zondag, juni 01, 2003

Terug in Latinoland 3: Vivir en el volcán, Estado de Emergencia y Radio Star 98.3 FM



Ik had jullie nog een verhaaltje beloofd over Baños...

Baños is een prachtig gelegen stadje in het centrum van Ecuador, tussen schitterende groene heuvels, met laaghangende bewolking, aan de voet van de Tungurahua, een wel zeer actieve vulkaan. In '99 gaf de president van Ecuador bevel Baños te ontruimen. De vulkaan stond op "rood alarm", wat wil zeggen dat onderzoekers beweerden dat hij ieder moment kon uitbarsten. 20.000 bewoners werden gedwongen hun huizen, restaurants en hotels achter te laten. Toen er na enkele maanden echter nog steeds geen uitbarsting was geweest, brak de bevolking van Baños massaal door de politieafzettingen heen en nam zij weer bezit van haar stad. En dat is tot op de dag van vandaag de status quo: De mensen leven en werken, het toerisme bloeit, de vulkaan rookt en spuuwt...
Behalve om haar vulkaan is Baños beroemd om haar heilzame bronnen. Ik had gehoord van een mooi gelegen hete bron waarin je kon zwemmen aan de voet van een waterval. Nu moet je weten dat ik als sinds "Cocktail" (een film met Tom Cruise, met een wel zeer romantische scene in een Jamaicaanse waterval) op zoek ben naar zo'n soort plek. Ik zag het dus helemaal zitten! Helaas bleek deze bron iets te vol met mensen (lees: bommetjes makende kinderen) voor de juiste romantische sfeer. Daarnaast was het bad van geelgeverfd beton, hetgeen het water een hinderlijke fluoriserende kleur gaf. En toch, als je daar dan zit met uitzicht over die inmens groene bergen, met hier en daar een boerderijtje en een ruisende waterval op de achtergrond, dan is het leven helemaal niet verkeerd! Daarbij was het water van zo'n heerlijk lamslaande relaxerende temperatuur en kwaliteit, dat ik waarschijnlijk niet eens was opgestaan als de Tungurahua daadwerkelijk tot uitbarsting was gekomen...

(Overigens heb ik later ergens gelezen dat ze die beroemde scene in Cocktail binnen no-time hebben moeten opnemen, omdat die waterval tjokvol bloedzuigers zat... Zo!)

Tot mijn verbazing zag ik wel degelijk verschil tussen Ecuador en Perú, meer dan ik had verwacht in ieder geval (en voor zover je dat kunt zeggen na een bezoek van een week!). Zodra de bus de grens met Ecuador nadert begint het landschap al te veranderen: warmer, minder bewolkt en de droogte van de Peruaanse kust maakt plaats voor eerst eindeloze rijstvelden en daarna enorme groene bergen. Hier zijn Fujimori's irrigatieprojecten duidelijk niet meer nodig!
In 2000 schakelde Ecuador over van de oude munt de Sucre, naar de Amerikaanse dollar. Vele protesten, prijsstijgingen en (uiteindelijk) ook salarisstijgingen later lijkt het nu (relatief) goed te gaan met Ecuador. De mensen die we spreken zijn trots en tevreden dat zij (eens de arme buren van Perú) nu daar op vakantie kunnen. Bij Freddy werken de Ecuadoriaanse dollarmuntjes op de lachspieren: "Ecuador, la luz de America" ("Het licht van Amerika") melden deze. Ach heden ja, waar zouden we zijn zonder Ecuador!?


Hoe het ook zij, de steden die we bezoeken hebben niet te klagen over toerisme, hebben dure, moderne winkels en zijn verbazingwekkend schoon... Al is dit misschien alleen het oppervlakkige beeld dat je overhoudt als je niet verder kijkt dan de toeristensteden en vooral je ogen dichthoudt in overstap- en grensplaatsen zoals het dubbelstadje Huaquillas/Aguas Verdes op de Peruaans/Ecuadoriaanse grens. Huaquillas is een typisch voorbeeld van lélijke armoede. Niet de "romantische" armoede van de afgelegen hutjes die je ziet als je in de groene bergen je hoofd uit het raam steekt, waar mensen misschien bijna geen geld hebben, maar dit ook vrijwel niet nodig hebben, omdat ze leven van wat het land te bieden heeft. Huaquillas vertegenwoordigd de armoede die stinkt naar urine en afval, de armoede van dronken mensen in de goot, van schurftige honden, van mensen die je wanhopig iets onbruikbaars proberen aan te smeren, opdringerige geldwisselaars, verminkte bedelaars en vuile kinderen. Er is nog een lange weg te gaan....

Terug in de bus naar Peru moet ik lachen om drie kleine meisjes die met hun neusjes tegen het raam "Wat zie ik allemaal?" spelen. "Arbol-Arbol-Arbol-Vaca-Basura-Basura-Basura- Arbol-Basura" ("Boom-Boom-Boom-Koe-Vuilnis-Vuilnis-Vuilnis-Boom-Vuilnis").

Maar Perú heeft op het ogenblik grotere problemen dan afval in de berm. Mocht ik nog een willen klagen over de 40ste sollicitatiebrief: van Freddys uitgebreide vriendenkring (allen gezonde jongens, met opleidingen van vrachtwagenchauffeur tot universitair geschoold) hebben er misschien 2 werk. En vaak gaat het dan nog om het soort werk dat wij eerder zouden aanmerken als "klusje" (Als het muurtje is afgeschilderd mag je gaan, dat soort werk...). Iedereen zwerft her en der door het land (of als het even kan in Chili of Ecuador) op zoek naar werk.
En de mensen die wél werk hebben zijn ook ontevreden. Al sinds ik twee weken geleden aankwam zijn de docenten in staking. Docenten op staatsscholen verdienen op het ogenblik zo weinig, dat ze genoodzaakt zijn er een tweede baan bij te nemen, iets dat het onderwijs niet te goede komt, want hoe kun je een les voorbereiden als je met je andere baan bezig bent?
SUTEP, de organisatie van docenten heeft inmiddels aansluitinggezocht bij ontevreden agrarieres, die overheidscompensatie eisen voor veel te dure mest en bestrijdingsmiddelen. Samen houden ze het niet bij protesteren, maar blokkeren ze ook wegen, iets dat (hoewel veel mensen begrip hebben voor hun situatie) veel verontwaardiging oproept. Mensen kunnen niet meer naar hun werk en de wegen komen vol te staan met vrachtwagens vol verse producten, hetgeen "de ontwikkeling van Perú in de weg staat".
Deze week heeft president Toledo de noodtoestand uitgeroepen, in een poging de wegen vrij te maken en de scholen weer open te stellen. Dat laatste lijkt me nog een hele uitdaging, want het is één ding om wegen schoon te vegen, maar iemand dwingen les te geven lijkt me erg moeilijk (ook al zijn er volgens Freddy massa's docenten zonder werk). Bovendien maak ik me, meer dan veel Peruanen zo lijkt het, druk om de implicaties: In een land met (lees: continent) met zo'n bewogen geschiedenis, zoveel corruptie en voormalige (bijna-)dictators de macht aan het leger geven... ik vind het nogal wat!

Hoewel de volgende verkiezingen pas in 2006 zijn, speculeren veel Peruanen over de gevolgen. Al voor de noodtoestand had Toledo een schokkend laag vertrouwen van de bevolking (14% tegenover ongeveer 70 toen hij in 2001 begon) en velen gokken dat dit Alan Garcia (zijn grote opponent, voormalig presiodent en corruptie-kampioen) aan veel stemmen zal helpen.
Hier in Trujillo merken we gelukkig niet veel van de hele toestand. Scholen zijn (nog steeds) gesloten, de grote protesten van Puno en Arequipa protesten blijven hier uit, slechts de Plaza de Armas staat vol verveeld kijkende ME.

Tenslotte kan ik jullie nog melden dat ik sinds gisteren behoor tot de klasse van bekende Trujillianen (of ik nog niet genoeg bekijks had... ). Toen we vrijdagavond naar de bioscoop gingen, om eindelijk de nieuwe Matrix te zien, werd ik aangesproken door een jonge vrouw. Ze vond dat ik mooie ogen had en mooi haar: "Net een poppetje!". Ze stelde me voor aan haar man, die een journalist voor de plaatselijke radio bleek. Señor Rafael heeft een dagelijks politiek uurtje op de lokale radio, waarin hij flink afgeeft op gaten in de weg, docenten in staking en met fout geld gebouwde winkelcentra. Daarnaast heeft hij geregeld gasten in de studio en het leek hem prachtig als ik nu eens wat kwam vertellen over Nederland. Hoewel me dit best grappig leek, ken ik de mentaliteit hier inmiddels goed genoeg om niet direct uit mijn vel te springen van enthousiasme: eerst zien dan geloven! Dus toog ik vanmorgen, na slechts vier uurtjes slaap (we waren om 5 uur 's ochtends opgestaan om verse schaal- en schelpdieren te kopen om ceviche te maken voor Freddy's familie), naar het radiostation. Een druk in- en uitlopen van mensen, veel telefoon, maar géén Rafael. Die kwam pas om klokslag 12 uur binnenkomen, na de nodige vragende blikken mijn kant op wat ik in jezusnaam kwam doen... Maar de aankondiging maakte dan weer veel goed: "Vanmiddag hebben wij als gast in onze studio, onze vriendin uit Nederland, een zeer sympatiek en knap meisje, een echte schoonheidskoningin (Ok, ik geef toe, toen kreeg ik even een lachstuip), Annie!" Jawel, daar ging mijn radiocarriére! Het beantwoorden van de vragen ging vrij soepel, al moet ik zeggen dat de vragen nog sneller werden afgevuurd dan ik ze kon beantwoorden en dat ik ook wat confuus raakte van de rinkelende telefoon en de in -en uitlopende mensen. Vijftien minuten vragen over het Nederlands salaris, melk, bejaarden, dagbesteding en de grootte van Nederland later mocht ik nog even de groeten doen aan de vrouw van Rafael en werd mij een zeer goede reis gewenst. Bij Freddy thuis werd ik ingehaald of ik zojuist de troonrede had uitgesproken. Om het allemaal nog eens na te luisteren heeft Freddy's zusje alles opgenomen op casette. Kunnen jullie ook nog meegenieten...

Dat was het weer, waarschijnlijk weer het laatste verhaaltje ook. Tot snel allemaal!

dinsdag, mei 27, 2003

Terug in Latinoland 2: Sobornar, Shopear y La receta secreta



Naast familiebezoek hebben Freddy en ik ook nog wat tijd genomen om er samen op uit te gaan. En als je al bijna 5 maanden zonder elkaar hebt gezeten, wat is dan je erste stop? "Isla del Amor" (het eiland van de liefde) natuurlijk! Een piepklein onbewoond zandbultje voor de kust van Tumbes, in het uiterste noorden van Peru, met een 3 stoelen tellend restaurant, met heerlijke schaal-en schelpdieren, een bejaarde man die de bijbehordende schelpen verkoopt en verder niets dan zand, golven en teveel zon voor mijn huid. Vanhier was het verder richting de grens met Ecuador.

Zo'n twee jaar geleden volgde ik aan de universiteit van Utrecht een vak in Latijns-Amerikaanse cultuur. Bij het onderwerp "corruptie" liet men ons een video zien over de "Mordida" in Mexico, de ge-insitutionaliseerde corruptiepraktijken van de politie aldaar. Je zag een agent die rolijk naast een bordje "Verboden te parkeren" parkeergeld stond op te halen terwijl op zijn radio de ene bankroof na de andere voorbij kwam. Voor je echt boos kon worden over zoveel brutaliteit werd er dan wel even bijgezegd dat het salaris van agenten in de Mexicaanse hoofdstad zo laag is, dat dit soort praktijken de enige manier zijn om je familie in leven te houden. Vaak betalen ze voor hun wijk: hoe meer er te halen valt, hoe minder gevaar, hoe duurder de wijk. Latino's klagen aan één stuk door over corrupte politici, maar als het even zo uitkomt, doen ze zelf vrolijk mee aan het systeem. Mijn Argentijnse huisgenoot wist vol trots te vertellen dat hij nog nooit een snelheidsovertreding had hoeven betalen, gewoon een kwestie van de dienstdoende agent wat toestoppen! En hoewel ik dus terdege wist dat het op grote schaal gebeurd hier, had ik nog nooit een "Soborno" in werking gezien. Tot afgelopen week...

In Peru is stemmen verplicht. Iedereen heeft een identiteitskaart, waarop wordt bijgehouden of je hebt gestemd, en zo niet, dan moet je iedere keer als je het land verlaat een stevige boete betalen. Tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen zat Freddy echter bij mij in Argentinië. Pogingen om op een Argentijns consulaat te stemmen liepen op niets uit. Nu Freddy en ik onderweg waren naar Ecuador was een boete van 120 soles (zo'n 30 euro, een smak geld als je weet dat Freddy met een nacht werken 25 soles verdient) onontkoombaar... Of toch niet?Op de grens stopte Freddy een briefje van 10 soles tussen zijn paspoort "Gewoon proberen". De man die onze paspoorten controleerde zat alleen op zijn kantoortje. Toen hij het paspoort op de bladzijde met het bankbiljet opende kwam er een grote frons op zijn gezicht: "Dat hoort men niet te doen he?", zei hij. "Tja", mekte Freddy droogjes op, "nu heb ik het al gedaan, toch?". Ik kon mijn ogen niet geloven doen het bankbiljet in één gebaar werd gevouwen en in een achterzak verdween. Een stempel, en buiten stonden we weer. Het ging allemaal zo snel dat ik het nog even bij Freddy na moest vragen: "Mogen we nu gewoon door?". Ja dus! In de bus die ons de grens met Ecuador overbracht zat ook een Peruaans stelletje. Ze waren helemaal uit Lima gekomen met 25 kratten eieren, om deze in Ecuador te verkopen. Daar is niets mis mee, maar officieel hoor je daar naturlijk wel belastingen en rechten over te betalen, die dan weer zo hoog zijn dat het verkopen weer niet de moeite waard is. Toen de Ecuadoriaanse politie door de bus begon te lopen en op het dak klom verbleekte het meisje hevig: "Shit, zie je wel, we hadden ze toch iets moeten geven!". Het leek me wel vrij sneu om dik 20 uur te reizen vanaf Lima, met al die eieren, en dan in het zicht van de finish te worden aangehouden. Maar ze hadden geluk: de beambtes verdwenen weer zonder problemen. Pfiew!

