voor kinderen?). Ik kies er één met minder piepgeluiden, maar méér ruis. 5. Na mijn verzoek om een Engels/Spaanssprekende krijg ik nu een jongen die jofel roept: "ThatŽs me, baby!", wat mij zelfs voor een Braziliáánse luchtvaartmaatschappij redelijk vrijpoostig lijkt. Hij schakelt me door naar "reservaciones". 6. Door de "verbeterde lijn" kan ik nu een wachtmuziekje horen: Een Portugese automatische stem probeert in te praten tegen de storm van een nogal luid samba-bandje. 7. Na enkele minuten krijg ik iemand van reservaciones die zodanig in paniek raakt van mijn verzoek in het Spaans dat ze de telefoon ophangt. Tot drie keer toe. 8. In pure wanhoop (ik weet dat VASP de goedkoopste tickets heeft) bel ik de gratis nummers van alle drie de andere Braziliaanse luchtvaartmaatschappijen. Ik krijg één fax, één kiestoon en één keer een Portugees bandje met een ander nummer dat ik tot vier keer toe verkeerd versta (Varig, toch een internationale (!) luchtvaartmaatschappij). 9. Ik bel mijn "That's me baby"-vriend bij VASP nog maar een keer en leg uit dat het allemaal niet zo erg wil lukken. Hij geeft me een ander gratis nummer. 10. Het andere nummer werkt niet.11. Ik krijg wéér een ander nummer, helaas niet gratis, integendeel, mijn telefoonkaart loopt sneller terug dan een tickerband in een natuurkunde-experiment (bestáán die nog??). 12. Na 1x bellen (in gesprek) besluit de telefoon dat ik nu wel genoeg heb gebeld en laat het er verder bij zitten. Volgende telefoon.13. Oh joy! Het meisje aan de ander kant is van VASP reserveringen en spreekt vrij vloeiend Spaans. 14. Mijn achternaam is geen makkelijke naam voor een Braziliaan, wat blijkt als ik moet gaan spellen boven het geluid uit van een kind dat het op een brullen heeft gezet bij het kniehoge telefoontje (probeerde misschien ook een reservering bij VASP te maken...)15. Alles gaat lekker, tot ik halverwege mijn reservering merk dat mijn telefoonkaart tot 3 units is teruggelopen. Natuurlijk kan ik nog net de naam van mijn behulpzame vriendin vragen, maar niet mijn o-zo-essentiële reserveringsnummer. "Ik bel terug!", roep ik wanhopig tegen de kiestoon.16. Ik koop een nieuwe telefoonkaart (bij de drogist natuurlijk!)17. Ik bel opnieuw en vraag naar Helena. "Wie is dat?" kan ik uit het Portugees opmaken "Werkt die hier?" Tegen de tijd dat ik heb uitgelegd (in mijn állerbeste Portugees) dat ik al een reservering heb, maar géén reserveringsnummer, heb ik nog een kwart van mijn kaart over. 18. Het uiterst vriendelijke, maar niet erg snelle meisje biedt aan mij terug te bellen. Alleen jammer dat het nummer van mijn telefoon vrijwel onleesbaar is, zodat ik tenslotte maar een paar nummers op de gok roep. Zonder veel hoop wacht ik een paar minuten in het hokje. Nee dus. 19. Opgelost. De senhora van mijn Hostel spreekt niet alleen Portugees, ze kan er ook in schelden...en dat helpt! Ik vlieg zaterdagochtend en hoop van harte dat VASPpiloten beter in hun werk zijn dan VASPtelefonistes (afgezien van Mi Amiga Helena dan).20. Staartje. Als ik mijn ticket kom betalen op het VASP-kantoor blijkt dat ze (hoe kan het ook anders) nét die ochtend te tarieven hebben verhoogd. Of ik eventjes 70 reals extra wil betalen. Dat dacht ik toch niet! Maar er blijken ook voordelen aan het chaotiche systeem. Als ik namelijk naar een reisbureau ga en daar cash betaal, wordt mijn betaling vrolijk ge-antidateerd en betaal ik mijn oude prijs. Zo!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Salvador ligt in de Braziliaanse staat Bahia, de staat die bekend staat als de meest "Afrikaanse" van alle staten. Het grootste deel van de slaven kwam hier terecht en is hier gebleven. Dat betekent grote negers (pardon: Afro-Brazilianen) die mij met twee opgestoken duimen vanaf hn plastic-stoel-in-deuropening "Tudo bem?" (Alles goed?) toeroepen. Het betekent grote donkere vrouwen met gigantische gekleurde hoepelrokken en doeken om het hoofd en overal, óveral muziek. Als ik op zaterdagochtend om 10 uur aankom is de batteria (drumband) al aan het spelen en als ik om één uur terugkom na een avond uit (straks meer) oppert een oostenrijks stel om met zijn drieën wat te gaan drinken. Wegens muziek-kakefonie is er voor 3 uur 's nachts in Pelhorino geen slapen mogelijk. Salvador heet met recht "Cidade de Alegria"(Stad van de vrolijkheid)!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Salvador is trots op haar Afrikaanse roots. De stad heeft een prachtig Afrikaans museum waar, helaas alleen in het Portugees, wordt uitgelegd hoe de slaven in Bahia terecht kwamen. Hoewel in andere delen van Latijns-Amerika de slavenpopulatie zoveel mogelijk werd gemixt (om samenzweringen tussen de slaven te voorkomen) kwamen in Bahia vooral slaven uit Oost-Afrika (Benin, Nigeria, Angola) terecht. Hetgeen een unieke kans bood de eigen taal, voedsel, religie en muziek te behouden. Natuurlijk werd dit door de slavenhandelaars onderdrukt en heeft ook de tijd voor veel mixcultuur gezorgd. Maar nergens anders is Afrika zo voelbaar als juist hier.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eén van de meest bijzondere uitingen van die Afrikaanse cultuur in Brazilië is de Candomblé. Camdomblé is een religie gebaseerd op de oude Afrikaanse geloven in één Oppergod en diverse Lagere Goden (orixás) met elk hun eigen karakteristieken en taken. Net als in de Europese mythen trouwden deze goden onderling en kregen ze kinderen, die ook weer goden werden. Toen de slaven het beleiden van hun geloof werd verboden werd de link met het katholieke geloof snel gelegd. De Goden werden verbonden met de Katholieke heiligen, die immers óók elk hun eigen taak en verhaal hebben. En zo konden de slaven ongehinderd doorgaan met het vereren van hun orixás. Heden ten dage heeft Salvador diverse terreinos, waar de gelovingen op bepaalde dagen samenkomen voor het vereren van één specifieke orixá. En zo'n "dienst" (érg Europees woord!) kun je bijwonen. De avond waarop ik ging stond in het teken van Omolú, de god van pokken en ziekten (gezellig!). Aangezien hij (schijnbaar) onder de pok-putten zit is zijn lichaam afgedekt met een groot masker van touw, wat hem een beetje op een grote zwabber doet lijken. Zijn Christelijke equivalent is St. Lazarus, die bij mijn weten ook niet zo'n goede gezondheid had. De terreino was ook een prachtige mix van vrome (witte!) heiligenbeelden en schilderingen van de Afrikaanse goden in vol ornaat. De terreino was stampvol mensen, zelfs mensen die door de ramen naar binnen leunden. Op een groet troon-achtige stoel zat de Mãe (moeder) van de terreino, een oudere dame in een gigantische groene glittertjesjurk (die zoals later bleek, er goed de wind onder had!) gesteund door twee dames van middelbare leeftijd (de lelijke stiefdochters). De Mãe begon met het voorzingen van een bepaald lied, wat werd "beantwoord" door de Mediums, de mannen en vrouwen in het midden van de terreino en de percussieband die in een hoek zat. De mediums dansten, heel Afrikaans, met veel sierlijke heup- en hand-bewegingen. Het eerste deel van de avond stond vooral in het teken van deze zang en dans. Daarna was het tijd om te eten. Gigantische kookpotten werden binnengebracht. Ik had die avond al redelijk uitgebreid getafeld, maar er was geen weigeren aan: het bananenblad in mijn handen werd overvloedig gevuld met rijst, kip, bonen en popcorn. Eet smakelijk. Daarna ging de zang en dans verder, maar het ritme werd duidelijk opgevoerd en de dansers dansten zich het leplazerus (wat heel toepasselijk was natuurlijk). Het duurde niet lang of één van de dansers, een dame van middelbare leeftijd, stortte zich luid brullend ter aarde. Ze werd ondersteund door de lelijke stiefzusters. Al snel volgden de andere mediums, ieder in hun eigen luidruchtige, of juist volslagen in zichzelfgekeerde trance. Er volgde een pauze, waarin de mediums tot zichzelf konden komen en zich omkleedden voor het hoogtepunt van de dienst. Hierin zijn de mediums verkleed als orixás, in prachtige kostuums mét attributen. Sommigen waren duidelijk nog niet helemaal over hun trance heen en begonnen al snel weer te gillen of soïcijns rond te zwalken. De drums hadden nu zo'n razend tempo bereikt dat zelfs enkele mensen van het publiek zich in de kring stortten. Hoe dit tafereel nog gerijmd kon worden met de Katholieke religie is mij een raadsel, maar de opzwepende muziek, de dansen en kostuums waren een hallucinerende ervaring!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nog een aantal dagen gekleurde huisjes, stranden, opgestoken duimen en lekkere muziek en dan dient mijn vlucht naar de grens met Argentinië zich aan. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113949739129329182?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113949739129329182/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113949739129329182' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113949739129329182'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113949739129329182'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/08/latinoland-14-cristo-chamar-e-orgulho.html' title='Latinoland 14: Cristo, Chamar e Orgulho do África'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113949680980264731</id><published>2002-08-19T15:51:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:21:48.578+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Brazilië'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='voetbal'/><title type='text'>Latinoland 13: Copacabana, Cariocas e Favelas</title><content type='html'>&lt;a href="http://www.colorfotos.com.br/brasil/flag/bandeira300.jpg"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Een week Rio en zoveel te schrijven dat ik niet weet waar te beginnen... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Op de Copacabana dan maar, die wereldberoemde strook zand gelegen aan een van 's werelds meest dichtbevolkte gebieden. Gedurende de week een rustig strand (ware het niet voor de hoeveelheid verkeer die ernaast raast), in de weekends afgeladen vol met Cariocas (bewoners van Rio) bezig met hun favoriete tijdverdrijf: zonnen, volleybal en het bekijken van het andere geslacht. Hier kan álles. Ben je 89, 150 kilo, wit en behaard en wil je in je blote bast, met je mobieltje aan je zwembroekje langs de boulevard joggen...Dan kán dat! Ben je 45, heb je hele grote borsten en wil je in je bikini op hoge hakken tijdens het spitsuur tussen de autos en bussen op de weg dansen...Dan kan dat! Zonnebrillen, walkmans, poedels, mooigevormde volleyballers in kleine broekjes, meisjes met uitpuilende bikinis en nóg kleinere broekjes, cocosnoten met rietjes, garnalen op een stokje, braziliaanse vlaggen, skates, vierwielige fietsjes, te bruine bejaarden, zandkastelen, kinderen in voetbalshirts...Het is kitch, zeker, maar prachtig om naar te kijken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na een week luieren aan het zwembad in Bonito was het de afgelopen week weer tijd om de toersit uit te hangen. En ik heb mij nijver van mijn taak gekweten met bezoeken aan het historische centrum, Ipanema, het Museo de Arte Contemporaneo (een Niemeyer-creatie), het Maracanã-voetbalstadion, het Sambodrome (waar het carnaval wordt gehouden) en het uitzicht vanaf het Pão de Açucar (Suikerbrood).Maar de grootste attractie van Rio zijn zonder meer de Cariocas. Zij zorgen ervoor dat een stad van 8 miljoen mensen geen koude, kille bedoeling wordt. Waar je ook bent, op welk uur van de dag (of nacht), er is altijd tijd voor een praatje, een grapje of een opgestoken duim. De weg vragen kan hier een langdurige bedoeling worden, aangezien de meeste Cariocas het als hun plícht zien je verder te helpen. Als zíj het dus niet weten wordt de dichtsbijzijnde voorbijganger aangeklampt, die vervolgens óók weer iemand vraagt, zodat je binnen no time (of eigenlijk binnen best veel time) het middelpunt vormt van een groep Cariocas die je allemaal moet vertellen waar je vandaankomt en dat je Rio zo leuk vindt en die vervolgens met elkaar in discussie gaan over de kortste weg naar jouw bestemming.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Cariocas houden van het strand, van bier, dansen, voetbal en Brazilië.Het bezoek aan Maracanã maakte de gekte voor het voetbal (voor zover nog niet bekend) alleen nog maar meer duidelijk. Voor het geval je twijfelde: Brazilië is in werkelijkheid geen Republiek, maar een koninkrijk. Haar koning heet Pelé. Foto's van zijn mooiste doelpunten, plakkaten ter ere van zijn 1000ste doelpunt, zijn gezicht op iedere denkbare reclame en de afdruk van zijn voeten bij de ingang van het voetbalmuseum in het Maracanã, broederlijk naast die van Romario (die overigens verbazingwekkend kleine voeten heeft!). Als de hoeveelheid vlaggen een meetlat is voor de trots van een bevolking op zijn land (en dat zou best eens kunnen) wint Brazilië zonder meer. Niet alleen vind je de Braziliaanse vlag op ieder openbaar gebouw, hangend in barretjes, geschilderd op muren en winkelruiten, maar iedere Braziliaan lijkt op zijn minst 2 shirts, een broek (of rok), een zwembroek (of bikini), een handdoek en een stel teenslippers te bezitten met daarop de nationale trots. Om er helemaal bij te horen heb ik mijn garderobe inmiddels uitgebreid met een topje gemaakt van een grote Braziliaanse vlag. Wieweet zien ze me nu niet meer aan voor "Argentina! Argentina!"&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een iets minder voordehandliggend toeristenbezoek was mijn bezoek aan Communidad Rocinha, de grootste favela ("sloppenwijk") van Rio. Niet een plek die je als argeloze blonde gringa zelf moet binnenwandelen, en dus ging ik met Alfonso, een gids. Wat cijfers: Rio heeft zoŽn 800 favelas, in totaal woont 20% van de bevolking in zoŽn wijk. Rocinha heeft ongeveer 60.000 inwoners. In geen enkele stad is het verschil tussen arm en rijk zo groot als in Rio. Dat wordt desde meer duidelijk als je de ligging van de favelas bekijkt: Rocinha ligt bijvoorbeeld slechts een kleine honderd meter van de huizen van plastisch chirurgen, doktoren en de Amerikaanse school. De meeste mensen uit deze rijke delen zullen nooit in hun leven een voet zetten in de favala: "te gevaarlijk". De crime-rate in de favelas ligt hoger dan in andere delen van de stad, maar de meeste problemen hebben te maken met drugs: drugsdealers in gevecht met de politie of met elkaar. En zolang je je daar verre van houdt is de kans om in de problemen te raken klein. Alfonso grapte zelfs dat de kans om in Rocinha beroofd te worden waarschijnlijk kleiner is dan op de boulevard van Copacabana. De drugsdealers, de mensen die in feite de dienst uitmaken in de favela, hebben geen enkele behoefte aan de politie die afkomt op dat soort kleine criminaliteit. En dus gaan de straatschoffies maar toeristen beroven in de stad. De ligging van de favela is hier en daar wat ironisch. Zo wonen de mensen van Rocinha gratis naast mensen die de hoogste huren van het land betalen, hebben ze het beste uitzicht van de hele stad en, wegens gebrek aan riolering stroomt hun afval via een open kanaal richting...de rijke stranden van Ipanema! Uitzicht over Rocinha is bijzonder: Honderden op elkaar gebouwde huizen. Op de daken mensen die zitten te praten, hun was doen en veel kinderen met vliegers. De meeste huizen zijn van steen, de bewoners maken gretig gebruik van het feit dat de Braziliaanse wet zegt dat mensen na 5 jaar in hun zelfgebouwde stenen huis mogen blijven wonen. En omdat de regering gratis verf verstrekt is een groot deel van de huizen in vrolijke kleuren geschilderd. De visieuze cirkel van armoede blijkt moeilijk te breken. Pelé en Romario zijn prachtige vorbeelden van mensen die erin zijngeslaagd aan de favela te ontsnappen (en ik heb heel wat kleine jongetjes op teenslippers gezien die zó in hun voetstappen kunnen volgen!), maar de meeste mensen die in de favela worden geboren zullen er hun hele leven blijven. De werkeloosheid in Rocinha is zo'n 18%, ongeveer 3 keer zo hoog als in de rest van de stad. En zoals zo vaak, heeft dat vooral te maken met gebrek aan (goed) onderwijs. Hoewel de overeid de laatste jaren, via sociale projecten, haar invloed in de favelas wat probeert te vergroten was het meest indrukwekkende punt voor mij de hoge organisatiegraad die de mensen in de gemeenschap zélf hebben gecreeerd. Waar geen openbaar vervoer is (omdat de straatjes te smal zijn) ontstaan mototaxis (motoren die je voor 1 real naar de stad brengen); waar mensen geen adres hebben en dus geen post kunnen ontvangen, ontstaan centrale verzamelpunten voor de post in privé-huizen. De hoeveelheid sociale en culturele projecten (vaak gefinancieerd door drugdealers!) is enorm en de mensen zijn tróts op hun communidad. De vraag rijst of je als NGO gebruik kunt maken van deze organisatiegraad, of dat het systeem juist gebaseerd is op het gebrek aan inmenging van buitenaf?