"Shopear" is een afgrijselijk barbarisme van het Engelse "to shop". Hier in Perú en Ecuador zul je het niet vaak tegenkomen, het komt van de upperclass-eigenaresse van het huis waar ik in Buenos Aires woonde. Type "Absolutely Fabulous, darling". Type dat nooit een supermarkt van binnen heeft gezien, want daar was een meisje voor. In al zijn afschuwelijkheid geeft "shopear" het verschil in winkel(tje)s voor de dagelijkse boodschappen goed weer. In het Europees georienteerde Buenos Aires was inkopen doen vergelijkbaar met de Holandse AH of C1000. In de gepolariseerde samenlevingen (grote verschillen tussen arm en rijk) van Perú en Ecuador zijn de mogelijkheden uitgebreider. Iedere buurt hier heeft zijn "Pulperia", een winkeltje van maximaal 4 vierkante meter waar, vaak vanachtereen metalen afrastering, alles wordt verkocht van bananen tot WC-rollen. Daarnaast is de pulperia het punt waar de buurt zich verzamelt om het laatste nieuws uit te wisselen. Supermarkten zijn er ook, hoewel beperkt in aantal en vaak alleen gevestigd in beschermde, rijke wijken. Aangezien de supermarkt vaak vrij duur is en afgeladen is met (dure) Amerikaanse merken, doen alleen de rijkeren, toeristen en exparts hun shopear bij de supermarkt. De rest van de mensen is aangewezen op de Mercado, één van de centrale gebouwen (naast kerk en gemeentehuis) in iedere stad, ieder gehucht en alles daartussenin. De markt bestaat vrijwel altijd uit een keel voor kleding en huishoudelijke spullen (plastic bakken en de hier inmens populaire geruite mega-tas), een deel waar je een maaltijd kunt krijgen en een deel etenswaren (weer verdeeld in fruit, vlees, vis, aardappelen en geneesmiddelen bijvoorbeeld). De herrie, de hoeveelheid mensen, vreemde vruchten en geuren zijn onbeschrijfelijk en om deze reden voor mij ook vaak één van de hoogtepunten van iedere stad. Geen betere plaats om mensen te kijken! Wegens rondhangende koeiedarmen, ogen van onbekende dieren (hopelijk) en kippenpoten is een stevige maag aanbevolen. En met dames die kippen dragen of het bananen zijn (in een tros) en cavias (lokale lekkernij) in een zak verslepen, is weekhartigheid ook niet aanbevolen.

Cuenca, een beeldschoon stadje in het zuiden van Ecuador, was onze eerste stop. In omringende dorpjes wordt op zondag een grote markt gehouden, die ik natuurlijk moest zien. Een kakefonie van geluiden, kleuren, kippen, manden, schildpadden, cavias, mais en suikerriet. En natuurlijk konden we niet weg zonder de lokale specialiteit geproeft te hebben: Chancho (vaken) aan het spit! De aankleding had wat sfeervoller gekund (met blote handen werd een vrolijk uitziend varken aan het spit uitgegraven, waarna je een bord ontving met gekookte mais en een berg... uhm..vaken), maar de smaak én het kijkplezier was desde beter.

Dan toch ook maar een eetverhaaltje: De eerste week van mijn verblijf hebben Freddy en ik afwisselend bij hem thuis en in de stad gegeten. Zijn moeder is een prima kok, maar schept op voor een weeshuis en is dan bezorgd als ik bij 25 graden tussen de middag maar een kwart opkan. Wat apart blijft (en dat geldt volgens mij voor dit hele continent) is de voorliefde voor koolhydraten. De schijf van vijf blijft hier als een kapotte plaat wel érg lang hangen op het vakje "Graanproducten en peulvruchten". Al vanaf mijn tijd in Nicaragua kan ik een glimlach niet onderdrukken als ik weer zo'n bord krijg met rijst, een flinke portie friet, wat cassave en/of (zoete) aardappelen erbij, een paar stukken brood of tortilla ernaast en liefst nog even aanvullen met bonen. En dan verbaasd zijn dat alle 16-jarige vrouwen hier bloedmooi zijn, maar op hun 30ste 2 buszittingen nodig hebben! Gelukkig zijn er ook lichtere maaltijden (al moet je even zoeken). Zoals waarschijnlijk welbekend is mijn Peruaanse favoriet Ceviche, een mix van rauwe vis en mariscos (garnalen, inkvis, schelpdieren) met limoensap, uien en pepers. In het noorden van Peru hebben ze het ceviche maken tot een kunst verheven, met als lokale favoriet de Ceviche de conchas negras. Conchas negras (zwarte schelpen) zorgen ervoor dat de ceviche een zwrtbruine kleur krijgt, maar de smaak is ongelooflijk. Dat het onder je neus uit het water wordt gehaald helpt natuurlijk ook mee...

Zo nu en dan loop je ook nog tegen heel speciale dingen aan. Zo nam Freddy me mee naar een soort vrachtwagenchaufferscafé, waar ze iedere dag afgeladen vol zitten. Het lokaal bestaat uit aangestampte grond, plastic krukjes en Inca Kola-reclames, maar iedereen komt maar voor één ding: de lokaal wereldberoemde "guisada" (visstoofpot). Die bleek zo lekker dat ik eigenlijk best het recept wilde , maar in verband met concurrentie was dat nou net geheim. Na een beetje overleg met de jonger serveerster Rosa, die er de lol wel van inzag, werd ik meegesleept naar de keuken, waarin haar oma, een dame met veel gouden tanden die geld aan het tellen was en (opmerkelijk lang voor een Peruaan) de kok. "Mil dolares!" (duizend dollar) bulderde deze nog, maar met de belofte dat het mee naar Nederland zou gaan, kreeg ik het recept mee. Nu nog even duimen dat alle ingredienten ook in Nederland te krijgen zijn!

Een paar dagen terug zijn we aangekomen in Baños, wat verder naar het noorden in Ecuador. Anagezien het nu wel weer even genoeg is geweest, daarover de volgende keer...

donderdag, mei 22, 2003

Terug in Latinoland 1: Tradiciones Peruanos y Cuentas en tres idiomas


Terug in Perú, terug in Trujillo.

De busrit van Lima naar Trujillo was een avontuur. Ik sliep al niet al te best in de hevig vertraagde, rammelende bus. De buschauffeur bleek echter vastbesloten met het barrel de verloren tijd in te halen. Of dat de reden was, of dat hij wellicht echt in slaap was gevallen zoals later een aantal mensen beweerden weet ik niet, maar feit is dat ik góed wakker werd toen de bus met veel kabaal van de weg raakte en iedereen luidkeels begon te schreeuwen en protesteren. De bus was snel genoeg weer op de weg, maar een aantal mensen bleven roepen om een andere chauffeur. Hoewel ik erg veel zin kreeg om uit te stappen leek me dat in het midden van niets geen geweldig idee. Maar gelukkig blijken er mensen te bestaan met een stuk meer vertrouwen. Van achterin de bus riep een oudere heer dat wel allen vertrouwen moesten hebben in el señor (die meneer, de buschauffeur). Toen hij echter doorzaagde over het besturen van de handen van de chauffeur, besefte ik dat het ging over vertrouwen in El Señor (De Heer)! Welkom in Perú!

Vorig jaar vertelde ik al in één van mijn verhalen over (het gebrek aan) trots in de zuidamerikaanse landen: over mensen die liever Amerikaanse producten kopen dan Peruaanse, over massa's goedopgeleide mensen die uit hun land vertrekken omdat he er geen brood meer inzien, over het eeuwige geklaag op de politici en op de sociale en economische gevolgen die dat heeft of kan hebben op een land als Perú. Enkele dagen geleden hoorde ik op de radio een reclamespotje met mensen die vrolijk zongen dat ze zo trots waren uit Perú te komen. Het deed wat grappig aan, en hopeloos ook, daar het door acteurs laten zingen van Perú joepie, joepie en wat zijn we heden blij een soort omgekeerde self fulfilling prophecy is (zo dat bestaat): Hoe harder je het blijkbaar moet zingen, hoe minder het het beoogde gevoel zal veroorzaken. Je moeder die roept dat je broek heus wel hip is, zeg maar.
Over de trots op het land heb ik ook discussies met Freddy en zijn vader. En hoewel we het over veel dingen eens zijn, delen zij (natuurlijk, zou ik bijna zeggen) mijn optimisme en vertrouwen in een maakbare/veranderbare samenleving niet: Zolang het politieke systeem niet verandert, zal het land niet veranderen, houden zij vol. Mijn (bescheiden) mening is dat politici niet uit het niets komen, politici komen uit datzelfde land, uit diezelfde samenleving, en als je die kunt veranderen geldt dat dus ook voor het politieke systeem. Ik heb eens iemand horen beweren dat ieder volk de politici krijgt die zij verdient. Om dat hier te verkondigen zou echter wel erg bot zijn. Bovendien hoop ik zelf eigenlijk ook, na Nederland het afgelopen jaar, dat die stelling niet klopt.

Eén van de zaken waar Peruanen volgens het spotje trots op zouden moeten zijn zijn hun tradities. Hier in Trujillo betekent dat: Marinera! Op vrijdagavond blijkt de band van het politiekorps een uitvoering te geven op de centrale Plaza. Vanaf de eerste noot schieten uit alle hoeken en gaten kinderen en jongeren die Marinera gaan dansen. In Nederland heb ik nog nooit iemand onder de 85 een flokloristische dans zien doen, dus wellicht dat mijn beeld van onze klompendans niet correct. De Marinera blijkt in ieder geval geensinds een stijve dans voor bejaarden, maar een sierlijke, uitdagende dans, waarin volop wordt geflirt tussen de danspartners. Het mooist om te zien was een meisje van een jaar of acht, in een geweldige wijde rok, die danste en lonkte of haar leven ervanaf hing. Dat wordt nog wat!

Natuurlijk heb ik, voor ik hierheen kwam, een aantal typisch Hollandse cadeautjes aangeschaft voor Freddy en familie. De pot pindakaas is inmiddels alweer leeg en ook de stroopwafels vallen goed in de smaak. Ik vond zowaar een leuk boek over Nederland in het Spaans, met mooie foto's van de Deltawerken, Delft, klompen, Flevoland en het Openluchtmuseum. Het blijkt wel wat gedetailleerd: zo nu en dan word ik nu overvallen door vragen over de 100-jarige oorlog, het stadhuis van Gouda en het Zuiderzeemuseum. Sowieso zijn de vragen over Nederland en onze gewoontes af en toe nogal diepgaand, zodat ik me een beetje begin af te vragen hoe goed ik mijn eigen land eigenlijk ken. Want wat kost een stuk grond in Nederland (ik weet dat er in ieder geval wel verschil zal zijn tussen de Kalverstraat en de bush-bush van Drente) en hoeveel verdient een leraar (en dan moet je uit gaan leggen dat wij Nederlanders niet praten over ons salaris behalve dan als je net bent afgestudeerd-) bij ons?

Naast vertellen over Nederland breng ik nogal wat tijd door met het geven ven Engelse les. Vorige keer had ik op de Plaza in Lima al hele interviews met overijverige studenten Engels, deze keer heeft Freddys halve familie zich vol enthousiasme op het engels gestort. Voor Freddy valt het niet mee, vooral de uitspraakt blijft een hele uitdaging. Want hoe leer je iemand een H als deze in het Spaans niet wordt uitgesproken? We hebben een manier gevonden! Maar bij deze een waarschuwing: Als jullie over een paar maanden een donkere jongen treffen die het op een wel zéér erotische wijze over Hhhhhholland heeft, dat weet je met wie je te maken hebt! Mijn Spaans heeft zich de afgelopen maanden aardig goedgehouden, zo blijkt. Het vloeiend spreken brengt juist voor mij uitdagingen met zich mee, daar ik weiger me te behelpen met basis-spaans ik ik me dus steeds vaker in onmogelijke bochten moet wringen om vreemde, abstracte begrippen (Aandelenhandel met voorkennis, anyone?!) uit te leggen. Geen idee of jullie het televisieprogramma Dinges wel eens hebben gekeken (waarin 6-jarigen bepaalde woorden moeten uitleggen)? Freddy zou inmiddels een volmaakt pannellid maken!

Van het nieuwtjesfront kan ik nog melden dat ik de afgelopen week een beetje tobte met een oogontsteking. Dokterbezoek in dit deel van de wereld blijft verrassend, vooral voor de dokter in kwestie, die niet gewend is aan een patient die wil weten wat dat middel dan wel doet en die graag uitgelegd wil krijgen wat een mild dieet te maken heeft met een oogontsteking....Mijn ogen zijn inmiddels weer ok!

Een ander ding dat me na die paar maanden were opvalt is de overweligende natuur, zelfs in het kurkdroge Peruaanse kustgebied, zelfs in de winter, zelfs in een grote stad als Trujillo: Overal enorme bloemen, zwaar-bebladerde bomen met vlinders en kolibries. Ik blijf dat wonderlijke beesten vinden, maar voor Freddy is het net zoiets als onze saaie tuin-mus. Van een iets minder lievige noot was de overweldigende stank toen we gisteren op het strand schelpen en zeeegels zochten. Getverdemme, meende Freddy, dat hoort de gemeente toch op te ruimen?! Dát, bleek een enorme, erg overleden zeeleeuw, zomaar midden op het strand!

Het weer is, vergeleken met Nederland prima. De winter is op komst, dus is het wel een stukje kouder dan de mensen gewend zijn. Maar 21 graden overdag, met wat afkoeling 's avonds is naar Nederlandse standaarden nog altijd niet gek. De Trujillilianos kleden hun kinderen echter of er een sneeuwstorm op komst is: Jassen, truien, mutsen, ik heb zelfs wanten voorbij zien komen! Erg grappig...

Dat was wel weer even genoeg voor nu. Hopelijk gaat het in Nederland ook ok. Ik heb mijn rug nog niet gekeerd of ze hebben (zo heb ik begrepen), net als vorig jaar, een nieuwe regering bijeengesprokkeld... Houd me op de hoogte!

vrijdag, december 20, 2002

Latinoland 26: Feliz Navidad



Ik had zelf nog gehoopt een laatste lang verhaal vanuit Peru te schrijven. Maar afscheid nemen kost meer tijd dan je denkt....Morgennacht vertrek ik vanuit Lima en na een dagje Atlanta sta ik dan op de 22e , "Si Dios Quiere", om kwart over acht 's ochtends op een (zo heb ik begrepen) steenkoud Schiphol.

De eerste week zal ik misschien nog wat vreemde trekjes vertonen. Zo zal ik mijn eurobiljetten continu op echtheid controleren, van junks verwachten dat ze mijn schoenen willen poetsen en overal een rol toiletpapier mee naartoe slepen (sterker nog, als er op jouw toilet een hangt, dan neem ik die waarschijnlijk mee). Het komt wel weer goed....

Ik beloof jullie nog een verhaal over de laatste week, over Lima en Trujillo, maar dat zal ongetwijfeld pas na de kerst worden verzonden. Daarom nu maar vast van hieruit voor jullie allemaal een hele Feliz Navidad....

Maak er wat moois van en tot heel snel!

donderdag, december 12, 2002

Latinoland 25: Cobre, Mercosur y El Desierto Rojo


De reis naar het noorden gaat verder....
Calama was wellicht wel het saaiste stadje van de hele trip, er was werkelijk geen bal te beleven. Het is opmerkelijk hoe ik ook sociaal gezien steeds dichter bij Perú leek te komen: Brakkere bussen die te laat rijden en rochelende mannen op het toilet van het hotel. Joepie. Toch ben ik een dag gebleven Vanuit Calama kun je namelijk een bezoek brengen aan de grootste kopermijn ter wereld. En aangezien ik in Bolivia al langs was geweest bij het zilver, wilde ik wel eens zien hoe het hier was.


De rondleiding in Chuquicatama wordt georganiseerd door de PR afdeling van Codelco, het staatsbedrijf dat veramntwoordlijk is voor de mijn. Dat is dus wel even andere koek dan de slaventoestanden in Potosi! Er is een bedrijfsvideo, een Franse dame die zeer vloeiend spaans en iets minder engels spreekt, en een veiligheidskitje voor alle bezoekers, met daarin een helm, een jas, een bril, veiligheidsschoenen en een gasmasker (!).
De mijn is indrukwekkend. Alles lijkt groot te zijn: de mijn zelf, met afmetingen van 3 bij 4 kilometer en een diepte van dik 800 meter, de 15.000 mensen die er werken en vooral de vrachtwagens die af en aan rijden met het kopererts en waarvan alleen al de banden (!) 4 meter hoog zijn.
We mogen rondlopen in de werkplaats waar de vrachtwagens worden gerepareerd (en waar een vitrine staat met de voetbalbekers van het werkplaats-voetbalteam), zien de overmaat aan waarschuwingsborden voor de veiligheid van de medewerkers, en, mét gasmasker, de smeltplaats, waar het gloeiende koper met veel spectakel in platen wordt gegoten.
We mogen alles vragen laat de PR-dame weten Europeanen willen altijd vooral weten hoe het zit met het milieu. Dat kon natuurlijk niet uitblijven. Want Chuqui is (in tegenstelling tot de mijn in Potosí) een open mijn. Fijn voor de medewerkers en hun gezondheid, maar het opgeboorde gruis en stof wordt op deze manier, zeker door de droge omstandigheden, alle kanten opgeblazen. Dat het bedrijf veel doet om dit te voorkomen is wel duidelijk. Codelcos website, de gids, de bedrijfvideo, allen laten ongeveer iedere derde zin het woord milieu vallen en jaarlijks worden vele tientallen miljoenen geinvesteerd in het milieu, in het reinigen van het gebruikte water en in het hergebruiken van oude ertsen. Dat het nog niet helemaal lukt is ook duidelijk. In de loop van dit jaar moet de gehele bevolking van Chuqui onvrijwillig verkassen naar Calama, omdat het té vervuild is en het bedrijf wil gaan voldoen aan ISO-eisen.
En andermaal vraag ik me af hoe gerechtvaardigd het is om als westerling binnen te komen met je opgeheven vingertje en je preek over het milieu als je weet dat Codelco aan de ander kant verantwoordelijk is voor 18% van Chili's export en 8% van het totale inkomen van de Chileense regering. Geld waarmee scholen en ziekenhuizen gebouwd worden. En de reden waarom de tours vooral vol zitten met Chileense ouders die hun kinderen vol trots laten zien waar dat geld allemaal vandaan komt.

Meer economie. Kersvers gekozen president Lula da Silva van Brazilië brengt een bezoek aan buren Argentinië en Chili. Een bezoek dat niet onopgemerkt blijft in de zuid-amerikaanse pers, vooral door Lula's plannen met Mercosur. Mercosur staat voor de Mercado Común del Sur (Gezamelijke Zuidelijke Markt), een in 1991 opgerichte samenwerking tussen Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay. In 1994 kwamen Bolivia en Chili als bijzitters bij, met de intentie in de toekomst deel uit te maken van een vrijhandelszone binnen Zuid-Amerika. Naar model van onze eigen Europese Unie wordt er gesproken over één munt en zelfs een parlement voor de Mercosur-landen.
Lula is een groot voorstander van Mercosur. Hij windt er geen doekjes om dat hij de ontwikkeling van Mercosur belangrijker vindt dan die ándere vrijhandelszone: de door de Amerikanen geïnitieerde FTAA (de Free Trade Area of the Americas). Hij maakte dit vooral duidelijk door in eerste instantie Chili en Argentinië te bezoeken en pas daarná naar Washington af te reizen.
Dat laatste bezoek zal zeker interessant worden, al is het alleen al omdat Lula eerder in de pers Bush openlijk dom noemde. Een Amerikaanse mevrouw met een erg Republikeins hoofd en een fobie die duidelijk nog uit de Reagan-jaren stamt, laat mij via een Zuid-Amerikaanse krant weten dat de Verenigde Staten niet blij zijn met Lula. Wij zijn bang voor een blok Chavez-Lula-Castro dat mogelijk banden kan vormen met China. En binnen enkele zinnen sta je weer tot je knieën in de resten van de koude oorlog.
Ook binnen Zuid-Amerika zelf weet men het nog niet altijd. Perú, vanzelfsprekend ook omdat ze nog niet zijn opgenomen in het blok, heeft het in de krant over het dansen op de muziek van Lula da Silva. Bolivia en Chili gezellig samen aan één tafel lijkt na de gasprotesten van de afgelopen maanden ook enigzinds toekomstmuziek en sowieso is de rijkdom en het ontwikkelingsniveau tussen de verschillende landen nog enórm.
Aan de andere kant: de Nación Latinoamericana (Latijnsamerikaanse natie) vormt met 500 miljoen mensen (en een enorme jaarlijkse groei) een geduchte markt. En wellicht is het wel eens goed voor de Latinos om het zélf te doen. Niét weer in te springen in een project van de VS, dat de regio tóch al zo domineert. Het kleinste lid, Uruguay, ziet de toekomst van Mercosur in ieder geval zonnig in. In twee dagen daar kwam ik 2 restaurants, een hotel en een pompsation tegen met de naam Mercosur.
Vlakbij Calama ligt San Pedro de Atacama. Om in San Pedro te komen rijd je eerst ongeveer 2 uur door een landschap van stenen en zand: De Atacama-woestijn, één van de droogste woestijnen ter wereld. Opeens doemt dan een groene vlek op: het dorpje San Pedro, nog geen 1000 echte inwoners en bijna net zoveel toeristen. Toch is het opmerkelijk hoezeer het dorpje nog karakter en sfeer heeft weten te behouden...een combinatie van adobe-(soort van modder)huisjes en een overmaat aan sfeervolle restaurantjes met Pisco-sour (lokale coctail) happy hour.

Door de droogte en wind lijkt San Pedro gevangen in een permanente stofwolk. Tafels in restaurantjes, meubels in de hotelkamer en de mensen, alles heeft een lichtbruine waas. Van de twee bejaarde dametjes die mijn hotel runnen is er één zo oud, verschrompeld en klein dat ze gemakkelijk door zou kunnen gaan voor één van de mummies in het lokale museum, die door de droogte in de woestijn honderden jaren perfect zijn geconserveerd.
De Atacama-woestijn heb ik verkend op de fiets. Iets dat me de gelegenheid gaf tot veel stoppen en fotograferen van rare, door wind en zand gevormde formaties, maar vooral van het enige geluid: Het fluiten van de wind. De woestijn is rood, met rotsen met zoutaanhechtsels, gecraqueleerde grond en (gelukkig voor mijn huid) een vrij bewolkte lucht. Aan het einde van de dag belim ik een enorme zandheuvel om van daaraf te genieten van een wel erg spectaculaire zonsondergang: De lucht wordt oranje, rood en verderop onbeschrijflijk bizar door de laaghangende wolken: Ben ik nog wel op aarde? Het lijkt meer op Mars! Niet voor niets heet dit deel van de woestijn Valle de la Luna (Maanvallei).
De volgende dag vroeg op voor een ander natuurverschijnsel in de buurt van San Pedro: De El Tatio Geisers. Op een hoogte van 4300 meter bevinden zich een grote hoeveelheid kleine en grote hete bronnen. Van pruttelende gaatjes tot enorme spuitende en stoom blazende torens. Het geluid van het kokende water onder de grond is een bizarre ervaring en maakt weer even duidelijk dat wij in Nederland, vergeleken met deze landen, wel een erg kalm vloertje hebben: Deze vloer lééft!
Als de zon rond een uur of half zeven opkomt vormen de helblauwe hemel en de stoompluimen een schitterende combinatie. Bovendien is het dan tijd voor een eitje gekookt in één van de kleine geisergaten en een bad in een door een geiser gevulde lagune. Een zwembad op 4300 meter, waar je bij minus 5 graden heerlijk warm in kunt badderen. Nee, dat vind je ook niet in Nederland!
Op de terugweg dan speciaal voor mij nog een laatste blik op de Altiplano (het hoge Andesgebied gedeeld door Peru, Bolivia en Chili): Vicuñas, Vizcachas, Llamas, Flamingos, een dorpje waar drie families wonen en een herdersvrouw in felgekleurde kleding die op de voet wordt gevolgd door haar 2 honden, kat en huis-llama.... God, wat is dit mooi!

Inmiddels ben ik, na een kleine overdosis aan nachtbussen, weer aangekomen in Lima, Perú (ja, jullie letten even niet op...). Heel Lima hangt vol met hysterich knipperende en zingende kerstlampjes.... Van hier reis ik vanavond door richting Trujillo, in het noorden, een stukje Peru dat ik nog niet ken....nog tien dagen....

dinsdag, december 03, 2002

Latinoland 24: Don Pablo, Teleton y Estrellas


Ik hoor de laatste weken meer en meer verhalen over kou en bijna bevroren grachten...Onvoorstelbaar! Ik lag gisteren, voor het eerst in mijn leven in december, in mijn bikini op het strand. Onder een groot spandoek met "Leve de zomer!"

Eerst maar eens verder over Valparaíso, ik schreef het al, een droomstadje, zoeen die kunstenaars inspireert.... Het kan dan ook niet anders of Pablo Neruda had hier zijn huis (één van de drie overigens).
Pablo Neruda? Wie was dat ook al weer? Een Chileense dichter (1904-1973) die in 1971 de Nobelprijs voor de literatuur won en daarnaast een bewogen leven leidde vol politiek (overtuigd communist), reizen (hij was consul over de hele wereld) en dames. In Valparaíso kun je zijn huis bezoeken, dat in een van de meest kleurrijke wijken van de stad staat en een prachtig uitzicht heeft over de heuvels en haven.