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor het geval het je nog niet opgevallen was: Rio heeft mijn hart veroverd! Met alle problemen van een grote stad, de drukte, maniakale buschauffeurs, het vuil en de bedelaars. Maar ook met prachtige kleine buurtcafeetjes, weer eens heerlijke Europees aandoende winkels (Boeken! Kleding!), prachtige stranden en alles overgoten met dat heerlijke chaotische Latijns-Amerikaanse sausje....&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113949680980264731?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113949680980264731/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113949680980264731' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113949680980264731'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113949680980264731'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/08/latinoland-13-copacabana-cariocas-e.html' title='Latinoland 13: Copacabana, Cariocas e Favelas'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113949665897203940</id><published>2002-08-12T15:46:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:27:53.030+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Brazilië'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><title type='text'>Latinoland 12: Sol, Peixe e Gauchos</title><content type='html'>&lt;a href="http://www.colorfotos.com.br/brasil/flag/bandeira300.jpg"&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;/a&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Na alle zware berichten over demonstraties, straatkinderen en mijnwerkers kan ik jullie berichten dat ik me (gelukkig?) ook nog druk kon maken over oppervlakkige zaken als het weer en mijn huidskleur (voor de geïnteresseerden: Mijn hoofd en armen zijn chocomel-kleurig, de rest van mijn lichaam moet nog een inhaalslag maken). Mijn eerste week in Brazilië heb ik namelijk doorgebracht met een enorme hoeveelheid nietsdoen aan het zwembad van mijn hostel. Nou ja, nietsdoen: ik heb bergen gelezen, in de zon gezeten, ben af en toe even op de fiets naar het dorpje geweest, heb caipirinhas (Braziliaans drankje met limoen en suiker) gemaakt, heb kaartspelletjes gespeeld en gekookt, want er was ook een keuken. Het hostel was bijna een Nederlands enclave, zodat ik mij middels allemaal Nederlandse kwaliteitsbladen weer op de hoogte kon stellen van het wel en wee van onze Nederlandse sterren. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;En tussendoor heb ik dan ook nog wel écht wat ondernomen. Het plaatsje waar ik zat heet Bonito en zoals de Brazilianen zelf al aangeven: Bonito é bonito ("Bonito is mooi!"). De bustocht er heen was op zich al een belevenis. Grote borden waarschuwden voor overstekende herten, krokodillen en slangen. Mijn uit-het-raam-kijk-score betrof een heleboel vreemdsoortige vogels, een platgereden hyena en een miereneter die volslagen in de stress raakte toen de hele bus stopte en iedereen met zijn neus tegen het raam ging zitten. Verder weilanden vol koeien en palmbomen tegen zo'n kitcherige roze airbrush-lucht. Bonito zelf is uitvalsbasis voor een heleboel verschillende natuur-activiteiten. Zo ben ik een dagje wezen raften (stiekum was het meer een beetje dobberen en hier en daar met een grote plons van een waterval af) en heb ik een enorme grot bekeken vol stalagtieten en -mieten en een felblauw meer. Het hoogtepunt was echter wel een zwemtocht door de Rio Sucuri (ik hoorde pas later dat "Sucuri" Portugees is voor "anaconda"). Door een mooi uitgevallen foutje van de natuur heeft deze rivier een grote hoeveelheid calcium in haar wateren, dat alle vuil absorbeert en op de bodem doet neerslaan. Het gevolg is dat de rivier zo helder is als een pas gereinigd aquarium en dat je onderwater métersver kunt kijken. De rivier zit bovendien vol met enorme vissen en prachtige waterplanten. En nee Martijn, je mag er niet vissen! Maar zwemmen, of eigenlijk, dobberen, mag wel. Je wordt namelijk in een wetsuit en zwemvest gehesen waarna je je, gewapend met duikbril en snorkel, met de stoom mee laat drijven. Je wordt vriendelijk verzocht niet te hard te bewegen, om toch vooral de vissen maar niet te laten schrikken. Helaas had ik een klein probleempje. Gitty heeft het in Turkije al eerder kunnen aanschouwen: zodra je mij een snorkel geeft, verdrink ik. Ik heb geen idee wat er gebeurd, maar snorkelen is aan mij niet besteed. Gelukkig kan ik prima mijn adem inhouden (zo lang dat de gids zich af en toe een beetje zorgen om me maakte) en met die ingehouden adem kon ik net zo goed het leven onder de waterspiegel bekijken. De duikers onder jullie zal ik niets nieuws vertellen, maar het was buitengewoon wonderlijk en prachtig. De vissen op aanraakafstand voorbij zien zwemmen: kleine, razensnelle guppies, iets grotere vissen die zich met de hele groep gelijktijdig bewegen, erorme grote zwarte vissen die me wantrouwend aankeken, krabbetjes, planten die loom bewegen op de stroming van het water, het prachtige gefilterde licht... Bijna was ik de groep voorbijgedobberd op het punt waar we werden geacht de rivier uit te gaan: Nog een rondje!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Matto Grosso, de staat waarin Bonito ligt, staat naast zijn prachtige natuur bekend als het land van de gauchos. De staat telt 6 miljoen mensen en 25 miljoen koeien. En na de zwemtocht door de Sucuri heb ik me maar eens verdiept in het landleven. Vlakbij de rivier stond een grote Fazienda (mega-boerderij) waar een stel mannen met grote cowboyhoeden koeien aan het selecteren waren. De danig opgewonden beesten moesten door een soort sluis, waarna de grootste cowboyhoed bepaalde of het poortje naar links ("Ja, ik koop 'm") of naar rechts ("Nee") openging. De meerderheid van de koeien hier zijn nogal knokig, met veel te groot vel en een grote bult in de nek. Ik heb inmiddels geleerd dat het vlees van deze koeien niet echt lekker is, maar dat ze prima kunnen overleven op het taaie gras in Matto Grosso. Natuurlijk maakte ik mezelf weer volslagen belachelijk door blij te roepen "Tjee, kijk die grote stier eens!" bij het zien van een (eerlijk waar, belachelijk grote) koe. Stadskindje...De gauchos kom je, met paarden of grote camionettas, ook tegen in de dorpjes in de omgeving en op vrijdag gaan ze gezellig met zijn allen stappen in Campo Grande, de hoofdstad van Matto Grosso. Ze lijken, met hun hoeden en laarzen, in de grote stad volkomen "out of place". En afgezien van hun aanwezigheid, vind je de hoeveelheid vee in deze staat natuurlijk vooral terug op je bord. Want Brazilianen houden van vlees, véél vlees. De meeste porties hier zijn genoeg voor twee (of drie van mij). Een eetcultuur waarmee ik inmiddels heb kennisgemaakt zijn de restaurants "por quilo", waar je bij een buffet kunt opscheppen wat je wilt, om het later aan de kassa "per kilo" af te rekenen. Gevaarlijk natuurlijk, want ze zorgen er echt wel voor dat alles er zo lekker uitziet dat je je bord méér dan vollaadt!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik schreef het de vorige keer al: bij het passeren van de Braziliaanse grens verdween op slag het derde-wereld-gevoel. Veel mensen in modieuze kleding, met mobieltjes en stukken minder mensen die wezeloos op staat hangen (vooral veel minder kinderen ook). Ik besef heel goed dat dit in andere delen van Brazilië waarschijnlijk anders is, maar voorlopig valt het op. En dat niet alleen. Al in geen maanden heb ik de wegen, straten en bermen zo schoon gezien als hier! Voor iemand die in Nederland is opgegroeid zit de afschuw voor "dingen op staat gooien" er diep in. En Bolivianen en Peruanen gelijk lijken zich niets aan te trekken van de enorme zooi in hun prachtige landen. Soms krijg je ineens door hoe dat komt. Een Peruaans vriendinnetje, die wist hoe verontwaardigd ik werd van afval op straat keek hóógst verbaast toen ik mijn pindadoppen wél in de berm gooide. "Maar?!"... En toen moest ik proberen uit te leggen dat plastic en alumninium (snoepzakjes bijvoorbeeld) járen, soms decennia, blijven liggen en niet, zoals zij altijd had begrepen, binnen enkele weken verbranden door de zon. De Braziliaanse scholen schijnen de laatste jaren flink te inversteren in het milieubewustzijn van hun leerlingen. Terecht, met zo'n prachtig land, en laten we vooral hopen dat de vuilnisbelt hier beperkt blijft!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De bus van Campo Grande naar Rio nam 22 uur in beslag, maar met de Braziliaanse bussen is dat geen straf. Reclinable stoelen die beter sliepen dan veel hotelbedden in de afgelopen 3 maanden, prachtige gladde wegen en grote ramen met daarachter eindeloos veel sterren. 's Ochtends vroeg passeerden we São Paulo. Alleen het passeren in bus van deze miljoenenstad kostte al meer dan drie kwartier. In die tijd heb ik 5 McDonalds, 2 sambascholen, 3 voetbalstadions en 3 sloppenwijken gezien. Daarna nog een paar uur ongeduldig wachten op de eerste blik op Rio. Deze kwam toch nog sneller dan verwacht, maar dat kwam dan weer vooral omdat ik was vergeten dat het in Rio een uurtje later is dan in Matto Grosso. En omdat mijn horloge het even af laat weten na het raften, ben ik qua tijd helemaal een beetje de weg kwijt. Aangekomen in Rio gelijk in het diepe. Een aardige meneer uit de bus begon al met allemaal waarschuwingen en tips. Ik besloot eerst maar eens een hotel te bellen. Gelukkig dook mijn Braziliaanse vriend weer op toen ik Spaans aan het praten was tegen een onwillige hotelklerk. Zonder pardon nam hij de hoorn van me over "Zeventig real?" hoorde ik hem zeggen. En terwijl ik hard knikte riep hij iets in de hoorn dat leek op "Doe normaal man!". Toen hij me vervolgens aankeek en "Vijftig?" vroeg, wist ik niet hoe snel ik mijn duim op moest steken. Vervolgens ging hij mee naar buiten om daar verschrikkelijk ruzie te maken met drie taxi-chauffeurs tegelijkertijd. Voor ik met de taxichauffeur meeging (die kwalificeert voor de meest onbeschofte die ik ooit ben tegengekomen) kreeg ik nog zijn telefoonnummer mee voor als ik meer hulp nodig had.&lt;br /&gt;Mijn hotelkamer blijkt uitgerust met televisie met pornokanaal en een nogal kinky spiegel naast het bed. Het lijkt erop dat niet iedereen deze kamer de hele nacht nodig heeft. Maar het hotel ligt ook 1 blok van 's werdeld beroemdste strand: De Copacabana! Dus bijna drie maanden na de Pacific heb ik gisteravond even naar jullie gezwaaid vanaf mijn kant van de Atlantic: "Dag mam!"Over de Copacabana, en de rest van Rio, de volgende keer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113949665897203940?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113949665897203940/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113949665897203940' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113949665897203940'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113949665897203940'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/08/latinoland-12-sol-peixe-e-gauchos.html' title='Latinoland 12: Sol, Peixe e Gauchos'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113939499264980575</id><published>2002-08-04T11:32:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:27:22.148+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Brazilië'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='vervoer'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Bolivia'/><title type='text'>Latinoland 11: Gays, Transportación y Brasileiro</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/c/ca/Bolivia_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Zoals jullie kunnen zien heb ik de treinreis overleefd. Daarvan zo direct natuurlijk een volledig verslag, maar eerst nog een verhaaltje vanuit Santa Cruz. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Want toen ik daar aankwam werd het al met grote letters aangekondigd in de krant: Santa Cruz (en ik gok wellicht wel geheel Bolivia) zou haar eerste Gay-parade gaan beleven! De artikelen varieerden van verbazingwekkend openhartig met fotos van een travestie-verkleedsessie tot tenenkrommende stukken van "deskundigen" die meningen vertileerden waarvoor Imam el-Moumni zich een beetje zou schamen. De parade begon anderhalf uur te laat (want het zijn natuurlijk wel Latino-homos) en zou een rondje maken langs de centrale plaza. De mannen, in prachtige kostuums en met praalwagens, kwamen niet verder dan driekwart. Precies op het punt waar ik stond (tegenover de Boliviaanse televisie) ontstond een bottelneck. De toegestroomde mensen stonden zó ver op de weg, dat de praalwagen niet kon passeren. Zoiets kan natuurlijk gebeuren tijdens een massaal evenement, maar de sfeer was onaangenaam.Van de in de krant aangekondigde 1100 homos was er tenslotte een kleine groep van ongeveer 50 mannen, die zich onder politiebegeleiding door de massa worstelde. Met het nodige geroep van meest-machisto-machisto-mannen. De culturele verschillen die ik tijdens mijn reis (reizen) tegkom zijn soms lastig, vaak leuk en eigelijk nooit onoverkomelijk. Zij hebben hun manier en ik de mijne, iets dat ik zoveel moglijk probeer te respecteren. Maar soms, zoals deze vrijdag, is mijn onbegrip te groot en is relativeren (``Maar ze zijn anders opgevoed`) érg lastig! Wat er in ieder geval bleef hangen is een levensgrote bewondering voor de jongens en mannen die in DEZE wereld, zo openlijk, "uit de kast" durven te komen. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Ik heb ook besloten maar eens een vraag te beantwoorden die niemand durft te stellen: ¨Maar wat dóe je dan de hele dag?¨Er zijn dagen dat ik musea, kastelen of dierentuinen bezoek, maar natuurlijk niet iedere dag. En als ik dan ook niet werk of studeer, wat dóe ik dan in godsnaam de hele dag?!Kortgezegd: meestal hetzelfde als jullie. Ik eet, ik slaap, ik doe boodschappen, ik douche, was mijn kleren en ga uit. Maar(bijna) alles hier gaat gepaard met net iets meer uitdagingen dan in dagelijks Delft. Mijn vader ontving ooit een vakantiekaart van een leverancier. Hierop een stripje bestaande uit twee plaatjes: Het eerste toonde een man op een comfortabele driezitsbank, biertje in de hand, kijkend naar een breedbeeldtelevisie. Zijn vrouw stond in de keuken (het is al een oude kaart...) aan het kookeiland, naast de koelkast vol koud bier. Het tweede plaatje toonde hetzelfde stel op vakantie. Hij in korte broek op een klapstoeltje, koelbox met lauwe biertjes, zij kokend op een wankel butagasje.Beter kan ik het niet uitleggen! Maar de uitdagingen maken het reizen tot wat het is. Zoals wellicht bekend ben ik geen licht in het vinden van mijn weg in een vreemde stad. Hoezeer de Lonely Planet ook zijn best heeft gedaan op de plattegrondjes in mijn gids, aan mij is het niet besteed. En dus vraag ik de weg. Niet één keer, maar op iedere straathoek. Overgenomen van Peruaanse vrienden die op mijn Hollandse-ik-doe-het-zelf-wel-vraag "waarom zo vaak?", antwoorden dat je zo niet alleen zeker was, maar ook nog eens aan de praat raakte met allemaal mensen! En zo wordt doel (het vinden van het postkantoor) een middel om met mensen te praten. Boodschappen doen, het kopen van een nieuwe broek, of het naaien van een gat in mij fototas wordt een ontdekkingstocht door de stad of over de markt. Ik ontmoet mensen, kom op onverwachte plekken en proef nieuwe dingen. En dus is het: Hoera, vanmiddag ga ik gezellig batterijen kopen! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Dezelfde verstrengeling van doel en middel merk ik in deze verhalen. Al vanaf mijn achtste houdt ik tijdens de vakanties een logboek bij (cadeautje van onze buurvrouw, een schippervrouw, die vond dat je geen tocht kon maken zonder...en ze heeft gelijk gekregen). De laatste jaren hebben de geschreven varianten (volgeplakt met folders en stukjes van medereizigers) gezelschap gekregen van deze internetverhalen om het thuisfront op de hoogte te houden van mijn belevenissen. Maar meer en meer worden de verhalen een doel op zich. Ik ben zo nu en dan in de stad te vinden met een plastic tasje vol bierviltjes en beschreven buskaartjes met zaken die ik jullie toch vooral niet moet vergeten te melden. En zo worden de verhalen ook een middel. Jullie helpen me te onthouden, op te merken, verder te vragen, te verwoorden, verrast te blijven en te kijken met 100 ogen. Bedankt daarvoor. &lt;em&gt;Gracias. Obrigada. &lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Sinds mijn aankomst in Lima heb ik me al op heel wat verschillende manieren verplaatst: &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;* Bussen natuurlijk, hét vervoersmiddel in LatijnsAmerika. De meeste tot nu toe rammelend en met als beste onderdeel vaak de stereo. Heb gehoord dat dat vanaf nu (Brazilie, Argentinie en Chili) beter wordt (de bussen, niet de stereos). &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;* Micros en combis, het vervoer in de steden. Omgebouwde amerikaanse schoolbussen en busjes met ingeschroefde stoelen. Om in te stappen moet je zwaaien; uitstappen door "baja!" te gillen of hard op de wand (of het plafond) te timmeren. Te laag (voor een Nederlandse) en veel te vol voor de hoeveelheid mensen binnen. Maar het kost bijna niks. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;* Boten op het Lago de Titicaca, of de boten die de bus vervoerden net over de grens met Brazilie. Riksja-achtige fietsjes in Puno die je naar het meer brengen, een soort opgevoerde invaliden-autootjes in Ica. En natuurlijk taxis, variërend van in-verregaande-staat van ontbinding tot letterlijk uit elkaar vallend. Altijd met praatgrage chauffeurs. Santa Cruz had op onverklaarbare wijze hand weten te leggen op een grote hoeveelheid Engelse autos waarvan het stuur naar de juiste kant was verplaatst. Zodat je als passagier zat aan te kijken tegen de meters (die het verder toch niet doen) en een groot gat, datsoms was opgevuld met een glimmende Jesus of een paars pluche konijn met "I love you" op zijn buik. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;*Het laatste hoogte (of wellicht wel diepte)-punt was de trein die me vanuit Santa Cruz naar de grens met Brazilie bracht.Zoals gezegd: de meeste medereizigers waren niet echt lovend over deze trip. De dag dat ik een kaartje ging kopen stond er toevallig een trein, zodat ik een blik kon werpen op alle 4 klassen stoelen die de trein rijk was. Het eerste treinstel wat ik bekeek zag er matig uit, niet buitengewoon comfortabel, maar niet zo desastreus als ik me had voorgesteld. Het bleek de Pulman-klasse, de op-een-na-duurste stoel uit de trein. De eerste en tweede klasse (aanmerkelijk goedkoper) bestonden uit onverstelbare houten bankjes, zuinig bekleed met iets dat door moest gaan voor een kussen in skai. Ik besloot (vanuit financiëleoverwegingen en een ¨Dood zal ik niet gaan¨-houding) voor de eerste klasse. Na 1,5 uur kreeg ik enigsinds pijn in de lagere lichaamsdelen...en toen moest ik nog 16,5 uur! Pardon, maak dat 20,5...verschillende dorpjes langs de route hadden deze dag namelijk uitgekozen voor het opwerpen van blokkades ("Het gas mag niet door Chili!") op het spoor. Om kort te gaan: Zon, heet, meer zon, skai bekleding, geen Bolivianes meer (we zijn tenslotte bijna in Brazilie!), onderhandelingen met stakers, zwetende buurjongens, eindeloze rijen verkopers die misbruik maken van de situatie, politiechecks, meer politiechecks, bagage 2,5 uur later dan ik (ander treinstel)..... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;En is dat nou erg? Neu....de dag na mij kwam de trein namelijk helemaal niet aan, de mensen in die trein hebben de hele dág vast gezeten! En daarbij....ik ben in Brazilie!En ja, het is écht anders. Het oversteken van de grens tussen Peru en Bolivia was zoiets als het oversteken van de grens tussen Nederland en Belgie: De mensen hebben een iets ander accent, ze eten wat meer chocola, de wegen zijn wat slechter en de algehele puinhoop wat groter. Maar Brazilie....Ineens lijkt de derde wereld heel ver weg. Net over de grens stap ik in een taxi met airco die niet rammelt (en duur!) en het verschil met de verlegen, teruggetrokken Bolivianen en de nieuwsgierige, laawaaige Brazilianen valt al heel snel op. En dan de taal... Na twee maanden is het verstaan worden zo gewoon geworden dat ik onmiddelijk een Spaans verhaal afsteek tegen de taxichauffeur. Het loopt allemaal heel soepel, tot de goede man terug begint te praten...Ehm?! Maar wat is het mooi! Deze mensen lijken de hele dag te zingen. En andermaal beloof ik mezelf dat na Spaans, Portugees mijn volgende taal wordt!Over Brazilie de volgende keer meer. Het boezemt me wat angst in om te reizen door en verhalen over Brazilie, aangezien er een aantal mensen meelezen die heel wat meer ervaring in en kennis over dit land. Ik hoop dan maar dat mijn naieve blik zal zorgen voor glimlachen en niet voor opgetrokken wenkbrauwen! &lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113939499264980575?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113939499264980575/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113939499264980575' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113939499264980575'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113939499264980575'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/08/latinoland-11-gays-transportacin-y.html' title='Latinoland 11: Gays, Transportación y Brasileiro'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113939470241928544</id><published>2002-07-27T11:21:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:21:20.509+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Bolivia'/><title type='text'>Latinoland 10: Monos, Coca y La muerte de Che</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/c/ca/Bolivia_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;p&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Op weg naar de poema´s was ik vorige week. Poema´s heb ik niet gezien, maar voor jullie teleurgesteld afhaken: genoeg andere beestjes! In de bus naar het plaatsje Villa Tunari, zo´n 6 uur van Cochababa, weer versteld gestaan hoe snel een lanschap kan veranderen. Van de milde, wat droge vallei rond Cochabamba, in de stomende jungle van Villa. Het plaatsje stelt niets voor, één in vele jungledorpjes, alleen is deze vol (lege) hotels en restaurants aangezien het zich bevind op de grens van een (eens?) zeer populair Nationaal Park. En aan de rand van Villa Tunari ligt Inti Wari Yassi, een opvangreservaat voor de meest uiteenlopende dieren: Poemas uit circussen, Huispapagaaien die toch wel groot werden, Hertjes die ineens in de stad opdoken en Apen die het meubulair van hun eigenaars bleken te vernielen. Sommige van de dieren zijn, voor ze in het park kwamen, ernstig mishandeld en hebben moeite met mensen, andere zijn ziek of (in het geval van de vogels) gekortwiekt. Als je ze ziet, of hun (door de vrijwilligers in het park zorgvuldig opgestelde) verhalen leest vraag je je af wat sommige mensen bezield. Nee, een aap is géén huisdier! Uiteindelijk is het streven de dieren weer te laten terugkeren naar de échte jungle, maar in sommige gevallen is dat natuurlijk niet mogelijk. De meeste dieren lopen, kruipen of slingeren los door het park. Het park werft actief vrijwilligers onder reizigers, met advertenties in hostels en op internet. En niet tevergeefs! Omdat je voor dit vrijwilligerswerk nu eens geen Spaans nodig hebt lopen er op dit moment zo´n 30 vrijwilligers rond uit alle landen van de wereld, die allemaal minimaal 2 weken blijven. Ze maken kooien schoon, plukken apen uit bomen die ervandoor zijn gegaan met zonnebrillen van bezoekers, delen medicijnen uit of wandelen met de poema aan een touwtje door het park (nee, deze loopt niet vrij rond!). Ik heb er uren rondgelopen. Kennisgemaakt met Rosa en Watson, twee papagaaien die, onafhankelijk van elkaar, ziek, gekortwiekt en kaal in het park aankwamen. Nu zijn het twee prachtige, weldoorvoede rode papagaaien die onafscheidelijk zijn geworden. Me laten beroven (gelukkig alleen van papieren zakdoekjes) door de meest gehaaide dieven die er bestaan: doodshoofdaapjes. En uren in de zon gezeten met Melanie, een kapucijneraapje, op schoot. Melanie heeft een huidziekte (en dus heel weinig haar) en is broodmager. Met ogen die je doen denken aan de advertenties uit de tijd van hongerige kinderen in Ethiopie steelt ze alle harten. En natuurlijk kreeg ik ten afscheid een aandenken in de vorm van een gele kledder apenpoep op mijn broek! Het park verkeerd in moeilijkheden en dat is jammer, want ze doen fantastisch werk. Naast vrijwilligers is er geld nodig voor medicijnen, dierenartsen en voedsel voor de dieren. Voor de geinteresseerden: Op het ogenblik heeft het park geen rekeningnummer, maar ik houd jullie op de hoogte!&lt;/span&gt;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De reis tussen Cochabamba en Villa Tunari, en later weer van Villa Tunari naar Santa Cruz, waar ik nu ben, ging niet zonder slag of stoot. De districten van Cochabamba en Santa Cruz liggen midden in wat de VS aanmerkt als "Coca-country". Dat klinkt spectaculairder dan het is. Het betekent vooral veel extra politiecontroles en een buschauffeur die naast me zit (ik mocht voorin plaatsnemen omdat ik mijn Chayanne-bandje aan hem had geleend) met wangzakken als een hamster gevuld met coca-blaadjes. De mensen in deze districten kauwen al honderden jaren coca en een verbod erop zou dan ook diep ingrijpen in de lokale cultuur. Het zou zoiets zijn als de Nederlander zijn koffie ontzeggen...ik ken veel mensen die hun bed niet meer uit zouden komen (Nielske?)! Zelf heb ik het gekauwd in de mijnen van Potosi (smerig!) en veel gedronken in de vorm van thee in de hooglanden (lekker!). Natuurlijk is het nonsens te veronderstellen dat de coca alleen verbouwd wordt voor de blaadjes en de lokale markt. De politiecontroles zijn erop gericht de "trafficing" van coca in te perken, al maken ze de indruk dat ze dat vooral doen om de VS happy te zouden. Want dat de VS niet gelukkig is met de coca-plantages moge duidelijk zijn. Ze steunen, met geld en mankracht, het omschakelen van coca-plantages in mais of quinua. Iedere boer die zijn akkers met coca omploegt ontvangt 2000 dollar. En waar deze strategie in Peru aardig leek te werken, is dit land zo groot en dunbevolkt dat de Boliviaanse boer zijn coca omploegt, zijn geld vangt en enkele tientallen kilometers verderop een nieuwe coca-plantage begint. Exit leuk plan. Zolang de vraag blijft bestaan, en de opbrengst van coca zó absurd hoog is vergeleken met het gemiddelde inkomen van de mensen hier, zullen de boeren hier hun coca blijven verbouwen. Maar de eigen kiezers beschuldigen van drugsgebruik is onder Amerikaanse senatoren en presidenten iets minder populair dan het beschuldigen van een land verweg, waar de meeste mensen maar vagelijk van hebben gehoord....inclusief diezelfde senatoren overgens. Eén senator werd enkele jaren terug zo wanhopig van de hele toestand dat hij maar voorstelde de coca-plantages in Bolivia middels vliegtuigen met pesticiden te bespuiten. De vliegtuigen hiervoor moesten, zo stelde hij voor, opstijgen vanaf DE KUST van Bolivia. Au. De grote verdediger van de coca-boeren is, zo liet ik al eerder weten, presidentskandidaat Evo. Hij groeide op op het arme platteland, was zelf cocaboer en is mateloos populair in de regio waar ik het net al over had. Zoals gebruikelijk hier beschilderen veel mensen hier hun huizen en winkels "in de clubkleuren": in de kleuren en met de naam van de kandidaat en partij van hun keuze. Evo-blauw was alomtegenwoordig in Villa Tunari! Tot de grote verbazing van de gevestigde kandidaten is Evo als derde uit de bus gekomen bij de verkiezingen. Niet genoeg om daadwerkelijk mee te dingen naar het presidentsschap, maar genoeg om de gevestigde orde een beetje wakker te schudden. De gevestigde kandidaten hebben ondertussen zo´n beetje de koek verdeeld: er is een Plan Bolivia (soort regeeraccoord) opgesteld door twee partijen die elk worden geleid door een oud president....Over gevestigd gesproken! Ik heb het gelezen en hard gelachen: De plannen zijn zó algemeen en verstoken van iedere mening. Dat je met "het bestrijden van de werkeloosheid onder de jeugd" , "het zorgen dat iedere Boliviaan kan profiteren van het gas" en "het werken aan de positie van de vrouw" de handjes op elkaar krijgt kan ik me voorstellen, maar als je op geen enkele manier uitlegd hóe....Zo kan ik het ook! &lt;/span&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Tenslotte heb ik via vele posters kennis gemaakt met de lokale politici van Santa Cruz. Er is een dame bij die vreselijk lijkt op Sarah Michelle Gellar. Haar gezicht hangt door de hele stad en iedere keer als ik zo´n poster zie denk ik "Buffy the Vampire Slayer!"...wat op zich niet zo´n vleiende bijnaam is voor een politica!&lt;/span&gt;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Vanaf Villa Tunari was het, met een kleine tussenstop in Santa Cruz, op weg naar Vallegrande. Weer een dorpje en deze keer één die door reisgidsen en tourist-informations stelselmatig word genegeerd. En dat ondanks het feit dat het kan bogen op een belangrijk historisch feit: Che Guevara sneuvelde hier tijdens één van zijn vele guerilla-gevechten. Bij het wachten op de bus ontmoette ik Olga en Luis, een Spaans stel. Ze werd een klein beetje gek van hem, aangezien ze inmiddels bijelkaar al 18 uur heen en terug hadden gereisd tussen de toursist-informations van verschillende plaatsen...maar Luis moest en zou naar het graf van Che Guevara. Ik besloot met ze mee te reizen, meer gedreven door nieuwsgierigheid dan bewondering, want hoewel het een zeer bekende naam is, had ik heel eerlijk gezegd weinig notie van "het leven en werk" van Che Guevara. Een mooie gelegenheid om daar verandering in te brengen en het internet zijn nut weer eens te laten bewijzen. Binnen enkele minuten had ik een 10 paginas tellende biografie in handen. Voor de mensen die het óók niet weten: Che Guevarra was een Argentijnse arts/guerillaleider die over het hele continent reisde en vond dat het allemaal anders moest. Uiteindelijk hielp hij Castro met het bevrijden van Cuba van dictator Batista en vocht hij verder tegen regimes in Kongo en Bolivia. De biografie leverde eigenlijk alleen maar méér vragen op, aangezien hij in zóveel plaatsen deel uitmaakt van de geschiedenis, dat je bijna een professor in de wereldhistorie moet zijn om het allemaal in zijn context te kunnen plaatsten. Het toerisme in Vallegrande is bescheiden, het is me een raadsel waarom de Boliviaanse regering niet meer aandacht besteed aan dit plaatsje, want werledwijd is Che voor veel mensen een symbool geworden van "de grote vrijheidsstrijd", getuige het gebruik van zijn beeltenis bij ongeveer alles dat ook maar vagelijk te maken heeft met vrijheid. Bij mij maakt dit alles ietwat dubbele gevoelens los. Als een kind van mijn tijd en cultuur wellicht, heb ik meer met de geweldloosheid van -Atlanta- Marten Luther King. Daar komt nog eens bij dat Che zich ophield met een hoop mensen die de laatste jaren toch iets mínder positief bekend staan. Natuurlijk is dat geen manier om de geschiedenis te bekijken, maar de uitroep van sommige mensen "wat zonde dat hij zo vroeg stief", leverde in ieder geval leuke stof voor discussies op (waaronder een opsomming van van al die heren die zo veelbelovend begonnen en later belandden in een moeras van corruptie en machtsmisbruik). Tenslotte is er dan nog de persoonlijkheidcultus, iets dat volslagen aan mij voorbij gaat. De wasgelegenheid van het lokale hospitaal, waar men klaarblijkelijk het lichaam van de dode Che waste, staat nu vol met kreten en handtekeningen van bezoekers. "Daar lag hij", wordt er eerbiedig gefluisterd als je binnenkomt. Twee piepjonge Zwitserse meisjes (op z´n Delfts: "Blije dozen") die binnenkomen Oh-en en Ah-en eerst een poosje over hoe "gaaf" en hoe "cool" dit wel niet is en vragen zich vervolgens hardop af: "Maar wat is het?!". En daar krijg ik dus een beetje de slappe lach van...In Vallegrande hadden we eerst een lang gesprek met Don Walter, volgens vrienden van Olga en Luis een soort hoffotograaf van Che, iets dat door hemzelf weer wordt ontkent. Hoe het ook zij, de man weet vreselijk veel van Che Guevara en vindt het duidelijk leuk om met ons te praten. Als je ooit de opdracht zou krijgen een typische communist te tekenen, zou je waarschijnlijk Don Walter tekenen: met blauw overhemd, vaal werkmansjasje, platte pet en klein snorretje kan het bijna niet karakteristieker. Het gesprek gaat van de Spaanse burgeroorlog naar geld, werk, de economie van Bolivia en de Cubaanse revolutie, af en toe onderbroken door een rochelende lach of een (cubaanse) sigaret. Met een stevige handdruk gaan we op weg naar het museum van Valle en het graf waar hij nu niet meer ligt en waarvan de Vallenaren twijfelen of hij er überhaupt wel ooit lag. De conspiracy-theories in het dorp zijn niet van de lucht! Ook op het graf weer veel kreten, waaronder bijzonder harde verwensingen aan het adres van de Amerikanen. Hoeveel doden er ook vallen, sommige mensen leren het nooit...De señora die onze lunch serveert heeft zo haar eigen beleving van het gebeuren. Aan haar verhaal kun je merken dat ze nog een jong meisje was toen het gebeurde, zo levendig is na 35 jaar nog haar beschrijving van Che´s mooie gezicht en zijn prachtige handen. En dan besef je ook, dat je écht met recente geschiedenis te maken hebt!De afgelopen dagen ben ik een beetje aan het rondrennen geweest in Santa Cruz om nog wat laatste dingethes te regelen en te kopen. &lt;/span&gt;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Dit was het laatste verhaaltje vanuit Bolivia. Aankomende maandag ga ik met de trein mee die me naar de grens met Brazilie zal brengen. Een reis van ruim 18 uur, die ik op internet heb beschreven gezien als "de hel". Fijn. Duim voor me.&lt;/span&gt;&lt;/p&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113939470241928544?