Ik vind het iets raars hebben, het bezoeken van de intieme plekken in het huis van iemand anders en het bekijken van zijn persoonlijke spullen: De slaapkamer van meneer Neruda, het bidet van meneer Neduda.... Toch zegt het veel, iemands huis, in dit geval vol spullen die hij van over de hele wereld verzamelde, glas-in-lood-raampjes uit oude huizen en wanden vol oude landkaarten. De anekdotes die de Stichting Neruda hier en daar heeft opgehangen maken het helemaal af. Al door zijn gedichten (toegegeven, ik heb nooit zijn zwaardere gedichten gelezen) was ik tot de conclusie gekomen dat het een vrolijke man vol humor geweest moet zijn. Om dat te bevestigen hangt in zijn woonkamer het statige portret van een onbekende koningin met kraag, tegenover dat van een ernstige heer, ook met kraag. Volgens de overlevering hing Neruda het schilderij daar op "zodat de koningin niet zo alleen zou zijn".

En als je dan nog niet overtuigd bent, een vertaling van zijn "Oda a la Cebolla (Ode aan de ui) zegt ook genoeg:
Onion,luminous flask,

your beauty formedpetal by petal,
crystal scales expanded you
and in the secrecy of the dark earth
your belly grew round with dew.
Under the earth
the miraclehappened
and when your clumsy
green stem appeared,
and your leaves were born
like swords
in the garden,
the earth heaped up her powers
howing your naked transparency,
and as the remote sea
in lifting the breasts of Aphrodite
duplicating the magnolia,
so did the earth
make you,onion
clear as a planet
and destined
to shine,
constant constellation,
round rose of water,
uponthe table
of the poor.
You make us cry without hurting us.
I have praised everything that exists,
but to me, onion,
you aremore beautiful than a bird
of dazzling feathers,
heavenly globe,
platinum goblet,
unmoving dance
of the snowy anemone
and the fragrance of the earth lives
in your crystalline nature.

In een verloren hoekje in het huis bevind zich de bar, waar alleen Neruda achter mocht om vandaar zijn beroemde cocktails te bereiden. Boven de bar hangt een bordje met Don Pablo esta aqui (Meneer Pablo is hier)...en inderdaad, hij zou ieder moment binnen kunnen lopen....

Vanuit Valparaíso, na een korte strandstop in Viña del Mar (verlopen beach-resort) verder naar het noorden, naar La Serena, één van de oudste steden van Chili. Ik bleek precis op de juiste dag aangekomen, want op 30 november was het in heel Chili tijd voor de al weken op televisie en billboards aangekondigde Teleton. De Teleton is de Chileense variant op Ons Dorp: binnen een dag proberen de Chilenen zoveel mogelijk geld te verzamelen voor gehandicapte kindertjes. Dit gaat vanzelfsprekend gepaard met een televisiemarathon op alle Chileense kanalen en een bijna-onhaalbare doelstelling in geld, die natúúrlijk toch wordt gehaald.
In Santiago was het grote feest, dat we live via de televisie konden volgen, maar in La Serena was het fanatisme niets minder. De plaatselijke Mies Bouwman barstte bijna uit haar jurkje van enthousiasme bij het aankondigen van clowns, lokale zangers en jeugdige dansgroepjes (leuk altijd om te zien dat er in ieder dansensemble minimaal één kindje zit die totaal geen idee heeft wat-ie daar doet!). En natuurlijk werd iedereen aangespoord om toch vooral maar aan de sluiten in de rij voor de Banco de Chile, om ook die laatste muntjes te doneren. Voor al dat vermaak heb ook ik dankbaar mijn bijdrage neergelegd. In ruil daarvoor kreeg ik een grote sticker opgeplakt om te laten zien dat ik er helemaal bijhoorde....

In de buurt van La Serena bevinden zich maar liefst drie belangrijke observatioria. De condities in de Elqui-vallei, waarin La Serena zich bevindt (geen grote steden en dus geen omgevingslicht en een vrijwel altijd wolkenloze hemel) zijn de reden dat astronomen van over de hele wereld juist hier sterren komen kijken.
Mijn bezoek aan Observatiorio Mamalluca begon rond een uur of 8 's avonds toen het net begon te schemeren. Veel sterren waren er nog niet te zien, maar wel kreeg je vast een goede indruk van de afgelegenheid van het geheel. De rondleiding begon met een half uur durend, zeer interessant verhaal van een amateur-astronoom. Het was goed bedoeld, maar hij had zijn publiek een beetje verkeerd ingeschat. Scheikunde en natuurkunde op VWO-niveau, wat kennis van filosofie en de relativiteitstheorie waren wel een vereiste om het verhaal te kunnen volgen.... Een aantal Chileense gezinnen met videocamera's keken vooral vertwijfeld. En het kon natuurlijk ook niet anders, we zijn tenslotte nog steeds in zeer katholiek gebied: Na 20 minuten over het ontstaan van sterren, de zon en aarde belandde er iemand in een geloofscrisis: Ik geloof u allemaal wel meneer, maar waar komt God er dan aan te pas? Los dat maar eens op, als astronoom zijnde!

Na dit enerverende praatje gingen we eerst naar buiten om de sterren met het blote oog gade te slaan. Op zich al indrukwekkend, want nog nooit in mijn leven heb ik zóveel sterren bij elkaar gezien! Onze gids legde wat uit over de verschillende sterrenstelsels. Ook boeiend, want ja: de sterrenhemel ziet er aan de onderkant van de wereld écht anders uit. Toen was het eindelijk tijd om door de telescoop te kijken. Een kleintje is het, vergeleken bij die van andere observatoria in de omgeving, maar toch nog steeds één die sterrenstelsels tot 140x uitvergroot. De telescoop en de koepel waarin deze staat wordt met behulp van een computer precies op het gewenste hemeldeel gericht...en dan is het: kijken maar! En wat zoeven nog een wazige vlek aan de hemel was, blijkt nu een cluster van duizenden sterren....

Inmiddels ben ik nog verder naar het noorden, nog verder richting Perú gereisd, naar het plaatsje Calama in de Atacama-woestijn. Daarover de volgende keer!

woensdag, november 27, 2002

Latinoland 23: Re-encuentras, Mochileros y Desaparecidos


Deze week was er een van re-encuentras (herontmoetingen). Allereerst met Mendoza, omdat dat nu eenmaal het meest gemakkelijke grensovergangspunt bleek. En dus weer terug naar het wijntentje waar ik al eerder was en haar eigenaar Martin, die bijna omviel van verbazing dat ik weer terug was. Het heeft wat schizofreens om 'weer terug' te zijn in een stad die nog niet helemaal de jouwe is, zoals eerder in Buenos Aires... Bekend maar toch niet.
Ook weer terug: warm weer! Van 13 graden in Bariloche naar 33 in Mendoza. Het is even wennen. Vooral ook omdat ook hier in Zuid-Amerika de winkels steeds voller raken met kerstornamenten. 'Rudolph the Rednose Raindeer' bij 30 graden is in mijn ogen volslagen belachelijk, maar het zal wel wennen.
En andere herontmoeting met Toby, een uit de kluiten gewassen Deen die ik drie maanden terug met een biertje in de hand naast een zwembad in Brazilie tegenkwam. Het biertje is er nog steeds! Toby is inmiddels 21 maanden onderweg, déze reis. Hij doet iets onduidelijks in de agrarische sector, wat er eigenlijk op neer komt dat ieder baantje sparen is voor de volgende reis. Het word wel moeilijker, geeft hij aan, nu de meerderheid van zijn vrienden aan huwlijken, kinderen en hypotheken begint.
Maar de belangrijkste herontmoeting is met mijn Schots-Amerikaanse vriendin Fiona uit Buenos Aires, die inmiddels in Santiago verder werk aan haar boek. Leuk om weer bij te kunnen kletsen en fotos van Buenos Aires te kunnen vergelijken.


Want ja, na ruim 2,5 maand is het me eindelijk, in ieder geval lijfelijk, geluk me los te rukken van Argentinie. Na een doorwaakte nacht vol sneeuw, kou, douaniers en stempels, stond ik op dinsdagochtend eindelijk in Santiago de Chile. Het eerste metroritje belichtte direct al de belangrijkste stadsproblemen van Santiago: In het treinstel hing boven het bordje: "Wat te doen in het geval van een aardbeving", een lichtbord met actuele informatie over de klimaatstoestand (lees: hoeveelheid smog) in de stad. Tot nu toe lijkt ik geluk te hebben: Iedere dag is het smogvrij genoeg om achter de koloniale gebouwen en palmbomen van Santiago de besneeuwde Andespieken te zien.

Na bijna een week kan ik zeggen dat ik Santiago een leuke stad vind. Het kostte me wat moeite me los te rukken van de beelden van "Mi Buenos Aires Querida " ("Mijn geliefde Buenos Aires" en gelijk de titel van een lied van Tango-koning Carlos Gardel). Maar Santiago is de perfecte overgang tussen het meer Europese van Buenos Aires en de complete chaos van Lima, waarnaar ik straks weer zal terugkeren.

De rit van Mendoza naar Santiago is nog geen 7 uur, maar het verschil tussen Chili en Argentinië, vaak in één mond genoemd als de twee meest Europese landen van dit continent, is overduidelijk. De enorme hoeveelheden vlees op het menu hebben plaatsgemaakt voor vis, de mensen spreken weer een ander (nu nóg onverstaanbaarder) Spaans en de wisselmeneer op het station meld mij vol trots dat "Chili nu het duurste land van Zuid-Amerika is". Hoera.

Gelukkig wordt hier minstens zoveel heerlijke wijn gedronken als in Argentinië. Een feit dat ik van de week, na een rondleiding in de beelschone wijngaarden van Concha & Toro (ook in Nederland in de schappen) en een bijbehorende proefsessie zelf heb kunnen vaststellen. En hoewel ik tango prachtig vind is het heerlijk om na al die tijd weer veel en goed salsa te kunnen dansen.

Tijdens mijn hele reis heb ik geprobeerd een beetje afwisseling aan te brengen in mijn logeeradressen. Zo min mogelijk echte (anonieme) hotels (meestal toch te duur), veel kleine familiehotels en "Casas de familia" (soort Bed&Breakfast), ideale plekken om veel Spaans te praten en hier en daar wat lokaal familieleven mee te pakken. Zo nu en dan is het echter ook meer dan prima om even terug te schakelen naar Engels en een biertje te drinken met een paar andere reizigers. In Santiago ben ik terecht gekomen in "La Casa Roja", backpackershostel if there ever was one! Dertig man bewonen een beeldschoon Victoriaans pand, nog volop in de verbouwing. Er wordt gepingpongd, gebarbecued en videos gehuurd en er hangt een sfeertje (of misschien is het de geur van bedorven voedsel in de koelkast) die me herinnert aan mijn eerste studentenhuis in Delft. Als deze plek iéts duidelijk maakt is het de totaal verschillende manieren waarop mensen met reizen omgaan.
Je in Zuid-Spanje vol laten lopen om de volgende dag op het strand uit te slapen is nooit mijn idee geweest van een welbestede vakantie, maar verre reizen zijn tegenwoordig zo gemakkelijk gemaakt dat je ook in de wat meer extreme uithoeken van de wereld mensen vindt die die dagbesteding aanhouden. En ja, zelfs als ik mensen tegenkom die al 7 maanden door Zuid-Amerika reizen en nog niet eens hun biertje in het spaans kunnen bestellen, of als ik iemand tegenkom die zijn 3 weken Argentinië in de tuin van het hostel doorbrengt, doe ik heel hard mijn best te denken "Dat iedereen nu eenmaal zijn eigen manier van reizen heeft". Dan zijn er de die-hard survivalers, die opwindende verhalen hebben over slangen in hun bed in Tibet en zelf-behandelde malaria in tijdens een tiendaagse boottocht over de Amazone. Er zijn mensen die na twee weken al doodgaan van eenzaamheid, omdat ze niets anders dan Japans spreken en er zijn mensen (zoals Toby) die al jaren onderweg zijn omdat het het enige is dat ze kunnen en willen in het leven. Het sfeertje in La Casa Roja is er niet minder om (in tegendeel). Ik geniet me suf als ik Gavin, een Australiër die net is aangekomen, vrolijk door hoor ratelen in het Engels tegen iemand die hier geen woord van verstaat. En dat hij dan vervolgens nog instemmend knikt bij het (voor hem onverstaaanbare) antwoord in het Spaans pleit nog meer voor hem.

Naast wijngaard bezoek was het lekker in Santiago door de stad te wandelen, schaakwedstrijden te volgen op de Plaza en vis te eten op de drukke markt. Eén totaal ander bezoek dat ik van de week bracht is aan de voormalige Villa Grimaldi. Een plaats die in de jaren 70 door Pinochets DINA (geheime politie) werd gebruikt voor de marteling en executie van politieke tegenstanders. Langzaamaan wordt de plek, in een buitenwijk van Santiago, omgebouwd tot een park ter herinnering aan de slachtoffers, waarvan in veel gevallen het lot nog steeds onbekend is: "Desaparecido", "Vermist".
In "Parque por la Paz", zoals het heet ("Park voor de Vrede") heerst een drukkende stilte. Er zijn niet veel mensen, een paar spelende kinderen en 2 andere toeristen. Veel meer dan een indrukwekkende lijst met namen en data is er voorlopig niet te zien. Maar toch verbaast het gebrek aan mensen me. Sterker nog, veel mensen aan wie ik onderweg de weg vraag lijken niet eens te weten dat het park bestáát. Net als in Argentinië lijken de mensen de donkere jaren 70 het liefst maar zo snel mogelijk te willen vergeten. Van de grote hoeveelheid boeken over politiek en geschiedenis in de Argentijnse boekhandels vind ik er slechts 1 of 2 die over de dictatuur gaan. Het boek dat ik zelf heb gelezen over de Argentijnse geschiedenis stópt simpelweg na Perón. De (Argentijnse) schrijver claimt dat na deze periode de sentimenten en persoonlijke betrokkenheid zo sterk worden dat het onmogelijk is er objectief over te schrijven. Herinnering is een sterk wapen, dat hebben de Dwaze moeders op de Plaza de Mayo en de bouwers van Parque por la Paz heel goed begrepen. Maar veel mensen wíllen niet herinneren. Het prachtige imago van "de meest Europese landen van Zuid-Amerika" zou zeker ernstig geschaadt worden en voormalige verantwoordelijken hebben nog steeds téveel aanhangers met dikke portemonnees en belangrijke functies. Dus blijft Pinochet voorlopig nog rustig verschijnen op cocktailparties....
Veel mensen vragen zich af waar die steun toch vandaankomt. Waarom wordt er gestemd op corrupte ex-presidenten en wie zijn die mensen die Pinochet nog steeds steunen? Want nee, het zijn zeker niet alleen die paar búlkend rijke mensen die Zuid-Amerika rijk is. Als Fujimori, ex-president van Peru, gevlucht naar Japan na eindeloze schandaal- en corruptieverhalen, de afgelopen verkiezingen inderdaad had meegedaan zoals hij graag had gewild, had de kans zeer wel aanwezig geweest dat hij weer president was geworden. Hoe kan dat toch?
Dat de problemen in Zuid-Amerika niet te vergelijken zijn met ons file-probleem en de wachtlijsten moge duidelijk zijn. En "een sterke man" ligt dan meer voor de hand dan het Nederlandse poldermodel. Wat mensen zich vooral herinneren van Fujimori is hoe hij de terroristen van Het Lichtend Pad opbergde. En veel mensen zien Pinochet als de man die de Chileense economie heeft gemaakt tot wat hij nu is: één van de, zo niet dé, sterktste van Zuid-Amerika(waarschijnlijk terecht)... En als je niet te eten hebt, of dagelijks beschoten wordt zal het je waarschijnlijk mínder boeien dat dat allemaal op een wat minder lieve manier bereikt wordt. Daarom zal ook voormalig president Menem bij de Argentijnse verkiezingen in januari, wel weer gekozen worden. Een corruptie- en drugsverleden zijn minder belangrijk dan de overtuiging van veel Argentijnen dat hij de kracht en ervaring heeft om het land uit de crisis te leiden.

Inmiddels ben ik aangekomen in Valparaíso, een havenplaats niet var van Santiago. De stad is een sprookje: De haven met knalblauwe zee, de stad die opkruipt tegen de heuvels, duizenden kleine gekleurde huisjes, flanerende marine-mannen in uniformen uit de hele wereld (ok dames, niet gelijk en masse afreizen ) en overal grappige rammelende liftjes die je de verschillende heuvels opbrengen. En veel, heel veel schaal- en schelpdieren natuurlijk.... Mjam.

zaterdag, november 16, 2002

Latinoland 22: Immigrantes y Hielo cayendo


Raar is het, ik heb nog 5 weken vor de boeg, een stuk langer dan een "gemiddelde" vakantie, maar ik heb toch het gevoel dat het einde zo alngzamerhand dichterbij komt. Kerstplannen worden gemaakt, cadeautjes gekocht en doordat ik steeds meer richting Peru ga (goed, er ligt nog een heel land tussen, daar niet van...) heb ik het gevoel dat ik een beetje "op de terugweg" ben... Eerst nog maar eens een verhaaltje dan...

Hoewel het grootste deel van Zuid-Amerika een grote mix van volken, kleuren en rassen is, vind je over het gehele continent kliekjes de niet zijn opgegaan in de massa. Oude kolonisten die stug vasthouden aan hun eigen gewoonten, kleding en taal. In het zuiden van Brazilië vind je bijvoorbeeld hele enclaves Duitsers. Er zijn dorpjes daar waar ieder jaar Bierfesten worden gehouden, compleet met worst en lederhosen.

Argentinië is het immigratieland bij uitstek. Aan het einde van de vorige eeuw werd immigratie door de Argentijnse regering actief gepromoot. Er was een enorme hoeveelheid leeg land en de Argentijnse politici hadden een groot vertrouwen in de komst van Europese en met name Anglosaxische immigranten: Deze mensen zouden het land leren wat werklust, verantwoordelijkheid en respect voor gezag was! (Het spreekt voor zich dat dit soort uitspraken werden gedaan in een tijd dat er nog géén verkiezingen werden gehouden). Wat er in eerste instantie aankwam in Argentinië viel de politici een beetje tegen: Arme Ieren op de vlucht voor de hongersnood en religieuze vluchtelingen... Uiteindelijk kwamer echter ook de meer "sosphisticated" families waarop was gehoopt.

Patagonië werd voor veel immigranten hun nieuwe thuisland. Op foto's in het Museo de Pioneros in Rio Gallegos (in het uiterste zuidpuntje van Patagonië) zie je mannen in donkere pakken met grote snorren en dames in enorme jurken met hoeden en corsetten. God, wat moeten die mensen geschrokken zijn toen ze in dit lege, "windswept" (in goed Nederlands...) land aankwamen. Hard geprobeerd natuurlijk, om aan de eigen tradities vast te houden, maar dat zal niet meegevallen zijn!
In die tijd was Patagonië ook niet helemáál zo leeg als de mensen was verteld. Verschillende stammen Telhuelche-indianen zwierven rond, wat ook even schrikken moet zijn geweest. Vlakbij Puerto Madryn doet het volgende verhaal de ronde: Een groep van enkele Welsh families trok vanuit de kust een paar dagreizen (te voet!) het land in om een nieuwe vestigingsplaats te zoeken. Eén nacht zochten ze beschutting in de luwte van een heuvel. Bij het onwaken echter, zagen ze zich omringd door een enorme groep van zeker 80 Telhuelches. Eén van de Welsh-babys begon te huilen, waarop haar moeder haar in de armen legde van één van de Telhuelche-vrouwen. Deze suste het kind en gaf het terug aan de moeder. En de basis voor een wat ongewone vriendschap was gelegd.
In veel gevallen hielpen de Telhuelche de nieuwe immigranten te wennen aan hun nieuwe land. En dat, samen met hard werken, hielp. Veel families hebben, ondanks de moeilijke start, uiteindelijk een leven opgebouwd dat véél beter is dan dat ze in hun geboorteland hadden kunnen krijgen. En "in the process" hielpen ze mee met de opbouw van Argentinië. Zo komt het dus dat je rond Puerto Madryn gemeentes tegenkomt waarin 30-50% van de bevolking claimt Welsh te zijn, waar mensen onderling die taal spreken en hight tea serveren, maar waar ze ondertussen óók trots zijn op hún land: Patagonië, Argentinië.
In Gaiman, één van die typisch Welshe plaatsjes bezoek ik een theehuis. Ondanks de palmbomen die het gebouw omzomen is het een totaal Britse enclave: Bloemetjesbehang en -tapijt, scones, een theepot in een gebreid roze hoesje en een lelieblanke serveerster met erg jaren 80-Brits haar. En om het allemaal nog echter te maken hangt in de gang een grote foto van het bezoek dat Princess Di er een jaar of tien geleden bracht. Het plakkaat naast haar foto is gezwollen van trots. Dat zal me een event geweest zijn!

Argentijnen grappen vaak dat de Mexicanen van de Mayas stammen, de Peruanen van de Incas en Argentijnen van de boten (waarmee ze uit Europa kwamen). De crisis heeft de situatie nogal veranderd. Het immigratiebeleid heeft in veel gevallen plaatsgemaakt voor: "beschermen wat we hebben" (Waar ken ik dat toch van?!) en met name in Buenos Aires kon je veel mensen tegen met bepaald ongezonde denkbeelden over hun Boliviaanse en Peruaanse buren, die tot voor een aantal jaren terug (toen Argentinië het rijkste land in de omgeving was) in grote getale naar Argentinië kwamen om de baantjes aan te nemen waar de Argentijnen zelf geen zin in hadden: Fabriekswerkers, bedienend personeel, huishoudelijk personeel. Inmiddels gaan veel van deze mensen terug naar hun land, simpelweg omdat het geld dat ze verdienen niet meer de moeite waard is. En er is nog een ander gevolg van de crisis: Veel internationale bedrijven verplaatsen hun vestigingen naar andere landen met medeneming van hun -vaak hoogopgeleid- Argentijns personeel. Iets dat in de toekomst nog wel eens zuur kan uitpakken voor de Argentijns maatschappij. Of, zoals een verkoper met literaire ambitie bij Hecho schreef: We kwamen op de boten en nu vertrekken we met het vliegtuig....

Vanuit het Noorden van Patagonië ben ik verder afgezakt naar het zuiden. Nog niet helemaal in het zuidelijkste puntje, maar toch wel zóver dat er lustig wordt rondgestrooid met de term "Het einde van de wereld": El Calafate. Het dorpje zelf is één groot toeristengat, maar het biedt toegang tot Argentiniës bekendste Nationaal Park: Parque Nacional Los Glaciares. De Perito Moreno Gletcher in dit park is een "Glacier Avanzando", een gletcher die nog steeds in grootte toeneemt (hoewel die groei met de temperaturen de laatste jaren schijnbaar een beetje tegenvalt).
De gids in het park weet het mooi te brengen: Voor het busje een grote bocht omgaat die ons de eerste blik zal gunnen op de Glacier vraagt ze ons alle postkaarten en plaatjes die we hebben gezien in gedachten te nemen en die te vergelijken met wat we zo direct gaan zien: "Señores y señoras, Ladies and Gentlemen: Perito Moreno Glacier!".... En jawel: 8 man houden hun adem in: 4 km breed, 14 km diep en 60 meter hoog ijs, een schitterende blauwe glans, scherpe pieken, een turquoise meer en overal ijsschotsen. Een bootje brengt ons tot op 300 meter afstand. Dichterbij kun je niet komen, want continu vallen gigantische brokken ijs met veel spectakel in het "ijsbergkanaal". Het geluid van de ijsbergjes tegen de boot ontlokt aan één Gucci-bebrilde Argentijnse dame vol goud de kreet: "Titanic!".De rest van de middag bekijk ik de glacier vanaf de kant. Het meest indrukwekkende is toch wel het geluid van het constante werken van het ijs: gekreun, gepiep en af en toe een donderend geraas als er weer een deel instort. Het park is uitgeroepen tot "World Heratage Site", een plaats die bewaard moet worden voor onze kinderen en kinds-kinderen, om deze te herinneren aan de tijd dat deze ijsgiganten in grote getale over de wereld kropen.... Laten we hopen dat dat lukt!

Vanuit El Calafate dus weer naar het noorden: Bariloche. En van Wales kom je dan ineens terecht in Zwitserland: Prachtige besneeuwde bergtoppen, naaldbomen en meren. In het stadje Bariloche veel Chalet-achtige gebouwtjes en keienstraatjes. Het centrale plein heeft een adembenemend uitzicht over het meer en de bergtoppen erachter en je kunt er op de foto met een St. Bernhard. Gisteren heb ik een stuk gewandeld in de heuvels in het dorpje Llao llao, hier vlakbij. Ook hier weer meren en naaldbomen en een schattig kerkje van houten bielsen. Ik krijg de behoefte rond te gaan rennen en heel hard "The hiiiiills are aliiiive!" te gaan zingen. Gelukkig herinnert een groot bamboebos en de siësta in het dorpje er me nog net op tijd aan dat ik wel degelijk nog steeds in Argentinië ben!
Maar Argentinië zit er nu wel bijna op. Vanmiddag reis ik met de bus verder naar het noorden, naar Mendoza, om daar de grens over te steken.

Het volgende bericht zal dus vanuit Chili komen!

woensdag, november 06, 2002

Latinoland 21: Un Quilombo, En la Carpa y Moca de Ballenas


Jullie hebben weer even moeten wachten op een nieuw verhaal. Vorige week nog een week (ja, nóg een week!) in Buenos Aires doorgebracht en niet veel opmerkelijke dingen gedaan of beleefd. Op wat kleine dingen na natuurlijk....

Zo was er allereerst een bezoek aan het beroemde Café Tortoni. Mijn huisgenootje Fiona schrijft haar proefschrift over Latijns Amerikaanse schrijfsters en Café Tortoni is dé plek waar zich de intellectuelen, schrijvers en componisten ophielden en schijnbaar nog ophouden. Het café heeft een erg Parijse uitstraling, veel spiegels en glas-in-lood, sigarettenrook en met goud behangen dames van middelbare leeftijd. In een apart zaaltje wordt een tangoshow gegeven. We krijgen een prachtig plekje vooraan, en met een fles wijn en een bakje olijven genieten we van het enorm foute vermaak: Een zanger die op André Hazes lijkt, een te dik meisje dat een prachtige tango danst met een meneer in een hele blauwe broek en de eigenaar die als een grote glimmende aardappel rondloopt om iedereen tot meezingen te manen. Wat een kitch! Maar de muzikanten zijn fantastisch en het enthousiasme van publiek en performers is zeer aanstekelijk. Toch nog ergens een tango-CD op de kop tikken!