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113939470241928544/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113939470241928544' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113939470241928544'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113939470241928544'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/07/latinoland-10-monos-coca-y-la-muerte.html' title='Latinoland 10: Monos, Coca y La muerte de Che'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113939398130662491</id><published>2002-07-20T11:19:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:11:03.163+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Bolivia'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='verkiezingen'/><title type='text'>Latinoland 9: El otro capital, elecciones y bailar</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/c/ca/Bolivia_flag_large.png"&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Van nu af aan gaat het grote grijnzen beginnen, want terwijl jullie je sokken uitwringen en paraplu's uitschudden in de Hollandse zomer, reis ik de zon tegemoet! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Een week geleden kwam ik aan in Sucre, de witte stad, zoals de Bolivianen haar liefkozend noemen. En al bij de eerste blikken op de stad (vanuit een rammelende bus) werd ik er, net als zij, een beetje verliefd op: Overal witte huizen, palmbomen (eindelijk weer), mooie pleintjes en koloniale gebouwen. De zon schijnt, dus eindelijk weer eens een goede douche (als het 's ochtends onder nul is en er is alleen koud water schiet dat er een tijdje bij in) en de stad in in je T-shirt!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bolivia heeft één belangrijke overeenkomst met Nederland (en Zuid-Afrika): Regeringszetel en hoofdstad zijn niet één en dezelfde. Waar in Nederland Den Haag het (helaas) toch echt moet afleggen tegen Amsterdam als het gaat om de hoofdstad van het land, wil in Bolivia de discussie hierover nog wel eens oplaaien. De bewoners van Sucre zijn er in ieder geval van overtuigd dat zíj in de hoofdstad wonen, getuige de 2 hotels, 1 farmacia, 1 winkel, 1 kiosk, 1 benzinestation en 3 restaurants die ik telde met de naam "El Capital".&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aan de rand van Sucre bezocht ik het kasteel La Glorieta, daar neergezet door een heuse Boliviaanse prins. De goede man had wat tripjes ondernomen naar Europa en vond daar gewoon álles mooi. Vandaar dat het kasteel een aaneen-ge-lego-d gedrocht is geworden van Byzantijnse, Romantische, Avandgardistische, Romaanse en Gotische architectuur. Mooi vond ik het niet, origineel is het zeker!&lt;br /&gt;Maar het kan altijd nog erger: mijn hotel in Sucre was géén succes. Toen ik aankwam nam ik mijn associatie met de Flodder-familie nog voor lief, maar toen bleek dat de familie de hotel-badkamers tevens verhuurden als openbaar toilet (yuck!) werd het al iets minder. Daarna bleken ze ook nog eens mijn documenten (paspoort ed) in een onvindbare kluis (lees: plastic tas) te hebben gestopt. Maar dat de eigenaar niet meer wist wáár mijn spullen zich bevonden was ook erg logisch: meneer was namelijk zo dronken (5 uur 's middags) dat hij niet meer op zijn benen kon staan! Hm. Uiteindelijk kwam het allemaal goed, en bleek ook dat mijn Spaanse scheldwoorden arsenaal érg vooruit is gegaan. Daarnaast had ik ineens erg veel inspiratie om de Lonely Planet te schrijven!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Behalve mooi en schoon, bleek Sucre ook nog eens een hele serie leuke cafeetjes en restaurantjes te hebben. Waarvan één met oranje doei-kaarten, Heineken-viltjes en Willem&amp;amp;Max-mokken. Gerund door een Nederlander, dat lijkt me duidelijk. Nou mis ik Nederland nog niet zó vreselijk, maar het was natuurlijk de perfecte gelegenheid om mijn Peruvaanse reisgenoot de geneugden van de Hollandse keuken te laten proeven. Bitterballen, jawel!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Inmidels ben ik verder gereisd naar Cochabamba, dat na het rustige Sucre een beetje tegenvalt: te druk, te vies, te veel verkeer. Het is duidelijk tijd voor een paar dagen rust, dus vertrek ik vanmiddag naar een klein dorpje hier niet te ver vandaan, waar zich een opvang bevindt voor apen, vogels en poema's. Weer eens wat anders.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na inmiddels 4 Latijns-Amerikaanse reizen, en 3 maanden Nicaragua merk ik dat ik harder word. En daar ben ik niet trots op. Driekwart van de bedelaars loop ik, zelfs vaak zonder nadenken, voorbij. Maar zo nu en dan gebeuren en dingen... Toen ik zaterdagavond na een biertje terugkwam in mijn hotel waren er op de binnenplaats 5 jongetjes in de leeftijd van 5-10 jaar bezig twee dekens uit te spreiden om te gaan slapen. Eén om op te liggen, één eroverheen. Met zŽn vijven. Of ze hadden gegeten? Nee, natuulijk niet. Dus midden in de nacht kijken wat er nog aan eten te krijgen valt op de markt. Zeven hamburgers gekocht van een nogal groezelig, tandeloos vrouwtje dat de hamburgers met haar vingers op de broodjes deed. Niet erg gezond, maar wel warm. Tegen de tijd dat ik terug was in het hotel was de helft van de jongetjes al in slaap gevallen. Nog geprobeerd de kleinste wat friet te force-feeden, maar hij viel gewoon om...En dan lig ik dus de halve nacht wakker, wilde plannen makend, omdat dat gewoon niet hóórt!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Boliviaanse verkiezingen zingen lang door. De afgelopen 3 weken waren de officials druk bezig met het tellen van de stemmen. Ja, u hoort het goed, 3 weken. Dat betekende 3 weken lang verkiezingsnacht! Waar ik in Nederland na een volle avond Wim Kok en Paul Rosemöller met een zucht de televisie uit kan zetten, waren er hier 3 weken lang, iedere avond andere politici op televisie die, na een nieuwe lokale uitslag, dramatisch verkondigenden dat "Als het volk het zo wilde, het dan maar zo moest zijn". De Bolivianen hebben gekozen voor een Senaat (1e kamer), gedeputeerden (2e kamer) en een president. Met foto en al staan ze in de krant en waar de senatoren de ras-politici zijn (een heel rijtje Wiegels, vaak inclusief sigaar) lijken verschillende gedeputeerdenden zo uit de klei van de provincie getrokken: Indiaanse vrouwen met vlechten en hoedjes en mijnwerkers met hun helm nog op (uit Potosi natuurlijk). De presidentsverkiezingen zijn wat ingewikkelder, daar een kandidaat 50% of meer van de stemmen moet hebben om president te worden (en dit natuurlijk nooit gebeurt), wordt de president uiteindelijk, achter gesloten deuren, uitgemaakt door de nieuwgekozen partijen. De meest in het oog springende kandidaten van de 11 (!) waren Gonzalo Sanchez de Lozada ("Goni"), die eerder in de jaren 90 president was en Evo Morales ("Evo") . Het meest in het oog springende verkiezingspunt: Gaat het gas door Peru (Evo) of gaat het door Chili (Goni) (zie ook deel 7). Dat de meeste mensen niet echt gecharmeerd zijn van het laatste moge duidelijk zijn, maar Goni heeft nog andere kwaliteiten. Het meisje waarbij ik at op de markt had op Goni gestemd: "Porque es professor, no más!" (Want hij is wel professor!). En stemmen op Evo brengt weer andere problemen met zich mee. Hij wordt door de VS in verband gebracht met de coca-handel hier (lees: hij is tegen de Amerikaanse bemoeienis in het bestijden van de coca-handel in Bolivia). De ambassadeur van de VS gaf daarom enkele weken voor de verkiezingen aan dat de VS zijn ontwikkelingshulp aan Bolivia zou stoppen en de markt voor Boliviaanse producten zou dichtgooien in het geval Evo gekozen wordt. Niet zoŽn slimme actie, want de Amerikaanse bemoeienis wekt inmidels zulke ergenis op in deze regio, dat het een bijna averechts effect heeft op het stemgedrag. Inmiddels is het hier voor de meeste mensen hier wel duidelijk dat Goni de nieuwe president zal worden, via achterkamertjespolitiek of niet (officieel pas duidelijk in Augustus). Nu alleen die pijplijn nog. De Plaza in Cochabamba wordt al dagen gedomineerd door niet-mis-te-verstane boodschappen aan de nieuwe president: "GAS DOOR CHILI IS LANDVERRAAD!". Prachtig om te zien zijn de politieke discussies op de plaza. Twee mannen die weten hoe het zit en dat ook kunnen verwoorden tegenover elkaar, geflankeerd door tientallen anderen die instemmend knikken of roepen. Zonder Paul Witteman, maar Lagerhuis "en vivo"...zouden we in Nederland ook moeten doen!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar hoe gaat het nou eigenlijk met het dansen, toch één van de dingen die ik hier kwam doen? Tot nu toe valt het nog een beetje tegen. Veel muziek overal, en genoeg dansende Peruvanen en Bolivianen, maar om nou te zeggen dat ík er veel aan toe kom...Wat leuk blijft is het effect van een blonde gringa op een Latino-dansvloer. Als ik zeg dat ik salsa of samba dans wordt er standaard vriendelijk gegelimlacht en opgemerkt dat ze het hartstikke leuk vinden om me even te laten zien hoe salsa gedanst wordt. Wat het behoeft natuurlijk geen toelichting dat mensen die les hebben gehad in Europa niet snappen hoe de dansen van hier in elkaar zitten. Ahum. De gezichten als het dan eindelijk tijd is om de dansvloer op te gaan zijn onbetaalbaar en toch ook wel een beetje goed voor m'n ego. Puh. Of om het op z'n Peruaans te zeggen: "Ah, Su madre!" (zie deel 4) Qua dansen was Cusco tot nu toe het hoogtepunt. Veel livemuziek in barren en discos, veel gedanst met een zeer goede salsa-leraar en lessen genomen in Axé (dat ze hier toch weer nét even anders dansen dan in Amsterdam en Den Haag). Heerlijk. Zelfs nog mee kunnen doen met een demonstratie van dansers van de Costa (een stukje Peru met donkere mensen en hun eigen, bijna samba-achtige muziek). Waarbij tijdens het dansen een brandende kaars bij je billen wordt gehouden, die je door snelle heupbewegingen moet zien te vermijden. (Dankzij mijn Nederlandse dansschool zijn mijn billen nog geheel intact).In Sucre maar eens een proefles genomen in Capoeira (Braziliaanse vechtsport/dans), omdat salsa en samba daar onvindbaar bleek. Leuk om een keer te doen, jammer dat de professor er een beetje Oostblokmethoen op na hield. Om ons soepel te krijgen ging-ie even lekker op je rug zitten als je je benen aan het strechen was. Ik heb 2 dagen niet kunnen lopen van de spierpijn! Ik heb de hoop dat de mogelijkheden om te dansen alleen maar meer worden naarmate ik Brazilie meer en meer nader....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Goed mensen, dat was het weer...op naar de poema's! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113939398130662491?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113939398130662491/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113939398130662491' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113939398130662491'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113939398130662491'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/07/latinoland-9-el-otro-capital.html' title='Latinoland 9: El otro capital, elecciones y bailar'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113939351864679228</id><published>2002-07-13T11:03:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:10:06.160+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Chili'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Bolivia'/><title type='text'>Latinoland 8: La grande cuidad, Sal y El olor de coca y carbid</title><content type='html'>&lt;a href="http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/c/ca/Bolivia_flag_large.png"&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;/a&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Eindelijk weer een keer de deur uit zonder muts en 's nachts zonder wollen sokken! Ik ben op het moment in Sucre en aangezien dat laagland is, heb ik voor het eerst weer temperaturen richting de twintig graden, iets dat nu heel warm lijkt. Voor nu nog maar wat verhalen uit de hooglanden. Met mijn exuses voor de deze keer wel erg overdadige lengte.... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Allereerst La Paz. Tot mijn verbazing blijkt het centrum van de stad redelijk modern, meer te vergelijken met Caracas dan met Lima. Veel pleintjes die Europees aandoen, veel internationale ketens (ja, ik heb bij McDonalds gegeten) en een echte "grote stadssfeer". De mensen verstaan kost weer wat meer moeite, het accent is duidelijk anders dan in Peru. Maar wat pas echt hinderlijk is, is dat ze je, als ze de weg niet weten, een willekeurige richting opsturen, waardoor je de stad van hot naar her doorkruist. De stad is enorm, en overweldigend. Van de op elkaar geplette kraampjes van de zwarte markt, tot de heksenmarkt met llamafoetussen en bizarre potions, tot de bijna griezelig uitziende schoenpoetsers met hun bivakmutsen. Omdat ik ervan overtuigd ben dat het tijd kost een grote stad te leren kennen (en waarderen) en ook omdat mijn was twee dagen lang achter de gesloten deuren van een wasserette lag, heb ik een dikke week in La Paz doorgebracht. De ervaren reiziger uitgehangen bij een schoolklas 16-jarige Amerikanen in mijn hotel en veel buitenwijken bezocht. De dierentuin van La Paz, die voor mij dieren én Bolivianen kijken was. Waar blijkt dat de dames die je doordeweeks op de markt ziet zitten met hun hoedjes en vlechten, in het weekend met kinderen en een grote picknickmand naar de dierentuin verterkken om daar de apen lollies te voeren. En de buitenwijk El Alto, waarvandaan je een prachtig uitzicht hebt over de stad en de achterliggende besneeuwde bergen. En waar op zondag de grootste markt wordt gehouden die ik ooit heb gezien.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De markt van El Alto heeft verschillende secties met auto's en -onderdelen, eten, huishoudelijke spullen, maar waar alle Bolivianen voor komen: tweedehands kleding. Met daarbij in grote letters vermeld: "Importado desde EEUU" (de VS dus). En hoewel de Amerikaanse politiek hier weinig populair is, vindt alles waaraan het label EEUU hangt gretig aftrek. Op de markt kun je alles kopen van bijna-ongedragen winterjassen tot sportkleding en volledig afgedragen shirts met het logo van Amerikaanse high-schools. En ik bleef me maar afvragen van welke misleide hulporganisatie deze berg kleding afkomstig was....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoewel de Latijnsamerikaanse landen tijdens de Copa del Mundo zeer eensgezind zijn, kun je de onderhuidse strubbelingen voelen, vooral in het straatarme Bolivia. Bolivia wordt wel beschreven als "Een bedelaar op een stoel van goud", doelende op de enorme nationale resources en het eveneens enorme falen van de Bolivianen om daar hun voordeel mee te doen. Door de jaren heen is Bolivia door haar buurlanden van zoveel resources ontdaan dat je niet anders dan met haar mee kunt voelen. Begin 20e eeuw verdween er een lapje grond van zo`n 100.000 km2 in handen van de Brazilianen: Rubber. Zo`n 30 jaar later belandde Bolivia in oorlog met Paraguay over de Chaco, een gebied dat volgens de westerse oliegiganten rijk zou zijn aan olie. Bolivia verloor het gebied en enorm veel soldaten. Olie werd nooit gevonden. Vandaag de dag staan de (inmiddels bejaarde) vrouwen van de destijds overleden en gewonde mannen nog steeds op het Plaza de San Francisco in La Paz, om de Boliviaanse regering te vragen om compensatie. Geld dat er natuurlijk niet is. In mijn ogen maken ze meer kans eens aan te kloppen bij Standard Oil en Shell, die in deze oorlog een wel zeer onfrisse rol hebben gespeeld... En dan is er tenslotte nog Chili, het land dat niet alleen het nitraatrijke Atacama van Bolivia afsnoepte, maar dat en passant ook nog eens 350 km kustlijn meenam, Bolivia in "enclaustramiento" (zonder ingang naar de zee) achterlatend. Tussen Bolivia en Chili is het nooit meer echt goedgekomen, ambassadeurs tussen de twee landen worden nog steeds niet uitgewisseld. En nu Mexico en de VS bieden op de gasvoorraad van Bolivia, welke met een pijplijn het land uitmoet (enclaustramiento!) kun je je voorstellen dat veel mensen niet echt staan te juichen bij het vooruitzicht dat datzelfde Chili gaat profiteren van deze pijplijn. Bij de verkeizingen van vorige week was de pijplijn dan ook een hot item: gaat-ie door Peru of gaat-ie door Chili? Veel Peruvanen bidden voor de kadidaat die zich sterk maakt voor het eerste en in La Paz wordt stevig gedemonstreerd tegen het tweede. En Bolivia is niet het enige land dat met scheve ogen kijkt naar Chili. Met Argentinie in zware crisis en een stevig naar beneden kelderende real (Brazilie) is Chili het enige land op het continent dat het het nog lekker doet. En dat oogst bewondering en zet kwaad bloed. Vraag een Peruvaan waarom de Chilenen wel kunnen wat zij niet kunnen en het antwoord is duidelijk: "ze zijn hard". Harde werkers, iets dat ondanks alles, bij veel Latinos bewondering oogst, maar ook hard in de omgang en in wat ze willen. Ik kan bijna niet wachten tot in in Chili de andere kant van het verhaal kan horen...