"¡Que quilombo!", één van de meest Argentijns-spaanse uitspraken die er bestaat. Officieel is een "quilombo" een bordeel, maar Argentijnen gebruiken het voor alles dat een puinhoop is. En dat is nogal wat, zeker de het afgelopen jaar: De banken, het verkeer, de regering: Un quilombo, un quilombo, un quilombo.... Wat zéker een quilombo was, was mijn huis de afgelopen week. Mijn twee Porteño-vrienden hadden besloten te verhuizen naar een meer centrale lokatie in Buenos Aires en het huis moest daarom stante pede worden opgeknapt voor nieuwe bewoners. De werklui die daarvoor waren ingehuurd brachten de dag door met het drinken van maté, het bellen van heel veel verschillende mensen en het werken op 5 verschillende plaatsen tegelijk. Daar was een hele plausibele verklaring voor, die ik ergens ben vergeten in de tijd tussen dat ik niet meer kon douchen (omdat ze het bad aan het verven waren) en dat ik probeerde te internetten in een kamer zonder meubels (terwijl naast mij iemand met een drilboor de muur aan het weghakken was). "¡Que quilombo!" Uit verhalen heb ik inmiddels begrepen dat veel werklui hier in veel gevallen erg hun best doen aan het Latino-stereotype te voldoen. Zo hoorde ik van een Nederlands gezin dat al een poosje in Sao Paulo woonde en waar een ruitje was geseuveld. Eén ruitje. Na een telefoontje naar de glaszetters kwamen er vijf werklui langs. Vijf. Voor één ruitje. Het duurde twee dagen voor het was vervangen. Want vijf werklui hebben heel wat bij te praten als ze elkaar al een poos niet hebben gezien! De Nederlandse man kon er inmiddels om lachen....

Maar uiteindelijk ben ik dan toch definitief (?) vertrokken uit Buenos Aires. Eerst maar een heel klein stukje, naar het piepkleine pampa-plaatsje San Antonio de Areco. Een busrit dwars door enorme velden vol koeien. Areco is zo'n plaatsje waar niemand zijn fiets op slot zet, de vleeswarenjongen in de "supermarkt" de volgende klant bij zijn voornaam aanspreekt en waar een aantal van die stoffige kleine kioskjes zijn, waar men werkelijk alles verkoopt (zodra men het heeft gevonden). Areco heeft een zekere faam opgebouwd als Gaucho-stad, met een museum geheel gewijd aan dit super-Argentijnse symbool. Veel zwepen, dolken, zadels en pistolen. Helemaal in het wilde westen. Het gastenboek, dat bijna geheel gevuld is met verhalen van Argentijnse bezoekers is vol trots. Zodra het heden een quilombo is gaan mensen hun verleden koesteren....In Areco verbleef ik voor het eerst sinds járen weer eens in een tent. Het landleven leek wel weer eens leuk na bijna twee maanden in de stad. Maar de afgelopen jaren, en zeker na ook nog eens twee maanden in een mode-bewuste stad als Buenos Aires, ben ik wel een ontzettende stadstrut geworden. Nog net geen hakken, maar met gelakte nagels en fancy zonnebril en al. En met de slappe lach opspringen als er tijdens het afwassen een dikke pad op je schoenen gaat zitten. Dat soort dingen. Waar ik dan wel weer helemaal trots op ben is mijn eerste geheel-eigenhandig bereide parilla. Want het zou geen Argentijnse camping zijn zonder minimaal twee dozijn barbecues op het terrein. En de "Bife de Lomo" die deze Hollandse daarop met de juiste portie geduld op heeft bereid, daar zou de gemiddelde Argentijnse asador (iemand die in een barbecue-restaurant werkt) nog een puntje aan kunnen zuigen. Zo.

Enkele dagen geleden dan eindelijk weer eens een échte busrit achter de rug. Na 20 uur bussen op zaterdag aangekomen in Puerto Madryn, Patagonië. Het landschap van Patagonië is ongelooflijk. Niet zozeer door schoonheid, als wel door de ongelooflijke leegte. Honderden kilometers lang niets anders dan gras en lage doornstruiken. Na 6 maanden Latijns Amerika kan ik me nog steeds verbazen om het ongebruikte land, de verlatenheid die je niet alleen hier, maar in álle landen die ik ben gepasseerd tegenkomt. In het noorden van Perú schijnen delen te zijn waar je gewoon naartoe kunt gaan met je naambordje en je rol prikkeldraad om een willekeurige lap grond te claimen. Zodra je het gaat bebouwen of beplanten is het van jou.... Onvoorstelbaar voor iemand opgegroeid in de Hollandse Randstad waar iedere vierkante centimeter is bezet!

Maar terug naar Patagonië. Puerto Madryn is, naast een haven, dé uitvalsbasis voor mensen die Peninsula Valdes willen bezoeken, een schiereiland en nationaal park dat beroemd is om zijn fauna. Toen ik me op maandagochtend meldde om met een tour mee te gaan, bleek de stress op het kantoortje van de travel agency een beetje toegeslagen. De enige engelstalige gids bleek ziek en nu zat de eigenaar met een spaanse gids en een half busje mensen die alleen engels spraken. Maar als ík nou even zou vertalen, kreeg ik de volgende dag een andere tour gratis... Niet gedacht dat mijn opgedane kennis van het spaans al zo snel iets op zou leveren!

Onze gids heette Monica, een enorme blonde Argentijnse, met een welluidende lach en een onuitputtelijke kenis van (onder meer) het sexleven van de complete fauna van het schiereiland: "De penis van een Ballena franca austral (walvis) is tussen de 1 meter en 1,80 meter lang." Scary!
Onze eerste stop was Puerto Piramides, waar we inscheepten op een bootje om de walvissen te bekijken die in de baai van het schiereiland hun kinderen krijgen en bescherming zoeken tegen de orcas. De eerste walvismoeder met kind kwamen we al na een tiental minuten uit de kust tegen. Op een meter of tien van de boot verdwenen eerst een enorme staart en daarna een kleinere (maar toch nog steeds een erg grote) in het water. Die ochtend hebben we zeker 15 verschillende walvissen gezien. Van de vissen zelf (pardon, zoogdieren) zie je niet veel meer dan de bulten en staarten die zo nu en dan boven het water uitkomen. Maar de grootte en het geluid van de ademhaling is onbeschrijflijk. De naam "Ballena franca" wil ondermeer zeggen dat het franke, nieuwsgierige en bepaald geen teruggetrokken dieren zijn. Sommige taferelen waren dan ook onvergetelijk. Zeker de "kleintjes" leken af en toe echt met de boot te spelen. Ze kwamen op aanraakafstand, bliezen hun "moca" (snot) in je gezicht en doken dan met hun enorme lijven onder de boot door. Al die tijd wijkt moeder walvis niet van hun zij. En als ze dan definitief onderduiken om een ander speeltje te zoeken durft iedereen op de boot eindelijk weer adem te halen....

De tocht over het eiland gaat verder naar Caleta Valdes en Punta Norte. Onderweg veel guanacos (soort llamas), nandú (soort struisvogels) en amadrillos. Aan de kust huizen kolonies zeeolifanten. Wel eens een klomp vet van 4000 kilo met het geluid van een buitenboordmotor enthousiast over het strand zien schuiven? Dat is wat je ziet als je het "eerste mannetje" van een zeeolifantenkolonie bezig ziet. Het strand ligt vol vrouwtjes die lui in de zon liggen en af en toe hun best doen uit de weg te blijven van die dikzak, terwijl in een nabij ondiep poeltje zeker 20 kleine zwarte "pups" rondspartelen. Het is prachtig om een poos in de zon te zitten en de bewegingen van deze kleine gemeenschap te bekijken.
En sommige mensen weidden daar hun hele leven aan. Op Punta Norte woont Roberto, een onderzoeker en natuurbeschermer, alleen met zijn paard. Hij zit daar al tien jaar, niet zozeer voor de olifanten als wel voor de orcas, die bij hoog tij komen om te langzame olifanten van het strand te pikken. Hij kent ze allemaal, de orcas, en zij kennen hem. Hij speelt mondharmonica voor ze en heeft de meest verbluffende fotos en verhalen. Orcas, zo beweert hij, zijn de meest intelligente dieren die er bestaan, omdat ze om hun doden treuren, net als wij mensen. En zo vertelt Roberto hoe de bewoners van Caleta een aantal maanden terug verbaasd toekeken toen een groep orcas in een lange stoet kwam aanzwemmen. Niet springend over de golven, zoals normaal gesproken, maar in een lange, statige rij. Pas toen ze dichterbij kwamen zagen de bewoners hoe de voorste orca, een vrouwtje, een kleine orca in haar bek droeg. En hoe de andere orcas haar begeleiden als de begrafenisstoet voor haar overleden jong.

De excursie van gisteren ging naar Punta Tombo, een grote pinguinkolonie zo'n 200 kilometer ten zuiden van Madryn. Waar iedereen op maandag vooral onder de indruk was en bezig was zijn adem in te houden, werd er gisteren vooral veel gelachen. Pinguins hebben zulke menselijk trekjes dat ze onvermijdelijk op je lachspieren werken. In Punta Tombo loop je er middenin, zeker nu de helft van de pinguins (mannetjes én vrouwtjes, ze delen het heel ge-emancipeerd!) op eieren ligt te broeden. Ik heb een paar uur lang genoten van hun oude-herengedrag als ze het water inliepen, het bijna arm-in-arm lopen van sommige pinguinstelletjes en vooral hoe ze gezellig terug gaan staren als je jou zien kijken.

De komende dagen wordt de reis naar het zuiden verder voortgezet!

dinsdag, oktober 22, 2002

Latinoland 20: Vino, Argentinos en la Nieve y Theorias de Ignacio


Het heeft even geduurd...mijn vader heeft me bezig gehouden!
Alweer twee weken geleden heb ik mijn vader 's ochtends vroeg kunnen ophalen van het vliegveld, om twee weken samen te gaan reizen. Hij kreeg gelijk een prachtige les in Latijnsamerikaanse organisatie: Twee douane-uitgangen die uit elkaars zicht liggen, zodat je toch in ieder geval 50% kans hebt dat je je wachtende familieleden treft.


Natuurlijk moest er veel bijgepraat worden, en voor Jan, ook veel kennisgemaakt. Met de stad, het Latijnsamerikaanse verkeer (taxichauffeurs die over de passagiersstoel liggende met één hand het raampje gaan dichtdraaien terwijl ze een truck inhalen), Argentijnse biefstukken, Argentijnse wijn, Porteños en hun begroetingsrituelen (Vandaag weer een gesprek, opgevangen tussen klant en winkelier: "Hoe gaat het ermee?" "Fantastisch!" "Daar ben ik blij om!"). Zaken die voor mij al gewoon zijn geworden, waren voor Jan nog helemaal nieuw, iets dat dan weer heel leuk en gezond was voor mij.

Dan waren er een aantal kennismakingen die voor mij gelijk een afscheid inluiden. Allereest van mijn huisgenoten. Afscheid in de vorm van een verjaardagsfeest voor Martin, één van mijn porteño huisgenoten, met een ontstellende hoeveelheid drank en taart. En natuurlijk van Hecho, waar Jan uitgebreid werd gezoend door één van mijn vrolijke mannelijke straatvrienden.

Na drie dagen Buenos Aires hebben we de bus genomen naar Mendoza. Een busreis van 13 uur, maar zo confortabel dat Jan eigenlijk wel de hele tijd zo had willen reizen. Leren stoelen (ze moeten wat met dat biefstuk-restafval) waarbij de businessclass in een vliegtuis zou verbleken...

Mendoza bleek een heel leuk stadje, met overal prachtig betegelde pleintjes en fontijntjes en een heerlijke kleinstadse atmosfeer. Het stadje ligt in het Cuyo-district, waar 80% van de Argentijnse wijn vandaan komt. De druiven zijn destijds meegenomen door de Europeanen en bleken het in het droge, maar geirrigeerde Mendoza prima te doen. Tot voor 20 jaar geleden verdween de volledige wijnoogst in de buiken en kelders van de Argentijnen, maar de laatste jaren wordt er meer en meer geexporteerd. En terecht! Zelfs voor de studentenprijzen die wij in het huis betalen (vanaf 1 (één!) euro) voor een fles, ben ik eigenlijk nog geen slechte wijnen tegen gekomen. Al met al kun je geen beter excuus verzinnen om minimaal één nieuw flesje per dag te proberen. De tweede dag in Mendoza hebben we helemaal in het teken gesteld van de wijn. Eerst een aantal bodegas bezocht, een rondleiding gekregen en al om half elf Žs ochtends aan het eerste proefglas, samen met een buslading Argentijnse bejaarden, die allemaal op ons gingen proosten toen ze hoorden dat we uit Nederland kwamen. De jongen die ons rondleidde moest natuurlijk nog wel even vermelden dat San Felipe ook naar Nederland wordt ge-exporteerd. Dus willen jullie proeven wat wij hebben geproeft:
www.bodegalarural.com.ar
De tweede bodega was piepklein, er werkten slechts 5 mensen. Prachtige wijnkelder waar 1 mevrouw met de hand alle etiketten aan het vastplakken was. En gewandeld tussen de olijfbomen en druivenplanten met uitzicht op besneeuwde bergtoppen.
Terug in Mendoza was het tijd voor een wijnbar. Genoten van een paar heerlijke glaasjes en een berg kaasjes, olijven en ham. De eigenaar, een jonge jongen die in ons onmiddellijk een stel connesseurs herkende (hum...?!) blééf nieuwe flessen aandragen en nodigede ons uit om die avond gezellig terug te komen, wat we natuurlijk hebben gedaan. De volgende dag was een weinig productieve....

Vanuit Mendoza zijn we een dag de bergen ingeweest. De internationale weg naar Chili (Mendoza ligt zo'n 200 km van de grens) biedt spectaculaire uitzichten op de hoogste pieken van het continent. De tour waar we mee gingen was even schrikken. Niks geen kleine 4WD, maar een complete bus vol Argentijnse gezinnen en één verdwaalde Japanse jongen die geen Spaans en 3 woorden Engels sprak. De eerste stops stond ik vol verbijstering te kijken naar de enorme hoeveelheid mensen die zich voor nog grotere groepen mensen lieten vereeuwigen voor historische bruggen en vergezichten. Want met onze bus waren we terecht gekomen op een punt waar nóg 4 bussen van hetzelfde formaat stonden. Ik houd mezelf graag voor de gek met het idee dat ik als enige toerist de Andes door dartel en heb fotos van de brug dan ook verder maar laten zitten. Dankzij onze geweldige gids slaagden we er uiteindelijk in de andere bussen min of meer af te schudden en hebben we gelukkig uitgebreid kunnen genieten van de relatieve rust, de varieteit aan kleuren en de de waanzinnige indrukwekkende bergpieken. Er werd gestopt voor een stuwmeer en de Aconcagua (de hoogste berg van Latijns Amerika met meer dan 6900 meter). De Puenta del Inca, waar thermaal water door allemaal kleine gaatjes naar boven borrelt, dat een prachtige gele (van het sulfaat in het water) natuurlijke brug op heeft gelevert. Waar ze overigens ook weer hun best hebben gedaan op vreselijke souvenirs: Alle rotzooi die mensen ooit in het water hebben laten vallen (Blikjes, kinderschoentjes, mutsen) en die door de minelralen in het thermaal water zijn versteend kun je voor een habbekrats meenemen. Leuk. Een andere stop was Los Penitentes, een skioord in de wintermaanden, waar we werden losgelaten om een poosje in de sneeuw te spelen. Dat lieten de Argentijnen zich geen twee keer zeggen! Velen van hen hadden moonboots gehuurd en de combinatie witte benen-korte broek-moonboots was onvergetelijk! Ook mooi om te zien dat skihotels er blijkbaar over de gehele wereld hetzelfde uitzien! Dan was er nog de hoogste stop, vlak voor de grens met Chili, het plaatsje Las Cuevas. In hoogzomer kun je hier nog verder de berg op. Maar met zo'n 5 meter sneeuw op de weg was het bordje "Intransitable" (ontoegankelijk) misschien wat overbodig!

Vanuit Mendoza wegens de korte tijd met het vliegtuig naar Salta, bijna tegen de grens met Bolivia. Het wordt eens te meer duidelijk dat er nauwelijks sprake is van één Argentinië (net zoals er niet één Peru of één Bolivia is), want ineens, na bijna 2 maanden Europa zit ik weer volop in de Andes-cultuur: dames met vlechten, vuile schoenpoetsjongetjes, markten met veel vreemde aardappelen, llamas en een plein waarop ik me zo terugwaan in Arequipa, Peru.
Vanuit Salta hebben we een twee-daagse tocht ondernomen door de Quebrada de Humahuaca, een vallei vol piepkleine dorpjes, waar indigene gezinnen al generatie op generatie dezelfde oogst binnenhalen, naar de kerk gaan en op dezelfde wijze op de plaza met de buren praten. Na de volle bus van de vorige keer hadden we besloten tot een iets andere aanpak: een piepklein Ford-K-je met daarin onze privé-gids Ignacio.
Weer twee dagen lang adembenemende berggezichten. De bergen in de Quebrada bevatten verschillende metalen, die zorgen voor een waar schilderspallet aan kleuren. In het plaatsje Pumamarca, waar we in een práchtig Trisha Guilt-style hotel de nacht doorbrachten, staat ligt zelfs de beroemde berg met de zeven kleuren. Meer nog dan de bergen, kleuren en cactussen was ik weg van de kleine dorpjes. Met kerken waarin iemand uitgebreid de tijd neemt je de schilderijen uit te leggen. Met kinderen die voetballen in de blubber. Met dames met schaapjes aan een lijntje. Met vaders met kinderen op de fiets. Met verlegen zusjes die bést op de foto willen.....

En of dat allemaal nog niet genoeg was bleek Ignacio op zichzelf al een attractie. Zijn leeftijd wilde hij niet onthullen (Je bent zo oud als je je voelt), maar afgezien van een onuitputtelijke kennis van het gebied had hij antropologie en archeologie gestudeerd, sprak hij Spaans, Portugees, Italiaans, Engels en twee indiaanse talen en had hij tussendoor nog tijd gezien 2 kinderen te krijgen, boeken te schrijven en een CD op te nemen met zijn eigen muziek. Gestudeerd bij de Jezuïeten, academisch opgeleid en nog steeds een verklaard katholiek was hij niet de meest voor de hand liggende persoon voor de discussies die we 's avonds hadden. Op de één of andere manier staan in Nederland hoog-opgeleid en/of gelovig en andersinds spiritueel op gespannen voet. Maar wie ooit wel eens een boek heeft gelezen van Isabel Allende of Gabriel Gracia de Marquez, weet dat dat in Latijns Amerika helemaal niet zo hoeft te zijn. Spiritualiteit zit door de nabijheid van de natuur en de indiaanse volkeren veel meer verweven met het dagelijks leven. Dus hadden we het 's avonds onder het genot van een wijn en een comida typica (streekgerecht) over Indiaanse mythen, Einsteins wiskundecijfers, levitatie, het verband tussen Stonehenge, de Inca-tempels en de pyramides in Egypte, kennis van een hogere macht, buitenaardse wezens en de overeenkomsten tussen wereldreligies.

Inmiddels ben ik ben weer terug in Buenos Aires en is mijn vader weer op huis aan. Hij schreef me dat hij nog wel even zal moeten bijkomen van alle indrukken!
Ondertussen zijn er weer nieuwe mensen in mijn huis en wacht ik de komst van een aantal oude vrienden nog even af, terwijl ik mijn trip naar het zuiden van Argentinië plan.
Hasta pronto!

maandag, oktober 07, 2002

Latinoland 19: Noticias, Polo y Decir NO


Mijn laatste weekje Hecho, mijn laaste dagen Buenos Aires. Morgen komt mijn vader langs om twee weken samen te reizen. Hoewel ik hier nog wel een aantal dagen zal doorbrengen heb ik de afgelopen week toch al een beetje afscheid genomen van de stad. En het valt me zwaar... Net nu ik de weg begin te kennen, nieuwe mensen in het huis wegwijs maak, zelfs Porteños de juiste busstop wijs en me bij Hecho echt nuttig begin te maken ga ik weg! Buenos Aires is een klein beetje mijn thuis geworden, waar ik als eerste stad ook qua kleurtje een beetje kan opgaan in de bevolking. Dus dan toch maar even een opsomming van die dingen die Buenos Aires Buenos Aires maken en die ik zo ga missen:
* Groeten: het begroeten van nieuwe vrienden (lees: iedereen aan wie je je voorstelt of wordt voorgesteld) met één zoen. Como estas?...en ze willen het antwoord nog horen ook! Maar ook het groeten van (ok, zónder zoen) de mensen in mijn buurtje die ik heb leren kennen: de beveilingingsman van de winkel op de hoek die altijd een beetje hoffelijk naar me buigt, de kassiére van de supermarkt die verliefd is op prins Philippe van Spanje, de jongen van de kiosk die muntjes spaart en de jongen op het treinstation die altijd zo moet lachen als ik weer eens bíjna mijn trein mis.
* De blikken op de stad: Rijden met de bus over 9 de Julio, die achterlijke 16-baans autobaan; Plaza de Mayo in de zon, met palmbomen en duiven; De enorme vlag op Plaza San Martin.
* De Porteños: Hoe gaat het? Waar kom je vandaan? Kan ik je helpen? Ben je verdwaald? Ow, ik ben dól op Holland! En als er ook maar een sprankje zon is zoeken ze met zijn allen het dichtsbijzijnde stadspark op, om daar zo nakend mogelijk te gaan liggen, mét thermos en maté natuurlijk (en de hond, voetbal, kroost, oma, barbecue, stereo en picknickmand...)
* De faciliteiten: Heerlijke restaurants, gezellige barretjes, mijn gym (zónder uitsloverige mannen!) prachtige kleding, enorme boekwinkels... (en met 3.7 peso voor een dollar zou je ze nog bijna leegkopen ook...)

Mijn vader laat me over de mail weten dat hij het jammer vindt de aankomende twee weken de soap van de Nederlandse politiek te moeten missen. En hoewel LPF jullie behoorlijk bezig weet te houden, is de Argentijnse soap zeker ook de moeite waard! Vorige week heeft buurman Lula, de Braziliaanse presidentskandidaat waarover ik jullie al eerder vertelde het gewaagd Argentinië (on camera) een Republiekje en een slecht voorbeeld te noemen. De Argentijnse media raken er niet over uitgebriest. Nu staat Lula al niet bekend om zijn subtiele uitlatingen (in dezelfde speach moest andermaal de VS het ontgelden), maar er zijn betere manieren om je buurland aan je te binden! Ondertussen proberen Argentijnse politici driftig een accoord te bereiken met het IMF en de Wereldbank om toch maar niet de torenhoge schulden te hoeven betalen die in December afgelost zou moeten worden. En dan is er de nieuwe wet die men geaccepteerd probeert te krijgen. De wet moet ervoor zorgen dat alle 2.3 miljoen straatarme kinderen tot vijf jaar en zwangere vrouwen recht hebben op een bepaalde basisverzorging. Met name in de Chaco-provincie in het noorden van Argentinië is de nood op het moment hoog en de wet moet ervoor zorgen dat deze groep in ieder geval te eten heeft. Voor het accepteren van de wet zijn 400.000 handtekeningen (1,5% van het electoraat) nodig, en als je de rijen geduldig wachtende Porteños ziet voor de straatstandjes met handtekeningenformulieren, komen die er wel.

Alsof het contrast tussen de verkopers van Hecho en mijn eigen leven nog niet groot genoeg is heb ik vorige week, direct na thuiskomst van Hecho, een bezoek gebracht aan Argentiniës nr.1 sport. Verbazingwekkend genoeg is dat geen voetbal, maar polo! Twee jongens van onze gym namen Daniel en mij mee naar de belangrijkste countryclub van Buenos Aires. Hoewel ik toch inmiddels wel wat gewend ben keek ik mijn ogen uit bij de gigantische huizen op het terrein. De polo-wedstrijd zelf vond plaats op een enorm groot en gladgeschoren grasveld. Langs de kant veel Ralph Lauren, hoedjes, Gucci-brillen en baretten. Het spel begreep ik niet echt, af en toe waren de spelers zo ver weg dat ik de bal nauwelijks kon onderscheiden, maar het geluid van acht aanstormende paarden was indrukwekkend! En wat voor paarden! Volgens één van de staljongens die we spraken zijn polopaarden Argentiniës enige exportproduct dat, hoewel misschien wat niche, nog in de lift zit. Maar de mooiste paarden houden ze lekker zelf...En het is dan toch weer leuk om te zien dat het eigenlijke verschil tussen de mensen op het polo-veld en die in Hechos wankele kantoor, misschien maar denkbeeldig is. Die ochtend bij Hecho en die middag tussen de hoedjes beland ik in dezelfde discussie: Is het beste voetbalteam van Buenos Aires Boca of River?

De laatste week bij Hecho was geen gemakkelijke. Hoewel het werk zelf en het converseren met de verkopers me steeds makkelijker afgaat worden ook de scherpe kantjes duidelijk. Het lijkt wel of iedereen deze week zonder geld zit. Op één dag komen er zeker 15 man vragen om revistas fias (tijdschriften op de pof). De schulden die de verkopers bij Hecho hebben worden bijgehouden in een schrift en hoewel de regels hier en daar wat te buigen zijn worden er wel grenzen getrokken. Heeft iemand een aanzienlijke schuld (meer dan een peso of 5, om die op te lossen moeten er 6 tijdschrifeten worden verkocht en niets uitgegeven) zitten fias er niet zomaar in. Ze moeten dan eerst met Jorge praten en uitleggen hoe ze het denken af te lossen. Ik ben dus (gelukkig) niet degene die de uiteindelijke beslissing moet nemen, maar als er een oudere Malvinas-veteraan (die altijd erg mooi gedichten voor me declameert) voor mijn neus staat die dreigt zijn kamer kwijt te raken als hij niet heel snel met geld aankomt, kost nee-zeggen toch erg veel moeite....Gelukkig maakt dat me een echte Latino! Ik bevind me in een cultuur waar No als een onbeleefd woord wordt gezien, hetgeen mij met mijn Hollandse directheid en liefde voor duidelijkheid soms in de problemen brengt. Van Bolivianen die je de hele stad doorsturen omdat ze simpelweg niet wéten waar de gevraagde weg zich bevindt en die dus maar wat zeggen, tot de dueños van mijn huidige hotel die werkelijk iédere gast laten komen (Natuurlijk hebben we plaats!), zodat ze van de week een extra kamer hebben moeten maken in de garage... Het is even wennen...