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ondertussen hebben Peru en Bolivia de zwaarste winter in tijden. In de krant las ik al dat in Peru verscheidene straatkinderen zijn overleden en het zuiden van Bolivia is volledig ingesneeuwd. De mensen hier zijn boos, omdat nu de verkiezingen voorbij zijn, er ineens geen geld meer is voor reddingsoperaties of steun aan de arme boeren wier vee massaal is doodgevroren. Natuurlijk, in de verkiezingstijd kreeg de gids van mijn tour in Potosi een grote zak wol en haar buurvrouw met kinderen melk en een kip, terwijl de kandidaten het land doorkruisten in prive-vliegtuigen. Maar nu iedereen zijn stem heeft uitgebracht is het geld ineens op. Om de situatie nog wranger te maken blijken veel mensen juist in de problemen gekomen dóór de verkiezingen. Aangezien stemmen verplicht is in Bolivia moesten veel mensen de tocht naar het stembureau (vaak vele kilometers verderop) te voet afleggen en werden hierbij verrast door de kou.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En wij luxe-reizigers maar klagen over het gebrek aan verwarming en de koude douche....&lt;br /&gt;Maar ik ging toch naar het zuiden: Uyuni. De busrit van La Paz naar Uyuni was een verschrikking. We waren al gewaarschuwd voor de enorme kou in de onverwarmde bus, maar toen verscheidene mensen op het overstapstation in Oruro "No te vayas!" ("Ga toch niet!") begonnen te roepen begon ik mijn plannen toch ernstig te heroverwegen. Toch gegaan, met extra brood en water (want je weet maar nooit) en uiteindelijk geen oog dichtgedaan in een bus vol kuchende en klagende Bolivianen, met de grootste ijsbloemen op de ramen&lt;a href="http://photos1.blogger.com/blogger/199/2242/1600/20Salares1.jpg"&gt;&lt;img style="FLOAT: left; MARGIN: 0px 10px 10px 0px; CURSOR: hand" alt="" src="http://photos1.blogger.com/blogger/199/2242/320/20Salares1.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt; die ik ooit heb gezien. De eerste activiteit in Uyuni was dan ook handen en voeten warmen boven een gaskacheltje en het nuttigen van een grote kop warme chocolademelk. Boven datzelfde gaskacheltje kwam ik de mensen van mijn nieuwbakken tourgroep tegen. Want iedereen heeft maar één reden om naar Uyuni te komen: de nabijgelegen zoutvlakten (Salares), die je kunt bezoeken met een 4WD. Diezelfde dag vertrokken we met een Australische en een Peruvaanse jongen, twee Engelse meisjes, een gids/kok/chauffeur en ikzelf richting de Salares. De eerste stop was een dorpje op de rand van de Salares, waar zo'n 80 families wonen die met het uithakken, drogen en malen van het zout hun brood verdienen. Aangezien een kilo zout hier zo'n 20 centavos kost (7 guldencent) kun je je voorstellen dat het niet echt een vetpot is. Die vetpot wordt door de dorpelingen creatief aangevuld met het verkopen van llamas en asbakken van zout. Daarna was het tijd de echte Salares op te gaan: 12.000 km2 zout. De droge stukken vormen de grootste leegte die je ooit hebt gezien. Het wit lijkt op sneeuw, maar is zo maagdelijk, onbetreden en zonder enig uitzicht dat je je op een andere planeet waant. Echt ongelooflijk wordt het op de stukken waar het heeft geregend of gesneeuwd en waar een dunne film van enkele centimeters water op de vlakte ligt. Doordat het ondiep en rimpelloos water is reflecteert het perfect de bergen, lucht en wolken. Het dubbele beeld wat je dan krijgt is niet te beschrijven. Het is of je door de wolken rijdt...een werkelijk ongelooflijk droomlandschap! Terwijl de rest van mijn groep al snel in slaap viel en ikzelf ook flink moe was, kon ik niets anders dan kijken tot mijn ogen pijn deden. De nacht hebben we met de groep doorgebracht op het Isla de Pescadores, een "eiland" midden in de zoutvlakte waarop metershoge cactussen staan en waar de prachtige vogels en vizcachas (een soort bergkonijnen met een lange staart) zich op hun gemak laten fotograferen. Met z'n allen de zonsondergang bekeken en met pisco-cola getoast op de verjaardag van de Australische jongen. En toen werd het te koud om nog maar iets te doen en was het tijd voor 2 slaapzakken en 3 dekens!De volgende ochtend een vulkaan beklommen, mummies gekeken, een sneeuwballengevecht gehouden, flamingos achtervolgd (nee, die zitten niet alleen onder palmbomen) en een prachtige terugreis over het wit en de spiegels. Net voor Uyuni nog een stop gemaakt op een treinkerkhof, waar prachtige oude stoomtreinen staan weg te roesten in een landschap dat zo uit een western lijkt te komen. "Asi es la vida" ("Zo is het leven") heette één van de roestbruine lokomotieven...hoe poëtisch!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na Uyuni weer een vreselijke bus gepakt richting Potosi, de hoogste stad ter wereld op dik 4000 meter. Eens was Potosi de grootste en rijkste stad van het continent, iets dat nog steeds te zien is in de prachtige kerken, pleinen en huizen met koloniale balkonnetjes. De reden van die rijkdom is te vinden in de bergen die Potosi omringen: Zilver. De Spanjaarden waren er destijds natuurlijk als de kippen bij om indianen en geimporteerde slaven aan het werk te zetten in de zilvermijnen, onder de meest belabberde omstandigheden. In de loop der jaren zijn meer dan 8 miljoen (!) mijnwerkers omgekomen door ongelukken en aan het werk gerelateerde ziektes. En hoewel er weinig zilver meer wordt gevonden (meer zink en andere metalen) en de slaven zijn verdwenen, zijn de omstandigheden in de mijnen nog steeds afschuwelijk. Ik ben er een ochtend wezen kijken met een gids, Roberta, en gewapend met een paar stevige laarzen, een helm (geen overbodige luxe aangezien ik al bij de eerste stap naar binnen dreunend mijn hoofd stootte) en een carbidlampje. Carbidlampjes worden nog steeds gebruikt omdat de mijnwerkers aan de vlam ook kunnen zien of er soms giftige gassen in de buurt zijn. De geur van het carbid hangt dan ook als een grote walm in en om de mijnen. Samen met de geur van cocablaadjes, die de mijnwerkers gedurende hun werk kauwen om de honger en slaap tegen te gaan. Vaak maken ze dagen van 12 uur of langer, zonder lunch en komen ze tussendoor de mijn alleen uit als er een explosie komt. Dan is het even tijd om de bal cocablaadjes in de wangzakken te wisselen...en terug de mijn in! Het werk in de mijnen wordt handmatig gedaan, met houwelen en hier en daar met dynamiet, dat tussen de cocablaadjes en de carbidlampjes vrij verkrijbaar is op de naastliggende markt. Roberta nam me mee de mijn in, waarschuwde voor gaten of laaghangende plafonds ("bonk!") en herkende alle mijnwerkers aan hun stem. "Mogen we even langskomen?" En dan was er tijd voor een gesprekje, het uitdelen van wat sigaretten en coca die ik op de markt had gekocht. Veel mijnwerkers werken niet langer dan 10 jaar in de mijn. Dan zijn ze te ziek of zijn ze overleden aan de gevolgen van een ziekte gerelateerd aan het werken onder de grond. Ziekteverlof is er niet, als je ziek wordt kun je niet werken en verdien je dus niets. En als je die dag niets uit de grond haalt ook niet. De mijnwerkers zelf maken zich niet zo druk. Ze zijn ervan overtuigd dat voldoende melk, matig drinken en het kauwen van coca de ziektes weg zal houden. En als je dan af en toe nog wat alcohol, sigaretten of coca naar "Tio" (een ondergronds beeld in de vorm van een duivel) brengt zal het met de ongelukken ook wel meevallen....Een indrukwekkende en af en toe claustrofobische wandeltocht ondergronds, die me na 3 uur vermoeid en met hoofdpijn achterliet, knipperend tegen de felle zon op de berg. Diepe bewondering voor de mannen die hier iedere dag naar toe gaan, niet voor foto's of een mooi verhaal, maar uit bittere noodzaak en familietrots...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik heb nog meer te schrijven, maar de afgelopen week was zo vol dat ik niet weet waar ik beginnen of eindigen moet. Ik houdt het hier voor nu maar even bij. Volgende week ben ik helemaal opgewarmd en is het tijd voor verhalen over Bolivias ándere hoofdstad. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113939351864679228?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113939351864679228/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113939351864679228' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113939351864679228'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113939351864679228'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/07/latinoland-8-la-grande-cuidad-sal-y-el.html' title='Latinoland 8: La grande cuidad, Sal y El olor de coca y carbid'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113933384430270937</id><published>2002-07-06T18:34:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:09:09.143+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='voetbal'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Bolivia'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Peru'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='food'/><title type='text'>Latinoland 7: Islas y comidas</title><content type='html'>&lt;a href="http://www.strive4impact.com/callingadvice_files/flags/cheap-calling-to-peru-flag.jpg"&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;img style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; WIDTH: 200px; CURSOR: hand" alt="" src="http://www.strive4impact.com/callingadvice_files/flags/cheap-calling-to-peru-flag.jpg" border="0" /&gt;&lt;/span&gt;&lt;/a&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Gelukkig maar, ik krijg steeds meer berichten dat het weer in Nederland om te huilen is. Dat geeft een mens moed, als-ie gewapend met wanten, 2 truien, 2 broeken, een jas, een muts en sjaal door de vrieskoude straten van La Paz gaat! Tot een zekere niet nader genoemde vriendin het nodig vindt haar foto`s van de Bahama`s op te sturen natuurlijk.... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;De laatste keer dat ik jullie schreef was dat nog vanaf de andere kant van de grens: Puno, Peru. Puno op zichzelf is een weinig spectaculair plaatsje. Het is echter gelegen aan het Lago de Titicaca, bij velen van jullie bekend omdat je op school moest leren dat het het hoogste meer ter wereld was (en natuurlijk nog meer om de -zo vond je toen- buitengewoon grappige naam!). Behalve de verbluffende hoogte (zo`n 3800 meter) is het meer ook nog eens onaards blauw, lijkt het of je de wolken erboven aan kunt raken en ligt het vol mooie en bijzondere eilanden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn eerste dag in Puno kwam ik, hoe kan het ook anders, Nicole weer tegen. Zoals inmiddels bijna traditie is (een traditie begint als je iets meer dan 2x doet) barstten we als we elkaar zien uit in een hoog meisjesachtig vreugdegegil wat, als je midden op een markt in Puno staat, met grote ogen wordt gadegeslagen door de marktkooplui. Overigens begonnen de marktkooplui een paar weken terug in Cusco vrolijk méé te gillen, ook leuk...We houden ongeveer dezelfde route aan, maar doen verschillende dingen, dus zijn we gestopt met afscheid nemen of afspraken maken. We vertrouwen erop dat we elkaar wel weer zien.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende dag een stukje gevaren naar de beroemde "Islas Flotantes", drijvende eilanden. De eilanden bestaan al honderden jaren. Ze werden en worden gemaakt door de Uros, een kleine groep mensen die er op deze wijze in slaagde uit handen te blijven van de Incas en hun eigen cultuur te bewaren. De eilanden drijven inderdaad, ze worden gemaakt van een speciaal riet dat in het meer groeit. Zodra het aan de onderkant wegrot, gooien de eilanders er weer een nieuwe berg riet op...en klaar is kees! Je kunt op je vingers natellen dat een bizar fenomeen als dit scharen toeristen aantrekt, maar ik had het geluk op een relatief klein bootje te zitten, samen met Javier, een vuil jongetje van een jaar of 11, die zijn brood verdient met het zingen van liedjes voor de toeristen. En omdat Javier iedere dag heen en weer reist tussen de eilanden kan hij er verbazingwekkend veel over vertellen. Op één van de eilanden tracteerde ik hem op een bord soep, iets dat hem met zoveel dankbaarheid vervulde dat hij een ibis voor me ving zodat ik het heftig protesterende beest op de foto kon zetten. Het lopen over de eilanden is een vreemde ervaring: soms zak je tot je enkels in het riet en op enkele plekken sop je er vrolijk dwars doorheen. Veel eilanden zijn maar enkele huizen (natuurlijk ook van riet) groot en dienen duidelijk alleen voor het ontvangen van toeristen, maar het grootste eiland is onvergetelijk. Er is een kerkje, een museum (met opgezette vogels) en een schooltje. De juffrouw liet me binnen: "Wil je even kijken?" Twaalf kinderen van verschillende leeftijden in een lokaaltje de helft van mijn eerste studentenkamer. "Juffouw, Juan is is slaap gevallen!" werd er gekrijst. En jawel: op één van de laatste bankjes lag een jongetje van een jaar op zeven met zijn hoofd op zijn bankje en een verse snottebel op zijn schrift. Een paar meisjes namen me bij de hand om hun schriften te laten zien met tekeningen van Peruvaanse vlaggen en vrouwen met hoeden. Communiceren ging met handen en voeten, want veel van de kinderen (die van alle omliggende eilanden komen) spreken slechts Aymara. Wil er nog iemand lesgeven in een achterstandswijk?Voor ik wegging maakte ik nog kennis met Maria, haar moeder en haar "Mamma Grande" van 85: "Que te vayas bien!" (Dat het je goed moge gaan...) "Gracias, Abuelita!" (Dank u, omaatje).&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende dag, een nieuwe boot, een nieuw eiland. Taquile, 3,5 uur varen vanaf Puno en nog steeds aan de Peruvaanse kant van het meer. Dit is wel een vast eiland, overdekt met terrassen voor landbouw en op een -letterlijk- adembenemende 4000 meter boven zeeniveau. Het klimmen van de 200 meter tussen haven en dorp kostte me een dik half uur, op deze hoogte is inspanning geen pretje! Maar bovengekomen bleek het uitzicht even adembenemend: het helblauw van het meer, de wolken die nog nooit zo dichtbij waren, schapen op de terrassen van Taquile, de Taquilenen zelf in hun lokale dracht en in de verte de met sneeuw bedekte bergtoppen. Ondanks al dit schoon viel Taquile zélf tegen: de logeerpartijtjes bij lokale families in ruil voor een paar soles en wat fruit, bleken in feite bijna-hotelkamers die nog redelijk aan de prijs waren ook, en de maaltijden en souvenirs op het eiland waren eenvormig en duur. Hoewel de Taquilenen volgens mij vrij veel van hun eigen tradidies en aard hebben bewaard (ze blijven verlegen, teruggetrokken en beleefd) was dit voor mij duidelijk een voorbeeld van een overkill aan toeristen. En als je dan ook nog, in een huisje zonder stromend water en electriciteit, met het (hurk)toilet op 100 meter, midden in de nacht, enorme last krijgt van je genuttigde broodje kaas (jawel!)...dan wil je alleen maar terug naar dat confortabele bed met baño privado in Puno! Dus leende mijn Franse buurvrouw me `s ochtends een hand vol pillen om de boel vooral maar binnen te houden...en terug met de boot!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Verbazingwekkend is het. Vorige week had ik immers al het plan jullie te schrijven over mijn eetavonturen hier. Ik had willen schrijven dat die toeristen zich niet zo moeten aanstellen, dat ze zoveel missen. Kijk naar mij, had mijn tekst geweest, ik ben hier nu 1,5 maand. Ik eet van de straat, op markten en bij mensen thuis. Ik drink uit de kraan. En geen centje pijn. Dat had leuk geweest om te vertellen. Jammer van dat ene broodje kaas dan toch, dat nog steeds een beetje een indruk achterlaat op mijn maag en voorraad anti-diarreemedicijn. Tja.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het eten in Peru. Veel menu`s, maaltijden voor 2 of 3 soles in markten en kleine eethuisjes. Een soep gevuld met aardappels (natuurlijk, in Peru) en ondefineerbare stukken vlees en daarna een bord met rijst en patat of aardappels (of allebei) en een stuk brood. Met vlees. Groente? Een beetje ui met een verdwaalde tomaat. Iemand moet de Peruvanen iets uitleggen over voetselgroepen... Het eten van de markt is niet slecht, maar wel eentonig en daar komt nog bij dat ik eerder 3 maanden lang op de universiteit in Managua iedere dag (ja IEDERE dag!) zo`n zelfde maaltijd kreeg. En dan word je het een beetje zat. Gelukkig voor mij (in dit geval) heeft Peru een flinke toersitenstroom, zodat de aardappelen en rijst kunnen worden afgewisseld met lokale varianten op pizza of pasta. In een plaats als Cusco maken ze het helemaal bont: daar kun je in een lounge-café spelletjes spelen onder het genot van smoothies en aziatisch gekruide kipsalades met knapperige sesamrolletjes. Lokale specialiteiten zijn er natuurlijk ook. De Ceviche en mijn Alpaca-biefstuk heb ik al eerder besproken en laatst heb ik me op de markt ook maar eens gewaagd aan een "Cuy al Horno". Op z'n Hollands: een Cavia uit de oven. Ze laten alles aan het beestje zitten om de schijn te vermijden dat ze je opschepen met een rat. En, spijtig voor de mensen die het beestje nog steeds vooral als kinderboerderijaanwinst zien: het was prima te eten! Dan is er tenslotte nog het vreemde fenomeen van de "Chifa". Om onduidelijke redenen wordt Peru bevolkt door grote hoeveelheden Chinese restaurants, waar je een keur aan aan de Peruvaanse smaak aangepaste Chinese maaltijden vindt. Helemaal ongezond word ik zeker niet, daarvoor zijn er hier teveel sapkramen: Kleine stalletjes op straat of in de markt waar dames je voor een sol twee glazen sap naar keuze voorschotelen. Sinaasappel, peer, ananas, banaan, wortel, papaya of mixen hiervan, eventueel met melk of rauwe eieren. Ook hier wijkt mijn smaak weer een beetje af van de lokale bevolking, die overal kiloŽs suiker in gooien en mij vol walging een glas grapefruitsap zónder zien wegklokken. Wat ik mis? Nicole en ik hadden al onze fatasietjes over stokbrood met franse kaas. En een lekkere Thaise schotel zou er ook wel ingaan. Maar het meest van alles mis ik het zélf koken. Ik heb inmiddels zoveel markten met heerlijke verse vis, groente en fruit gezien dat mijn vingers jeuken....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Terug in Puno was het plan door te reizen naar La Paz, Bolivia. Maar dat voornemen moest nog een dagje worden uitgesteld. Zondag 30 juni waren in Bolivia verkiezingen en dan ligt het leven stil. Geen bussen, trein, of winkels open. En dus nog een dagje extra in Peru. Niet zo erg, want zo kon ik op mijn gemak kijken naar Duitsland-Brazilie. De hotel-mozo maakte me om 5 uur wakker (je moet er wat voor over hebben) om met hem en zijn oma op hun kleine TVtje de wedstrijd te kijken. Oma had niet helemaal door wie de tegenstanders waren ("Inglaterra!" (Engeland) riep ze steeds), maar Brazilie en vooral hun "goleador" (Ronaldo natuurlijk) kon rekenen op haar onvoorwaardelijk steun. Zodra Duitsland iets te dicht bij het doel in de buurt kwam begon ze verontwaardigd te piepen vanonder haar muts en plaid. Wat een geluk dat Brazilie won. Ik weet niet hoe het anders met haar was afgelopen...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na nog een paar uurtjes extra slaap was het op naar Icho, een plaatsje in de buurt van Puno, waar jaarlijks een driedaags feest plaatsvindt met stierenvechten, dans en vooral heel veel drank. Bij de collectivos naar Icho werd ik benaderd door een Peruaans stelletje. De jongen studeerde engels en vroeg of hij me (op band) wat vragen mocht stellen voor zijn examen. Ze gingen gezellig mee in de collectivo waar bleek dat hij eigenlijk heel verlegen was en niet goed wist hoe hij moest beginnen. Het was het meest idiote interview dat ik ooit heb meegemaakt, aangezien hij om de haverklap zijn recorder uitzette met de verzuchting "Nu weet ik het niet meer...". Maar begrijpen deed ik hem wel, ook nu ik niet meer iedere 10 seconden naar een woord moet zoeken in het Spaans, ken ik dat gevoel nog veel te goed! Op de markt ontpopten de twee zich tot geweldige gidsen aangezien ze al hun hele leven in Puno wonen. We bekeken de dansers, in enorme kostuums, die elkaar aan het natspuiten waren met Cusqueña (bier) en gingen de kerk in om de drie lokale heiligenbeelden te bekijken die zojuist waren teruggekeerd van hun vaartocht over het meer. Ze kerk was bomvol mensen met kaarsen. Bijna kwam ik in de verleiding een foto te maken van het bordje "Prohibido dormir en la iglesia" (verboden te slapen in de kerk), maar ik vond het toch wat oneerbiedig. Weer buiten barstte er een enorme regenbui los. We deden een poging wat te eten onder een lekkend zeil waar het drukker en drukker werd. Buiten zagen we mensen voorbij komen in enorme harige gorilla-kostuums (die natuurlijk steeds zwaarder werden van de regen) en gierende dames van middelbare leeftijd, in bemodderde kostuums, die nauwelijks meer konden lopen van het bier. Toen het binnen net zo hard begon te regenen als buiten hebben ook wij ons maar een weg gebaand naar de collectivos.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En dan op maandagochtend uiteindelijk toch de bus naar La Paz. "Via de toeristische route", hadden ze gezegd. Dit bleek te staan voor lang oponthoud op de grens en nog langer oponthoud bij een rivier een stuk verderop waar wij op één boot moesten en de bus op een andere. Helaas bleken de golven te hoog (iets dat ons na 3 uur wachten werd verteld), zodat we uiteindelijk de rivier nog net in schemerdonker konden oversteken, genietend van een bizar uitzicht: acht bussen dobberend op de golven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar: Bolivia! Het is weer even wennen aan nieuw geld, nieuwe uitdrukkingen en manier van spreken, nieuwe maaltijden en snoepjes op straat. En zo langzaamaan maar weer eens toewerken naar wat mooier weer!&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113933384430270937?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113933384430270937/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113933384430270937' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113933384430270937'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113933384430270937'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/07/latinoland-7-islas-y-comidas.html' title='Latinoland 7: Islas y comidas'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113933354619920634</id><published>2002-06-27T18:25:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:08:24.176+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='voetbal'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Peru'/><title type='text'>Latinoland 6: Fiestas, Plata y Futbol</title><content type='html'>&lt;a href="http://www.strive4impact.com/callingadvice_files/flags/cheap-calling-to-peru-flag.jpg"&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;img style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; WIDTH: 200px; CURSOR: hand" alt="" src="http://www.strive4impact.com/callingadvice_files/flags/cheap-calling-to-peru-flag.jpg" border="0" /&gt;&lt;/span&gt;&lt;/a&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Geheel tegen de verwachting in schrijf ik jullie vanuit Puno, aan het Lago de Titicaca, en dus niet meer vanuit Cusco. De luxe van het reizen is dat je Should I stay or should I go?-beslissingen op het allerlaatste moment kunt maken. Cusco begon de laatste week in mijn ogen steeds meer op een verweg variant van Salou te lijken: te veel vervelende mensen, te veel gezuip en veel en veel te duur. Ik kwam tot de conclusie dat ik daarvoor niet naar Peru gekomen ben, heb al mijn spullen weer in m'n rugzak gekieperd en ben met een zeer goedkope, maar belachelijk luxe bus naar Puno gereisd...Ooit ben ik eens ge-upgrade naar de Business class in een vliegtuig, maar dat haalde het niet bij de bed-stoelen en mega-ramen in deze bus! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Afgezien van mijn voorgaande commentaar, was Cusco de afgelopen week een goede plaats om te zijn. De maand juni is door de Cusqueños uitgeroepen tot feestmaand, met het eerder beschreven Corpus Christi, de Fiestas Cusqueños en natuurlijk het Inti Raymi. Het afgelopen weekend begonnen de Fiestas. Op zaterdag waren er optredens en een enorm vuurwerk, zondag was het tijd voor het Desfilé; ter ere van de stad. Vanaf negen uur liepen en dansten verschillende groepen burgers in een grote optocht langs burgemeester, wethouders en andere notabelen: brandweerlieden, scholen, scouting, weeshuizen, gemeentewerkers, vertegenwoordigers van omliggende dorpen, vakbewegingen, gepensioneerden, in optocht, allemaal in hun beste kleding. Natuurlijk liep het pas echt storm toen het voetbalteam van Cusco voorbij kwam! Ik had het rond een uur of half elf wel gezien, toen de optocht bij nummer 9 was aangeland. 's Avonds nog even teruggelopen om rond een uur of zeven nummer 155 te zien... het einde leek nog niet in zicht! En de burgemeester maar zwaaien... Overigens zijn we afgetaaid toen de marktkooplui kwamen. Die hadden nogal een grote delegatie die keurig was opgedeeld: En dan nu de verkopers van KAAS! Gevolgd door de verkopers van SAP! Hierna krijgen we de verkopers van VIS! De verkopers van SCHOENEN dames en heren!....&lt;br /&gt;Maandag was het Inti Raymi, de langste dag van het jaar (nou ja, dies eigenlijk een paar dagen eerder) die door de Incas werd (en hun afstammelingen wordt) gevierd als nieuwjaar, tijd voor een nieuw begin. Tijdens Inti Raymi wordt een groot "toneelstuk" opgevoerd in Sacsayhuamán, een grote ruine nabij Cusco. Je kunt hiervoor hele dure stoelen boeken (iets dat alleen wordt gedaan door kuddes gepensioneerde Amerikanen met eenvormige petjes begeleid door een verveelde gids met "hier verzamelen"-bordje) of je kunt tussen de Peruanen op de omliggende heuvels plaatsnemen. Het zicht is daar misschien 10% minder, maar de sfeer (durf ik te gokken) 100% meer. Er komen veel mensen naar Inti Raymi, nee, niet "best veel", maar véél en de heuvels lopen dan ook al vanaf 8 uur 's ochtends vol, terwijl het spectakel pas vanaf 13 uur begint. Ondertussen kun je eten kopen in het reusachtige kampement aan verkopers dat om de ruines ontstaat. Wat verklaart waarom ik mij kort voor het begin een weg probeerde te banen naar mijn vooraf geregelde plekje tegen een heuvel van 60 graden, iedere vierkante centimeter gevuld met mensen op, met in mijn ene hand een ceviche, de andere gevulde aardappels en een zak popcorn en een fles limonade onder mijn arm. Maar gelukkig zijn er behulpzame mensen in de wereld, die je dan ophijsen. En andere behulpzame mensen die gaan meeroepen met die ene man die zijn vriend Julio verloren was in het gedrang. Die man stond wanhopig "Julio! Julio!" naar beneden te roepen, maar in de herrie kwam dat natuurlijk niet aan. Tot ons hele "vak" maar besloot mee te roepen en er natuurlijk een luid applaus losbastte toen Julio uiteindelijk naar boven keek. De voorstelling was prachtig: veel dans, prachtige kostuums en de grote Inca die zijn onderdanen bij zich roept en de toekomst voorspelt uit het hart van een geslachte llama. Maar voor mij ging niets boven de sfeer, het gezamelijk eten delen en de oprechte emotie van mijn Peruaanse vrienden "Que Papachos!" ("Wat 'n voorvaderen!").&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;Money makes the world go round&lt;/em&gt;, en dat wordt nergens zo duidelijk als tijdens het reizen door een derde wereldland. Veel van de gesprekken met mijn Peruvaanse vrienden gaan over geld: wie het heeft (wij, de gringos, in hun ogen), wie het niet heeft (zij), waarom zij het niet hebben en wat ze zouden doen als ze het wel hadden. Voor Nederlandse begrippen wordt genant direct gevraagd naar de prijs van je camera, de soort electronica in je huis of je salaris (of in mijn geval het salaris dat ik -ooit- ga verdienen). Mijn Peruvaanse vrienden hebben geen "plata" (letterlijk: zilver, maar hier ook "geld") en dus zijn er met het uitgaan 2 mogelijkheden. Veel winkeltjes die 's avonds open zijn hebben offertas voor drank en frisdrank. Zo kun je in de winkel een grote fles cuba-libre laten mixen en die vervolgens gezellig in het park opdrinken, tegen minimale kosten. Maar omdat de gringos daar niet altijd zin in hebben komt het veel voor dat wij gewoon de drank betalen. Geen probleem, tot je een Peruvaans vriendje hebt, zoals Bou. Want het is niet leuk om altijd te teren op de zak van je vriendin. Zeker niet als je een Latino-man bent en jij eigenlijk hoort te betalen. En al helemaal niet in Cusco waar het stikt van de Brucheras en Brucheros, Peruaanse jongens en meisjes die zich rijkelijk laten voorzien van drank en eten en zich in ruil daarvoor een aantal dagen aan de arm van een gringo of gringa vertonen. En als het bij jou wel echte liefde is (of begint te lijken) dan wil je daarvoor niet worden aangezien. Dus stopt Bou haar vriendje onder de tafel haar geld toe en voldoet hij de rekening....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En als je geen geld hebt, dan wil je het natuurlijk verdienen. En daarin zijn Peruanen zeer creatief. Je kunt artesanias verkopen: truien, wanten, mutsen en sjaals van alpacawol, geborduurde riemen, kleden, schaakspellen waarin de Icas het opnemen tegen de Spanjaarden, kettinkjes met net-echte Incasymbolen, opgezette vogels, rijkelijk bewerkte zeepbakjes, gebreide vingerpoppetjes, schreewend lelijke pluchen llamas, handige zakjes voor je cocabladeren en camera, poppen die erg verweerd zijn en daarom verkocht worden als "uit een incagraf"....En alles voor slechts enkele solitas! Daarnaast heb je de mensen die geen "craft" hebben, maar van niets, iets weten te maken. Zoals een meisje die een soort schoolbankje had meegenomen naar het desfilé en dat daar verhuurde om op te staan voor kleine mensen die graag ook wat wilden zien. Of dat jongetje in de bus in Pisac, die heel hard zelfverzonnen liedjes zong in de bus, om daarmee zijn schoolgeld te verdienen. Of dat andere jongetje in Machu Picchu die de kortste route naar beneden rende en zo op iedere bocht van de bus hard stond te zwaaien en schreeuwen. Toen hij tenslotte beneden hijgend de bus binnenkwam, waren die toeristen natuurlijk niet te rot om hem een paar sol te geven. Soms is het dubieus. In Sacsayhuaman waren verschillende mensen die mooie plekken op de heuvel (waar het eigenlijk gratis is) verkochten. Als tijdens een Amsterdamse koninginnedag hadden zij twee nachten op hun plek geslapen om deze voor een aantal soles over te doen aan iemand anders. De voordelen waren duidelijk: niet alleen een mooie plek, maar ook nog iemand om erop te letten als jij even naar de WC moet. Maar het mag niet, omdat de Peruaanse autoriteiten bang zijn dat de plekken op den duur ook voor veel geld worden verkocht. En zoals vaak hier, kreeg ik tijdens het Inti Raymi het gevoel dat de Peruvaanse overheid soms iets meer bezig is met het welzijn van haar toeristen, dan met het welzijn van haar eigen mensen. Ik heb dan ook gewoon betaald....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voetbal. Ik heb er nog nooit zoveel over gepraat als hier. De mensen die mij een beetje kennen weten dat ik geen échte voetbalfanaat ben (understatement), maar zodra een taxi-chauffeur, hoteleigenaar of willekeurige voorbijganger erachter komt dat ik uit Nederland kom wordt er direct gevraagd waarom "La Naranja Mechanica" (de oranje machine) niet deelneemt aan de Copa del Mundo dit jaar. Bij gebrek aan Peruvaanse deelnemers in het toernooi worden de banden met de rest van Latijns Amerika nog maar wat verder aangehaald, dus alle hoop is nu gevestigd op Brazilie. En voetbal is hier zeker geen spelletje! In het boek "Kanibalen in Rio" van Ineke Holtwijk wordt zeer treffend de Braziliaanse fascinatie voor voetbal uitgelegd, iets dat deels wel zal gelden voor het gehele continent: ze hebben niets anders! Op economisch vlak stellen deze naties weinig voor (in hun eigen ogen) en het verslaan van de oude overheersers (of zoals afgelopen week, tijdens de engelsen, de uitvinders van het spel) geeft dan ook veel voldoening. Mij boezemden de emoties bij tijd en wijle angst in. Een groep dronken Argentijnen die alles erbij haalden, tot de Islas Malvistas (Falklands) toe, waren verre van gezellig meer. Hoewel mijn hart uitging naar de Engelsen, was de winst voor Brazilie vanuit het oogpunt van cafemeubulair dan ook wel zo prettig.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Inmiddels ben ik iets meer dan een maand in Peru. Voor de geinteresseerden onder jullie even een update in cijfers (wellicht willen jullie ook eens zo'n reis ondernemen?)&lt;br /&gt;Verbruikt:- 8 batterijen (Walkman wordt veelgebruikt en de hooglanden lijken stroom te vreten!) - Ongeveer 10 rollen WC papier (inclusief snuitpapier toen Nicole en ik verkouden waren)- 8 fotorolletjes van 36 opnamen (dus ik heb straks wat te doen tussen het solliciteren door)&lt;br /&gt;Verloren:- 1 zonnebril (gesneuveld in de Cañon del Colca)- 1 trui (gestolen op mijn 3e dag in Lima)&lt;br /&gt;Vreemde dieren gestorven voor mijn avondmaal:- 1 Alpaca- 1 Cavia....en geheel zoals velen van jullie van mij verwachten zal ik het een volgende keer dan maar eens hebben over het eten hier!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dit was het weer voor nu. De volgende keer (wellicht al vanuit Bolivia?!) wat meer over Puno en het hoogstgelegen bevaarbare meer ter wereld. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113933354619920634?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113933354619920634/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113933354619920634' title='2 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113933354619920634'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113933354619920634'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/06/latinoland-6-fiestas-plata-y-futbol.html' title='Latinoland 6: Fiestas, Plata y Futbol'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>2</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113933243098714684</id><published>2002-06-19T18:09:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:07:42.392+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Peru'/><title type='text'>Latinoland 5: Amigos, Chicha y Machu Picchu</title><content type='html'>&lt;a href="http://www.strive4impact.com/callingadvice_files/flags/cheap-calling-to-peru-flag.jpg"&gt;&lt;img style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; WIDTH: 200px; CURSOR: hand" alt="" src="http://www.strive4impact.com/callingadvice_files/flags/cheap-calling-to-peru-flag.