Maar terug naar Hecho... Waar ik me van de week een breuk heb gelachen toen ik de enorme massa kleren uitzocht die Porteños hadden achtergelaten voor de verkopers. Veel mensen hadden duidelijk niet echt nagedacht bij het inpakken, want naast veel kapotte en vuile kleding (yuck!) zaten er ook veel sexy uitgaanstopjes, stropdassen en zelfs iets dat leek op een buidsmeisjesjurk tussen de berg....niet heel erg praktisch voor het leven op straat. Het stempelen van de tijdschrifen vergt speciale aandacht. De meeste verkopers zijn buitengewoon zuinig op hun handelswaar. Sommigen maken er een complete winkel van, met de tijdschrijften in plastic hoesjes en oudere uitgaven voor een speciaal prijsje ernaast. Prachtig om te zien. Een ander opvallend punt is het enorme gemeenschapsgevoel dat er heerst. Zelfs de meest platzakke verkoper deelt zijn (droge) brood en laatste sigaretten met de andere verkopers en zelfs met ons. Meebegrachte kinderen en de hond van Jorge worden platgeknuffeld. En toen ik van de week met Daniel en onze nieuwe huisgenote Fiona over het Plaza de Mayo liep werd ik geroepen door een groepje verkopers die gezellig met z'n allen in de zon zaten. We werden onmiddellijk uitgenodigd om erbij te komen zitten en mee te delen in wijn uit pak (25 eurocent in de supermarkt, zag ik later) en buitengewoon smerige likeur met cola. Gezellig was het wel. En en passant werd er nog een mede-zwerver gered die met zijn dronken hoofd was gevallen en overvloedig bloedde uit zijn neus. Waar alle passanten snel verder liepen gingen twee verkopers een ambulance bellen.... Gemeenschapsgevoel. Een gesprek met één van de verkopers bracht onder woorden waar ik al twee weken mee rondliep. Hij vroeg zich af waarom ik dit werk deed, werken met deze lage mensen (zijn woorden). "Maar het zijn goede mensen, toch?" bracht ik in. "Jazeker, goede mensen met slechte problemen", was zijn antwoord. Hoe kan het toch, dacht ik deze week steeds vaker, dat sommige mensen het leven zo zwaar valt? Dat je, zoals Ezie, 18 jaar bent, een prachtige jongen om te zien, gezond en slim, en dat je steeds vaker dronken en onder de blauwe plekken binnen komt zetten. Dat je 's nachts dus vecht om stomme dingen, zoals een paar centavos, of een oude krant. Hoe kan dat toch? Waar gaat het mis? En dat je aan de andere kant ook successtories ziet, zoals de twee broertjes die dagelijks om 9 uur magazines komen kopen en er gezamelijk op een dag minimaal 60 afzetten. Wat is het verschil? Ik ga ze missen. Ze hebben me enkele weken lang een blik gegund in een leven dat ik niet ken, hun verhalen gedeeld en me , voor zover ik dat nog niet was, compleet doordrongen van het nut van dit geweldige project.
Willen jullie binnenkort allemaal een straatkrant kopen alsjeblieft? Gracias!

zaterdag, september 28, 2002

Latinoland 18: Fin de semana, Lunfardo y Dolores del Pasado


De lente is begonnen! Nee, niet voor jullie, maar aan "mijn" kant van de wereld! In Nederland bedenk je je na drie weken regen in april dat het eigenlijk al lente zou moeten zijn, in Argentinië wenst men elkaar een "Feliz día de la Primavera" (Gelukkige lentedag) en lijkt het weer nog te gehoorzamen ook...misschien moeten wij dat ook maar gaan doen. In Buenos Aires waren er veel lentefeesten en -markten, maar eigelijk is dat niets bijzonders. Op een doordeweekse lunchpauze wordt al duidelijk dat porteños diep in hun hart hetzelfde zijn als alle Latinos: ze leven niet om te werken, maar om in het park in de zon te liggen. En in het weekend wordt er gebarbecuet, er worden markten bezocht, dagtripjes ondernomen en uitgegaan tot de volgende ochtend.
Str
Ook ik heb afgelopen weekend erg "porteño" doorgebracht. Op vrijdag en zaterdag heb ik met mijn twee Amerikaanse huisgenoten een bezoekje gebracht aan een door porteños geliefde weekendbestemming: het plaatsje Colonia in Uruguay. Slechts 2,5 uur varen met de boot, maar het feit dat je weer helemaal in- en uitgestempeld moet worden en met ander geld moet betalen, maakt dat je je helemaal in het buitenland voelt. Colonia bleek een schattig plaatsje met huisjes die meer portugees dan spaans aandeden, een heerlijk strand en mooi weer en een spectaculaire zonsondergang. Verder bleek dat mensen uit Uruguay, meer nog dan hun Argentijnse buren verslaafd zijn aan maté, een thee-achtig kruid dat een groene smurrie vormt in je beker en door een soort rietje wordt gedronken. Een Urugauyaan (ehm...?!) gaat nergens heen zonder zijn thermosfles en zak maté onder de arm. Klaar om op ieder moment gedeeld te worden met buren, vrienden of willekeurige voorbijgangers. Nee, ik vind het niét lekker....Op zondag heb ik een bezoek gebracht aan één van de ontelbare Ferias die Buenos Aires rijk is. Bijna iedere wijk heeft zijn eigen weekendmarkt, vaak met kraampjes vol gevoetverfde schilderijtjes van tangokoppels en maté-rietjes, speciaal voor de drie toeristen die Buenos Aires rijk is. De Feria de Mataderos daarentegen is nog een zeer authentieke familie- en rommelmarkt. Veel taarten, illegale CDs, barbecues, clownsoptredens voor de kinderen en tweedehands kleding. Erg veel plezier gehad met hele families die op de foto wilden met hun barbecue, voetbalshirts of koopwaar.

De afgelopen maanden heb ik (ja, zelfs in Brazilië) Castillano gesproken, de naam die Latinos geven aan hún Spaans, om het te onderscheiden van dat vreemde sissende Spaans dat in Spanje wordt gesproken. Lezen, verstaan en vooral spreken gaat vrij vloeiend, hoewel de grammatica nog steeds wat rammelt. Helaas spreken Argentijnen (en dan vooral porteños) geen begrijpelijk Castillano maar, zoals één van de Hecho-verkopers aangaf "un quilombo" (een puinhoop), een Castillano met idiote "zj"-klanken, een Italiaanse tongval (met dank aan de vele Italiaanse immigranten) en doorspekt met Lunfardo. Lunfardo is het Argentijns van de straat, zoals dat aan het begin van de eeuw werd gesproken door mensen van twijfelachtig allooi, maar wat inmiddels is geadopteerd door een groot deel van de bevolking. Mannen, vrouwen en kinderen worden aangesproken met "Che!" ("Hey"), een Boludo is een idioot van het mannelijk geslacht en iemand die no lo doy bola zegt zal het werkelijk aan zijn *** roesten. Bij Hecho is het dan natuurlijk helemaal feest. Zelfs de meest doorgewinterde Lunfardosprekende porteño weet zich af en toe geen raad met het (soms tandeloze) gemompel van sommige verkopers. Gelukkig worden niet altijd echte antwoorden van je verwacht en volstaat een nietszeggend terugmompelen meestal ook....

De week bij Hecho was weer een aaneenschaking van momenten voor een tv-show: Op maandag nam één van de verkopers bloemen mee voor mij en de twee andere meisjes die op dat moment achter de toonbank stonden. Lichtelijk uitgebloeid, maar niet minder lief natuurlijk. Verder moest Betiana (een van de medewerkers) een aantal nieuwe verkopers de regels en organisatie uitleggen. Hierbij werd ze lichtelijk tegengewerkt door een overbehulpzame bejaarde verkoper die er continu doorheen kwam met tips uit het veld en nogal onduidelijke anekdotes. Raoul kwam op dinsdagochtend om negen uur al licht beschonken binnenzetten. Hij bleef maar gewoon hangen, half slapend en iedereen begroetend met wel érg aanhankelijke knuffels want verkopen mogen de verkopers niet als ze hebben gedronken. Een andere verkoper moest geholpen worden met het schrijven van een brief: Als dít een envelop is, schrijf je híer de naam en het adres waar het heen moet en plak je dáár een postzegel.... Woensdag had ik mijn camera meegenomen voor wat foto's. De eerste fotos werden stijf geposeerd, maar toen ik ze ook zelf een paar fotos liet nemen werd het steeds grappiger en spontaner. Iedereen moest apart, met mij én met een groep op de foto. Natuurlijk willen ze allemaal een afdrukje, wat ik maar snel moet gaan regelen, want het uitwisselen van adressen met een dakloze is nu eenmaal niet eenvoudig. Op donderdag zou Perdro gaan vissen en kwam hij vragen of hij voor iemand wat kon meebrengen. Mij leek het wel wat, een lekkere verse vis, maar Jorge was wat minder enthousiast bij het idee dat iemand vis ging verhandelen vanuit het kantoor. Zit ook wel weer wat in. Een andere verkoper vroeg of ik graag las. Zeker! Hij had een erorm boek bij het afval gevonden en vroeg zich af of hij me daar een plezier mee kon doen. Ik heb maar uitgelegd dat het lezen van een duidend-paginas lang boek in het oud-Spaans mij waarschijnlijk ongeveer 100 jaar zal kosten.

Een wandeltocht door de stad levert nog steeds beelden van de crisis op. Ondergekladderde muren, gebaricardeerde banken (grote metalen schermen, gebutst door demonstranten die er tegenaan hebben geslagen) en iedere dag weer nieuwe manifestaties. Gisteren stond het plein voor een lokale bank vol met gemeentemedewerkers: stratemakers, doktoren en ambulancepersoneel uit het staatsziekenhuis en brandweermannen die allemaal al meer dan 3 maanden geen salaris hebben ontvangen. Maar naast alle huidige probelemen blijft er in dit land ook nog genoeg oud zeer...
Op de Feria de Mataderos kom ik een Malvinas-veteraan tegen die met zijn hele handel van oude legerspullen op de foto wil. Ook bij Hecho hebben we er een aantal rondlopen. De Islas Malvinas zijn in Europa beter bekend als de Falkland-eilanden, horend bij Groot-Brittannië. Hier in Argentinië staan ze echter op iedere kaart als: Islas Malvinas (Arg.). De eilanden in een conversatie met Argentijnen aanduiden als Falklands getuigd van slechte smaak en kan je, afhankelijk van je gezelschap, te staan komen op zeer boze blikken. De Argentijnen claimden de Britse eilanden al 1,5 eeuw, toen de dictator van dat moment, naarsitig op zoek naar iets leuks om zijn imago op te veizelen, begin jaren 80 besloot ze dan nu eindelijk maar eens terug te winnen. Thatcher, die op dat moment in Engeland ook niet al te lekker lag greep onmiddelijk in. Het werd een flinke flap in het gezicht van de Argentijnse nationale trots en de Argentijns-Engelse diplomatieke relaties zijn sinds die tijd op zijn zachtst gezegd koeltjes te noemen. In het hart van Buenos Aires staat een groot monument voor de mannen die vielen in de Guerra de Malvinas en door de hele stad kun je buttons en vlaggetjes kopen met Malvinas Argentinas!. Voor de Argentijnen blijft het, zoals zo veel internationale incidenten waarbij Latijns-Amerkaanse landen betrokken zijn, een schrijnend iets om het álweer af te leggen tegen de westerse wereld. Gelukkig hebben ze het voetbal nog...

En dan natuurlijk dat ándere zeer waar, misschien nog wel meer dan tango, veel buitenlanders Argentinië mee associëren: De Dwaze moeders. Nog steeds maken ze iedere donderdag om half 4 hun rondjes over het Plaza de Mayo, vragend om informatie en gerechtigheid. Het verhaal is iedereen waarschijnlijk min of meer bekend: Onder het bewind van een reeks rechtse dictators in de jaren 70 werden politieke tegenstanders, of iedereen die daar op leek, van hun bed gelicht, gevangen genomen, vermoord of nooit meer teruggevonden. Kinderen van politieke tegenstanders die in gevangenschap werden geboren werden afgenomen en geadopteerd door echtparen die wél van de juiste politieke stroming waren. Toen de vuile oorlog (zo wordt deze periode genoemd) was afgelopen werden de schuldigen, door een opeenvolging van amnestiewetten, niet vervolgd, de reden waarom de nu hoogbejaarde moeders nog steeds vechten voor hun recht op infomatie en het straffen van de verantwoordelijken. Inmiddels worden ze bijgestaan door HIJOS, de organisatie van kínderen van die vuile oorlog. Ook zij zoeken gerechtigheid en willen weten wie hun échte ouders waren en hoe ze zijn gestorven. Na 25 jaar lopen is het moeilijk in te schatten hoe het ervoor staat met de Dwaze Moeders. Vanzelfsprekend is de passie er een beetje uit, de dames lopen bedaard pratend hun rondjes, gadegeslagen door een enkele medestander en een enkele toerist en er is zelfs een klein kraampje waar je buttons, shirts en kaarten kunt kopen. Uit het krantje dat ik van ze koop, blijkt de organisatie zich inmiddels ook niet alleen meer bezig te houden met hun verdwenen familieleden: er wordt gepleid voor de socialistische revolutie en de Verenigde Staten wordt flink aan de schandpaal genageld. En hoewel het objectief dus misschien een beetje is vertroebeld, is er toch iets wat me koude rillingen geeft: Daar lopen moeders met foto's om hun nek van hun kinderen, mensen van destijds míjn leeftijd die op een nacht zijn verdwenen en nooit meer zijn teruggekomen. Niet énkele mensen, maar 30.000 mensen. Deze moeders hebben nooit te horen gekregen wat er is gebeurt met hun kinderen en weten dat degenen die dat hebben verzonnen nog steeds vrij rondlopen. Je wílt het je niet eens voorstellen...

Voor mij nog een ruime week om te genieten van Buenos Aires en Hecho, daarna gaat het reizen weer beginnen!