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Nogmaals vanuit het kosmopolitische Cusco...Gisteren al een dik uur bezig geweest met het opstellen van dit mailtje, maar toen de computer vervolgens vastliep en ik alles kwijt was, was ik het even zat. Nog maar een poging dus.... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Zoals ik in mijn vorige mail al vertelde viel ik bij aankomst in Cusco direct in de festiviteiten omtrent Corpus Christi. Voor een niet-katholiek (en voor de mensen hier een bijna-heiden) als ik een bizarre optocht van bebaarde beelden die guwelijke pijnen ondergaan, kinderen die belangrijk uitziende voorwerpen vol gouddraad en plastic kraaltjes dragen, jongemannen die bijna bezwijken onder het gewicht van de enorme altaars en mensen die vroom in gebed verzinken voor hun favoriete heilige. En volgens goed katholiek gebruik wordt alles afgelsloten met een flinke zuippartij, zodat ik tegen de avond vanaf een balkon aan de plaza een groepje jongens kon gadeslaan, die een draagstoel hadden gekaapt (2 erop, de rest eronder) waarmee ze de plaatselijke fanfare probeerden te rammen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Cusco is waarschijnlijk de grootste backpackerstrekpleister van Zuid-Amerika. Dat betekent (zie mijn vorige mail) veel vreselijke mensen, maar ook dat er zoiets als een "backpackersgemeenschap" ontstaat: Mensen leren elkaar kennen, spreken af, maken vrienden of ruzie, roddelen, ontmoeten oude bekenden...en trekken verder. Een oude bekende voor mij was Sophie, het Engelse meisje waarmee ik van Ica naar Arequipa reisde, die tijdens Corpus Christi ineens mijn naam brulde vanaf het balkon. Het kwam perfect uit, want de volgende dag was ze jarig, wat we natuurlijk hebben gevierd met een etentje en een heerlijke fles Chileense wijn. Elkaar ontmoeten gebeurt hier op de Plaza, bij de fontein. Aangezien niemand een telefoon heeft moet je altijd maar afwachten of je afspraak er op het juiste tijdstip staat. Zo niet, ook geen nood; blijkbaar kwam er iets belangrijkers tussen. De flexibiliteit van het continent slaat al op ons over... En dan is er altijd nog de mail, om contact te houden met die mensen die jouw kant op reizen en die je graag nog eens ziet (Zo zag ik net op mijn mail dat Nicole weer terug is in Cusco). Geroddeld wordt er ook. Het verhaal van het clubje piepjonge Britse meisjes die volgens mijn vriend Nigel in Lima (zie deel 2) "...were screwing their way around Latin America...",. moet ik inmiddels al in 4 verschillende varianten hebben gehoord.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar (gelukkig, zou ik bijna zeggen) ontmoet ik niet alleen maar gringos hier. Ik heb een leuke Nederlandse meid ontmoet, Boudewien (Hier: "Bou", want dat kun je die Peruvanen echt niet aandoen) die hier vrijwilligerswerk doet. Samen met haar en een wisselend groepje Peruanen struinen we de leuke plekjes van Cusco en omgeving af. Zo zijn we van de week naar de Salinas vlakbij Urubamba geweest. Op terrassen die al sinds de Inca-tijd in gebruik zijn wordt daar in een grote hoeveelheid bassins zout gewonnen. Aangezien het ene bassin verder opgedroogd is dan het andere, hebben ze allemaal verschillende kleuren, wat een geweldig gezicht is, vooral ook omdat ze prachtig hoog in de bergen liggen. Het gewonnen zout wordt in enorme zakken, met ezeltjes weggebracht, wat guigantisch zwaar werk is. We hebben nog een poging gedaan een gesprek aan te knopen met één van de arbeiders, maar de man sprak alleen Quechua, hetgeen hem er niet van weerhield een breedspakig verhaal te houden over het winnen van zout. Of misschien ging het wel heel ergens anders over, we zullen het nooit weten....&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het hebben van een Peruaanse vriendenkring heeft een aantal voordelen. In de eerste plaats gaat mijn Spaans rap vooruit. Geen van mijn nieuwe Peruvaanse vrienden spreekt meer Engels dan "Happy Hour" (en kreet die je wel leert als je in Cusco woont), dus ik moet wel. Leuk is ook dat ik me nu kan verdiepen in Peruvaans slang, wat iets héél anders is dan "De Delftse Methode" (mijn eerste cursus Spaans). Zo worden vrienden, vage bekenden en willekeurige voorbijgangers aangesproken met "Mamita!" [moedertje] of "Primito!" [neefje], "Su madre!" [je moeder!] is een uitroep van opperste verbazing, "Eso da me cholera" [daar krijg ik cholera van] geeft aan dat je dat toch minder plezierig vindt en als een jongen het heeft over zijn "flaca" [magere], dan gaat het over zijn vriendin. Ik heb nog even nagevraagd hoe het moet met de jongens met de dikke vriendinnen...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een ander voordeel van Peruaanse vrienden is dat je een kant van dit land te zien krijgt die waarschijnlijk voor veel toersiten verborgen blijft. Het gemak waarmee ze je introduceren in hun wereld, je voorstellen aan hun vrienden, familie en soms volslagen onbekenden is hartverwarmend. Bou en ik spreken veel over de verschillen, iets waar ik ongetwijfeld in een volgende mail op zal terugkomen. Maar dankzij deze mensen kom je tijdens een wandeling over het platteland in gesprek met de mensen die daar werken. Mensen die een dag lang keihard werken voor 5 soles (3 gulden 50), zonder lunch, maar met een flinke jerrycan Chicha om op de been te blijven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Chicha is een soort bier gemaakt van mais en...(ik denk niet dat ik het verder wil weten!) De mais wordt gefermenteerd in grote aardewerken potten en als je op het platteland, voor een huis een lange stok met daaraan een plastic zak ziet, weet je dat je bent gestuit op een Chicheria. De Chicheria waar wij terechtkwamen na onze wandeling was op de binnenplaats en in de huiskamer/keuken van een oudere dame. Klein en dik, wijde rokken, lange vlechten en een hoed, zoals hier gebruikelijk is, zat ze op een lage kruk met de aardewerken pot tussen haar benen. In haar hand een kalebas om de Chicha eruit te scheppen. Haar kleindochter van een jaar of 4 zat naast haar op eenzelfde kruk. Over de grond liepen cavias, ongetwijfeld voor consumptie. Het publiek bestond uit buren van de Chicheria, Indiaanse vrouwen met kinderen in doeken op de rug en mannen die over politiek praatten. En allemaal met een grote plastic beker Chicha in de hand. Chicha heeft iets weg van bier, maar is lauw en zuur, en volgens mij ook wel een stukje straffer. Deze gringa heeft in ieder geval na twee plastic bekers, samen met de buurman van de Chicheria een perfecte huayno-show weggegeven (lokale dans)...én applaus geoogst! En al die tijd bleef ik me maar verbazen over hoe bijzonder het is om dit zo mee te maken en om hoeveel lol je kunt hebben met mensen die soms wel van een andere planeet lijken te komen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tenslotte ben ik er van de week nog enkele dagen zelf op uit geweest. Naar Machu Picchu, voor veel mensen hét hoogtepunt van Zuid-Amerika. Veel reizigers gaan naar Muachu Picchu via de Inca Trail, een 4-daagje voettocht. Ik heb deze (voor nu?) maar even gelaten voor wat hij is en ben met de trein gegaan. Eerst de nacht doorgebracht in Aguas Calientes, een van die toersitendorpjes die je overal over de wereld vindt en waarvan je je afvraagt of ze al bestonden vóór de toeristen kwamen. Hotels, restaurants en een schooltje, wat er ook waarschijnlijk alleen maar staat omdat de kinderen zo leuk fotogeniek zijn voor de toeristen. De volgende dag de twee uur naar boven gelopen van Aguas Calientes naar Machu Picchu. En dan sta je tussentijds even uit te puffen, te gezieten van het uitzicht en dan hoor je ineens je naam! Alexandra, een Engels meisje dat ik nog kende uit Huacachina (het hotel in de woestijn). Met haar, haar Franse vriendin, 2 Australische jongens en een Israelisch meisje hebben we de hele dag de site verkend. Als we een plekje vonden om te zitten was het "storytime", dan haalden Alexandra en ik onze reisgidsen tevoorschijn en lazen we voor waar we waren en wat de bijbehorende theorieën zijn (omdat Machu Picchu nooit door de Spanjaarden is ontdekt blijft het gissen wat het precieze doel van de site was), of we verzonnen onze eigen, ook zeer plausible theorieën.... En de site IS indrukwekkend. De grootte, de staat waarin alles verkeerd en de spectaculaire ligging tussen de bergen zijn adembenemend mooi. Toen we arriveerden was het regenachtig en mistig, maar in de loop van de dag trok de mist op en onthulde de site zich tot de vergezichten die je kent van de postkaarten. Fantastisch. Omdat de geluiden (van de toeristen bijvoorbeeld) worden gedempt door de stenen, kun je door je oogharen naar het centrale plein kijken en de oude Incas met hun llamas zien lopen. Of misschien is dat alleen mijn afwijking....&lt;br /&gt;Ondertussen is de situatie in Arequipa behoorlijk uit de hand aan het lopen. De emoties rond de privatisering van de waterleidingbedrijven lopen behoorlijk op. Het is raar te zien dat de stad waar ik een week geleden was nu opgebroken ligt en in de gaten wordt gehouden door militairen. Cusco blijft relatief rustig, wellicht door de vele buitelanders, al hebben we vandaag en morgen onze 3de staking in 10 dagen en zit de kerk vol hongerstakers.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ga van de week waarschijnlijk met Bou mee naar haar vrijwilligerswerk, om te kijken of het ook iets voor mij is. Zo ja, dan zal ik voorlopig in Cusco blijven. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113933243098714684?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113933243098714684/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113933243098714684' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113933243098714684'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113933243098714684'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/06/latinoland-5-amigos-chicha-y-machu.html' title='Latinoland 5: Amigos, Chicha y Machu Picchu'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113933153476207851</id><published>2002-06-08T17:55:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:06:56.583+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='dansen'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Peru'/><title type='text'>Latinoland 4: Alpacas y demonstraciones</title><content type='html'>&lt;a href="http://www.strive4impact.com/callingadvice_files/flags/cheap-calling-to-peru-flag.jpg"&gt;&lt;img style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; WIDTH: 200px; CURSOR: hand" alt="" src="http://www.strive4impact.com/callingadvice_files/flags/cheap-calling-to-peru-flag.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Ik was gebleven in Arequipa, waar ik inmiddels op mijn slaapzaal een aantal leuke meiden had ontmoet. In Nederland kwam ik alleen maar mensen tegen die hun vraagtekens hadden bij het idee van Een meisje - Alleen - 6 maanden - Zuid-Amerika, maar het lijkt wel of ik hier alleen maar alleenreizende vrouwen tegenkom, en vaak ben ik met mijn 6 maanden nog een watje! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Maargoed, terug naar de slaapzaal. Met Annie, een meisje uit Montreal, heb ik 2 dagen opgetrokken. We hebben in Arequipa het geweldige museum "Juanita, La bella niña del Volcan Ampato" bezocht. Wellicht dat enkele mensen zich het nog kunnen herinneren (ik weet in elk geval nog dat het op het nieuws was), maar in 1995 hebben enkele onderzoekers/mountaineers op een vulkaan vlakbij Arequipa het totaal geconserveerde lichaam gevonden van een 13-jarig Incameisje dat zo'n 500 jaar geleden werd geofferd aan de berggoden. Omdat ze al die jaren onder het ijs heeft gelegen is ze helemaal compleet: haar kleren zien eruit of ze zo uit de winkel komen, haar haren, zelfs al haar organen en bloed zijn nog in tact. De tentoonstelling is prachtig ingericht,met heel veel respect voor het feit dat het natuurlijk blijft gaan om een overleden meisje. Het meest opzienbarende is nog, dat doordat ze nog zo intact is, onderzoekers ontzettend veel te weten kunnen komen over haar achtergrond en dus die van de Inca's. Ze weten wat haar laatste maatijd was en door middel van DNA-onderzoek kunnen ze zien welke ziektes ze had en wie haar ouders waren. Zeer indrukwekkend! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Ondertussen bleek Arequipa ook nog eens een hele leuke stad om uit te gaan. Nicole, een meisje uit Quebec, van dezelfde slaapzaal blijkt (bijna) net zo verslaafd aan dansen als ik, dus op zaterdag zijn we het nachtleven maar eens gaan verkennen. We zijn uiteindelijk beland in een prachtige tent met tropische planten, watervallen en leuke muziek. Het enige nadeel bleek dat wij lange tijd het enige niet-stelletje op de dansvloer waren...Gezellig! Tot mijn stomme verbazing blijkt Braziliaanse muziek heel populair in Peru: Ik hoor regelmatig Axé nummers voorbij komen! Niet dat de Peruanen overigens weten wat ze er mee moeten: er worden af en toe wat halfslachtige bewegingen gemaakt, maar daar blijft het dan bij. Tijdens "Vampiru" maar eens laten zien hoe het eigenlijk hoort (uhm....) en dan zie je ineens allemaal mensen met een Oh-ja-blik. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Tussen Nicole en ik klikte het in ieder geval. We reizen nog steeds samen, wat er min of meer op neer komt dat we overdag ieder ons ding doen en aan het eind van de dag verhalen uitwisselen. Erg leuk! We spreken een vreemdsoortige mix van Engels en Spaans, dat gecombineerd met haar Franse accent toehoorders in totale verwarring achterlaat. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Afgelopen maandag en dinsdag zijn we met z'n tweeen meegeweest met een tour naar de Cañon del Colca, volgens Peruanen de diepste kloof in de wereld (wat, met bijna 3500 meter op het diepste punt,wel eens zou kunnen kloppen). Met een man of 8 in een busje en dan merk ik dus al snel dat ik geen mens ben voor georganiseerd vermaak. Aan de gids, die zeer boeiend kon vertellen over de omgeving, heeft het niet gelegen. Achterin de bus zaten echter 3 Nederlanders (een jongen van mijn leeftijd die alles (ALLES!) aan het videotapen was, zijn vader en oom) die echt te erg voor woorden waren. We waren nog geen 5 minuten onderweg of er kwamen uit uitspraken in de categorie: "Tjee, wat een armoedige hutjes!" - "Achjoh, die mensen weten niet beter." Daarna ging het gesprek 1,5 uur (!) lang over tennis. De rest zal ik jullie besparen, maar ik heb Nicole verzocht verder niet aan mijn Nederlanderschap te refereren, en heb de rest van de dag Engels gesproken. Verder was er 's avonds speciaal voor ons een peña georganiseerd, waarbij je geacht werd aan lange tafels te zitten en te kijken naar gedresseerde muzikanten en treurige dansers. Nicole en ik zijn vroeg naar bed gegaan... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Was het helemaal vreselijk? Integendeel! Allereerst hadden we de meest luxe hotelkamer sinds het begin van deze trip, almoet ik toegeven dat je perceptie van luxe aan verandering onderhevig is: "Woehoe...we've got toiletpaper!!". Maar waar het eigenlijk omging: het prachtige natuurpark Aguas Blanca, waar we vicuñas hebben gezien, een zeldzame llama-achtige. De schittende kleuren van het landschap in de ochtend: het felblauw van de hemel op die hoogte, de grijze bergpieken met spierwitte toppen, knalgroene bomen, terrassen die al sinds de Incatijd in gebruik zijn, in alle kleuren groen en geel, de mensen die langs de kant van de weg hun spullen verkopen, bergkonijnen, flamingo's, herders met kuddes llama's en alpacas (ook weer een llamasoort), gigantische cactussen. Ongelooflijk mooi allemaal. Onderweg gestopt in kleine dorpjes, waar de winkelmeneer mijn geld uittelt in Quechua, waar de mensen gezamelijk de kerk aan het restaureren zijn na de laatste aardbeving en waar kinderen met enorme snottebellen uit alle hoeken en gaten komen als je lollies gaat uitdelen (Nee, dat was niet zo slim nee, om dat midden op de markt te gaan doen...). Als ik terugkom heb ik zoveel prachtige kinderfoto's dat ik mijn eigen Novib-kalender kan starten! En naast het feit dat Alpacas grappige beesten zijn om te zien is Alpaca-biefstuk een lokale specialiteit en wordt de heerlijk zachte wol gebruikt voor wanten, sjaals en mutsen, die ik gelijk maar heb aangeschaft, aangezien Peru op bijna 5000 meter ineens een stuk minder tropisch is! De tweede dag van de tour zijn we vroeg opgestaan om naar Cruz del Condor gegaan, een stuk van de kloof waar in het vroege ochtendlicht tientallen condors zich door middel van de termiek omhoog laten glijden. Het heeft iets idioots, om met tientallen toeristen (cameraŽs in de aanslag natuurlijk) in de bittere kou te gaan wachten tot het die vogels blieft om op te stijgen. Maar het moment dat zo n beest, met een spanwijdte van 3 meter (!) voorbij suist wordt je vanzelf stil. Prachtig! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Nog een dagje uitslapen in Arequipa en daarna met de nachtbus richting Cuzco, Latijns-Amerikas grootste gringo-hangout. In de bus was het even: Nicole en ik tegen de Peruvanen, want op de een of andere manier zitten Peruanen dolgraag 12 uur lang in een afgesloten bus, met de verwarming op tien en vooral géén ramen open! Ik weet niet of jullie weten hoezeer zo'n bus stinkt na 12 uur, maar ik vind zelf dat dat onze standvastigheid (en het pakje kauwgom tussen de raamsluiting) best rechtvaardigde. Maar uiteindelijk verloren we natuurlijk toch.... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;Ik ben nu een dag of 3 in Cuzco en ben er tot nu toe niet echt weg van. De stad op zichzelf is prachtig, maar er zitten hier iets te veel toeristen van het kaliber: "Wat een armoedige hutjes...etc", de Peruvanen spreken je standaard in het Engels aan (ook al begin jij in het Spaans) en de hoeveelheid freaks die afkomt op de ontelbare happy-hours is te gek voor woorden. Voordelen aan Cuzco: Door de internationale atmosfeer kun je ervrijwel alles kopen en eten. Mijn lust naar Sushi is weer even gestild! Bovendien kan ik vanuit hier wat kleine dorpjes in de omgeving bezoeken, wat me een welkeome afwisseling lijkt na al die toeristen. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Na al jullie verhalen over het nieuws in Nederland zal ik jullie maar eens vergasten op wat nieuws van hier. Enkele dagen is de immens populaire ex-president Fernando Belaunde overleden. De vlaggen hangen al dagen halfstok, de kranten berichten dat hij nooit corrupt is geweest (dat is hier het vermelden waard) en voor de Peruanen weer een goede reden om de straat op de gaan. Want demonstreren, dat lijkt hier het nationale tijdsverdrijf. In de paar weken dat ik hier nu ben is het aantal demonstraties waarin ik terecht ben gekomen al niet meer op de vingers van 2 handen te tellen: De bejaarden in Lima, die op potten en pannen slaan om toch hun persioen te krijgen; Kinderen, verkleed als tijger en als boom, die in Arequipa demonstreren voor een schoner Peru; Handtekeningenacties en bezettingen van kerken door het hele land, omdat de Peruaanse regering het waterleidingbedrijf wil privatiseren en met name de echte armen in het land vrezen dat het water onbetaalbaar zal worden; Ontevreden overheidspersoneel dat zich in Arequipa voor het gemak maar heeft verenigd met de anti-pravatiseringmensen. En gisteren in Cuzco een waanzinnig indrukwekkende rally ten bevoeve van de zojuist opgestarte Waarheidscommissie. Deze commissie moet gaan uitzoeken wat er in de jaren 80 precies in gebeurd met alle burgers die zijn vermoord omdat ze zich precies tussen de regering en de lichtend-pad-terroristen in bevonden. De rally die bestond uit statements van nabestaanden werd helaas verstoord door een redelijk dronken, dansende groep Corpus-Christi gangers, een feest dat hier nu ook al drie dagen aan de gang is...Maar daarover dan maar een volgende keer!&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113933153476207851?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113933153476207851/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113933153476207851' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113933153476207851'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113933153476207851'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/06/latinoland-4-alpacas-y-demonstraciones.html' title='Latinoland 4: Alpacas y demonstraciones'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113933123307380688</id><published>2002-05-31T17:50:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:06:17.966+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Peru'/><title type='text'>Latinoland 3: La historia de Joel y Relajar con los gringos</title><content type='html'>&lt;a href="http://www.strive4impact.com/callingadvice_files/flags/cheap-calling-to-peru-flag.jpg"&gt;&lt;img style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; WIDTH: 200px; CURSOR: hand" alt="" src="http://www.strive4impact.com/callingadvice_files/flags/cheap-calling-to-peru-flag.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Ik was gebleven in Lima, waar ik mijn laatste avond in Miraflores ben wezen stappen met Nigel, een Australische jongen. We hadden op de een of andere manier een soort lokale studentenkroeg gevonden waar het met een biertje en wat gefrituurde kip goed toeven was. Ondanks Nigels stoere imago, 8 maanden on the road and counting, maakt zijn moeder thuis nog steeds plakboeken van alle locaties die hij bezoekt. Waarmee ze vervolgens de buren lastigvalt. Schattig. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De volgende ochtend bijtijds met de bus naar Pisco, een stadje aan de kust van Peru, ongeveer 4 uur van Lima. Het hotel dat ik had uitgezocht bleek vol, maar geen nood: ik werd opgepikt door Joel, een 14-jarig Peruvaans jongetje dat mij de weg wees naar een ander hotel. Tot mijn stomme verbazing bleek Joel niet alleen vloeiend Engels te spreken (op zich al een rariteit hier), maar ook een behoorlijke woordenschat te hebben in Duits, Italiaans en Nederlands (Waaronder: "Goedemorgen" en "Lekker Moppie"). Het hotel was prima en goedkoop, maar tegen de tijd dat Joel met mij klaar was had hij me bovendien een tour verkocht en verteld in welke restaurants en cafes ik moest zijn. Kortom: de beste verkoper die ik in mijn leven heb gezien. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De zaterdagavond lezend in bed doorgebracht, om de volgende ochtend om 7 uur (Latino-tijd: kwart voor 8) te worden opgepikt door een busje dat me naar Paracas bracht. Alhier vertrekken boten naar wat in backpackerstermen "The poor mans Galapagos" heet: Islas Ballestas. Persoonlijk ben ik geen vogelkenner of -liefhebber, maar alleen al de hoeveelheid vogels (hónderden!) op deze eilanden is geweldig om te zien. Pelikanen, meeuwen, aalscholvers, condors en zelfs een paar pinguins. De oorspronkelijk rode rotsen van de eilanden zijn nu totaal wit van de vogelpoep, dat door de mensen daar wordt verzameld en verkocht als mest. Maar als je met de boten dichterbij komt zie je waar iedereen voor komt: De zeeleeuwen! Rustig zonnend op de rotsen, zwemmend en duikend. Het meest imposante was een strand tussen de rotsen met tientallen zeeleeuwen en het geluid dat daar vanaf kwam: het gesnuif en gebrul en de echo daarvan op de rotsen...fantastisch! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Joel en een paar van zijn vriendjes stonden bij het hotel toen ik terugkwam. Ze zijn allemaal trouts (mensen die op commissiebasis toeristen binnenhalen in een hotel) en konden voor mij reserveren bij het hotel van mijn volgende stop. Of ik vanavond met hen "rond wilde hangen", vroeg Joel. Waarom niet?Dus toog ik die avond met Joel en zijn 16-jarige vriendje Joseph naar de kroeg, waar Joel vanzelfsprekend korting kreeg en tijdens onze gesprekken zaken deed met Travel Agents. Ondertussen kwam zijn verhaal eruit: Joels ouders zijn gescheiden, zijn vader woont in Lima en heeft een goede baan, maar hij "vergeet" voor het gemak dat hij nog kinderen heeft in Pisco. Joels moeder is een straatverkoopster: ze verkoopt losse snoepjes en sigaretten, iets dat vanzelfsprekend niet veel geld opbrengt. Met zijn trout-zijn verdient Joel geld om zichzelf op school te houden en voor zijn 5(!) jongere broertjes en zusjes. Mijn mond viel open: Ik heb kinderen gezien die er veel slechter aan toe waren, maar het gebrek aan drama waarmee het verhaal werd verteld en de toch ook wel zichtbare trots van Joel op zijn "bedrijfje" was indrukwekkend. Bovendien had hij iets dat maar weinig volwassenen (laat staan kinderen) hier hebben: plannen voor de toekomst. Joel wil niet in Peru blijven, omdat daar voor iemand met zijn (arme) achtergrond geen mogelijkheden zijn. Joel wil nog beter engels leren en dan naar Engeland. Toen ik opstond om de rekening te voldoen bleken de jongens hier al voor te hebben gezorgd. Zij waren de heren en ik de dame, tenslotte... Avondvermaak met 2 puberjongens? In de game-hall van Josephs neef (waar ik duidelijk de enige boven de 18 was!) spelletjes spelen op de playstation. En de heren lieten mij galant winnen natuurlijk, ondanks het feit dat ik met mijn autootje tot in den treure tegen muren aanzat. Om half tien brachten ze me terug naar mijn hotel (schoolnight!) waar ik iets deed dat ik normaal niet snel doe: Ik heb Joel geld gegeven zodat hij hiervan voor zichzelf een goed engels-spaans woordenboek kan kopen. En dat heeft hij beloofd. &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Mijn volgende stop kon bijna niet verder van deze wereld afliggen: Huacachina, een piepkleine oase in de woestijn nabij Ica. Prachtig gelegen tussen enorme zandduinen ligt daar een backpackershostel met een zwembad, de perfecte plaats om een paar daagjes uit te puffen. 's Avonds een van de zandduinen beklommen voor een geweldig uitzicht over de woestijn en de oase. Daarna in de bar met mijn logboek om te luisten naar gesprekken in Spaans, Frans, Nederlands, Duits, Hebreews en Engels in 20 verschillende accenten. Ja, de vooroordelen over dit soort backpackes-hubs zijn bevestigd: veel langharige jongens die met hun gitaar reizen en kreten bezigen als "Swééét!" en "Wicked!" (een meisje op mijn dorm viel zelfs zo nu en dan te betrappen op een "Blimey!"). Maar ondanks dat toch een heleboel leuke mensen ontmoet en goede gesprekken gevoerd. De eigenaar van het hotel bleek salsa te dansen, wat voor mij de feestvreugde natuurlijk alleen maar verhoogde. Naast zwemmen, lezen en zand uitonverwachte hoeken pulken, was er ook nog tijd om een Pisco (lokale sterke drank - Ja Kimmie!)-distilleerderij te bezoeken, waar we om 11 uur 's ochtends mochten proeven om vervolgens enigzinds rozig weer terug te keren naar het zwembad. Overigens was de rondleiding voor mij weer even een ego-boost. Joel en Joseph hadden mijn Spaans zoveel verbeterd dat ik weer even last had van het "Ik leer het nooit"-syndroom. Voor de Pisco-tour heb ik echter gefunctioneerd als Engels-Spaanse tolk, omdat de man die ons rondleidde geen Engels sprak. En dat ging verbazingwekkend goed. Het grappigste was nog dat Scott, een van de jongens die mee was op de tour compleet verbaasd was toen hij me Nederlands zag schrijven in mijn logboek: "Lees eens een stukje voor dan...", het was voor hem niet te bevatten dat er nóg een taal bestond die mijn eigen was... &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Na twee dagen "relajar" (relaxing) heb ik samen met een Engels meisje dat ik van daar kende de nachtbus genomen naar Arequipa, waar ik nu zit. De nachtbus bleek vol te zitten met Peruvaanse bejaarden die hun ongenoegen over de opgelopen vertraging kenbaar maakten door hard op de ramen te bonzen de de chauffeur uit te schelden voor Tortuga (schildpad). Vreemd, met de Latino-levensstijl zou je toch verwachten dat deze mensen de meest geduldige op aarde zijn! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;Wat ik tot nu toe van Arequipa heb gezien is heel erg leuk. Het is een vrij grote stad, maar het heeft een gezellige, beetje studentenstad-uitstraling met veel leuke winkeltjes en kroegjes. Ik zit in een leuk hostel op een kamer met 4 meisjes, met ons eigen balkonnetje en uitzicht over de besneeuwde toppen van de Andes. &lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/22088788-113933123307380688?l=annewashere.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://annewashere.blogspot.com/feeds/113933123307380688/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=22088788&amp;postID=113933123307380688' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113933123307380688'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/22088788/posts/default/113933123307380688'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://annewashere.blogspot.com/2002/05/latinoland-3-la-historia-de-joel-y.html' title='Latinoland 3: La historia de Joel y Relajar con los gringos'/><author><name>&lt;b&gt;Anne&lt;/b&gt;</name><uri>http://www.blogger.com/profile/18319658074666932636</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-22088788.post-113932744823027615</id><published>2002-05-24T16:46:00.001+02:00</published><updated>2008-09-03T13:03:59.517+02:00</updated><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='USA'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Latijns-Amerika'/><category scheme='http://www.blogger.com/atom/ns#' term='Peru'/><title type='text'>Latinoland 2: Ceviche y accostumbrarme</title><content type='html'>&lt;a href="http://www.strive4impact.com/callingadvice_files/flags/cheap-calling-to-peru-flag.jpg"&gt;&lt;img style="FLOAT: right; MARGIN: 0px 0px 10px 10px; WIDTH: 200px; CURSOR: hand" alt="" src="http://www.strive4impact.com/callingadvice_files/flags/cheap-calling-to-peru-flag.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;De eerste post vanuit het echte Latino-land! &lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-family:verdana;font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;De laatste dag in Atlanta was weer heel erg de moeite waard. Een heel stuk gewandeld door Amicalola State Park (vind dat maar eens in de Encarta, pap!) en daarna in Dahlonega (een oud goudzoekersplaatsje) de lokale markt, rommelwinkel en ijssalon bezocht. En genoten van de banjo-band en de oude mannetjes met grote cowboyhoeden...net een film!Voor mijn laatste avond overheerlijk uit eten geweest in Buckhead, een wijk van Atlanta. En toen was het maandagochtend alweer tijd om afscheid te nemen!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Helaas had vice-president Cheney het nodig gevonden tijdens mijn verblijf in Atlanta aan te geven dat er nieuwe aanslagen aan zitten te komen. De security was dus tot in het absurde opgevoerd (Mijn reeds half-opgedronken flesje sinaasappelsap moest door de X-ray! ) en ik ben tot twee keer toe compleet gefouilleerd. Aankomst in Lima was nog even spannend. Na het commentaar van de grondstewardess op Schiphol was ik toch een beetje bang dat ze me linea recta terug zouden sturen. Ik had dus m'n best gedaan er vrolijk en fris uit te zien (na een vlucht van 8 uur!) en zette mijn meest financieel-draagkrachtige hoofd op (dat schijnt te helpen)...maar de douanier liet me, zonder verdere ondervraging, met een grote stempelklap, voor 90 dagen toe in Peru. Er stonden al twee mensen van het hostel op me te wachten en in de auto werd ik gelijk weer geconfronteerd met de (voor een Europeaan) verbazingwekkende nieuwsgierigheid van Latinos: Hoe oud ben je? Getrouwd? Kinderen? Broers en zussen? Aangezien een grote familie hier de norm is word ik altijd meewarig aangekeken met mijn nul broers en zussen, maar Stiefbroers en een stiefzusje plus stief-nichtje doen het ook goed hoor! De rest van de rit ging het gesprek over de juiste ingredienten voor een ceviche (een Peruvaans gerecht waar ik dol op ben, wat bestaat uit rauwe vis gemarineerd in Limoensap). Nee Anne, er horen geen tomaten in!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hostel Espana is een prachtig hostel in de binnenstad van Lima. Waarschijnlijk een samenvoeging van meerdere pandjes is het een doolhof van trappen, balkonnetjes en gangen. Er is een eigen restaurantje met een bar waar we 's avonds videos kunnen kijken (Speed en The Fugitve, voor de 400ste keer...), een Internetcafe, heel veel vogelkooien met duiven en twee gigantische, rondrennende schildpadden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De afgelopen dagen heb ik me bezig gehouden met het verkennen van de stad (wat een hele opgave is voor iemand met nul gevoel voor richting) en het wennen aan (=accostumbrarme) het idee dat ik helemaal niets hoef. Ik heb lange wandelingen gemaakt door de stad en gekletst met straatverkopers en taxichauffeurs. Het Plaza Mayor hier is prachtig, alle koloniale panden zijn hier geweldig onderhouden. Ik heb een rondleiding genomen door de catedraal waarin Francisco Pizarro begraven ligt. Hij is de Spaanse veroveraar die Peru heeft "ontdekt" en en passant de Inca-keizer en het grootste deel van zijn inderdanen heeft uitgemoord (Lang leve het College Latijnsamerikaanse cultuur aan de Universiteit van Utrecht dat ik vorig jaar heb gevolgd!). Ik was dus nogal verbaasd over het eerbetoon waarmee de man hier wordt omringd (standbeelden, gouden inscripties). Maar volgens mijn gids komen daar ook regelmatig protesten over. En dat is niet het enige waartegen de Peruvaren protesteren. Aan het Plaza Mayor ligt ook het Gouvernementeel Paleis, focuspunt voor veel, heel veel demonstraties. Walter de straatverkoper (de arme jongen, zijn moeder had hem een Amerikaanse naam gegeven die hij zelf niet eens kon uitspreken) legde me uit dat het vandaag ging om een demonstratie van gepensioneerden die hun pen
